Gelijke Rechten voor Iedere Persoon
met een handicap (GRIP vzw)

Jongetje met down syndroom in een lijstGRIP is een burgerrechtenorganisatie van en voor mensen met een handicap. Ons doel is gelijke rechten én kansen voor iedereen. Lees meer over GRIP...

 

Maker van het pakket:

Marijke Willems

 

opgelet! dit pakket is voorlopig onvolledig: de werkbladen ontbreken.

 

Doelgroep

Van het eerste tot het zesde leerjaar, gewoon onderwijs:

Ik heb geprobeerd om lessen te maken die voor de 3 graden bruikbaar zijn. Daarom zal je soms zien dat er enkele oefeningen op verschillende niveaus uitgeschreven zijn.

Scholen met een inclusieproject:

Doordat ik zelf in een inclusieproject sta, merk ik dat heel wat klasgenootjes van het inclusiekind vragen hebben over deze manier van werken. Daarom heb ik mij, tijdens het maken van deze lessen, hier ook op toegespitst. Bij heel wat zaken heb ik vermeld wat je kan doen indien er een inclusiekind in je klas zit, waar je rekening moet mee houden tijdens het geven van het pakket, … Hierbij ben ik uitgegaan van de vragen die klasgenootjes hierover hebben. Maar natuurlijk kunnen andere klassen, zonder inclusiekind, deze lessen ook geven!

Aantal leerlingen

Ik heb het pakket zo in elkaar gestoken dat het in verschillende klassen kan gebruikt worden. Er staat niet echt een minimum en maximum aantal leerlingen op. Om het spel te kunnen spelen moet men gewoon met minstens 2 leerlingen zijn. Indien er heel veel leerlingen in de klas zitten, kan je de klas ook in 2 verdelen. Beide groepen hebben dan een eigen spelbord om het spel te spelen. Maar met 30 kinderen lukt dit zeker nog met 1 spel!

Duur

1 intensieve projectweek. Een week voor de eigenlijke projectweek wordt in een les taal al een uitnodigende brief geschreven.

Didactische beginsituatie

Deze lessen zijn meer geschikt voor kinderen die nog niet zoveel in contact zijn gekomen met mensen met een handicap, maar er wel wat over gehoord hebben (het middelmatige niveau eigenlijk, waarop de meeste kinderen zitten).

Maar langs de andere kant zijn de lessen goed aan te passen aan de verschillende niveaus. Vaak heb ik delen van de lessen uitgeschreven op verschillende niveaus zodat de leerkracht de les wat kan aanpassen naargelang het niveau van zijn/haar klas.

Er wordt gewerkt vanuit de belevingswereld van de kinderen. Alle opdrachtjes en dergelijke zijn gekoppeld aan dingen waar kinderen mee bezig zijn, vb. leren lezen op school vergelijken met hoe blinden leren lezen, vb. kinderen kijken graag tv, hoe zit dat bij blinden/doven? …, vb. kijken naar zichzelf: hoe zien zij eruit, waarmee verschillen ze van anderen, hobby’s van zichzelf met anderen vergelijken, …

Ik heb er ook aandacht aan besteed om voor de eerste graad meer beweging in de lessen te voorzien dan in de 3 de graad. In alle graden heb ik wat spelenderwijs gewerkt. Dat vinden ze fijner dan steeds tekstjes lezen en vraagjes oplossen.

Ik heb ook geprobeerd de kinderen veel te laten ERVAREN. Op die manier voelen ze zelf de dingen aan, zijn ze meer betrokken bezig en onthouden ze de dingen ook veel beter!

Doelstellingen

Ik merk vaak dat kinderen denken dat zij gewoon zijn, allemaal gelijk en een persoon met een handicap minder, anders is. Daarom wil ik de kinderen laten ervaren dat iedereen verschillend is. Elk kind is anders dan zijn/haar klasgenootje, mama, vriend(in), … . Dus mensen met een handicap zijn niet enkel anders dan ons, wij verschillen ook. Dit maakt de kloof al wat kleiner.

