|
GRIP vzw | Koningsstraat 136 | tel 02 214 27 60 | fax 02 214 27 65 | info@gripvzw.be | www.gripvzw.be |
| n°17 : januari - februari 2007 | Nieuwsbrief GRIP - Printbare versie | |||||||||||||||||||||||||||||
Inhoud![]() |
|
|||||||||||||||||||||||||||||
Inleiding |
Beste lezers, 2007 heeft al twee maanden weggetikt. Ondanks de vele nog geboekte skivakanties, voelen heel wat dieren en misschien ook mensen de lente al kriebelen. De eksters starten hun jaarlijkse bouwplannen. Ze versleuren heel wat takjes en blaadjes om hun nieuwe nestjes in te richten. Ook voor GRIP is 2007 een belangrijk bouwjaar. Na heel wat vergaderingen, discussies, overlegrondes, voorbereidingen in 2006 en ervoor, zijn we klaar om met het nieuwe GRIP van start te gaan. Hoe dit allemaal in zijn werk zal gaan en voor welke uitdagingen we staan, kunnen jullie lezen in onze nieuwsbrieven. Helaas hebben wel begin dit jaar afscheid moeten nemen van Tom Deseyn. Hij verlaat het GRIP-nest. Ik wil Tom dan ook bedanken voor zijn inzet binnen Grip en wens hem heel veel succes in zijn nieuwe job. Ik hoop dat we hem nog vaak mogen ontmoeten binnen GRIP. Tom wordt vervangen door twee nieuwe medewerkers: Inge en Rob. Ik heet hen van harte welkom en hoop dat ze zich snel thuis zullen voelen binnen onze energieke organisatie. Graag wil ik van de gelegenheid gebruik maken om het personeel, alle vrijwilligers, maar ook de vele sympathisanten te bedanken voor hun inzet, steun en kritische blikken. Zonder jullie gedrevenheid zou GRIP nooit kunnen zijn, wat het nu is: “een dynamische, evoluerende organisatie”, die streeft naar gelijke rechten voor iedere persoon en dat vanuit een visie, waar we met zijn allen aan timmeren. Een dikke pluim voor jullie allen. Elke Willaert, |
|||||||||||||||||||||||||||||
Vers van de pers |
In het voorwoord van onze voorzitster werd al aangekondigd dat de staf van GRIP wijzigde. Collega Tom Deseyn trekt naar andere oorden. We verwelkomen nieuwe collega’s: Rob Sleurs en Inge Van Osselt (niet te verwarren met Inge Verhaegen, onze stafmedewerkster Sensibilisatie). We stellen de mensen die als beroepskracht voor GRIP werken graag eens voor. Je ontmoet hen op discussieavonden, de Open-GRIP-dag, beurzen, enz. Wie doet wat binnen de staf van GRIP?Meer informatie over de wijze van werken en organisatiestructuur van GRIP vind je op het onderdeel werking van onze site. Bij het onderdeel Medewerkers vind je contactgegevens en zelfs een foto van de beroepskrachten en voorzitster van GRIP. Wat houdt een bepaalde functie in?De stafmedewerkers coördineren de (activiteiten van) de thematische netwerken en rapporteren naar de inhoudelijke Stuurgroep. Ze leiden de vergaderingen van de netwerken en werkgroepen. Ze delen hun technische expertise horizontaal op verschillende zwaartepunten. De coördinator coördineert de algemene werking, de administratieve ondersteuning van de ganse organisatie en ondersteunt de bestuursorganen. Hij coacht zijn collega-stafmedewerkers. Zij/hij bewaakt het Beleidsplan, visie, jaarplanning en begroting en rapporteert naar de RvB. De coördinator leidt ook de vergaderingen van de Stuurgroep van GRIP. |
|||||||||||||||||||||||||||||
Dossiers |
Mensen die al samenwerkten met GRIP of zelfs deelnamen aan thematische werkgroepen weten dat GRIP vroeger in haar aanpak en organisatiestructuur een sterk onderscheid maakte tussen de beïnvloeding van het beleid (vb. met politieke actie, beleidsparticipatie en lobbywerk) enerzijds en anderzijds de beïnvloeding van de brede samenleving (vb. multimediacampagnes, cartoontentoonstelling, getuigen naar scholen,…). Op vlak van beleid werkten verschillende werkgroepen (vb. inclusief onderwijs, PGB, Werk,…). Bij Sensibilisatie deden we een beroep op actiecomités en een getuigennetwerk. Deze werkzaamheden werden gestuurd door een stuurgroep Beleid en een stuurgroep Sensibilisatie. Bij de goedkeuring van haar nieuwe Beleidsplan 2007 – 2009 maakte GRIP niet enkel inhoudelijke keuzes maar werd ook gekozen voor een meer flexibele structuur:
Algemene VergaderingDe Algemene Vergadering is het hoogste orgaan van een vereniging zonder winstoogmerk (vzw). De Algemene Vergadering komt minstens twee maal per jaar samen. Eén maal per jaar verlaten we Brussel en organiseren ergens in Vlaanderen onze open deurdag en open ledenvergadering. Hierop zijn alle medewerkers en sympathisanten van GRIP welkom en kunnen ze hun vragen en opmerkingen kwijt. De jaarlijkse planning van GRIP en het jaarverslag worden steeds formeel goedgekeurd door de Algemene Vergadering van de organisatie in maart. Raad van BestuurDe Raad van Bestuur bestaat uit mensen met een handicap en directe vertegenwoordigers met stemrecht, en uit raadgevers. De Raad van Bestuur vergadert één maal per twee maanden en wordt voorgezeten door Elke Willaert. StuurgroepDe Stuurgroep bepaalt, binnen de lijnen van ons Beleidsplan, de inhoudelijke werkzaamheden op vlak van beleid, en de initiatieven op vlak van sensibilisatie binnen de drie grote zwaartepunten van onze werking. Het beleid beïnvloeden doen we door in te spelen op de ontwikkelingen in het beleid van de Vlaamse en Federale overheid en de actualiteit. Door het aanreiken van alternatieven en nieuwe voorstellen, wil GRIP dit beleid voeden. Daarnaast werken we aan een juist en positief beeld over mensen met een handicap in de samenleving. Dit gebeurt aan de hand van campagnes, acties, voordrachten, reportages, artikels. In onze Stuurgroep zitten alle mensen die op inhoudelijke vlak binnen GRIP actief zijn. Hij vergadert drie maal per jaar. Netwerken en werkgroepenVoor de werkzaamheden op vlak van onze drie zwaartepunten Ervaringsdeskundigheid, Mensenrechten en Kwaliteit van leven doen we een beroep op tijdelijke netwerken die individuele gebruikers en andere experten met een bepaalde expertise samenbrengen. GRIP vertrekt vanuit de ervaringsdeskundigheid van mensen met een handicap en hun omgeving. Mensen met een handicap, hun familie, organisaties en andere experten buigen zich dan ook over verschillende thema's. Voor de organisatie van bepaalde initiatieven en campagnes kunnen er tijdelijke en beperkte werkgroepen worden opgezet.
|
|||||||||||||||||||||||||||||
Dossiers |
Na een evaluatie van het structureel project werd er beslist het project uit te breiden met een nieuw luik “informatieverschaffing, sensibilisatie en vorming van de andere actoren binnen het Evenredige Arbeidsdeelname & Diversiteit (EAD) - veld”. Dit vanuit de vaststelling dat deze actoren (diversiteitsconsulenten, consulenten van Jobkanaal, projectontwikkelaars, …) de specifieke kennis over het tewerkstellen van mensen met een arbeidshandicap vandaag te weinig in de vingers hebben. Het richt zich ook enkel naar deze groep (dus niet naar individuele werkgevers of werknemers met een arbeidshandicap).
