
| n°
7: januari - februari 2005 |
Nieuwsbrief
GRIP - printbare
versie |
|||
Inhoud |
Op woensdagnamiddag 19 januari werden de drie winnaars van onze wedstrijd voor leerkrachten bekend gemaakt. Maarten Dumoulin, Mathias Chlarie en Hilde Baekelandt zijn de gelukkigen. Op de gripsite pronkt vanaf 19 januari een webpagina voor leerkrachten. Deze webpagina bevat heel wat informatie en hapklaar materiaal om in de klas te werken rond het thema diversiteit en inclusie van mensen met een handicap. Op maandag 14 februari, tijdens de Week van de Diversiteit, lanceert GRIP het tweede deel van haar humorcampagne. Een gloednieuwe TV-spot en een cartoonwedstrijd luiden deze nieuwe fase in. Tijdens de REVA-beurs zal GRIP op vrijdag 13 mei een workshop organiseren over de rol van overheid, media en belangenorganisaties in de beeldvorming van mensen met een handicap | |||
| Inleiding |
De voltallige GRIP ploeg wenst jullie allen een goed gevoel in 2005 toe. Persoonlijk geluk is belangrijk in iemands leven en hangt sterk samen met de kansen die iemand krijgt. Persoonlijk geluk hangt ook samen met familiaal geluk, geluk in de liefde, goede vriendschapsrelaties, een eigen warm nest, een interessante job, boeiende engagementen, zich thuis voelen in een klas, … Iedereen weet dat mensen nooit voor 100% hun dromen kunnen verwezenlijken, maar toch … de ene heeft al meer geluk dan de andere. Dit geluk wordt sterk beïnvloed door enerzijds de beeldvorming over personen met een handicap en anderzijds de kansen die mensen aangeboden krijgen en de ondersteuning die het mogelijk maakt dat mensen kunnen inspelen op de aangeboden kansen. Zonder pretentieus te willen overkomen, wil GRIP samen met anderen haar steentje hiertoe bijdragen. Laten we daarom in vogelvlucht de ankerpunten van 2005 overlopen. Zoals jullie allen stilaan wel weten bestaat GRIP uit twee grote pijlers: sensibilisatie en beleid. Sensibilisatie wil de beeldvormingscampagne “Mensen met een handicap, kun je nog iets van leren!”, verder uitdiepen. Onder deze grote noemer worden verschillende subcampagnes opgehangen. In het najaar van 2004 werden de eigenschappen humor en doorzettingsvermogen van mensen met een handicap al in de verf gezet. In het voorjaar van 2005 gaan we verder in op de humorcampagne met een gloednieuwe TV-spot en een cartoonwedstrijd. Het geheel wordt gelanceerd tijdens de Week van de Diversiteit op 14 februari. Later zullen nog andere eigenschappen onder de grote noemer worden thuis gebracht. Naast deze publiekscampagne zal een getuigennetwerk uitgebouwd worden. In eerste instantie zullen de getuigen zich concentreren op onderwijs, om daar te werken aan meer openheid naar mensen met een handicap toe. Mensen met een handicap of hun directe vertegenwoordigers zullen hun persoonlijk verhaal vertellen in de klas. Naarmate meer ervaring wordt opgedaan, zal bekeken worden tot welke andere organisaties de getuigen zich kunnen richten (sportclubs, jeugdverenigingen, …). Ook de media zullen sterk benaderd worden met de bedoeling de berichtgeving en dus de beeldvorming over personen met een handicap te bevorderen. Zo wordt er een workshop beeldvorming klaargestoomd voor televisiezenders, wordt er gelobbyd om het diversiteitscharter van de VRT uit te breiden naar andere doelgroepen naast allochtonen, loopt er een onderzoek naar de berichtgeving en het taalgebruik in de Vlaamse dagbladen, … Dit zijn maar enkele grepen uit de vooropgestelde planning van ‘sensibilisatie’. Wat heeft ‘beleid’ voor 2005 in petto? We blijven ijveren voor de uitvoering van het PGB decreet. Met de werkgroep PGB zoeken we uit welke stappen we hier het best zetten. Er is opnieuw sprake van experimenten. Tegelijk gaan we op zoek naar de kritische succesfactoren voor het PGB. Maar ook het PAB laten we niet los. We ijveren voor meer PAB's en voor meer mogelijkheden om een PAB in te zetten. We volgen dus de discussie over het PAB op de voet. Maar ook IMB blijft een hot item. De regelgeving wijzigde in januari opnieuw. Wie kan er nu nog volgen? Bovendien zorgt de besparing ervoor dat mensen nu meer moeten betalen uit hun eigen portefeuille. Ook Inclusief Onderwijs blijft een aandachtpunt. Voorlopig is inclusief onderwijs slechts mogelijk voor een kleine groep van leerlingen, wij willen iedereen een gelijke kans bieden om voor het inclusief of het buitengewoon onderwijs te kiezen. In 2005 willen we ook werk maken van meetindicatoren. Door het verzamelen van cijfermateriaal willen we op geregelde tijdstippen meten hoe het effectief gesteld is met inclusie op gebied van onderwijs, tewerkstelling, wonen, … We starten ook met een onderzoek dat de financiële gevolgen van inclusief onderwijs en eventueel in een later stadium van directe financiering in de zorg gedetailleerd in kaart moet brengen . Een ander instrument, het effectenrapport moet de gevolgen van beleidsmaatregelen op inclusie meten. Hiervoor werken we samen met de TAU-groep en de universiteiten van Gent en Leuven. Deze opsomming is natuurlijk een hele boterham. In deze nieuwsbrief worden alvast enkele thema’s verder uitgediept. Het zou zeker heel pretentieus zijn te beweren dat GRIP dit allemaal alleen kan klaren. Het is daarom evident dat we op de ingeslagen weg verder gaan, namelijk de weg van samenwerking met personen met een handicap en hun directe vertegenwoordigers, budgethoudersverenigingen, gehandicaptenorganisaties, de Wetenschapswinkel, universiteiten, administraties, kabinetten, parlementairen, media, … Kortom door samen te werken komen we veel verder dan door elkaar tegen te werken. Nog een gelukkig en boeiend 2005 toegewenst. Viviane Sorée, voorzitster |
|||
Vers van
de pers![]() |
GRIP organiseerde in het najaar van 2004 een wedstrijd voor leerkrachten uit het basis- en secundair onderwijs. Leerkrachten konden deelnemen aan de wedstrijd door een educatief lespakket te ontwikkelen over de inclusie van mensen met een handicap in de samenleving. De wedstrijd leverde een stevige brok aan educatief materiaal op. In totaal namen 22 leerkrachten over heel Vlaanderen deel aan de wedstrijd. 9 van de 22 ingezonden lespakketten werden door de jury geselecteerd en kregen een plaats op onze webpagina voor leerkrachten. Op woensdag 19 januari werden de winnaars van de wedstrijd bekend gemaakt tijdens de prijsuitreiking. Er waren drie winnaars die een geldprijs in de wacht sleepten. Daarnaast kreeg elke leerkracht een attentie voor zijn/haar deelname. Liesbet Stevens, raadgever van Vlaams minister voor Gelijke Kansen Van Brempt, overhandigde de prijzen en de winnende leerkrachten lichtten de inhoud van hun pakket toe. De eerste prijs van 2500 euro ging naar Maarten Dumoulin, leraar van het tweede leerjaar van de Vrije Basisschool in Esen (Diksmuide). Wij vroegen aan de drie trotse winnaars om voor onze nieuwsbrief een klein stukje te schrijven. Hieronder kan je lezen wat zij van de wedstrijd vonden en hoe zij die hebben ingevuld. Maarten Dumoulin en Hulpjuf Hilde Depreitere |