Vervolgens wil ik de kinderen laten ervaren dat het fijner is om positieve reacties te krijgen in plaats van negatieve. Tijdens deze les ontdekken de leerlingen ook zelf dat het niet altijd simpel is om met een handicap te leven (vb. als blinde iets zoeken, gebarentaal verstaan, …). Maar ze merken hier wel op dat mensen met een handicap ook hun talenten hebben, dat zij vaak heel wat dingen kunnen die wij heel moeilijk vinden! Vb. braille lezen, gebarentaal, de weg vinden,

Kinderen moeten ook weten dat personen met een handicap dezelfde gevoelens hebben als wij. Zij zijn niet heel hun leven triestig! Gehandicapte mensen kunnen, zoals ons, blij, triestig, bang, boos, teleurgesteld zijn.

Tijdens het spel wil ik wel wat kennis overdragen over handicaps. Voor de oudere kinderen komen enkele begrippen aan bod (vb. mentale handicap, mongolisme, …) , maar voor de alle graden komen ook situaties voor waar de kinderen een ‘aanpassing’ voor moeten zoeken (creativiteit stimuleren). Ook enkele leuke weetjes komen hier aan bod, om de talenten van een persoon met een handicap nog maar eens aan te tonen.

Op het einde van het pakket wil ik de leerlingen warm maken om op te komen voor wat ze net leerden. Doordat ze nu een beter inzicht hebben gekregen in het thema, kunnen ze affiches maken om op verschillende plaatsen omhoog te hangen (vb. klas, school, parochie, wagen, … .) Dan werk je vakoverschrijdend: de kinderen zijn bezig met taal en met dit lessenpakket! De kinderen leren een slogan of gedicht schrijven!

Leerinhouden

Les 1: Anders zijn

Kinderen hebben vaak een eenzijdig zelfbeeld: vb. ‘mensen met een handicap, migranten, … zijn anders’. En inderdaad, zij zijn anders, maar niet enkel deze mensen!! Iedereen is anders ten opzichte van ‘anderen’ (het woord zegt het zelf al)!

Kinderen kunnen dit op een speelse wijze ontdekken in deze les. Mijn visie is dat kinderen persoon met een handicap personen als ‘normaal’ gaan beschouwen. Dan pas kan je hierop verder bouwen.

Uiterlijk

  • A.d.h.v. van foto’s wordt er een klasgesprek opgebouwd rond ‘anders zijn’. Foto’s van verschillende mensen (migranten, mensen met een handicap, leeftijdsgenoten, oude mensen, ….) worden bekeken. A.d.h.v. richtvragen van de lkr. ontdekken de kinderen dat iedereen anders is.
  • Kinderen vullen op voorhand een blaadje in over hun feitelijke maten (schoenmaat, lengte, kleur haar, kleur ogen, vorm van hun neus, … ). De verschillen tussen de leerlingen worden aangetoond. Hier rond wordt ook een stoelenspel gedaan.

Innerlijk

  • Hoe zit het dan met een tweeling? Zij zijn toch identiek hetzelfde? Ze ontdekken dat niet enkel het uiterlijk bepaald dat we anders zijn, maar ook het innerlijke hierin een rol speelt.
  • Leerlingen onderzoeken zelf of hun hobby’s interesses, manier van leven, … hetzelfde is als de andere kinderen. Dit blijkt niet zo te zijn. Iedereen is anders!

Evaluatie

  • Er wordt een klasgesprek opgebouwd. De kinderen mogen vertellen of ze het al dan niet fijn vinden om allemaal anders te zijn en waarom.

Les 2: Gebreken (handicap) en talenten

In deze les tracht ik aan te tonen dat iedereen wel zijn gebreken, maar evengoed ook zijn talenten, heeft! Kinderen zien in dat het soms nodig is elkaar te helpen en positieve reacties te geven aan elkaar.

Kinderen ervaren zelf welke aanpassingen er voor mensen met een handicap zijn zodat zij toch te volle kunnen meedraaien in onze maatschappij. Mensen met een handicap kunnen zeer veel mits een kleine aanpassing! Sommige dingen kunnen ze zelfs beter dan ons (vb. gebarentaal, braille lezen, …).