Het steunpunt heeft drie opdrachten: informatieverschaffing, sensibilisatie en vorming. Het eerstkomende jaar zal de focus liggen op informatieverschaffing. Zo zal er bijvoorbeeld een helpdesk opgericht worden. GRIP bouwt zelf dit steunpunt handicap & arbeid niet uit, maar besteedt dit uit aan Jong KVG De Werkbank. Het steunpunt en het gebruikersoverleg handicap & arbeid hebben een kersverse gezamenlijke website: www.handicapenarbeid.be. De informatie over het gebruikersoverleg vind je dan ook binnenkort niet meer op onze GRIP-website maar op de nieuwe website. |
|||||||||||||||||||||||||||||
Dossiers |
GRIP besliste vanaf 1 januari 2007 op een andere manier te werken. Langlopende werkgroepen behoren vanaf nu tot het verleden. We proberen op de sleutelpunten van onze zwaartepunten meer het beleid aan te zetten om zaken op te nemen of te wijzigen, in plaats van dat we alle lopende beleid op verschillende levensdomeinen willen volgen en standpunt innemen. En GRIP focust haar werking rond 3 zwaartepunten: mensenrechten, kwaliteit van leven en ervaringsdeskundigheid. Een concreet gevolg van deze veranderingen is dat GRIP op een andere manier verder werkt op vlak van onderwijs en de ondersteuning van de werkgroep inclusief onderwijs van GRIP stopt. Deze werkgroep startte in 2001 en was de afgelopen jaren erg actief. Er kwam een gemeenschappelijk beleidsvoorstel dat door meer dan 30 organisaties van mensen met een handicap ondertekend werd. De werkgroep volgde actief het beleid op en nam deel aan de discussie van maatwerk in samenspraak en de voorbereidingen van het symposium in 2004. Er waren contacten met het kabinet en het departement onderwijs en in mei 2005 organiseerde de werkgroep een werkbezoek van de minister van onderwijs, Frank Vandenbroucke, aan 2 scholen. Als het nodig was om actie te voeren dan werd dit ook gedaan. In 2003 was er een actie op 1 september. Wie herinnert zich niet het beeld van die leerling die via een liftkraan haar klas op de 3de verdieping moest bereiken? En ook een honderdtal scholen kregen die dag een “inclusiepluim”. Een paar maanden later was er een actie aan het departement onderwijs. Er werden meer dan 1000 rondjes gedraaid om het getalm van de overheid aan te klagen. Omdat er nog steeds druk op de ketel nodig is voor de realisatie van inclusief onderwijs krijgt de werkgroep een opvolger. PRIO staat voor Platform Recht op Inclusief Onderwijs. In dit platform bundelen enkele verenigingen hun krachten om het recht op inclusief onderwijs te realiseren. GRIP maakt geen deel uit van PRIO maar juicht het initiatief wel toe. Xavier Van Dessel is de voorzitter van dit nieuwe platform. PRIO laat voor het eerst van zich horen op de wake die ze organiseren op 7 maart. Door een optocht van het Departement Onderwijs naar het Vlaams Parlement wil PRIO zijn bezorgdheid uiten over de hervorming van het leerzorgkader. Alle info over deze wake vind je bij de weetjes verder in deze nieuwsbrief. Contact nemen met PRIO kan via x.van_dessel@ieee.org |
|||||||||||||||||||||||||||||
Dossiers![]() |
Om daar achter te komen brachten we mensen samen uit verschillende organisaties: het VGPH, Blindenzorg Licht en Liefde, GRIP, VVA en VFG. We organiseerden 2 discussieavonden. Insteek voor de discussie was een tekst over wat een “ervaringsdeskundige in de armoede” is. Tijdens een tweede discussieavond probeerden we een eigen definitie te maken van wat een “ervaringsdeskundige in handicap” is. Om met de deur in huis te vallen, volgende definitie kreeg het meeste bijval: “Een ervaringsdeskundige is iemand met een handicap wiens autoriteit op een bepaald gebied niet stoelt op beroepsmatig verworven kennis, maar op de eigen ervaring.” Deze definitie vonden we terug in een woordenboek en kende het meeste bijval. Dit is een erg brede definitie. Niemand met een handicap wordt uitgesloten. Het is wel een voorwaarde dat je zelf een handicap hebt. Enkel wie een handicap heeft, ondervindt elke dag aan den lijve wat dat is. Als je zelf een handicap hebt, dan heb je recht van spreken. “Nothing about us without us” is een slogan van mensen met een handicap in Engeland. Het wil zeggen dat niets over mensen met een handicap beslist mag worden zonder dat ze daar zelf bij betrokken worden. Want door hun unieke ervaring hebben mensen met een handicap recht van spreken. Politici verlenen hun autoriteit doordat ze verkozen zijn, wetenschappers door hun diploma en onderzoek, vakbonden door hun achterban. De autoriteit van mensen met een handicap stoelt op hun ervaring. Maar als er belangrijke beslissingen genomen worden over de ondersteuning van mensen met een handicap dan gebeurt dit dikwijls zonder hen daar zelf bij te betrekken. Het gebeurt nog te vaak in een overleg tussen overheid, academici en sociale partners. Mensen met een handicap lijken onvoldoende recht van spreken te krijgen. Het is nodig dat ervaringsdeskundigheid erkend wordt. Het moet meetellen, net als wetenschappelijke kennis en politieke macht. Enkel de ervaring teltIn de armoedesector begint men dit te leren. Meer en meer wordt er naar de armen zelf geluisterd. Sommigen maakten er zelf hun beroep van om hulpverleners of beleidsmakers te adviseren. Zij volgden hiervoor de opleiding tot “ervaringsdeskundige in de armoede” en haalden hiervoor een diploma. Van hen wordt verwacht dat ze hun eigen situatie verwerkt hebben, dat ze een inzicht hebben in het hoe en waarom van armoede en ook dat ze sterk genoeg zijn om anderen te woord te staan en te helpen vanuit hun eigen ervaringsdeskundigheid. Belangenorganisaties van mensen met een handicap vragen zich echter af of we voor wie zich “ervaringsdeskundige in handicap” mag noemen ook voorwaarden moeten opleggen? Het nadeel hiervan is dat de kans groot is dat je mensen uitsluit. En kan je wel van iemand vragen dat hij zijn handicap “verwerkt” heeft? Dit ligt erg gevoelig. Met een handicap leef je elke dag en soms heb je het daar lastiger mee. Het vraagt tijd om je handicap een plaats te geven in je leven. En iedereen heeft wel eens een moeilijke periode. Als je bijvoorbeeld plots geconfronteerd wordt met een hindernis of een pijnlijke reactie, dan kan het zijn dat je daar zeer emotioneel op reageert. Dit kan betekenen dat de handicap nog niet verwerkt is. Maar het hoeft geen slechte zaak te zijn dat je het soms nog emotioneel lastig hebt met je handicap. Want vanuit die emoties kun je net ook de kracht halen om anderen iets bij te brengen of om iets te willen veranderen. Iedereen zijn ervaring teltAls een voorwaarde zou zijn dat je ook in staat moet zijn om niet enkel rekening te houden met je eigen situatie, dan sluiten we mensen uit. Want voor wie zeer zwaar in de problemen zit of voor mensen met een diep verstandelijke handicap is het niet eenvoudig en soms zelf niet mogelijk om behalve hun eigen situatie nog oog te hebben voor anderen hun ervaringen. Een vraag die vaak opduikt is hoe je kunt leren van de ervaringen van mensen met een zeer ernstige verstandelijke handicap. Vaak hebben zij het moeilijk om te communiceren. Een tolk kan voor hen de oplossing zijn. Net zoals een gebarentolk is dit iemand die vertaalt wat de persoon wil zeggen. Ook mensen met een ernstige verstandelijke handicap hebben iets te zeggen over hun eigen situatie. Het vraagt van de tolk wel speciale methodieken, veel geduld en een goede band met de persoon zelf om goed te kunnen tolken. Dit betekent dat ouders vaak geprivilegieerde tolken zijn omdat ze hun kind zien opgroeien en het meest meemaken. Het is echter niet de bedoeling dat tolken “in de plaats” van iemand praten, ze moeten proberen te weten komen wat iemand zelf denkt en dit dan letterlijk vertalen. Dat is geen gemakkelijke opdracht, maar wel nodig als we ook willen leren van de ervaring van mensen met een ernstige verstandelijke handicap. Een stapje verderWe stellen dus dat elke persoon met een handicap ervaringsdeskundige is. Vanuit de kracht van de eigen ervaring kunnen zij een meerwaarde betekenen voor de samenleving. Sommige mensen met een handicap kiezen ervoor hun ervaring in te zetten voor anderen. Zij gaan bijvoorbeeld getuigen over hun verhaal op