|||
Sensibilisatie![]() |
GRIP krijgt heel wat vragen van leerkrachten. Vragen naar informatie over verschillende handicaps, vragen naar getuigen, vragen naar educatief materiaal, spelen, inleefparcours, … We stelden vast dat leerkrachten moeilijk de weg vinden naar het aanbod hieromtrent. Daarom besloten we een webpagina voor leerkrachten te ontwikkelen waar zoveel mogelijk vragen een antwoord krijgen. Op de pagina vind je onder andere wat meer uitleg over inclusie, vind je een verzameling terug van bestaand educatief materiaal van andere gehandicaptenorganisaties, vind je de geselecteerde pakketten van de wedstrijd terug en een aanzet om met een getuige te gaan werken in de klas. Een aantal zaken zijn nog onder constructie, maar in de loop van de komende maanden wordt de webpagina volledig op punt gesteld. GRIP gaat ervan uit dat iedere leerkracht een steentje kan bijdragen in het proces naar een meer inclusieve samenleving. Onderzoek toonde immers aan dat kinderen en jongeren het meest open staan voor mensen met een handicap, maar dat ze zich ten aanzien van deze groep ook het meest onzeker voelen. De beeldvorming, vooroordelen en stereotiepen zijn bij hen nog veel minder gevormd dan bij een volwassen persoon. De school is de plek waar je elke jongere terugvindt, en is dan ook de plaats waar je aan dat beeld, die houding, die visie de juiste richting kan geven. Als leerkracht speel je daarin een niet te onderschatten rol. GRIP wil leerkrachten met haar webpagina helpen om deze uitdaging aan te gaan. |
|||
Sensibilisatie![]() |
In het najaar van 2004 lanceerde GRIP haar nieuwe campagne: “Mensen met een handicap, kun je nog iets van leren!”. Onder deze grote noemer worden verschillende eigenschappen en kwaliteiten van mensen met een handicap in de verf gezet onder de vorm van subcampagnes. Doorzettingsvermogen en humor passeerden reeds de revue. De humorcampagne, die bestond uit een advertentie, cartoons, radiospots, een poster in MAKS, … wordt dit voorjaar verder uitgediept. In de week van 14 februari pakken we uit met een gloednieuwe TV-spot en lanceren we een cartoonwedstrijd. Via de website houden we je graag op de hoogte! |
|||
Dossiers![]() |
Stijgt of daalt het aantal PAB's? Het aantal PAB's stijgt. Op de valreep van 2004 gebeurde er een tweede toekenningsronde. Ongeveer 160 mensen kregen in de laatste weken van december bericht dat ze vanaf 1 januari 2005 kunnen starten met een PAB. Dit brengt het totale aantal toegekende PAB's op zo'n 900. Deze stijging was voorzien in de meerjarenprogrammatie 2003-2007. Met deze stijging zitten we dus min of meer op schema. Mits een vertraging, want volgens de meerjarenplanning zouden er 275 extra PAB's gestart moeten zijn in 2004. Dat waren er tot nog toe 71. (bron: Vlaams Fonds ) Het aantal toekenningen in 2004 lag iets lager én de grootste groep kreeg pas helemaal op het einde van het jaar een PAB toegekend. Een toekenning betekent nog niet dat je meteen van start kan gaan. Na een toekenning volgt nog een hele procedure die maanden aansleept. Daardoor is er dus een kleine groep PAB gebruikers bijgekomen in 2004. Of er in 2005 extra PAB's bijkomen is nog niet zeker. Hiervoor is geen geld voorzien in de begroting Welzijn 2005. Minister van Welzijn Inge Vervotte bevestigde in een persmededeling dat zij alles in het werk wil stellen om bij de begrotingscontrole extra geld te vinden om extra PAB's te laten starten in 2005. Zij beloofde ook bijkomend geld te vinden om extra plaatsen te creëren in de (semi)residentiële en de ambivalente zorg. Evaluatie In een vorige nieuwsbrief schreven we dat er een evaluatie van het PAB komt. Die is nu volop bezig. Zowel de administratie (het Vlaams Fonds) als de budgethoudersverenigingen en gebruikersverenigingen laten aan het kabinet Welzijn weten wat zij de goede en minder goede punten vinden bij de huidige PAB regelgeving. Minister van Welzijn Inge Vervotte plant om het PAB besluit aan te passen vóór de begrotingscontrole in het voorjaar. Eén van de problemen die de administratie van het VFSIPH aanhaalt is de inzet van het PAB op school. Er wordt voorgesteld om het PAB te beperken tot aan de schoolpoort. De werkgroep Inclusief Onderwijs van GRIP reageert unaniem: Er moet dringend overleg komen tussen welzijn en onderwijs. Het werken met een persoonlijk assistent moet mogelijk zijn op elk domein van het leven. Het kan niet dat de assistentie stopt aan de schoolpoort. Wat vindt GRIP problematisch aan het PAB? De procedure die gevolgd wordt bij het toekennen van een PAB is niet duidelijk. Er zou een standaardprocedure moeten komen die bij iedereen gekend is. Bovendien moeten ook de criteria voor de toekenning duidelijk zijn. Welke aanvragen worden prioritair behandeld? De globale communicatie tussen de PAB cel, de provinciale afdelingen en de aanvrager van een PAB moet beter. Voor een aanvrager is het vaak onduidelijk of zijn aanvraag aangekomen is en in welke fase de aanvraag zich bevindt. Verder willen we opwerpen dat er een betere spreiding nodig is voor de toekenning van de PAB's. Per jaar worden er nu in één keer meer dan honderd PAB's toegekend. Zoveel inschalingen ineens zorgt vlug voor een wachtlijst bij de MDT's en een moeilijke piekperiode voor de budgethoudersverenigingen. Indien het totale aantal toekenningen per jaar evenredig over de kwartalen gespreid wordt vermijden we dit flessenhalseffect. Een ander probleem is dat er niets gebeurt met de ingediende aanvragen. Die liggen op een bureau te wachten tot er een toekenning is van middelen voor extra PAB's. In tussentijd zouden de personen die aanspraak kunnen maken op een PAB al ingeschaald kunnen worden. Zo zal er meer zicht zijn op wat de vraag precies inhoudt en vermijdt men het flessenhalseffect bij MTD's in de periode na een toekenningsronde. Niet enkel de communicatie tussen de PAB cel en de aanvrager moet beter maar ook de communicatie over het PAB in de media