Doe mee aan de cartoon-wedstrijd en win tot 600 euro. Nog tot 20 mei!
Er ontstond heel wat commotie in de Vlaamse pers naar aanleiding van een Witse-uitzending van 21 maart laatstleden. Vooral ouders vonden de beeldvorming van personen met Down Syndroom in de uitzending denigrerend. Daarenboven werd ook regelmatig het woord 'mongool' in die aflevering gebruikt. Ook hierover werden heel wat reacties genoteerd.
Voor sommige Vlamingen – vooral voorvechters van mensenrechten voor personen met een beperking – zijn zo'n uitzendingen een stimulans om mensenrechten ook voor personen met een beperking weer op de agenda te plaatsen. Voor anderen moet zo een uitzending 'kunnen' onder de slogan '... dit hoort thuis onder de vrije meningsuiting...'. Dit laatste illustreren we hieronder met een reactie geplukt van de VRT-website:
Zo een zever doet mij aan mijn godsdienstleraar bij de jezuïeten denken... Een gehandicapte neger mongool wordt dan een anders-valide zwarte medemens met het syndroom van down... Alsof het iets aan de realiteit zal veranderen...
Hebben we hier nu te maken met een fait divers of is er meer aan de hand?
Zelf kies ik voor de tweede optie en ga ervan uit dat 'slordigheid' (... het is maar fictie...), 'onwetendheid' en de 'bijzondere invulling van vrije meningsuiting' signalen kunnen zijn van een dieperliggende discriminatie en het negeren van de mensenrechten van personen met een beperking.
Een aantal jaren terug startte een internationale groep van mensenrechten experten in het verlengde van de voorbereiding en goedkeuring van de UN Conventie voor de rechten van personen met een beperking het Disability Rights Promotion International initiatief. Dit project wil hulpmiddelen aanbrengen (ten behoeve van overheden zowel als voor ngo's) om de rechten zoals vervat in de Conventie te monitoren. Zo'n monitoring of opvolging gebeurt door het systematisch verzamelen van gegevens die moeten helpen bij het evalueren van de mate waarin rechten worden beschermd, gepromoot en of er hoe dan ook aan voldaan wordt. Bijzonder aan het DRPI is dat er gekozen wordt voor drie ingangen om de monitoring te realiseren (het initiatief ziet deze drie ingangen niet los van elkaar staan en dringt aan om ze te zien als samenspelende middelen om een holistisch perspectief op te bouwen)
De ervaringen van personen met een beperking voor wat betreft goede praktijken en barrières in functie van hun mensenrechten
Een analyse van het 'systeem' (lees wetgeving, beleid en instituties) in functie van de vraag of deze kaders rechten zoals besloten in de Conventie helpen realiseren dan wel daarmee in tegenstrijd zijn
Een analyse van de attitudes binnen een bepaalde cultuur ten aanzien van personen met een beperking o.a. via het bestuderen van de manier waarop mensen met een beperking worden voorgesteld in de media.
Met deze laatste ingang komen we duidelijk bij programma's als Witse uit. Nu was er eens iemand met een beperking die een rol kreeg in een veelbekeken krimi (meer dan 1,5 miljoen kijkers) en dan gaat de VRT zomaar meerdere keren uit de bocht.
Of toch niet zomaar? Stel je voor dat:
Veel Vlamingen nog altijd denken dat volwassenen met een verstandelijke beperking 'eeuwige kinderen' zijn in een volwassen lichaam
Veel Vlamingen nog altijd denken dat alle personen met een verstandelijke beperking seksueel ontremd zijn veel Vlamingen nog altijd niet weten dat 'mongool' best vervangen wordt door persoon met Down Syndroom...
In het licht van de holistische aanpak van het DRPI initiatief zou dit kunnen betekenen dat de Witse-schrijvers alleen maar een veruitwendiging hebben gegeven van datgene wat de doorsnee Vlaming nog altijd denkt. En stel dat we deze vormen van discriminatie ook terugvinden in individuele verhalen van personen met een beperking , en stel dat onze wetgeving ook nog haken en ogen zou vertonen dan gaat het niet langer over 'het is maar fictie' of 'alles moet kunnen gezien de vrije meningsuiting'.
Zelf stel ik voor dat organisaties als GRIP en de overheid samen een stevig gedocumenteerd eerste verslag aan de Verenigde Naties bezorgen waarin deze ... stel dat... veronderstellingen een antwoord krijgen als opvolging van de ratificering van de Conventie door Vlaanderen/België.