Gebreken en talenten

  • A.d.h.v. een stripfragment wordt dit thema aangesneden. Een beroemde zangeres is haar stem verloren en kan niet optreden. Kinderen vertellen nog enkele andere ‘gebreken’ die mensen kunnen hebben. De leerkracht richt dit gesprek naar het thema ‘handicaps’.
  • Vervolgens worden er enkele ervaringsgerichte spelletjes gespeeld. Kinderen ervaren dat het niet altijd even gemakkelijk is om met een handicap te leven. Ze ontdekken hierbij wel dat deze mensen zich heel goed kunnen aanpassen en dat zij ook talenten hebben (vb. gebarentaal, weg kunnen vinden als blinde, … ). Gehandicapte mensen zijn op andere dingen meer getraind waardoor ze die dingen zelfs beter kunnen dan ons!

Spelletjes:

  • braille lezen (ontcijferen)
  • zeg het met gebaren…
  • moeilijke rekenoefening oplossen
  • spel met voorwerpen (kinderen zoeken die wanneer ze geblinddoekt zijn)

De kinderen ontdekken dat ze niet in alle spelletjes even goed slagen en dat hulp nodig kan zijn, zowel voor zichzelf als voor personen met een handicap.

Ze ontdekken ook dat teveel hulp bieden ook niet goed is, want een persoon met een handicap kan zelf ook veel.

Gevoelens

  • A.d.h.v. filmfragmenten uit ‘Le huitième jour’ ontdekken de kinderen dat mensen met een handicap, in dit geval een mongool, dezelfde gevoelens hebben als ons. Zij kunnen evengoed boos, teleurgesteld, triestig, blij, verliefd, … zijn.
  • Als laatste element wil ik de kinderen laten ervaren dat het geven van positieve commentaar heel belangrijk is. Men moet meer het positieve in de medemens zien. Daarom noteren de kinderen leuke dingen over elkaar op een bloemetje. Dit bloemetje bloeit nadien echt open op water. Hierbij worden vooral de gevoelens besproken.

Les 3: Het grote wist-je-datjes-spel!

Het spel

  • Het spelbord heeft geen einde, wat wil zeggen dat leerkrachten het spel kunnen aanpassen naargelang de tijd die ze hebben of de inhoud die ze willen aanbrengen.
  • De opdrachtenkaartjes zijn per graad opgesteld, maar ook hier kan de leerkracht aanpassingen aan doen. Een leerkracht van de 2 de graad, kan eventueel ook enkele opdrachten van de eerste graad gebruiken, … .
  • Het doel van het spel is enerzijds zoveel mogelijk punten te behalen, maar anderzijds zoveel mogelijk te weten komen over handicap en inclusie! De inhoud van het spel zijn vooral leuke weetjes over hoe mensen met een handicap zich gemakkelijk kunnen aanpassen aan het dagdagelijkse leven en ook hoe wij hiermee omspringen. Voor de oudere kinderen komen ook heel wat belangrijke begrippen aan bod.

Verschillende soorten opdrachten:

  • Doe-opdrachten: vb. Probeer zo snel mogelijk over te hinken op één been.
  • Kennisvragen: vb. Wat betekent ‘mentale handicap’? of vb. Noem een beroemd persoon dat een handicap heeft.
  • Stellingen (waar of niet waar): vb. Er bestaat een blind persoon die toch nog piloot is in zijn eigen vliegtuigje. Waar of niet waar?
  • (creatieve) denkopdrachten (voor verschillende situaties kunnen de kinderen oplossingen/aanpassingen bedenken): vb. Er bestaan heel wat snufjes om dove mensen ‘geluiden’ duidelijk te maken. Vb. Wanneer er aangebeld wordt, flikkert een lamp. Verzin zelf hoe een doof persoon gewekt kan worden (let erop: zijn ogen zijn dan toe!).
  • Als evaluatie hierop (en ook op het hele lessenpakket) kan er graadoverschrijdend gewerkt worden, maar het kan ook met de klas zelf. Er worden affiches gemaakt om in de parochie, school, openbare gebouwen, in auto’s, … op te hangen om de inclusie van mensen met een handicap te promoten.