kan beter. Nu krijgen mensen het beeld dat budgethouders rijk zijn en misbruik maken van het PAB. Tegelijk scheppen sommigen een valse tegenstelling tussen voorzieningen en het PAB. GRIP heeft altijd voor keuzevrijheid gepleit en wil dat het PAB een volwaardige keuze wordt naast de (semi)residentiële voorzieningen en ambivalente zorg. Daarom vraagt GRIP één centrale wachtlijst waar zowel de PAB aanvragen als de andere aanvragen op samen komen. Indien de inschaling ook onafhankelijk van de zorgvraag gebeurt zal dit objectievere informatie geven over iemands behoefte aan ondersteuning. GRIP wil een ander verhaal in de media brengen. Positieve verhalen van mensen die met een PAB werken zijn dan ook welkom op info@gripvzw.be . Nieuwe denkcel buigt zich over PGB In een vorige nieuwsbrief kon je lezen dat in het regeerakkoord staat dat het persoonsgebonden budget op haar haalbaarheid onderzocht zal worden. GRIP vreesde dat dit in de koelkast zal belanden. De vraag was voor GRIP niet langer OF dit haalbaar is maar HOE we dit haalbaar kunnen maken. GRIP maakte deze zorg in november over aan de leden van de Commissie voor Welzijn, Gezondheid en het Gezin. In deze Commissie van het Vlaams Parlement werd de beleidsnota van de nieuwe minister van Welzijn besproken. In de beleidsnota geeft de minister uitleg over het beleid dat zij de volgende vier jaar wil voeren. Tijdens de bespreking in Commissie vroegen parlementsleden van verschillende politieke partijen naar het engagement op vlak van PGB. Het decreet PGB dat in 2000 gestemd werd was een initiatief van het parlement. De onduidelijkheid over de uitvoering riep bij de parlementsleden vragen op. Op hun vraag zal Mevr. Kristel Gevaert binnenkort in de Commissie het rapport van de expertencommissie komen toelichten. Uit een overlegmoment met Minister van Welzijn Inge Vervotte leerde GRIP dat er plannen zijn om opnieuw te starten met een soort denkcel over PGB. Deze groep begint waar de expertencommissie geëindigd is. Ze pikken de draad dus terug op. Maar wie deel zal uitmaken van deze denkcel en welke de precieze opdracht en timing zal zijn is nog niet duidelijk. Er is dus nog hoop voor het PGB. GRIP blijft in elk geval zelf ook niet bij de pakken zitten. Eind december organiseerde GRIP een discussieavond met Ignace Leus (CM) over de toekomst van het PGB. In januari nodigt GRIP de parlementsleden van de Commissie Welzijn uit voor een debatlunch over dit thema. Op die manier willen we een zo groot mogelijk draagvlak creëren voor het PGB. |
|||
Dossiers![]() |
Nederland was in het verleden steeds een voorbeeld en ‘proeftuin' voor Vlaanderen wat betreft het werken met een Persoonsgebonden Budget (PGB). Waar in Vlaanderen na jaren experimenteren 700 gebruikers met een PAB persoonlijk assistenten tewerkstellen, beschikken bijna 70.000 Nederlanders over een PGB. Onze noorderburen deden over de werking van een dergelijk systeem dan ook al heel wat ervaring op. We hopen dat de Vlaamse overheid hiervan wil en zal leren zonder eerst in dezelfde kuilen te moeten vallen. In Nederland werd een systeem van vouchers (in plaats dat een budget op de rekening van de gebruiker wordt gestort krijg, je een soort ‘cheque' waarmee je zorg kan inkopen) getest en onwerkbaar bevonden. Men werkt er met periodieke voorschotten. De overheid aanziet, weliswaar onder druk van de gebruikerszijde, ‘het ervaren van kwaliteit' als iets zeer individueels en controleert dus vooral of de budgethouder zijn administratieve verplichtingen nakomt. Stevige (= voldoende gesubsidieerde) budgethoudersverenigingen ondersteunen de gebruikers. Men kan na het in rekening brengen van een beperkte ‘gebruikelijke mantelzorg' (een basispakket aan uren assistentie waarvoor een gebruiker wordt verwacht beroep te doen op haar/zijn sociale netwerk en waarvoor men een PGB dus niet kan gebruiken) mantelzorgers tewerk stellen, enz enz. In onze nieuwsbrieven van maart 2004 en mei 2004 vergeleken we reeds met Nederland, op onze infobank zijn vergelijkende studies over beide systemen terug te vinden. Heel opvallend, en onrustwekkend, was de wijze waarop ook de Nederlandse staatssecretaris Ross, toen de besparingen van de regering Balkenende pas goed op kruissnelheid kwamen, de afgelopen maanden het PGB-systeem wilde evalueren op haar kwaliteit en doeltreffendheid. Men bekeek de mogelijkheden om het te beperken want in een PGB-systeem dat duurder zou zijn dan zorg via voorzieningen kon immers worden bespaard… We lichtten dit reeds toe in onze GRIP-nieuwsbrief van september 2004 en gaven het antwoord van de gebruikerszijde weer. In Vlaanderen zijn we intussen gewoon aan (veronder)stellingen als ‘PAB en PGB zijn enkel voor een bepaalde elite', ‘een systeem van directe financiering is oncontroleerbaar', ‘gebruikers kunnen misbruik maken van deze middelen', ‘directe financiering is duurder dan residentiële zorg', ‘er moeten kwaliteitscriteria worden toepast om dezelfde kwaliteit van ondersteuning te kunnen garanderen zoals in voorzieningen'. Op het bewijs van de bovenstaande retoriek is het nog steeds wachten. Het onderzoek van het UFSIA heeft wel al duidelijk aangetoond dat de ervaren levenskwaliteit en sociale inclusie van PAB-gebruikers stijgt. Veel meer dan budgettaire beweegredenen is dit voor GRIP het belangrijkste argument… wat kan immers anders het ultieme doel zijn van ons Welzijnsbeleid? Fascinerend was dan ook de evolutie in de recente Nederlandse berichtgeving over het PGB-systeem, en onderzoek dat een aantal van net deze vooroordelen wilde toetsen … Of gewoon het verhaal van een argwanend Nederlands staatssecretaris die warmt voor de charmes en overtuigingskracht van het PGB en uiteindelijk stelt ‘ Het persoonsgebonden budget is een werkbaar instrument om de positie van de patiënt te versterken, zijn keuzevrijheid te vergroten en de doelmatigheid van de zorg te versterken'! Als stimulans voor de discussie in Vlaanderen lichten we uit de Nederlandse documenten (waarvan u de links vindt in het kadertje op het einde van dit artikel) herkenbare punten uit:
Het persoonsgebonden budget is een werkbaar instrument om de positie van de patiënt te versterken, zijn keuzevrijheid te vergroten en de doelmatigheid van de zorg te versterken. Dat concludeert staatssecretaris Ross-van Dorp van VWS op basis van rapporten van het College Zorgverzekeringen (CVZ) en de onderzoeksbureaus HHM en ITS in de beleidsbrief ‘Het PGB gewogen', evaluatie en vooruitblik.