scholen of voor groepen. Andere mensen met een handicap gaan aan de slag bij een adviesbureau of een vereniging waar ze andere mensen met een gelijklopende handicap of situatie advies geven over bijvoorbeeld schoolkeuze, hulpmiddelen, vrije tijdsbesteding, … Er zijn ook mensen met een handicap die via hun job hun ervaringsdeskundigheid inzetten. Een voorbeeld zijn mensen die zelf gebruik maken van een rolstoel en werken als ruimtelijk planner gespecialiseerd in toegankelijkheid. Om duidelijk te maken dat er een verschil is tussen ervaringsdeskundigen en mensen die hun ervaring inzetten voor een maatschappelijk doel, kan voor dat laatste een ander woord gebruikt worden. Het voorstel is om hier te spreken over een “ervaringsvertegenwoordiger”. Dat is een ervaringsdeskundige die bijkomend over kennis en vaardigheden beschikt om zijn eigen ervaringen, en die van andere personen met een handicap, te vertegenwoordigen. Als je wil getuigen voor een groep is het goed dat je leert praten voor een groep. Als je andere mensen helpt via telefonisch contact dan is het goed dat je leert luisteren en over de juiste informatie beschikt om hen te helpen of door te verwijzen. Wil je als ervaringsvertegenwoordiger aan de slag op de studiedienst van het Vlaams Fonds of VAPH dan zul je ook over het gevraagde diploma moeten beschikken. Sinds kort wordt bij vacatures niet enkel naar het diploma gekeken maar ook naar elders verworven competenties. Dit zijn vaardigheden of kennis die je elders opdeed dan op de schoolbanken. Stel je voor dat je een man bent van 45 jaar die al 20 jaar het werk van een sociaal assistent doet zonder over het juiste diploma te beschikken. Wel, door de nieuwe wet Elders Verworven Competenties, kun je die ervaring van 20 jaar vanaf nu laten meetellen. De erkenning van elders verworven competenties maakt het mogelijk om de ervaringen van ervaringsdeskundigen in handicap ook mee te laten tellen voor het beoordelen van een sollicitatie. Mensen met een handicap zijn vaak minder hoog opgeleid dan mensen zonder handicap, maar kunnen relevante kennis en vaardigheden verworven hebben door hun eigen ervaringen. Het is dus een goede zaak dat de elders verworven competenties erkend worden. ConclusieWe kunnen besluiten met te stellen dat ervaringen van mensen belangrijk zijn. Gelukkig begint de samenleving dit meer en meer in te zien. Dat bewijzen de voorbeelden van de Elders Verworven Competenties en de ervaringsdeskundigen in de armoede. Te vaak worden de ervaringen van mensen met een handicap zélf nog niet meegenomen als men beslissingen neemt over mensen met een handicap, als er les gegeven wordt over handicap of als er onderzoek gedaan wordt. Hopelijk verandert dit in de toekomst en worden mensen met een handicap erkend als ervaringsdeskundige. Dit betekent dat ze vanuit hun eigen ervaring recht van spreken krijgen. Ervaringsdeskundigheid en mensen met een verstandelijke handicapAls je een definitie maakt van wie een ervaringsdeskundige is en wie niet, dan sluit je mensen uit. Hoe voorkomen we dat we mensen met een verstandelijke handicap uitsluiten? We vroegen het aan Didier Peleman, medewerker van Onze Nieuwe Toekomst. ( een beweging ven mensen met een verstandelijke handicap) “ Inspraak is belangrijk. Dit betekent dat er ook naar mensen met een verstandelijke handicap geluisterd moet worden. Wie zelf een handicap heeft weet wat het is om een handicap te hebben. We hebben een eigen verhaal waar naar geluisterd moet worden. Zelf ga ik naar de bewonersraad van waar ik woon. Ze hebben me ook verkozen voor de gebruikersraad van de broeders van liefde. Ik ben daar niet de enige met een handicap. De directie praat er met ouders en met gebruikers. Ik krijg hulp van een coach. Die helpt me niet op voorhand maar op het moment zelf. Op voorhand neem ik zelf de agenda door en zet ik mijn puntjes op een rij. Tijdens de vergadering helpt de coach me als ik iets niet goed kan uitleggen.” Meer informatieVolledig hoofdstuk over de ervaringsdeskundige uit het recente boek “Ervaringsdeskundige in armoede en sociale uitsluiting, een inleiding tot de methodiek” geschreven door Frans Spiesschaert.
|
|||||||||||||||||||||||||||||
Dossiers |
Intussen lanceerde de Europese Commissie dit themajaar dat, net zoals het Europees Jaar van de Persoon met een Handicap (2003), zal mikken op bewustmaking. In de verschillende lidstaten werd (zoals in het vorige Europees Jaar) een nationaal coördinatieorgaan opgericht waarin vertegenwoordigers van de regering, sociale partners, doelgroepen en andere segmenten van het maatschappelijk middenveld zitting hebben. Dat is in België het Centrum voor Gelijkheid van Kansen en Racismebestrijding. Ze zijn verantwoordelijk voor de coördinatie, overkoepelende initiatieven, verdeling subsidies,… enz. Wat doet GRIP?GRIP grijpt het Gelijke Kansen-jaar 2007 aan als een themajaar voor haar werking. We plannen zo heel wat initiatieven in het kader van ons zwaartepunt Mensenrechten. Eén van de meest in het oog springende is natuurlijk de gezamenlijke multimediacampagne met 29 andere gebruikersorganisaties van mensen met een handicap of chronische ziekte. Elke Nieuwsbrief wordt de aandacht gericht op het (beleid voor) gelijke kansen en antidiscriminatie. Meer informatie: |
|||||||||||||||||||||||||||||
Dossiers |
Het European Disability Forum (EDF), de Europese koepel van gebruikersorganisaties van personen met een handicap, streeft naar een handicap-specifieke richtlijn. Wat betekent dat? Onze Belgische Antidiscriminatiewet (ADW) is een uitvoering van de Europese Richtlijn 2000/78/EC van 27 november 2000 tot instelling van een algemeen kader voor gelijke behandeling in arbeid en beroep. Ze verbiedt discriminatie, onder andere van personen met een handicap, en garandeert redelijke aanpassingen, op vlak van arbeid. De verschillende Europese lidstaten zouden deze Richtlijn intussen hebben moeten ingevoerd. In België wordt noodgedwongen opnieuw gesleuteld aan de bestaande wet (zie vorige Nieuwsbrief). Maar deze bescherming beslaat dus enkel het beleidsdomein Werk. Het EDF pleit voor een alomvattende Europese Richtlijn voor gelijke behandeling van personen met een handicap. Ze moet, net zoals de Richtlijn 200/78 (en de ADW), directe en indirecte discriminatie, pesten en het niet voorzien in redelijke aanpassingen verbieden. Maar het werkingsterrein van de Richtlijn zou veel breder moeten zijn: sociale bescherming en sociale zekerheid, gezondheidszorg, welzijn, sociale voordelen, onderwijs, toegang tot goederen en diensten, toegankelijkheid van openbare gebouwen, transport, informatie en communicatie, beeldvorming over personen met een handicap in de media, enz. Men pleit ook voor krachtige controlemechanismen op de uitvoering van de Richtlijn. Er zijn heel wat argumenten te bedenken tegen een dergelijke Richtlijn. We overlopen en beantwoorden ze. Waarom moet er een Richtlijn komen die specifiek mikt op gelijke behandeling van mensen met een handicap? Zij zijn toch mensen zoals iedereen, waarom is een algemene regelgeving dan niet voldoende?Het antwoord op deze vraag is dezelfde als deze met betrekking tot het nieuwe én specifieke VN-verdrag voor gelijke rechten van personen met een handicap: Ja, die algemene regelgeving volstaat principieel wel maar in de praktijk kan de rechtsbescherming veel beter. Mensenrechten zijn universeel en dienen te gelden voor elke burger. Ongeacht of zij/hij nu al dan niet tot een bepaalde minderheids- of achtergestelde groep behoort. Maar heel wat oorzaken van achterstelling en discriminatie zijn wel specifiek aan een bepaalde groep. Daarom maakte onze eigen overheid en de Europese Unie in het verleden al een onderscheid en een specifieke regelgeving voor bevolkingsgroepen als vrouwen (vb. Europese richtlijn 2004/113 voor de gelijke behandeling tussen vrouwen en mannen op vlak van dienstverlening), mensen van een andere etnisch-culturele minderheid (vb. de Richtlijn 2000/43/EC van 29 juni 2000 houdende toepassing van het beginsel van gelijke behandeling van personen ongeacht ras of etnische afstamming), enz. In het geval van mensen met een beperking is het niet voldoende