    A.d.h.v. het verhaal ‘Gewoon bijzonder’, maar ook a.d.h.v. wat de kinderen de voorbije lessen geleerd hebben, wordt er een gesprek opgebouwd. Kinderen bespreken wat hen bijgebleven is, wat ze niet verwacht hadden, wat ze zo speciaal vonden, … .

Per graad is er een andere evaluatie:

  • Graad 1: tekening maken
  • Graad 2: slogan verzinnen (eventueel met tekening)
  • Graad 3: een gedicht (een elfje) schrijven (eventueel met tekening)
  • Wanneer een school graadoverschrijdend wil werken, kunnen vb. de jongere kinderen de tekening maken en kunnen de oudere kinderen hun gedicht of slogan bij deze tekening plaatsen. Zo krijg je mooie affiches die kunnen opgehangen worden in de school, in de parochie, … . Hiermee promoten de kinderen dat inclusie van groot belang is!
  • Wanneer de school niet graadoverschrijdend werkt, en er slechts 1 klas rond dit thema gewerkt heeft, kunnen de leerlingen van de 2 de en 3 de graad hier zelf een tekening bij maken.. In de eerste graad kan ook de leerkracht zorgen voor een slogan zodat de kinderen hierbij iets kunnen tekenen. Zo heb je ook affiches om op te hangen.

Didactische werkvormen

  • Opdrachten zelf doen! à bekijken, onderzoeken, bevragen, …
  • Klasgesprekken
  • Spel spelen
  • Ervaringsgericht: a.d.h.v. spelletjes zelf dingen ontdekken, elkaar hulp bieden
  • Filmfragmenten/strip/situaties/verhaal/… bekijken en bevragen
  • Enkele werkblaadjes invullen: braille ontcijferen, …
  • Uitstap naar het buitengewoon onderwijs (er zijn enkele tips meegegeven voor wie dit wil doen, wat ze kunnen doen, …)
  • Individueel en in groep werken
  • Creatieve werkvormen
  • Bewegingsopdrachten

Media

  • TV + videoapparatuur
  • (eventueel) een computer met internet
  • kopiemachine (er dienen kopieën gemaakt te worden voor de klas)

Materiaallijst

  • werkbladen
  • foto’s
  • spelopdrachten
  • stripfragment
  • braille
  • blad met gebarentaal en vingeralfabet
  • filmfragmenten
  • papieren bloemetjes
  • spelbord + kaartjes, pionnen, dobbelsteen
  • verhaal ‘Gewoon bijzonder’

- Al het nodige materiaal heb ik per les op het voorblad vermeld! Het is eveneens allemaal toegevoegd aan het lessenpakket!

Verloop

Verloop en fasen van de les(sen):

Het pakket bestaat uit 4 fasen van 50 minuten:

  1. Iedereen is anders!
    Ik vertrek vanuit de kinderen zelf. Kinderen zijn natuurlijk het meest met zichzelf bezig, dus. Ze bekijken zichzelf en een andere persoon: iedereen verschilt! Een valide kind is anders dan een gehandicapte, maar is zeker ook anders dan een klasgenootje! Iedereen is anders, zowel uiterlijk als innerlijk!
  2. Iedereen heeft wel talenten en gebreken (handicaps)! Kinderen hebben zelf ook talenten en gebreken. Daarom gaan ze op zoek naar waar zij goed/slecht in zijn. A.d.h.v. ervaringsgerichte spelletjes ontdekken ze ook waar blinden, doven, mentaal mensen met een handicap , ... last mee hebben, maar ook wat hun talenten zijn! De kinderen zien zelfs in dat mensen met een handicap vaak zo getraind zijn in iets dat ze dit veel beter kunnen dan wij. Zij hebben een heleboel talenten.
  3. Kennis was bijschaven over mogelijke aanpassingen die voor een gehandicapte het leven in de maatschappij gemakkelijker maken. Hierbij leren kinderen ook enkele begrippen en leuke weetjes over handicaps. Dit gebeurt a.d.h.v. het spel. De kinderen hebben ondertussen wel al wat dingen opgestoken en ervaren. Deze dingen kunnen ze ook gebruiken in het spel.
  4. Evaluatie op het geheel. De kinderen mogen affiches maken om inclusie te promoten. Ze doen dit naargelang wat ze geleerd hebben in de voorbije lessen. Wat ze hieruit hebben opgestoken, mogen ze gieten in een tekening, slogan of gedicht (naargelang de graad). De kinderen kunnen deze affiches dan echt op zichtbare plaatsen hangen zodat het voor anderen duidelijk is wat er in onze maatschappij moet gebeuren.