In de Tweede Kamer vraagt men : “Bent u ook van mening dat de zorg die wordt ingekocht met een PGB goedkoper is dan zorg in natura? Indien dat het geval is, ziet u mogelijkheden de inzet van dit instrument te vergroten?” Antwoord van de staatssecretaris : Per cliënt zijn de uitgaven aan zorg lager wanneer de zorg wordt ingekocht via een PGB. In PGB-tarieven hoeft geen rekening gehouden te worden met overhead en kapitaallasten. Een cliënt moet echter altijd vrije keuze houden om voor zorg in natura te kiezen als hij/zij dat wenst. De huidige inzet van het instrument is daarop gebaseerd: vrije keuze van de cliënt. In die zin wil ik de inzet van het instrument niet vergroten, maar handhaven zoals die nu is. Tweede Kamer : “Hoeveel wordt er jaarlijks bespaard doordat mensen kiezen voor een PGB in plaats van voor zorg in natura?” Ross : Per cliënt liggen de uitgaven voor een PGB zo'n 25% lager dan voor zorg in natura. In macrotermen zou ik geen besparing willen kwantificeren. Het is immers niet bekend, hoeveel mensen een indicatie voor AWBZ-zorg vragen –en krijgen- die dat niet gedaan zouden hebben als het fenomeen PGB niet zou bestaan. Wat wel zichtbaar is, is dat de afgelopen jaren uitgaven voor zowel de zorg in natura als het PGB fors gestegen zijn. Eind 2004 ontvingen in Nederland in totaal 69.500 mensen een PGB. Daarmee is 889 miljoen euro gemoeid. “Met 4,5% van de totale AWBZ uitgaven wordt zodoende 10% van de zorgvragers bediend”, schrijft Ross-Van Dorp elders.
In de Tweede Kamer vragen parlementairen aan de staatssecretaris : “U geeft aan dat het PGB maatschappelijk onder druk lijkt te staan. Op basis van welke gegevens komt u tot deze conclusie? Wat is volgens u de reden van de maatschappelijke druk die lijkt te bestaan?” Antwoord van Ross : “Het bestaan van een zekere maatschappelijke 'druk' met betrekking tot het PGB is niet te onderbouwen met 'gegevens'. Het gaat om signalen die mij bereiken, die met enige regelmaat de strekking hebben van 'Kan dat allemaal maar zo?'. Een volledige baan opzeggen, je uit een PGB laten betalen, en met die gelden de hypotheek (blijven) betalen is volstrekt eerbaar. Maar als zo'n situatie mij beschreven wordt als 'Op kosten van de gemeenschap een leuk optrekje aanschaffen' bekruipt mij de vrees dat het PGB in een verkeerd daglicht komt te staan. Juist om feiten en (mogelijk verkeerde) beelden uit elkaar te houden heb ik bij de presentatie van de gegevens van de onderzoeken gekozen om eventuele 'ongewenste ontwikkelingen' goed zichtbaar te maken. Dan weten we bij het debat over de toekomst van het PGB allemaal precies waar we het over hebben, en kan een discussie op basis van 'beelden' voorkomen worden”.
Vraag aan de staatssecretaris in de Tweede Kamer : “De administratieve belasting van het PGB is groot. U geeft aan dat het PGB om die reden niet voor iedereen geschikt is. Het doel van het PGB is de positie van de cliënt in de AWBZ-zorg te versterken door zijn keuzemogelijkheden te vergroten. Deelt u de mening dat het PGB er voor iedere cliënt moet zijn? Zo ja, waarom wordt dan niet naar oplossingen gezocht om de administratieve belasting te verminderen zodat iedere cliënt gebruik kan maken van een PGB? Zo neen, waarom niet?” Antwoord van Ross : “De algemene stelling van de vraag dat 'het PGB voor iedere cliënt moet zijn' is een goed uitgangspunt, maar in de praktijk niet haalbaar en zonder clausulering ook niet na te streven. Het maken van (verantwoorde) keuzen, het onderhandelen met zorgverleners, het vervullen van de werkgeversrol, het bijhouden van de administratie, het zijn zaken waartoe niet iedereen in staat is, dat geldt zowel voor de PGB-regelingen-oude-stijl als voor de PGB-regeling-nieuwe-stijl. Ondersteuning daarbij kan helpen (en die bieden we ook, zie bijvoorbeeld de ondersteunende rol van de Sociale Verzekeringsbank), maar we moeten niet blind zijn voor de grenzen waar we tegenaan lopen. Bij het PGB is altijd naast keuzevrijheid ook een uitgangspunt dat de budgethouder naast de lusten ook de echt onvermijdelijke 'lasten' van een PGB moet kunnen en willen dragen. Bínnen de grenzen waar we tegenaan lopen moet uiteraard de administratieve belasting zo gering mogelijk worden gehouden, maar dat geldt voor budgethouders in principe niet anders dan voor anderen. Overigens bestaat voor cliënten die niet voor het PGB kiezen of niet daartoe in staat zijn altijd de mogelijkheid van zorg in natura, waarbij het zorgkantoor bij de zorgtoewijzing zoveel mogelijk rekening zal houden met de voorkeur van de cliënt”.