voor een staat om directe discriminatie (vb. iemand met een handicap wordt omwille van haar/zijn beperking de toegang tot een restaurant of discotheek geweigerd) te bestrijden. Want in onze West-Europese landen is het vooral de indirecte discriminatie (vb. onvoorziene negatieve gevolgen van wetgeving) die mensen met een handicap achterstelt. In zijn verslag "Human Rights and Disabled Persons" vermeldt de speciale rapporteur van de hoge VN-commissie voor de mensenrechten:In de meeste landen nemen de schendingen van de mensenrechten van personen met een handicap de vorm aan van onbewuste discriminatie, met inbegrip van het opwerpen en onderhouden van door de mens gemaakte hinderpalen die personen met een handicap verhinderen volledig te participeren in het sociale, economische en politieke leven van hun gemeenschap. De meeste regeringen hebben blijkbaar een eng concept van de mensenrechten van personen met een handicap en gaan ervan uit dat het volstaat geen maatregelen te nemen die voor die mensen negatieve gevolgen hebben. Bijgevolg worden personen met een handicap verwaarloosd wat het mensenrechtenbeleid en de mensenrechtenwetgeving betreft. Het gaat in het geval van mensen met een functiebeperking veel minder om de bestrijding van ongelijke behandeling in een gelijke situatie (vb. twee sollicitanten scoren even goed maar de persoon met de handicap wordt om die reden geweigerd) maar om de nadelen van de GELIJKE behandeling in een ONGELIJKE situatie. Mensen met een handicap hebben om ‘evenwaardig te kunnen participeren’ aan alle domeinen van het leven nood aan voldoende ondersteuning (vb. assistentie en hulpmiddelen), redelijke aanpassingen (vb. een toegankelijke omgeving, aangepast openbaar vervoer, flexibele werkuren) en aan de juiste ingesteldheid (in plaats van vooroordelen, betuttelende mentaliteit). Wanneer het hier aan ontbreekt (en dat is nog heel veel het geval, denk alleen al aan de ontoegankelijkheid van onze openbare weg en gebouwen) hebben ze wel het formele ‘recht’ maar zeker geen gelijke kansen. Wat ook als een knelpunt wordt ervaren is het gebrek aan zichtbaarheid en herkenbaarheid van mensen met een handicap. Heel wat beperkingen zijn niet op het eerste zicht herkenbaar. Wat de ene persoon als een beperking aanvaardt is ook verschillend aan de andere en niet iedereen wil zich bijvoorbeeld profileren als een persoon met een functiebeperking…. Op een hoger niveau is er het overheidsbeleid dat voor mensen met een handicap nog steeds een verzorgende in plaats van een inclusieve invalshoek heeft. Er zijn er wel veel cijfers op vlak van welzijns -en categoriaal beleid (vb. gebruik van hulpmiddelen, beroep doen op zorginstellingen, leerlingencijfers in het buitengewoon onderwijs, aantal werknemers van beschutte werkplaatsen) maar amper gegevens over de participatie van personen met een handicap aan de reguliere samenleving. Gelijke kansen en sociale inclusie kunnen dus amper worden gemeten… waardoor een ganse bevolkingsgroep onzichtbaar wordt. Een laatste argument is het gevaar voor verdringing. Een aandachtspunt bij het streven naar inclusief beleid, waarbij overheidsbeleid op alle domeinen automatisch rekening houdt met de noden en situatie van kansengroepen, is dat het overzichtsplaatje daardoor grijzer wordt. Er blijven immers specifieke verschillen tussen verschillende kansengroepen en redenen voor achterstelling. Die zijn bijvoorbeeld volledig anders tussen allochtonen en personen met een handicap. De oplossingen zijn dus ook in grote mate anders. Er is bovendien het gevaar dat we gaan veralgemenen. We kunnen het slechts beperkt hebben over ‘de persoon met een handicap’… want deze kansengroep zelf is al zo verscheiden. Waarom is er nog een dergelijke richtlijn nodig? Er is nu toch het specifieke VN-verdrag?GRIP gaf in haar artikelen over het VN-verdrag al aan dat de afdwingbaarheid, controle en klachtenmogelijkheid van het nieuwe Verdrag veel beter is dan de vroegere VN-Standaardregels voor gelijke kansen van personen met een handicap. Maar veel blijft afhangen van de invoering door de nationale staten (en gewesten en gemeenschappen) in hun eigen wetgeving. De klachtenprocedure naar de Verenigde Naties is bovendien ingewikkeld en langdradig. Mogelijk verandert na een lange procedure een uitspraak over een individuele klacht iets voor een groep mensen met een handicap maar wellicht niets voor het individuele oorspronkelijke slachtoffer. Het is anders in het geval van Europese Richtlijnen. Deze geven aan de EU-lidstaten een kader maar ook doelstellingen die binnen een bepaalde vastgelegde periode dienen te worden omgezet in de nationale wetgeving. Hierdoor worden rechten gecreëerd die door individuen kunnen worden afgedwongen. Gebeurt dit niet dan kunnen lidstaten vervolgd worden door het Europees Hof van Justitie. Wanneer lidstaten traag zijn om deze richtlijnen in te voeren (en daarin is België een slechte leerling!) kunnen individuen de richtlijnen toch al aangrijpen in rechtszaken voor Belgische rechtbanken. En volgens het EDF is net het feit dat het VN-verdrag er is meer reden om ook een specifieke richtlijn te hebben. Het zou alvast een eerste uitwerking van het VN-verdrag zijn op EU-niveau. Waarom moet dat allemaal op internationaal niveau worden bekokstoofd? Waarom volstaat onze eigen Vlaamse en Belgische regelgeving niet?GRIP stelt vast dat de meest vernieuwende principes op vlak van zorg, inclusie, beleidsvoering en antidiscriminatie telkens weer van het Europese en nu zelfs mondiaal niveau binnenwaaien in Vlaanderen. Het denken over handicap, het gevoerde beleid voor gelijke kansen en de organisatie van zorg en ondersteuning blijft in Vlaanderen zeer gekleurd door een zorgdenken en het zogenaamde medisch model. In die mate dat vernieuwende principes (na enige tijd) wel worden herkend en erkend door gebruikersorganisaties maar dat dit helemaal niet (snel) leidt tot structurele wijzigingen in het overheidsbeleid of een voet aan de grond krijgen van een sociaal of zelfs cultureel model in het kijken naar handicap. Ofte… zonder die internationale bewegingen was er nu wellicht (nog) geen PAB, PGB, antidiscriminatiewet, inclusiedenken of gelijke kansenbeleid voor mensen met een handicap. Het EDF is op zoek naar 1 miljoen handtekeningen!
Tot vandaag verzamelden ze er ongeveer 13.500… dus tussen nu en 4 oktober is er nog werk! Dan wil men immers het resultaat overhandigen aan José Manuel Barroso, de voorzitter van de Europese Commissie, de voorzitter van Europees parlement Hans-Gert Poettering en het Portugees voorzitterschap van de Europese Unie. Met deze petitie wil men, tegen de achtergrond van het Europees Jaar voor Gelijke Kansen en het nieuwe VN-verdrag, pleiten voor een krachtiger Europees beleid voor mensen met een handicap en de handicap-specifieke richtlijn. De campagne wordt gesteund door een aantal vooraanstaande europarlementairen. Dus… verspreid de petitie en het campagnemateriaal, en zet zelf je handtekening. Dit kan ook op de website van de campagne (zie onderaan)! Wat vindt en doet GRIP?GRIP steunt het streven van het EDF naar een handicap-specifieke richtlijn en geeft er beperkt ruchtbaarheid aan. We onderschrijven ook de campagne en verspreiden de petitie. Omdat GRIP niet actief is op internationaal niveau gaan we hierin echter niet verder. Meer informatieDe campagne van het EDF:Teksten en voorstel van het EDF m.b.t. de handicap-specifieke richtlijn:Bijkomende informatie over (Europese en internationale) antidiscriminatie: |
|||||||||||||||||||||||||||||
Dossiers |
In november van vorig jaar maakte de VRT bekend dat er een Dove man zou meedoen aan het spelprogramma “één jaar gratis” van de zender één. Het ging over Pascal Giovannardi. Pascal eindigt bij de laatste 8 kandidaten, maar moet op 20 januari tijdens de vuurproef het onderspit delven. Hij wordt naar huis gestuurd met een warm “gebarentaalapplaus” en maakt bij de kijkers, medekandidaten en programmamakers een positieve, innemende indruk. Zijn deelname ging niet onopgemerkt voorbij en daarom vonden we het de hoogste tijd om zelf eens kennis te maken met Pascal. Wie is Pascal Giovannardi?
