| Ik en jij, samen wij
|
Maker van het pakket:
Hilde Baekelandt , Instituut Voor Individueel Onderricht Oostakker
1. Doelgroep
Tweede – derde leerjaar gewoon lager onderwijs
Tweede – derde leerjaar buitengewoon lager onderwijs
(Het lessenpakket kan heel gemakkelijk worden aangepast naar een lager of hoger leerjaarniveau)
2. Aantal leerlingen
Minimum: 1 klas gewoon lager onderwijs – 1 klas buitengewoon lager onderwijs type 8 of 1
Maximum: naargelang er ‘koppels’ van 2 klassen kunnen worden gevormd meerbepaald ‘1 klas gewoon lager onderwijs – 1 klas buitengewoon lager onderwijs’
3. Duur
Basispakket : (basispakket stap 1 -> basispakket stap 2 -> basispakket stap 3)
Volledig pakket :
(basispakket stap 1 -> basispakket stap 2 -> volledig pakket stap 2.1. -> volledig pakket stap 2.2. -> basispakket stap 3)
4. Didactische beginsituatie
Tijdens de godsdienstlessen kunnen de kinderen binnen de eigen klas elkaar leren kennen en waarderen.
Voorkennis :
De leerlingen maken, elk in hun klas, kennis met de mogelijkheid dat hen wordt geboden om te gaan samenwerken met een klas van een andere school in de omgeving van de school in een voorbereidende kennismakingsles rond samenwerking in de week van de diversiteit (februari).
De leerkracht legt uit wat de hoofdbedoeling is van de samenwerking met de andere klas meerbepaald ‘elkaar leren kennen & waarderen’ en ‘met elkaar leren omgaan & van elkaar leren’. Het begrip ‘diversiteit’ wordt toegelicht.
Binnen de eigen klas ontdekken de leerlingen reeds dat iedereen uniek is. Iedereen is eigen-aardig maar even-waardig. De leerkracht deelt mee dat deze gedachte doorheen de samenwerkingsactiviteiten zal worden ontdekt met de uiteindelijke bedoeling om vanuit deze contacten vriendschappen te laten ontstaan.
Ervaringen :
Vanuit hun thuis- en schoolomgeving ervaren kinderen dat niet iedereen gelijk is. Het is belangrijk om kinderen in de klassen ook te laten ervaren dat ze met deze diversiteit leren omgaan.
Cognitief niveau :
Het cognitief niveau van de kinderen komt overeen met kinderen met een taalontwikkeling op een niveau tweede tot derde leerjaar. Dit impliceert uiteraard dat de leerlingen niet dezelfde leeftijd hebben. Het gaat hier immers om samenwerkende activiteiten tussen een klas van het gewoon en een klas van het buitengewoon onderwijs. De activiteiten werden dan ook zo bepaald dat er kan worden gewerkt met een heterogene groep. Er is ook oog voor differentiatie.
Interesses :
Mensen leggen contacten. Het is interessant om contacten te leggen met elkaar omdat er van daaruit vriendschappen ontstaan. Wederzijdse waardering is hierbij een zeer belangrijk punt. Kinderen zijn geïnteresseerd in hun leeftijdsgenoten of ze nu één of twee jaar jonger / ouder zijn dat doet er niet toe.
5. Doelstellingen
Hoofddoelstellingen binnen elke stap :
Basispakket stap 1: Voorbereidende kennismakingsles rond samenwerking:
Basispakket stap 2: elkaar leren kennen & waarderen
Volledig pakket 2.1: elkaar leren waarderen
Volledig pakket 2.2: met elkaar leren omgaan
Basispakket stap 3: met elkaar leren omgaan & van elkaar leren
Specifieke doelstellingen binnen elke stap :
Zie lesschema’s
6. Leerinhouden
Gedetailleerde weergave leerinhouden :
Zie lesschema’s
Beknopte weergave leerinhouden :
Basispakket stap 1 : Voorbereidende kennismakingsles rond samenwerking :
Basispakket stap 2 :
Volledig pakket 2.1.
Volledig pakket 2.2. :
Basispakket stap 3 :
Kern van de lessen – verbanden :
De kern van de lessen wordt benadrukt door één specifieke activiteit die de hoofddoelstelling nastreeft. De stappen houden verband met elkaar. De éne stap volgt steeds uit een vorige stap. De leerkrachten verwijzen ook steeds naar het verband tussen de stappen.
Het is namelijk belangrijk dat de leerlingen eerst kennismaken met elkaar op een zeer neutrale manier (Hoe heet jij ? Waar woon jij ? Wat zijn jouw hobby’s ?). Vanuit deze kennismakingsronde ervaren de leerlingen dat ook de leerlingen buiten hun klas uniek zijn. De leerlingen buiten de klas zijn ‘eigen-aardig’ maar ‘even-waardig’. Vanuit deze kennismakingsactiviteit wordt de kennis van de leerlingen verruimd met het oog op waardering waaruit blijvende vriendschappen kunnen ontstaan.