Staatssecretaris Ross wil haar standpunt bepalen naar aanleiding van het onderzoek naar de verschillen tussen ondersteunende en activerende begeleiding. Ook zal ze in het onderzoek de waarborgen van de kwaliteit van de geleverde functies meenemen. Het onderzoek is niet alleen beperkt tot PGB, maar omvat ook zorg in natura. Dat 95% van de budgethouders aangeeft tevreden te zijn over de kwaliteit van de geleverde zorg, betitelt de staatssecretaris als subjectief. Ook is ze bezorgd dat de inspectie geen toezicht heeft op de kwaliteit bij verleende zorg en ondersteuning betaald vanuit het PGB. Beleidsbrief : “Bij de toekenning van een PGB wordt aan de verzekerde de verplichting opgelegd dat de zorg die wordt ingekocht, kwalitatief verantwoord is. Kwalitatief verantwoord is die zorg die voldoet aan de daartoe strekkende normen van diverse zorgverlenende beroepsgroepen voor zover van toepassing. Uitgangspunt van het PGB is dat de budgethouder zelf redelijkerwijs in staat is te oordelen over de kwaliteit van de zorg (consumentensoevereiniteit). […] Blijkens het ITS-onderzoek is bijna 95% van de budgethouders van mening dat de kwaliteit van de ingekochte zorg goed of zeer goed is. Een zelfde percentage geeft aan dat de zorg geheel of grotendeels komt op de gewenste momenten. 80% meent dat de zorg overeenkomt met de hulpbehoefte; 65% heeft de zorg geheel 'op maat' kunnen realiseren, en 35% grotendeels. Van de budgethouders koopt 64% alleen zorg in bij bekenden of mantelzorgers, 22% alleen bij instellingen en 14% koopt gemengd in. Hoewel het hier om de subjectieve meningen van de budgethouder gaat, zijn deze uitkomsten zondermeer goed te noemen. Omdat het echter alleen om een kwaliteitsmeting bij budgethouders gaat, is het niet uit te sluiten dat er sprake is van situaties waarin de kwaliteit van de geleverde zorg te wensen overlaat. De kwaliteit blijkt een terugkerend punt van discussie en wel met name in gevallen waar de mantelzorger de zorgaanbieder is. Dit is bij de overgrote meerderheid van de budgethouders het geval en daarom ook een belangrijk thema. Aspecten spelen een rol als: ‘hoe kan je nu zorg van goede kwaliteit krijgen als je je mantelzorger inhuurt?' en ‘Is een verstandelijk gehandicapt kind wel altijd beter af als hij zorg van zijn ouders ontvangt? Komt hij dan nog wel voldoende buiten de gezinssituatie? Wat als de argumenten van ouders om voor een PGB voor hun zorgbehoevende kind te kiezen hoofdzakelijk financieel zijn ingegeven?' Ik wijs erop dat de PGB-regeling de mogelijkheid kent een PGB te weigeren in geval het zorgkantoor, op advies van een instelling voor algemeen maatschappelijke werk of de Raad voor de kinderbescherming, van oordeel is dat een PGB ten behoeve van inkoop van zorg voor een minderjarige, door zijn wettelijke vertegenwoordigers ergens anders voor zal worden gebruikt. Indien te verwachten valt dat dit mishandeling, verwaarlozing of ernstige schade voor de opvoeding of ontwikkeling van het kind ten gevolge heeft, wordt het PGB geweigerd. […]. Ik wil graag weten hoe vaak er op basis van dit artikel een PGB wordt geweigerd. Ik zal CVZ verzoeken dit in zijn monitoring mee te nemen en er in zijn voorlichting aandacht aan te besteden. Tevens zal ik nagaan of dit artikel in de praktijk toereikend is gezien de beperking ervan tot minderjarigen. Ik verwacht dat bij PGB's die eenmaal zijn toegekend de kwaliteitsvraag zich voornamelijk zal voordoen bij de functies ondersteunende- en activerende begeleiding. Ik wil daarom in het kader van het aangekondigde onderzoek naar een nadere afbakening van de functies ondersteunende- en activerende begeleiding tevens onderzoeken hoe het in de praktijk gesteld is met de kwaliteit van de met een PGB ingekochte ondersteunende en activerende begeleiding.” Conclusie en bijkomend onderzoek in Nederland: Ross : “Samenvattend kom ik tot de conclusie dat de regeling PGB-nieuwe-stijl voldoet aan de doelstellingen van het komen tot vraagsturing en zorg op maat op een doelmatige manier. De regeling is weliswaar niet geheel 'waterdicht', maar ongewenst gebruik lijkt zich niet vaker dan incidenteel voor te doen. Gebleken is dat gevallen van echte fraude slechts hoogstzelden voorkomen en dat in deze gevallen het budget zonder pardon wordt teruggevorderd. Ik neem een aantal maatregelen die de uitvoerbaarheid van de regeling vergemakkelijken en de beheersbaarheid ervan vergroten. Punten die mijn speciale aandacht in de komende tijd hebben zijn, zoals ik heb aangegeven, de monetarisering van de mantelzorg en de kwaliteit van met name de met een PGB ingekochte ondersteunende en activerende begeleiding. Op deze thema's ben ik van plan nader onderzoek te doen.”
|
|||
Dossiers![]() |
De voorbije maanden haalde de evaluatie door professor Breda (UFSIA) van drie jaar gebruik van het Persoonlijk Assistentiebudget (PAB) regelmatig de pers. De Standaard haalde bijvoorbeeld op dinsdag 19 oktober onder de hoofding ‘PAB toch wel erg duur' een aantal bevindingen aan uit de samenvattende paper ‘Empowerment met kopzorgen'. [Bekijk PDF] [Bekijk tekst]. Ook in het tijdschrift ‘Weliswaar', nr. 59, verscheen in oktober een artikel ‘Welzijn heeft zijn prijs'. De studie is een aanrader. Ze is zeer interessant en bevestigt een aantal verwachtingen die binnen de sector leefden. Enkele voorbeelden: gebruikers van het PAB blijken over het algemeen tevreden te zijn en te beschikken over meer vrijheid, de coördinatie van een dergelijke ondersteuningsvorm leidt tot heel wat kopzorgen, niet in het minst door de te overwinnen administratieve rompslomp, het PAB heeft niet geleid tot de verhoopte uitstroom uit welzijnsinstellingen en boorde zelfs een nieuwe ‘vraag' aan, het statuut en verloning van de tewerkgestelde persoonlijke assistenten kan beter, enz. Het is jammer dat de studie zich niet beperkt tot het trekken van objectieve conclusies uit onderzoeksgegevens. De teneur van een aantal vaststellingen is ronduit negatief: ‘op langere termijn is het niet verdedigbaar dat er een soort elite zou bestaan in vergelijking met een meerderheid die zich tot naturazorg moet beperken', ‘De huidige PAB-formule dreigt immers tot een oncontroleerbaar en onrechtvaardig systeem uit te groeien', ‘personen met een handicap krijgen een fikse geldsom aangeboden om zelf hun zorg te realiseren',… Deze teneur wordt dan vervolgens opgenomen in de media (merk bijvoorbeeld de titels op van de eerder vermelde artikels). Ook om een andere reden is een correcte objectieve weergave belangrijk. Het is onder andere op deze studie dat Vlaams Minister van welzijn Vervotte zich gaat baseren