Interview:Hoe ben je erbij gekomen om je in te schrijven voor “één jaar gratis”? Ik kreeg via via een mail te lezen dat VRT op zoek was naar een Dove kandidaat voor “één jaar gratis”. Aangezien ik het programma ken en soms volgde in het verleden heb ik me meteen ingeschreven. Met welke motivatie schreef jij je in? Met de grootste motivatie die ik ooit had gekend. Ik was zo enthousiast en hoopte echt dat ik geselecteerd zou worden wat ook het geval was. En ik was enorm blij dat ik meegedaan heb. Het was een onbetaalbare en fantastische ervaring. Vind je het goed dat de VRT actief op zoek gaat naar allochtonen of mensen met een handicap om deel te nemen aan hun programma’s? Maar natuurlijk, we zijn ook maar mensen en VRT doet er goed aan om actief op zoek te gaan naar allochtonen of mensen met een handicap. Daardoor leren ze ook wat bij. Ken je de oproep van GRIP aan mensen met een beperking om zich in te schrijven voor televisieprogramma’s allerhande? Euh, nee eerlijk gezegd niet … Ik zal voortaan eens wat meer op de website van GRIP surfen. Wat vind je van die oproep? Heel goed, zeer belangrijk voor de toekomst en de samenleving. Denk je dat je deelname iets veranderd heeft aan de beeldvorming die er heerst over Dove mensen? Absoluut, “één jaar gratis” haalt bij elke aflevering rondom de 800.000 tot 1.100.000 kijkers. En dan te bedenken dat er ongeveer 6 miljoen mensen in Vlaanderen wonen. De mensen hebben kunnen zien dat een Dove perfect heeft kunnen meespelen in zo’n tv programma. Er waren geen problemen en het programma werd absoluut niet vertraagd. Er is eigenlijk helemaal geen probleem geweest. De mensen van de VRT hebben het perfect opgelost door de Tolk Vlaamse Gebarentaal gewoon naast Herman te zetten. Dat de tolk af en toe ook in beeld kwam was ook heel belangrijk voor de tolkenwereld. De mensen weten nu dat Doven perfect kunnen meespelen door de aanwezigheid van een tolk. Wat de beeldvorming betreft hoop ik inderdaad dat het sterk gaat veranderen door mijn deelname… maar pas op, laten we niet te vroeg victorie gaan kraaien. De erkenning van Vlaamse Gebarentaal (VGT) vorig jaar was al een enorme stap vooruit en dan besliste de VRT om een Dove mee te laten spelen in een van z’n favoriete programma’s. Het kon niet beter. Ook de aandacht van de pers voor mijn deelname, zorgde er ook voor dat ik wat informatie kon geven aan Vlaanderen. Eigenlijk een soort van sensibilisatie: mensen bewust maken wat het betekent om Doof te zijn. Bijvoorbeeld dat de Doven een eigen cultuur, eigen taal, eigen gemeenschap hebben en zeker niet dom zijn. Waarom denk je zelf dat er zo weinig mensen met een handicap te zien zijn in programma’s als “één jaar gratis”? Weet ik niet, misschien omdat ze niet weten hoe zoiets goed en op de juiste manier aangepakt dient te worden… hopelijk is dat na mijn deelname veranderd. Wat zou de media daaraan kunnen doen? Een voorbeeld aan de VRT nemen ;-) Wat zouden wij daaraan kunnen doen? Misschien kunnen jullie in de toekomst zelf met de productieploeg van een tv-programma contact opnemen. Op die manier kunnen jullie rechtstreeks bespreken hoe mensen met een handicap eventueel kunnen meedoen aan dat programma. Kan je kort uitleggen voor de lezers die het programma niet kennen hoe één jaar gratis in zijn werk gaat? Eén jaar gratis is een spelprogramma op televisie met zestien deelnemers. Er zijn drie desks naast elkaar, A, B en C. A is geel, B blauw, en C rood. Rood is de deelnemer met de laagste score, één erboven is blauw en dan geel. Er staan drie mensen vooraan, één op elke desk. Wanneer de quizmaster iets vraagt, kijken die mensen gewoon naar voor, zonder al te antwoorden. Achter hen staan nog 13 mensen, en die moeten kiezen achter wie zij gaan staan. Als ze denken dat bijvoorbeeld A het antwoord zeker weet, gaan ze achter A staan, enzovoort. Er staan dus bijna altijd enkele mensen achter die eerste persoon op de rij (die persoon weet zelf niet of en hoeveel mensen er staan). Als je juist antwoordt, krijg je 100 punten. Maar het hangt er vanaf hoeveel mensen je nog achter je hebt. Als je bijvoorbeeld nog drie mensen achter je hebt, wordt alles verdeeld, en krijgt iedereen 25 punten. Als je niemand achter je hebt, en je antwoordt juist, dan krijg je de volle 100 punten. Die punten zijn belangrijk om weg te raken van die gele, blauwe en rode desks, het is niet goed om daar steeds vooraan te staan. Als je veel punten hebt, kan je naar het klassement. Als je in dat klassement hoog staat, hoef je niet naar voor om te antwoorden. Enkel de laatste drie moeten antwoorden. Mensenkennis is ook belangrijk in het spel. Als je bijvoorbeeld weet dat er een man is die veel van voetbal kent, en een vrouw die veel afweet van koken, en er is bijvoorbeeld een vraag over koken, dan weet je dat je best achter die vrouw gaat staan om punten te verzamelen. Moesten de makers van het programma veel aanpassingen doen om jou te laten deelnemen? Nee, geen enkele aanpassing werd gedaan… Behalve dat de tolk naast Herman ging staan. Er was ook een tolk voorzien voor achter de schermen (de backstage). Hebben ze daarvoor je advies gevraagd? Ja, bij de selecties hebben ze enkele dingen bevraagd wat het beste zou zijn… en ik heb hen uitleg gegeven samen met de tolk, dat hebben ze uitstekend aangepakt. Chapeau! Heeft je doof zijn ook voordelen bij het programma? Euh, misschien wel maar veel kunnen het er niet zijn. Misschien dat ik me beter kan concentreren op de vragen omdat ik geen achtergrondgeluiden hoor… maar verder zie ik niet veel voordelen. Wat was het spannendste moment in je deelname? Toen ik de vuurproef moest afleggen tegen Tom in aflevering 6, geloof ik. Hij is een vriend geworden en ik vond het erg dat hij van me verloren had. Wat was het mooiste moment aan je deelname? Alle afleveringen die ik heb kunnen meemaken zijn even mooi en het belangrijkste is dat ik er nieuwe vrienden heb aan overgehouden. Ik heb nu nog steeds contact met enkelen onder hen. Zoiets is toch prachtig! Heb je je algemene kennis bijgeschaafd om mee te doen? Nee, ik ben gewoon als mezelf naar de studio getrokken :-) Hoe verliepen de contacten met je medespelers en de presentatoren? Op zich is dat nooit een probleem geweest. Ik had altijd 2 tolken VGT bij mij en kon met iedereen babbelen. In het begin ging dat misschien een beetje langzaam, maar zeker na het kennismakingsweekend in Leuven werd er een turbo-injectie ingespoten en waren we vertrokken . Je eindigde als 8ste. Wat zou je hebben gedaan indien je toch gewonnen had? Indien ik gewonnen had, ging ik zeker eerst een weekje of twee op vakantie ergens in een tropisch oord samen met mijn vriendin Mariska. De rest van het geld zou ik in een huisje investeren. Jammer dat het niet gelukt is … Maar daar treur ik niet om. Het belangrijkste is dat ik meegedaan heb, gestreden en met trots gesneuveld. Doven, vrienden, families en mensen met een handicap zijn trots op me. Ik heb zelfs veel complimenten gekregen via sms, e-mails, kaartjes … Is je deelname aan een televisieprogramma voor herhaling vatbaar? HEEL ZEKER! Ik hoop vooral dat het taboe rondom het vragen van mensen met een beperking verbroken is. Nu kijk ik gewoon uit naar het volgende (welk???) programma dat een persoon met een handicap durft uit te nodigen. Waarom zou je andere mensen met een handicap aanraden om zich ook voor programma’s in te schrijven? Wie niet waagt niet wint. En voor de anderen… schaam je niet dat je een handicap hebt. Laat ze ongelijk hebben en bewijs dat je meer in je mars hebt dan ze denken. Welke tip zou je de VRT nog willen meegeven voor de toekomst wanneer het gaat om diversiteit in beeld brengen? Neem eerst contact op met een organisatie (bvb. Fevlado, GRIP, Helen Keller-Club, ...) hoe je dit allemaal best aanpakt! Informatie verzamelen, bespreken of er aanpassingen noodzakelijk zijn, ... Laten we afsluiten met een compliment. Welk compliment zou je de VRT willen geven? De VRT heeft een grote stap in het onbekende durven zetten en heeft het allemaal echt professioneel aangepakt. Mijn complimenten daarvoor! Op de website van Fevlado vind je aansluitend op dit interview nog een filmpje met een aantal korte reacties van Pascal zelf, maar ook van Herman Van Molle en Katja Retsin (presentatoren), Wendel Goossens (producer), en Victor, Liselot, Danny, Leona, Bart, Els en Paul (medekandidaten van Pascal). Kriebelt het na het lezen van dit interview om zelf ook eens actief mee te doen aan een programma of gewoon in het publiek te zitten en een opname bij te wonen? Neem dan een kijkje op het overzicht van programma’s op onze website waarvoor je je momenteel kan inschrijven. |
|||||||||||||||||||||||||||||
Dossiers |
