Geeft de nieuwe VOP mijn loopbaan een andere wending?

Ik ben afgestudeerd als licenciaat Taal- en letterkunde: Germaanse talen. Ik behaalde eveneens een aggregatiediploma. Het onderwijs heeft me altijd aangetrokken. Ook als kind al wilde ik heel graag lesgeven.

Mijn eerste sollicitatie was zo'n negatieve ervaring, dat ik besloot het onderwijs te laten voor wat het was. De teleurstelling was zo groot na al die studie-inspanningen dat ik even een time out nodig had. Ik wist even niet meer wat ik nu wilde doen.

Uiteindelijk besloot ik om opnieuw te gaan studeren, Assistent in de Psychologie. Heel snel flakkerde mijn liefde voor het onderwijs terug op. Mijn toekomstplannen: iets met onderwijsbegeleiding.

Om wat sterker in mijn schoenen te staan, startte ik met loopbaanplanning. Ik werd intensief begeleid door een jobcoach. Binnen loopbaanplanning volgde ik een kennismakingsstage bij een zorgcoördinatrice. Opnieuw werd ik geconfronteerd met de typische problemen binnen onderwijs. Ik zou als een persoon met een visuele beperking geen toezicht kunnen houden op de speelplaats of busbegeleiding voor mijn rekening nemen. Binnen het onderwijs zijn er helaas geen compensaties mogelijk voor het rendementsverlies. Werkgevers in deze sector kunnen geen beroep doen op een CAO26 of VIP.

Mijn jobcoach en ik besloten om toch door te gaan. Een paar maanden geleden werd ik uitgenodigd voor een sollicitatiegesprek bij een CLB. Ik kon nog niet aangeworven worden omdat ik nog met mijn studies bezig ben. Volgens de directrice van het CLB in kwestie maak ik echter weinig kans om als CLB-medewerker aan de slag te gaan. Haar argumenten waren ondermeer dat het afnemen van testen voor mij misschien moeilijk zou zijn en dat je als CLB-medewerker toch best over een wagen beschikt. Toen ik aangaf dat ik met de testen geen problemen ervaar en ik inderdaad qua mobiliteit best in een stedelijk CLB werk, kwam ze met de overweging: "Kinderen en jongeren maken het je niet altijd gemakkelijk" en "Wat zullen ouders en kinderen er van denken als er een medewerker met een handicap tegenover hen zit?". Nochtans biedt mijn ervaringsdeskundigheid een meerwaarde in een job als leerlingenbegeleider.

Intussen werk ik als stafmedewerker sensibilisatie bij GRIP. Deze job is een hele uitdaging waarin ik mijn kwaliteiten kan aanwenden. Toch zal ik het onderwijs niet loslaten. Ik heb me voorgenomen om niet meer te solliciteren in de onderwijssector. Het kost me te veel energie om steeds tegen de vele vooroordelen te vechten. Ik investeer liever in mijn huidige job. Ik heb me wel voorgenomen om zodra ik mijn diploma Assistent in de Psychologie behaald heb en ik ingewerkt ben in mijn huidige job als zelfstandige in bijberoep te starten met onderwijsbegeleiding. Ik vind het wel jammer dat ik me als persoon met een beperking steeds extra moet bewijzen en dat ik dan nog geconfronteerd word met vooroordelen.

Misschien biedt de VOP me in de toekomst nieuwe perspectieven. De VOP is een premie voor werkgevers die een persoon met een arbeidshandicap in dienst nemen. Het eerste jaar ontvangen zij een premie van 40% op het werkelijke loon, vanaf het tweede jaar is dit 30% en vanaf het vijfde jaar 20%. Het is de bedoeling de werkgever door middel van de VOP te compenseren voor het aanpassen van de functie, de ondersteuning van collega's en het aanpassen van de omgeving. Via deze subsidie wil de overheid werkgevers stimuleren om personen met een arbeidshandicap in dienst te nemen. Een meerwaarde voor mij is dat, in tegenstelling tot de CAO26 en de VIP, de VOP ook van toepassing zal zijn in het onderwijs.

Ik vrees echter dat een premie niet voldoende is om werkgevers te overtuigen. In eerste instantie is er een mentaliteitswijziging nodig. Werkgevers moeten ervan overtuigd raken dat mensen met een arbeidshandicap ook goeie werknemers zijn. Bovendien moeten ze bereid zijn zich wat flexibel op te stellen en samen met de werknemer te bekijken welke redelijke aanpassingen voor hem/haar nodig zijn. Volgens mij is het wel belangrijk dat zowel werkgever als werknemer een beroep kunnen doen op ondersteuning op de werkvloer. Mijn eigen ervaring leert mij dat het niet altijd evident is om, als je voor het eerst aan de slag gaat, meteen duidelijk aan te geven tegen welke beperkingen je zal aanlopen. Ook werkgevers voelen zich nog vaak onzeker bij het aanwerven van een persoon met een arbeidshandicap. Ze zijn hier niet mee vertrouwd en kunnen niet altijd inschatten wat een specifieke arbeidshandicap betekent op de werkvloer. Een absoluut pluspunt van de nieuwe VOP is dat ook personen met een arbeidshandicap die starten als zelfstandige er gebruik van kunnen maken. Ook hier zal, denk ik, enige ondersteuning bij het aanpassen van de werksituatie geen overbodige luxe zijn.

gelijke kansen