voor de geplande evaluatie van het PAB-systeem en de inschatting van de doelmatigheid van een PGB-systeem. De budgethoudersverenigingen Budgethoudersvereniging Inclusie Vlaanderen vzw, Budgethoudersvereniging Onafhankelijk Leven vzw (BOL), Budgethoudersvereniging Vlaanderen vzw (VLABU) en Zorg-Inzicht vzw verzonden dan ook een Open Brief naar de minister, en schreven op hun beurt een reactie op het artikel over de studie van professor Breda in de Weliswaar-editie van januari 2005. De voor- en tegens van het PAB worden al voldoende aangegeven in die UFSIA-studie, op de sites en publicaties van budgethoudersverenigingen, getuigenissen van PAB-budgethouders en in andere artikels van GRIP. We belichten verder wel een aantal van deze (vast)stellingen vanuit een andere invalshoek. Het is overigens opvallend hoe gelijkend deze stellingen (maar ook de antwoorden erop) zijn met deze in het discours dat ook in Nederland wordt gevoerd. Ook daar wordt aangedrongen op een correcte beeldvorming. Lees hiervoor het andere artikel 'PGB-thriller in Nederland'. ‘Doordat het PAB nieuwe vragen genereerde tast het de (financiële) beheersbaarheid van het Vlaamse welzijnssyteem aan'. In onze samenleving werd (gelukkig) gekozen voor solidariteit met mensen met een handicap, voor het voorzien in zorg en ondersteuning, voor gelijke rechten. Is ons systeem afdoende en blijft het dat ? In het kader van de Gezondheidsenquête van 2001 verklaarde 5 % van de mensen tussen 15 en 64 jaar officieel als' invalide' of ‘persoon met een handicap' erkend te zijn. Dit komt neer op een potentieel van 210.000 Vlamingen die een beroep zouden kunnen doen op het Vlaams Fonds. In juni 2003 konden 29.462 personen met een handicap terecht bij verschillende Vlaams Fonds- voorzieningen (internaten, pleegzorg, dagcentra, diensten voor zelfstandig wonen, enz.). We kunnen dus stellen dat ons gehandicaptenbeleid tegen de achtergrond van een langere levensduur en toenemende vergrijzing voor een enorme uitdaging staat. Het Vlaams Fonds stelde in 2003 dat om de toen bestaande wachtlijsten weg te werken, én de verwachte extra aanvragen op te vangen, tegen 2007 het aantal plaatsen in instellingen jaarlijks met 5,5 % moet stijgen. De 1,3 % (!) van het totale Vlaamse budget, dat is voorzien voor hulpmiddelen, tussenkomsten en voorzieningen voor personen met een handicap , die in 2003 ging naar het PAB is niet onbelangrijk maar laat ons de budgettaire impact in het juiste perspectief bekijken. ‘Een systeem van PAB is voor de overheid minder doelmatig dan beroep te doen op een stelsel van voorzieningen' . Meer PAB's zorgen logischerwijze voor een stijging van het algemeen welzijnsbudget. Net zoals bijkomende aanvragen voor residentiële zorg dat doen. Maar wanneer we er van uitgaan dat de vraag om ondersteuning in de komende jaren zal stijgen, wat is dan het goedkoopste voor die overheid: een plaats in een instelling of een PAB ? Regelmatig hoor je stellig verklaren dat een PAB ‘voor de gemeenschap' duurder is. Naast hun PAB-budget doen budgethouders immers ook nog een beroep op bijkomende systemen als thuisverzorging en zelfstandige verpleging. Tot vandaag werd deze stelling niet gestaafd door cijfergegevens. GRIP vindt dat mensen met een handicap vrij moeten kunnen kiezen voor een instelling of PAB. Maar de organisatie is vragende partij voor een objectieve vergelijking van de totale kostenplaatjes van verschillende zorgvormen en gaat graag de discussie aan met professor Breda. Naast een verbeterde levenskwaliteit voor de gebruikers brengt PAB immers ook terugverdieneffecten met zich mee. Aan de andere kant wordt in instellingen eveneens gebruik gemaakt van extra diensten, en stelsels van PWA, sociale maribel,… terwijl naast schaalvoordelen ook een overheadkost wordt geboekt. Knelpunt zit hem in wat ‘ doelmatig ' is. Levenskwaliteit is immers een puur individuele ervaring. Het maximum PAB-budget van 36.636 euro per jaar is initieel berekend op de kost van een dienst zelfstandig wonen. In deze prijs zit verzorging en verblijf… maar geen verplaatsingen. PAB-budgethouders kunnen echter – wanneer hun budget dat toelaat – wel op verplaatsing gaan, deelnemen aan activiteiten buitenshuis, assistentie gebruiken op het werk en in de school. De studie stelt dat tegenover dit totale budget (in vergelijking met dezelfde kost in een instelling ?) ‘slechts een minimaal aanbod van formele zorg' staat. Maar wanneer de kost van de ondersteuning van een individu reeds op die van een instelling werd gebaseerd en dus voor de samenleving gelijk blijft… is het ons inziens toch aan te moedigen dat personen met een handicap actief deelnemen aan het leven rondom. Of kiezen we om economische redenen voor het beperken van de vrijheid van mensen tot de zorgvoorziening ? Om echt te kunnen vergelijken is er bovendien nood aan een beeld van de doelmatigheid van (de kost van een plaats in) een zorgvoorziening. Ook hierover bestaan geen cijfers… stof voor een onderzoek? Dat is men in Nederland alvast van plan. Laat ons dan niet vergeten het individueel ervaren effect op de levenskwaliteit in de berekeningen mee te nemen. ‘Een fikse geldsom'. Het door de studie als een fikse geldsom bestempeld budget is volgens gebruikersorganisaties ontoereikend. Om rond te kunnen komen met haar/zijn budget, en omdat een bedienden- of arbeidscontract weinig flexibiliteit toelaat, is een budgethouder veelal verplicht een beroep te doen op PWA, studenten- en dienstbodencontracten. Er is amper ruimte voor een goede vergoeding van overuren en nachtwerk, de uitbetaling van een eindejaarspremie of het voorzien in opleiding. Deze knelpunten worden terecht aangehaald door de persoonlijke assistenten… maar ook door hun werkgevers. Het zou ook fout zijn te concluderen dat een bepaalde elite er warmpjes bijzit of geniet van royale ondersteuning. Het PAB zelf is inkomensonafhankelijk. Vele gezinnen moeten in Vlaanderen diep in eigen geldbuidel tasten op een beroep te kunnen doen op (bijkomende) zorg zoals ook wordt aangegeven door het onderzoeksteam. Zo werd eind oktober in De Standaard nog terecht de aandacht gevestigd op de precaire inkomenssituatie van mensen met een (lichte verstandelijke) handicap. Een thema waar bijvoorbeeld de gehandicaptenorganisatie KVG sinds jaar en dag op hamert, en in 2004 een studiedag over organiseerde. ‘Administratieve rompslomp en PAB is voorbehouden voor een mondige elite' . Correct, wat die rompslomp betreft. Voor heel wat mensen is een PAB zonder ondersteuning te zwaar. Budgethouders en hun assistenten moeten zoals in het buitenland een beroep kunnen