Ook mensen met een handicap zoeken een goede job of een leuk huis, willen graag de meest voordelige telefoonaansluiting, een degelijke wasmachine, … Ook mensen met een handicap hebben informatie nodig over verschillende energiemaatschappijen en hoe deze hun aanbod aan de man/vrouw brengen. Wanneer men onderzoekt hoeveel producten van een bepaald merk voldoen aan de veiligheidsnormen, is die informatie natuurlijk ook voor mensen met een handicap nuttig. Maar mensen met een handicap ondervinden vaak nog andere problemen in het dagdagelijkse leven. Ook consumentenorganisatie Test-Aankoop besefte dit toen ze bij een evaluatie van openbare diensten stuitte op onder meer de ontoegankelijkheid van gebouwen. Het besef dat de samenleving op alle vlakken niet aangepast is aan de eigenheid van personen met een handicap, leidde tot een speciale aandacht voor de bruikbaarheid voor mensen met een motorische handicap bij tests van bijvoorbeeld huishoudtoestellen. Niet alleen ging Test-Aankoop in een aantal onderzoeken meer kijken naar de kwaliteit van producten en diensten voor mensen met een handicap, zij vonden het thema zo belangrijk dat zij een apart onderzoek organiseerden. Hun doel was te kijken welke extra hindernissen personen met een handicap moeten nemen vanwege de onaangepastheid van de samenleving. Zij stelden hiervoor een enquête op die in de zomer van vorig jaar werd ingevuld door niet minder dan 2500 Belgen met een fysieke handicap. Het resultaat: een zeer toegankelijk artikel in de laatste editie van het tijdschrift “Budget en Recht” met een overzicht van nieuwe gegevens over de barrières voor deelname aan de samenleving. Het is hoopvol dat ook organisaties met een brede maatschappelijke achterban zoals Test-Aankoop meer aandacht aan de groep van personen met een handicap gaan besteden. De consumentenorganisatie bouwt op deze manier expertise op over al haar cliënten. Die expertise heeft ze nodig om de belangen van alle consumenten te verdedigen. Maar ook het verspreiden van de resultaten over hun brede maatschappelijke achterban via toegankelijke artikels is een verdienste van Test-Aankoop. No way in, no way outDat er rond mobiliteit van alles fout loopt, is voor velen onder ons niets nieuws! Eén van de meest frappante vaststellingen van het onderzoek kan ons dan ook niet verbazen: maar liefst 80% van de ondervraagden zegt vaak of vrijwel altijd problemen te hebben bij het gebruik van het openbaar vervoer. Voor 70% van de mensen worden deze problemen ook als ernstig ervaren. Het grootste knelpunt ligt bij het in- en uitstappen (75% van de respondenten ervaart een probleem). Als tweede wordt het stilstaan in het voertuig genoemd (54%). Met al die ellende met het openbaar vervoer is het niet te verbazen dat de auto veruit het populairste vervoermiddel is volgens Test-Aankoop. Maar zelfs al rij je zelf met de auto, of laat je je rijden, dan nog moet je vaak afrekenen met weer een ander obstakel: het gebrek aan parkeerplaatsen dichtbij de bestemming. 83% van de respondenten wil omwille van hun lichamelijke toestand zo dichtbij mogelijk parkeren. Hoe meer en hoe meer verspreid daarom de parkeerplaatsen die voorbehouden zijn voor personen met een handicap, hoe beter. Maar dan moet niet alleen het beleid, maar ook de samenleving een handje toesteken. Maar liefst 2 op 3 respondenten zeggen dat ze vaak of (bijna) altijd te kampen krijgen met mensen die zonder dat ze er recht op hebben, de voorbehouden parkeerplaatsen inpikken! Budgettair belemmerdOok wat betreft de financiële situatie van mensen met een handicap bevestigen de resultaten van Test-Aankoop bevindingen uit eerder onderzoek. Dat het merendeel het bepaald niet breed heeft, wordt duidelijk door volgend cijfer: 52% van de respondenten beschrijft zijn/haar situatie als net voldoende om rond te komen. Eerder becijferde de overheid al dat mensen met een handicap een lager beschikbaar inkomen hebben dan de globale bevolking. In de laagste inkomenscategorieën vinden we ook proportioneel veel meer mensen met een handicap terug dan mensen zonder handicap. Wie niet veel heeft, wikt en weegt en laat wel eens na noodzakelijke dingen te doen of te kopen. Volgens de enquête van Test-Aankoop “bezuinigen” mensen met een handicap door bijvoorbeeld geen aangepaste auto te kopen (62%). Dit is dramatisch als je rekening houdt met de gigantische problemen die men ondervindt met het openbaar vervoer. Andere besparingen worden gedaan door niet naar de kinesitherapeut, de tandarts of de specialist te gaan, geen noodzakelijke aanpassingen aan het huis te laten doen, minder deel te nemen aan vrijetijdsbesteding buitenshuis, … Vrije tijdMinder deelnemen aan vrijetijdsbesteding buitenshuis, … betekent meer binnen blijven? Blijkbaar wel: op het vlak van vrije tijd is de voornaamste conclusie van deze enquête dat mensen met een handicap zich veel vaker thuis amuseren dan buitenshuis. Activiteiten doen buitenshuis betekent dat je je moet verplaatsen en eerder zagen we al dat voor de meeste mensen het openbaar vervoer geen optie is. Activiteiten thuis zijn activiteiten waarmee je over het algemeen minder direct sociaal contact krijgt dan de activiteiten buitenshuis. Maar geldt het niet voor de hele bevolking dat de vrije tijd meer binnenshuis wordt doorgebracht, zou je je terecht kunnen afvragen? De enquête van Test-Aankoop laat niet toe om bevolkingsgroepen te vergelijken. Ander onderzoek bevestigt echter het vermoeden dat mensen met een handicap minder dan mensen zonder handicap hun vrije tijd buitenshuis doorbrengen. Discriminatie op de werkvloerEen aantal interessante vragen van de enquête peilden naar mogelijke discriminatie op het vlak van werk. Deze cijfers zijn onrustwekkend. 20% van de respondenten zegt al minstens één promotie te zijn misgelopen vanwege de handicap. 30% liep door de handicap al minstens een keer een job mis of een job werd hem/haar om die reden geweigerd. Bij 10% gebeurde dat laatste al meer dan vier keer! 10% meldt al minstens één keer te zijn ontslagen vanwege de handicap. Hoewel de beroepsactieve respondenten in de steekproef van Test-Aankoop maar 24% van alle respondenten uitmaken (= ongeveer 620 respondenten), laten de cijfers toch zien dat je met een handicap benadeeld bent op het vlak van arbeid. Nood aan ondersteuning, … maar ze niet krijgenTest-Aankoop ging ook precies na waar de lichamelijke beperking voor moeilijkheden zorgt bij dagdagelijkse activiteiten en waar (professionele) ondersteuning noodzakelijk is. Vervolgens keken ze of de mensen die professionele ondersteuning nodig hebben bij deze taken, die ondersteuning ook effectief krijgen. Wat blijkt? 18% van de ondervraagden blijkt hierbij in de kou te staan! Als je kijkt naar de redenen voor dit gebrek aan noodzakelijke ondersteuning, zien we dat 39% van deze mensen zeiden dat de hulp te duur voor hen was. 35% vroeg er een financiële tegemoetkoming voor aan, maar bleek niet in aanmerking te komen. Eigenlijk zou de meerkost van een handicap betaald moeten worden door de samenleving. De kost van voldoende en juiste ondersteuning is één van de meerkosten van het hebben van een handicap. Maar mensen met een handicap moeten in de 21ste eeuw, in West-Europa blijkbaar nog steeds voor een stuk zelf opdraaien voor deze kosten. Niet alleen zegt dit gegeven iets over de resultaten van het beleid van de Vlaamse Regering en over de economische situatie van personen met een handicap. Met een knipoog naar sociaal-wetenschappelijke onderzoekers halen we hier ook ideeën uit voor het meten van de realiteit van personen met een handicap. Dit soort indicatoren gaat immers uit van een burgerrechtenmodel: krijg je de ondersteuning waar je recht op hebt, ongeacht de hoeveelheid of de aard van de ondersteuning die je nodig hebt? Krijg je die ondersteuning enkel voor taken als jezelf wassen en naar het toilet gaan of ook om je te kunnen verplaatsen, je werk goed te doen, jezelf te ontwikkelen op school, te sporten met anderen, een lief beter te leren kennen, …? Krijg je de gezondheidszorg die je nodig hebt en waar je recht op hebt, ongeacht hoe goed of slecht je persoonlijke gezondheidssituatie is? In Canada gebruikt men dergelijke indicatoren veelvuldig voor het meten van de maatschappelijke positie van personen met een handicap. GRIP gebruikte Canada dan ook al eerder als voorbeeld, met name bij het opstellen van haar publicatie “Inclusiespiegel Vlaanderen”. GRIP doet hierin aan beleidsmakers en onderzoekers een voorstel over hoe zij de inclusie van mensen met een handicap kunnen meten en opvolgen in de tijd. Het voorstel bevat een duidelijke visie op inclusie en vraagt meer aandacht voor de doelgroep van personen met een handicap in het beleid maar ook in het sociaal-wetenschappelijk onderzoek. Meer informatie |