- de 3 de en 4 de fase zijn samen gegoten tot 1 lesvoorbereiding, maar kan perfect apart gegeven worden.

Evaluatie

  • A.d.h.v. gesprekken. Na elke les kan er een klasgesprek gehouden worden waaraan de leerkracht kan zien of de leerlingen alles begrepen hebben en wat ze opgestoken hebben. Dit houdt hij/zij in het achterhoofd naar de volgende lessen toe.
  • Ook tijdens de les kan de leerkracht zijn/haar vragen zo stellen dat ze kan opmerken of de leerlingen het begrepen hebben. (Herhaling)
  • A.d.h.v. het maken van affiches. A.d.h.v. wat de kinderen tekenen, of neerschrijven, kan de leerkracht besluiten of de kinderen het doel van ‘inclusie’ begrepen hebben.

Samenwerking

Omdat het pakket in verschillende streken kan gebruikt worden, heb ik geen contact gezocht met een buitengewoon onderwijs. Ik vind het belangrijker dat je een school uitkiest die in de buurt ligt zodat je tot een betere samenwerking kunt komen.

Ik wil ook niet één school promoten in dit pakket. Er zijn verschillende buitengewone scholen, met verschillende types. Mij lijkt het het best dat je die school kiest die de doelgroep het meest aanbelangt. Vb. Voor de scholen met een inclusieproject, kunnen zij misschien best een school uitzoeken die het dichtst bij dat inclusiekind ligt.

Wel heb ik enkele ideetjes vermeldt, in het pakket, die je kan doen met het buitengewoon onderwijs. Mij lijkt een uitwisselingsproject wel heel interessant!

Inclusievisie

Bij de klassen mét inclusieproject:

  • De kinderen merkten reeds op dat er 1 kind in de klas is die extra hulp krijgt, er is een leerkracht extra in de klas, … . Zij begrepen niet zo goed wat dit allemaal betekende. A.d.h.v. de lessen merken de kinderen wel wat deze inclusie inhoudt en waarvoor deze zo goed is. De kinderen merken op dat het kind perfect meekan in de klas, mits enkele aanpassingen. Dat hulp bieden soms noodzakelijk is, hebben ze zelf kunnen ervaren.

De kinderen staan echt in het midden van een heel inclusieproject. A.d.h.v. het spel, met inclusiekaartjes, worden ze zelfs opgewarmd om mee deel te nemen aan dit project! Zij kunnen het kind immers ook helpen war nodig!

Bij de klassen zonder inclusieproject:

  • Deze kinderen ontdekken doorheen het lessenpakket dat iedereen anders is, dus eigenlijk zijn we samen één groep mensen! (eerste stap van inclusie: mensen met een handicap zijn geen aparte groep, maar horen samen met alle andere mensen.)
  • Langs de andere kant ervaren de kinderen zelf dat iedereen gebreken en talenten heeft, zowel zij als een persoon met een handicap! Ze ontdekken zelf waar een gehandicapte best hulp kan gebruiken en wat deze personen zelfstandig kunnen. Hiermee kunnen ze gepaste hulp bieden!
  • Er wordt ook de nadruk op gelegd dat niet enkel gehandicapte personen hulp nodig hebben. Ook valide mensen hebben al wel eens hulp nodig, dus die kan men ook hulp bieden! Inclusie is er eigenlijk voor iedereen.
  • De kinderen begrijpen nog beter dat inclusie belangrijk is, wanneer ze hier rond affiches maken en verspreiden! Hierdoor zien ze in dat er dringend werk van gemaakt moet worden.

gelijke kansen