doen op intermediairen of coöperatieven, trajectbegeleiding, loonadministratie kunnen uitbesteden, enz. Ook de aanwezigheid van een sociaal netwerk is een belangrijk element. In Vlaanderen moeten de ondersteunende budgethoudersverenigingen echter werken met een schamel budget en werd in de huidige besparingsronde stevig gesnoeid in het pas vooropgezette systeem van zorgtrajectbeleiding. Als werkgever ben je natuurlijk onderworpen aan de bepalingen van de arbeidswetgeving, met o.a. de verplichtingen van personeelsadministratie, enz. Dat valt niet te vereenvoudigen. GRIP pleit echter voor een zo soepel en licht mogelijke procedure voor de aanvraag, gebruik en verantwoording van de PAB-middelen naar het Vlaams Fonds toe. Een voorbeeld hiervoor kan bijvoorbeeld, alweer, het Nederlandse systeem zijn. Sleutelsteen daarvan is echter vertrouwen… vertrouwen van een overheid dat gebruikers er niet op uit zijn overheidsmiddelen te misbruiken… en dus van aan de aanvang geen topzwaar bureaucratisch systeem oplegt dat zowel de overheid zelf, als de gebruiker, met heel veel nodeloze rompslomp opzadelt. En dus wachtlijsten… Dit wordt geïllustreerd door de uitspraak van de voorzitter van het Vlaams Fonds, dhr. Abrahams, op 24 november 2004 in Knack: ‘Tegelijkertijd is het verstandig om niet te snel te gaan met een aantal vernieuwingen. Als we van het PAB, het PGB en een zorgregie per regio performante systemen willen maken, dan moeten we de tijd nemen om enkele mankementen in een vraaggestuurde aanpak weg te werken. Ook de administratie van het Vlaams Fonds moet trouwens kunnen volgen. Honderden nieuwe plaatsen per jaar doen de werklast flink stijgen .'…
|
|||
Vers van de pers![]() |
Als doof of slechthorend persoon kun je aanspraak maken op een vastgelegd aantal doventolkuren per jaar. Je kunt bij het CAB (Communicatie Assistentie Bureau) terecht om een tolk te boeken. Het totale aantal doventolkuren dat het CAB kan organiseren ligt vast. In 2004 was dit 7 500 uren. Eind november bleek dit aantal al bereikt te zijn. Dus er konden geen tolken meer uitgestuurd worden. Wie vanaf november een aanvraag indiende voor een tolk kreeg de boodschap dat dit niet meer kon terugbetaald worden. Dit zorgde voor paniek bij mensen die absoluut een tolk nodig hadden. Hoe zou je zelf zijn als je plots te horen krijgt twee maanden niet te kunnen communiceren zoals je dat zelf wilt? Fevlado , de federatie van dovenorganisaties, trok aan de alarmbel. Zij gingen op gesprek bij Minister van Welzijn Inge Vervotte. GRIP nam hun vragen mee naar de Raad van Bestuur van het Vlaams Fonds op 21 december en diende daar een nota met vragen en voorstellen in. De centrale vraag: Het optrekken van het totale aantal doventolkuren per jaar: een stijging van 7 500 naar 8 000 uren per jaar. Het antwoord was positief. Binnen de begroting 2005 zal men op zoek gaan naar middelen om deze verhoging waar te maken. Goed nieuws dus. Het antwoord van de Minister van Welzijn Inge Vervotte op een vraag van Vlaams Parlementslid Veerle Heeren maakte dit nieuws publiek. Maar nog niet officieel want het ontwerp van besluit dat de minister schreef moet nog goedgekeurd worden door de Vlaamse Regering. Eerst moeten de inspectie van financiën en de minister van begroting nog hun zegen geven. |
|||
Vers van de pers![]() |
De petitie, die in het najaar van 2004 verspreid werd, is een initiatief van het Doof Actie Front , een groep van Dove en horende jongeren die opkomt voor de Vlaamse Gebarentaal en haar gebruikers. In minder dan vier maanden tijd groeide hun kleinschalige actie uit tot het meest populaire verzoekschrift ooit bij het Vlaams Parlement. Het Doof Actie Front overlegt nu reeds intensief met verschillende organisaties in en rond de Vlaamse Dovengemeenschap, met taalkundigen, met grondwetspecialisten en met politici, waaronder het Dove parlementslid Helga Stevens. Zij zal het initiatief nemen om samen met andere politici de erkenning decretaal uit te werken. Deze krachtige samenwerkingsverbanden moeten een vlotte afhandeling van de erkenning door het Vlaams Parlement garanderen. Op woensdag 26 januari had in het Vlaams Parlement een persconferentie plaats. Er waren vertegenwoordigers aanwezig van het Doof Actie Front, de koepelvereniging Fevlado en het Vlaams GebarentaalCentrum, alsook het Dove parlementslid Helga Stevens. Op de persconferentie werden de petitie en de noodzaak tot erkenning van de Vlaamse Gebarentaal (VGT) toegelicht door Maartje De Meulder. Professor Mieke Van Herreweghe van het Vlaams GebarentaalCentrum vertelde er meer over de VGT. Bekijk hier de persteksten in die tijdens de persconferentie uitgedeeld werden. |
|||
Dossiers![]() |
Zoals je in de nieuwsbrief van december 2004 al kon lezen, heeft GRIP belangrijke stappen gezet om mee de kar te trekken van de ontwikkeling van een Inclusie-Effect-Rapport én van de invoering van dit beleidsinstrument in het beleidsproces. We vertelden je toen al iets over het nut van Inclusie-Effecten-Rapportering (IER), over waar de idee vandaan komt en hoe GRIP tegen dit Inclusie-Effect-Rapport aankijkt. Binnen het samenwerkingsverband met de TAU-groep en wetenschappers van twee Vlaamse universiteiten, neemt GRIP specifieke taken op. Zo bewaakt GRIP de effecten ten aanzien van de doelgroep en betrekt zij de stem van de gebruikersorganisaties bij het project. Daarnaast is GRIP ook een van de organisaties die instaat voor de toetsing van het instrument. Vanuit deze dubbele opdracht startte GRIP deze maand een nieuwe werkgroep op rond IER. Binnen deze werkgroep kunnen de gebruikers en gebruikersorganisaties hun visie, behoeften en opinies tot uiting brengen en een plaats krijgen in het project. Met de werkgroep IER hopen wij een draagvlak te vinden om een ruime basis te hebben voor de toetsing van het instrument. De wetenschappers nemen het grootste deel van de ontwikkeling van het instrument voor hun rekening. GRIP zal echter met de hulp van de gebruikersorganisaties het instrument toetsen en zo feedback kunnen geven. Er zijn twee toetsingen gepland. De “horizontale toetsing” analyseert het inclusie-effect van beleidsinitiatieven op verscheidene levensdomeinen van een persoon met een verstandelijke handicap. Er wordt getoetst wat het effect is van recente beleidsmaatregelen op domeinen zoals huisvesting, tewerkstelling, vrije tijd, culturele beleving, mobiliteit, enz … Bij de “verticale toetsing” gaat het om het inclusie-effect van beleidsinitiatieven op verscheidene soorten handicaps binnen één domein van de samenleving, zoals cultuur en culturele participatie, te analyseren.
