Inclusie is een proces dat pas de laatste decennia tot stand kwam, een lange aanloop kende en nog een lange weg te gaan heeft.
Personen met een handicap werden door de eeuwen heen op verschillende manieren bekeken en benaderd. Ze werden gedood, gefolterd, te vondeling gelegd of opgesloten in speciale instellingen. Dan weer probeerde de samenleving deze mensen te integreren om ze een zo normaal mogelijk leven te laten leiden.
Momenteel staat de maatschappij op het punt mensen met een handicap te 'includeren': ze te beschouwen als volwaardige burgers zonder wie de samenleving niet volledig is.
Deze evolutie is ook duidelijk terug te vinden in de visie die een samenleving heeft op handicap. Deze visie wordt sinds jaar en dag gedomineerd door een medisch perspectief, waarbij de oorzaak van de handicap bij de individuele beperking wordt gelegd. Het is een recent fenomeen dat de verantwoordelijkheid voor de oorzaak van een handicap ook bij de samenleving gelegd wordt.
Iemand die met zijn rolstoel bijvoorbeeld niet naar het theater kan omdat hij de trap van het gebouw niet opkan, heeft een handicap omdat het gebouw niet toegankelijk is, niet omdat hij in een rolstoel zit.
Inclusie gaat dan ook een stap verder dan integratie. De gedachtegang die schuilt achter het woord integratie gaat er vanuit dat personen met een handicap zich moeten aanpassen aan de maatschappij en de norm. Inclusie betekent letterlijk 'ingesloten worden' en duidt erop dat het vanzelfsprekend is dat mensen met een handicap er gewoon bijhoren en dat men op alle mogelijke gebieden (onderwijs, werken, wonen, vrije tijd, ...) er vanuit gaat dat ook mensen met een handicap hieraan moeten kunnen deelnemen als volwaardig burger.
Dit wil zeggen dat alle drempels die leiden tot uitsluiting moeten weggewerkt worden, dat de samenleving inspanningen levert om zich toegankelijk te maken, op alle maatschappelijke gebieden en voor elk individu. Het is vanzelfsprekend dat iedereen, in al zijn verscheidenheid, erbij hoort.