De verbanden tussen de verschillende lessen, lesonderdelen is heel ‘zichtbaar’ bij het lezen van de lesschema’s.
7. Didactische werkvormen
Basispakket stap 1 : Verhaal ‘Jij daar !’ met dia’s of prentplaten & Creatieve verwerking
Basispakket stap 2 : Lied - Verhaal ‘Wil je mijn vriendje zijn ?’ met dia’s of prentplaten
Zelfgemaakt Kennismakings - Spel ‘IK en JIJ samen WIJ’ door een leerkracht van het buitengewoon lager onderwijs – de leerlingen spelen in groepjes van een 5-tal kinderen
Volledig pakket stap 2.1. : Gespreksronde (getuigenissen) / Verkenningsronde (Hoekenwerk) in groepjes van een 5-tal kinderen
Volledig pakket stap 2.2.: Spel uitgegeven door de firma Baert, ‘het Babbelspel’. Dit spel werd uitvergroot. De velden van het spelbord meten elk 30 op 30 cm. De kinderen kunnen zelf pion spelen. Er kan gebruik worden gemaakt van kegels. Het feit dat het spelbord zo levensgroot is, spreekt enorm aan voor de kinderen. De opdrachten zijn ook levensécht. We kunnen deze kaderen binnen de sociaal emotionele ontwikkeling van de kinderen. Het spel kan ook in kleine groepjes worden gespeeld met de uitgegeven versie bij de firma Baert.
Basispakket stap 3 : Lied – Verhaal ‘De mooiste vis van de zee’ met vertelboek op groot formaat of dia’s - Spelenronde en/of Hoekenwerk in groepjes van 2 tot 3 kinderen. De activiteit is een samenstelling van taal- en rekenspelletjes (en andere spelletjes naar bijv. motorische aspecten) op het niveau van de kinderen met oog voor individuele differentiatie en het aanbieden van hulp.
8. Media- en materiaallijst
Zie lesschema’s9. Verloop
Zie lesschema’s
10. Evaluatie
Met de leerlingen evalueren we het project ‘op maat’ van de kinderen :
(Er wordt een persmapje verstuurd naar de échte pers om gehoor te geven aan het project. Het blijft dus niet alleen bij een evaluatievorm binnen de klassen.
Bij deze laatste evaluatie-methode wordt effectief ook de vraag gesteld of ze nu een vriendje hebben leren kennen. Er wordt ook gepeild of ze van elkaar weten wat ze goed en minder goed kunnen. Er wordt gepeild naar wat ze van elkaar hebben geleerd. Dit kunnen ze kwijt aan de ‘Babbel-Box’.
Het zijn allerlei evaluatiemethoden die de kinderen hun ‘motivatie’ tot dit project bevorderen. Een afwisseling biedt ook meer kansen tot blijvende aandacht ! Blijvende aandacht leidt tot het bereiken van doelstellingen : blijvende attitudeverandering!
et is ook belangrijk om samen rond de tafel te gaan zitten met de leerkrachten na afloop van de verschillende stappen. We maken kort een evaluatieverslag op basis van een aantal richtvragen.
11. Samenwerking
Er wordt samengewerkt tussen een klas van het gewoon en buitengewoon lager onderwijs type 8.
Binnen de activiteiten ligt het ook in de bedoeling een beroep te doen op mensen met een handicaporganisaties en scholen in functie van de gespreksronde / verkenningsronde :
12. Inclusievisie
Iedereen van ons is anders. Iedereen heeft talenten. We zijn allemaal eigen-aardig maar even-waardig. Wanneer we elkaar ‘pluimpjes’ geven, kunnen we vliegen ! Elk met zijn/haar talenten leert functioneren in de maatschappij al dan niet met de nodige hulp van anderen. Het is belangrijk dat indien er hulp nodig is van een medemens dat zij die ook durven vragen. De hulp kan van allerlei aard zijn. Op de eerste plaats is het belangrijk dat de kinderen ervaren dat iedereen anders is. We dienen dit te leren begrijpen. Vanuit deze kennis zal wederzijds respect ontstaan en zal een contact ook veel vlotter verlopen.
Door contacten te leggen over de scholen heen ontstaat een betere visie. Dit impliceert ook een betere afstemming van beide onderwijssystemen op elkaar. Dergelijke initiatieven zijn bijgevolg niet alleen waardevol op leerlingen-niveau maar evenzeer op leerkrachten-niveau ! Uiteindelijk zijn het deze mensen die we dienen te overtuigen van de zin van dergelijke activiteiten om te komen tot de inclusiegedachte !