|||||||||||||||||||||||||||||
Dossiers |
De wachtlijsten voor personen met een handicap zijn een gekend probleem. Zowel voor PAB als voor plaatsen in voorzieningen, voor onderzoek door een MDT (Multi Disciplinair Team), een afspraak bij het COS (Centrum voor Ontwikkelingsstoornissen), … is er een wachtlijst. Dit betekent concreet dat als je met een vraag zit, je geen zekerheid hebt dat er binnen een redelijke termijn ook een antwoord komt. Dit heeft verschillende gevolgen. Uit onderzoek blijkt dat mensen met een handicap de toekomst negatiever inschatten dan mensen zonder handicap. Deze negatieve ingesteldheid heeft wellicht tal van redenen. Het is in elk geval gekend dat een gevoelen van onzekerheid, ook angst en stress in de hand werken. Reeds in 2003 pleitte GRIP voor zorgzekerheid. Dit betekent dat de overheid garandeert dat je binnen een redelijke termijn de ondersteuning kunt krijgen die je op dat moment nodig hebt. Die ondersteuning moet op maat zijn dus aangepast aan de situatie en de noden. Naar aanleiding van het Zorgcongres ‘Zorgen voor Morgen’ schoven we toen zorg als een recht naar voor. Deze vraag werd niet enkel door GRIP gesteld, maar ook door onder andere het Vlaams Patiëntenplatform. We zijn tevreden om drie jaar later vast te stellen dat ook Opvang Tekort zich bij deze evolutie aansluit. Zorgvoucher = de oplossing voor de wachtlijsten?Opvang Tekort schuift de zorgvoucher naar voor als een oplossing voor de wachtlijsten. Na een onderzoek door het MDT en een beslissing van het PEC (Provinciale Evaluatie Commissie) krijgt elke gebruiker volgens dit voorstel een toekenning voor ofwel dagopvang ofwel dag- en nachtopvang. Hiermee kan de gebruiker naar een voorziening waarmee een contract afgesloten kan worden. Zodra het contract er is, kan de ondersteuning starten. Marc Van Gestel van Opvang Tekort stelde dit systeem voor aan Minister-President, Yves Leterme. Hij vroeg om te starten met een experiment en het geld dat in de komende jaren naar de afbouw van de wachtlijsten gaat op deze manier te besteden. Het antwoord van Yves Leterme was echter negatief. Hij zegt prioriteit te willen geven aan de voorziene afbouw van de wachtlijsten en pas daarna te willen kijken naar mogelijke vernieuwingen. Zorgvernieuwing = voorlopig een lege doosDaarmee bevestigde de Minister-President wat GRIP al een tijdje vreest, namelijk dat de zorgvernieuwing in Vlaanderen een lege doos is. Dit is jammer want onder impuls van steeds mondigere gebruikers en gebruikersverenigingen, en onder impuls van internationale evoluties en wetenschappelijke onderzoeken, was er enkele jaren geleden een grote roep om zorgvernieuwing. Niet langer de grote instellingen of zorgaanbieders maar de gebruikers van de ondersteuning zouden centraal komen te staan. Hun vraag zou het aanbod sturen in plaats van een systeem waar de gebruikers haast niet te kiezen hebben en het aanbod georganiseerd is op basis van ‘de gemiddelde’ gebruiker. Alle democratische politieke partijen keurden in 2001 in het Vlaams Parlement een zeer vooruitstrevend decreet goed, namelijk het PGB-decreet (Persoonsgebonden Budget). Via een andere financiering maakt het PGB mogelijk dat de gebruikers sterker in hun schoenen staan en dat de aanbieders flexibeler kunnen inspelen op de vragen van die gebruikers. Minister van Welzijn, Inge Vervotte beloofde dit PGB te onderzoeken maar daar is nog niet veel van in huis gekomen. Alle aandacht gaat voorlopig naar het project zorggradatie. Wat aangekondigd werd als een trendbreuk, zou wel eens kunnen eindigen op een sisser. Als het project zorggradatie al slaagt dan zal het resultaat zijn dat de subsidies eerlijker verdeeld worden tussen verschillende voorzieningen. Maar voorlopig zien we weinig garanties dat zorggradatie binnen een redelijke termijn zal leiden tot het PGB, tot meer vraaggestuurde zorg. SIS-schaal misbruikt17.000 mensen werden in het kader van zorggradatie ingeschaald. Daarbij werd onder andere de SIS-schaal gebruikt (Support Intensity Scale). Maar wat blijkt? Men is helemaal niet vertrokken vanuit de behoeften van de mensen met een handicap, men had enkel oog voor welke zorg ze op dit ogenblik krijgen. Bovendien gebeurde het onderzoek niet door onafhankelijke onderzoekers maar door de hulpverleners van de voorzieningen zelf. Die moesten deze extra opdracht bovenop hun gewone werk doen wat ervoor zorgt dat het niet altijd even zorgvuldig of gelijklopend gebeurde. Bijkomend is de kans groot dat de resultaten van de inschaling vertekend worden, doordat de voorzieningen op voorhand wisten dat het resultaat gevolgen kon hebben voor hun subsidies. Als zij hun gebruikers zwakker inschatten dan ze zijn, is dit beter voor de financiering van de voorziening. Zorgvernieuwing in het parlement of in de koelkast? Het voorstel van Opvang Tekort en de stand van zaken i.v.m. zorgvernieuwing kwamen ter sprake in het parlement. In de commissie Welzijn legden verschillende parlementsleden ook de link tussen het voorstel van de zorgvouchers, het PGB decreet, zorgvernieuwing en zorggradatie. Minister van Welzijn, Inge Vervotte antwoordde dat zij één en ander laat onderzoeken. GRIP is benieuwd naar de eerste resultaten van het onderzoekswerk dat in de afgelopen 3 jaar verricht is over het PGB. We beginnen stilaan te vrezen dat ‘dit wordt verder onderzocht’ eigenlijk betekent dat er niets gebeurt. We nodigen de minister uit om in de laatste 2 jaren van de legislatuur het tegendeel te bewijzen en naar buiten te komen met onderzoeksresultaten, plannen en concrete projecten op het vlak van zorgvernieuwing. Meer informatie |
|||||||||||||||||||||||||||||
Dossiers |
De GRIP-site werd duchtig gekuistHet hebben van een website is natuurlijk een constant proces. De informatie moet constant worden aangevuld maar ook geactualiseerd. De laatste tijd kropen er heel wat niet meer werkende links in de site van GRIP en een aantal delen moesten dringend worden aangepast. We zijn er nog niet volledig en ondanks het feit dat onze site reeds behoorlijk toegankelijk is streven we natuurlijk naar het anysurfer-label. Maar we nodigen je toch al graag uit om nog eens al surfend onze site te bezoeken! De planning van GRIP voor 2007Naar goede gewoonte vind je binnenkort het jaarverslag 2006 op onze site bij het onderdeel Werking. Je vragen en opmerkingen zijn welkom m.b.t. de planning 2007 en het nieuwe Beleidsplan van GRIP. Sowieso lichten we ze je ook graag toe op de volgende Open-GRIP-dag. Workshop op REVA: hoe dwing je je rechten af en kom je op tegen discriminatie?!Op vrijdag 20 april organiseren GRIP en het Centrum voor Gelijkheid van Kansen en Racismebestrijding een workshop op de REVA-beurs. We kijken naar de soorten discriminatie die mensen met een beperking ondervinden. Wat is dat eigenlijk: discriminatie? En wat is het juist niet? Hoe worden mensen met een handicap maar ook ouderen, vrouwen, allochtonen, holebi’s in onze samenleving achtergesteld? Welke wapens heb je om er iets aan te doen en wie kan je er bij helpen? We kijken welke wetten er zijn en waar er nog gaten zitten. Een belangrijk instrument vinden we ‘redelijke aanpassing’. Daarop gaan we dieper in. Wat is redelijk en wat is het niet? We geven er een antwoord op deze vragen en die van jullie. We maken het niet ingewikkeld en juridisch maar gaan in discussie met de zaal. We maken gebruik van allerlei herkenbare voorbeelden, filmpjes, foto’s. Schrijf je in en vind meer informatie op onze site. GRIP onderschreef de oproep van Kif Kif m.b.t. de praktijktests in de AntidiscriminatiewetIn de loop van januari daagde een Belgische allochtoon de Belgische overheid voor de rechter wegens het uitblijven van praktijktests waarmee discriminatie kan worden bewezen. David tegen Goliath maar in elk geval kreeg dit initiatief heel wat weerklank in de media en bracht het een debat op gang. Samen met onder andere de Holebifederatie en andere organisaties van verschillende kansengroepen onderschreef GRIP om principiële redenen de brief van de organisaties Kif Kif en Divers & Actief aan de leden van het federaal parlement. Open-GRIP-dagOp zondag 6 mei heeft onze vijfde Open-GRIP-dag plaats in Mechelen. Het programma en verdere details volgen binnenkort op onze website en in de komende nieuwsbrief. Maar zet het alvast in je agenda! Brede oproep vanuit gebruikerszijde voor de uitvoering van het VN-verdragHet nieuwe VN-verdrag voor gelijke rechten van personen met een handicap kan vanaf 30 maart worden ondertekend door de lidstaten. GRIP nodigt alle organisaties van personen met een handicap of chronische ziekte uit om deel te nemen aan een gezamenlijke oproep naar onze regeringen. Want de volgende en belangrijkste stap is de uitvoering! De resultaten van de Eurobarometer m.b.t. discriminatieDe periodieke Eurobarometer enquête over discriminatie werd gehouden in de Europese Unie als voorbereiding op het Europees Jaar voor gelijke kansen. De resultaten werden gepubliceerd op 23 januari 2007. De enquête maakt duidelijk dat één op twee Europeanen van mening is dat er te weinig maatregelen worden genomen in de strijd tegen discriminatie. Een ruime meerderheid van de ondervraagden (64 %) heeft het gevoel dat discriminatie zeer veel voorkomt. Over het algemeen genomen bevestigen de resultaten dat de Europeanen klaar zijn voor verandering. Een grote meerderheid is voorstander van maatregelen, waardoor de gelijke kansen op werk voor iedereen toenemen. Ook de cijfers met betrekking tot personen met een handicap zijn erg interessant en geven aan dat de Europese burgers het hebben van een beperking aanzien als een belangrijke oorzaak van sociale achterstelling en open staan voor maatregelen om daaraan iets te doen! Handreiking Inclusief OnderwijsIn opdracht van GRIP publiceert Inclusie Vlaanderen een handreiking voor progressieve leerkrachten. Dit is een handleiding voor leerkrachten die willen beginnen met inclusief onderwijs. Gezien de knowhow van Inclusie Vlaanderen focust de handleiding zich vooral op ION-projecten. Het wil echter ook een bruikbaar instrument zijn voor andere inclusieprojecten. Je kunt de tekst Handreiking Inclusief Onderwijs (pdf) downloaden en hier in tekstformaat. Een brochure bestellen kan via Inclusie Vlaanderen door 2 euro over te schrijven naar 210-0617322-66, Inclusie Vlaanderen, Albert Giraudlaan 24, 1030 Brussel met vermelding ION. Teken de petitie voor Inclusief OnderwijsMet een speciale actiesite en petitie wil de vereniging Ouders voor Inclusie reageren op de nieuwe voorstellen van onderwijsminister Frank Vandenbroucke over de hervorming van het onderwijs. Ze willen enerzijds hun bezorgdheid uiten over deze nieuwe hervormingen en vooral over hoe die in de praktijk zullen worden omgezet. Anderzijds willen ze een korte maar krachtige positieve boodschap geven dat inclusie voor iedereen zinvol is. Ook jij kan de petitie tekenen door naar de website te surfen. Doen! InclusiedagOp zaterdag 17 maart heeft de Inclusiedag van Ouders voor Inclusie plaats in Diepenbeek. De dag bestaat uit een lezing en tal van workshops over Inclusief Onderwijs. Lees er meer over in de uitnodiging (PDF) PRIO organiseert stille wake voor het recht op Inclusief OnderwijsOp 7 maart houdt PRIO een stille wake aan het ministerie van onderwijs. Hiermee wil het platform erover waken dat het leerzorgkader ten volle kansen geeft aan het inclusief onderwijs. Lees er meer over in de actieoproep en doe mee. Studiedag Persoonlijke ToekomstplanningOp vrijdag 2 maart organiseert PLAN vzw de studiedag “grenzen ontstaan waar betrokkenheid eindigt” in Gent. De studiedag biedt een verdieping in het project persoonlijke toekomstplanning. Interessant om weten is dat deze studiedag gratis is voor personen met een handicap en hun directe omgeving. Lees er meer over in de uitnodiging (PDF) Expertise universiteiten gebundeld in één WetenschapswinkelTegenwoordig wordt ook van organisaties uit de non-profitsector verwacht dat ze op een objectieve en liefst wetenschappelijke manier kennis genereren. Met deze kennis moeten zij hun werking of beleid kunnen verbeteren of motiveren. Maar hoe begint een kleine vzw of NGO aan de verzameling van data of aan een onderzoek? De Wetenschapswinkel helpt hen daarbij door de toegang tot de wetenschappelijke kennis die ze nodig hebben te vereenvoudigen. Via de Wetenschapswinkel wordt de onderzoeksvraag van een organisatie in één klap voorgelegd aan alle onderzoekers en studenten van zes Vlaamse universiteiten. Lees er meer over in hun persbericht (PDF) Verzoekschrift leerlingenvervoer op 27 februari naar het parlementOp 27 februari overhandigen Kristien Buyle en Christine Bauwens hun verzoekschrift voor een beter busvervoer in het buitengewoon onderwijs aan het Vlaams Parlement. Ze verzamelden met een groep ouders maar liefst 30.000 handtekeningen. Nieuwe verregaande Europese verordening m.b.t. de rechten van luchtvaartpassagiers met een handicap.Voor een uitgebreid artikel over deze nieuwe Verordening kan u terecht op de website en nieuwsbrief van het Toegankelijkheidsoverleg Vlaanderen (TOV). Ook het European Disability Forum lanceerde een persbericht. Het EDF is op zoek naar 1 miljoen handtekeningen!
Met deze petitie wil men, tegen de achtergrond van het Europees Jaar voor Gelijke Kansen en het nieuwe VN-verdrag, pleiten voor een krachtiger Europees beleid voor mensen met een handicap en de handicap-specifieke richtlijn. De campagne wordt gesteund door een aantal vooraanstaande europarlementairen. Dus… verspreid de petitie en het campagnemateriaal, en zet zelf je handtekening. DOEN!
|
|||||||||||||||||||||||||||||
Sensibilisatie |
GRIP organiseerde in het voorjaar van 2005 een cartoonwedstrijd. Wij selecteerden voor jou de beste inzendingen. De cartoon van de maand is er één van cartoonist Tim Stevens en draagt de titel “Piep piep”.
Reserveer de volledige cartoontentoonstelling van GRIP gratis voor je organisatie, dienst of instelling. |
|||||||||||||||||||||||||||||
Column |
Anti-Kafka, 23 januari 2007 In de Verenigde Staten is de discussie of treinen, bussen, liften, openbare gebouwen, … toegankelijk moeten zijn, al lang voorbij. Daar hebben personen met een handicap, zwarten en andere minderheden de handen in elkaar geslagen en heeft men in 1973, zo’n 34 jaar terug, door een Antidiscriminatiewetgeving, reeds bepaald dat toegankelijkheid een recht is. Daar heb je geen plaatselijke actiecomités nodig die de toegankelijkheidsrechten afdwingen. Daar moet men geen smeekbedes meer richten aan de plaatselijke politici om met de rolstoel zijn eigen stadhuis binnen te mogen. Daar kan men overal binnen in drankgelegenheden of restaurants. Vierendertig jaar lang is men er reeds bezig met het implementeren, het praktisch toepassen van deze Antidiscriminatiewetgeving. In Zichem-Zussen-Bolder, in Vlaanderen, in België, in Europa, is men nog bezig met de ethische kwestie: “Horen personen met een handicap er nu bij, ja of neen?” Hier stelt men nog de vragen: “Gaat men voor een inclusief beleid? Hoever ga je in de ondersteuning van mensen met een handicap?”. Hier worden nog nepargumenten aangehaald. “Is het financieel haalbaar, is het organisatorisch mogelijk?” Deze discussie is dus in de V.S. 34 jaar geleden gesloten en men is er toen gestart, met op een pragmatische manier, een praktische uitvoering te geven aan alle toegankelijkheidsproblemen. De Antidiscriminatiewetgeving aldaar is duidelijk en laat geen openingen tot discussies. Toegankelijkheid moet voor iedereen, op alle niveaus, voor alle soorten handicaps, zonder onderscheid, mits deze aanpassingen redelijk zijn. Redelijke aanpassingen is een term die wij ook kennen in onze Belgische Antidiscriminatiewetgeving, maar helaas is deze wetgeving enkel van toepassing op federale instellingen en heeft het geen uitwerking op Vlaamse en Waalse bevoegdheden. Dus het blijft vechten met het plaatselijk actiecomité van Zichem-Zussen-Bolder, Erps-Kwerps en anderen om de bus en het stadhuis toegankelijk te maken. We blijven kinderen met een handicap in speciale busjes, 2 uur ’s morgens en 2 uur ’s avonds, naar en van school rijden. Situaties die geen enkele vakbond voor zijn werknemers zou dulden. We hebben dringend een Europese Antidiscriminatieregeling nodig, toepasbaar in alle landen en op alle niveaus in Europa. Eens we dit ethisch vraagstuk hebben opgelost kunnen we, net als in de V.S., starten met de uitvoering van die toegankelijkheid. Zal dit geld kosten? Natuurlijk! Zal dit tijd vragen om tot een praktische uitvoering te komen? Heel zeker! Dit zijn echter praktische problemen die, zoals de V.S. aantonen, oplosbaar zijn. Laat die praktische problemen over aan de technici, de ingenieurs, de architecten en de planners en val de mensen met een handicap in Zichem-Zussen-Bolder of elders niet langer lastig. |
|||||||||||||||||||||||||||||
Sluit aan |
Heb je voeling met onze werking en sta je achter onze standpunten, word dan sympathisant van GRIP (gratis). Het zal onze organisatie meer draagkracht geven bij het beïnvloeden van het beleid. Op deze link vind je een invulformulier. Dank ! |
|||||||||||||||||||||||||||||
Archief |
Nieuwsbrief November - December 2006 Onze oudere nieuwsbrieven kan je bekijken op het deel nieuwsbrief van onze website |
|||||||||||||||||||||||||||||
|
|