Voor meer informatie rond de specifieke aanpak van GRIP betreffende dit project kan je in ieder geval terecht bij de dossiers van onze website. |
|||
Vers van
de pers![]() |
Vraag: Wat doet de dienst emancipatiezaken? De dienst Emancipatiezaken ondersteunt de Vlaamse overheidsadministratie in haar streven om te komen tot een evenredige vertegenwoordiging van de kansengroepen in het personeelsbestand. Totnogtoe waren deze kansengroepen: mannen/vrouwen, allochtonen en personen met een handicap. De Vlaamse regering voegde daar eind december ook nog de kansengroepen ervaren (oudere) werknemers en kortgeschoolden (laaggeschoolden) aan toe. Maar gaf ook de boodschap mee dat het helemaal niet de bedoeling is om het huidige gelijkekansenbeleid ten aanzien van mannen/vrouwen, allochtonen en personen met een handicap af te bouwen. Het beleid ten aanzien van de twee bijgekomen kansengroepen wordt gradueel ingebouwd.
de expertise in de organisatie is groter geworden en niet alleen binnen de dienst Emancipatiezaken: meer mensen volgden opleidingen en niet meer alleen diegenen die toch al overtuigd zijn. Veel medewerkers weten ondertussen bvb. welke extra kanalen ze kunnen gebruiken om mensen uit de kansengroepen te bereiken, verschillende projecten waren er op gericht om iets te veranderen aan de organisatiecultuur, zodat er echt een cultuur van openheid komt waarbij diversiteit wordt gezien als een meerwaarde (het project inzake vergadercultuur, het project om meer respect te verkrijgen voor het schoonmaak- en cateringpersoneel), ik denk dat we ook zichtbaarder zijn geworden op de werkvloer met onze specifieke dienstverlening aan personeelsleden: 400 personeelsleden maken jaarlijks gebruik van de kinderopvangfaciliteiten tijdens de schoolvakanties, personeelsleden met een handicap én hun leidinggevenden vragen vaak advies aan de dienst voor een arbeidspostaanpassing, enz... Ik ben mij ervan bewust dat om dit alles te realiseren er twee randvoorwaarden erg duidelijk zijn gebleken. Ten eerste, de dienst moet voldoende medewerkers hebben die al die projecten kunnen opvolgen en leidinggevenden kunnen ondersteunen. Ten tweede, de steun van het politieke niveau is vaak noodzakelijk gebleken om ervoor te zorgen dat diversiteit niet verdween in de reeks prioriteiten. Dit beleid is nog geen verworvenheid in de organisatie, hoewel we al veel meer "partners in crime" hebben dan vroeger. Vraag: De quotaregeling voor een minimumaanwezigheid van personen met een handicap op niveau D werd geschrapt in het raamstatuut en vervangen door de vermelding van een algemeen systeem van streefcijfers voor alle kansengroepen. GRIP vreest dat deze keuze wel eens een verslechtering kan betekenen voor de aanwezigheid van personen met een handicap in het personeelsbestand van de overheid. Is volgens u deze vrees terecht? Een paar maanden geleden zou ik gezegd hebben dat GRIP zich geen zorgen hoefde te maken. Ik vond het een toe te juichen feit dat men ging werken met streefcijfers voor alle niveaus. De quota golden immers enkel voor de niveaus D en E (dit zijn de niveaus zonder diplomavereisten). Er is echter niks over de streefcijfers terug te vinden in de beleidsnota Bestuurszaken van minister Bourgeois, maar gelukkig wel in het uitvoeringsbesluit van 24.12.2004. Het is belangrijk dat GRIP mee nauwlettend blijft kijken dat dit nieuwe instrument geen dode letter blijft. Daarnaast blijft de groep van personen met een handicap de groep die het het moeilijkste heeft qua beeldvorming (leidinggevenden lezen/horen "handicap" en denken "verminderd rendement". Als er meer kansengroepen zijn waar je beleid voor moet voeren (kortgeschoolden, ouderen) dan is het belangrijk dat jullie mee bewaken dat er geen concurrentie komt tussen de kansengroepen en dat er beleidsmatig en op de werkvloer voldoende voor de groep personen met een handicap wordt gedaan. Op de Rondetafelconferentie van 2 december 2003 rond de tewerkstelling van personen met een arbeidshandicap nam de Vlaamse overheid het engagement om een groeipad uit te tekenen naar een 4,5% aanwezigheid van personen met een erkende arbeidshandicap in haar globale personeelsbestand tegen 2010. Vraag: Welke inspanningen worden hiertoe geleverd? Inspanningen die reeds gedaan zijn: We maakten een definitie op voor personen van allochtone afkomst en personen met een handicap. Het is belangrijk om te weten te komen hoeveel personeelsleden uit de kansengroepen we nu hebben in de organisatie. Zo kunnen we ook een beter beleid maken want dan weten we waar het schoentje wringt. Om te registreren, te kunnen “tellen”, is het belangrijk dat iedereen in de organisatie dezelfde definitie hanteert, er is een registratiesysteem uitgewerkt maar dit is nog niet operationeel, er werden verschillende iniatieven genomen om het ministerie bekend te maken als werkgever bij de kansengroepen: de personeelsdiensten beschikken over een lijst van organisaties die mee helpen om vacatures bij de kansengroep te bezorgen, startbanen en stageplaatsen worden ingeschakeld om kansengroepen de kans te bieden de organisatie te leren kennen en omgekeerd, er werd een specifieke arbeidsmarktcommunicatie gemaakt naar de kansengroepen toe, er worden specifieke vormingen aangeboden aan leidinggevenden zodat onwennigheid met personeelsleden met een handicap kan worden weggewerkt, er is een centraal budget voor arbeidspostaanpassingen zodat personeelsleden met een handicap en hun leidinggevenden snel de juiste arbeidspostaanpassing kunnen verkrijgen. Vraag: Komt het groeiscenario niet in het gedrang door de recent aangekondigde aanwervingsstop? Hoe kan dit worden opgevangen? De wervingsstop is een streep door onze rekening. De Secretaris-Generaal van de administratie Werkgelegenheid zit een werkgroep voor die een groeipad probeert uit te tekenen zodat er, ondanks de vertraging door de wervingsstop, toch inspanningen worden gedaan om te groeien. De lat zal lager worden gelegd dan oorspronkelijk gepland. Ik denk wel dat het beter is om een realistisch (en toch nog uitdagend) streefcijfer te bepalen, waarbij de organisatie het gevoel heeft dat, als ze op haar tenen gaat staan, het kan gerealiseerd worden. Als we de lat te hoog leggen verliezen leidinggevenden de moed. Daarmee heb ik niet gezegd dat er geen extra inspanningen nodig zijn. Vraag: In 2004 formuleerde de Vlaamse Regering, in tegenstelling tot de periode 2001 – 2003 geen generieke doelstelling over diversiteit (d.i. een doelstelling die voor alle topambtenaren van de Vlaamse overheid gelden), zij vroeg enkel “blijvende aandacht voor diversiteit”. Hoe kan je er voor zorgen dat leidend ambtenaren een diversiteitsbeleid voeren als ze hier niet op beoordeeld worden? Niet. Indien het niet in het takenpakket zit van de leidend ambtenaren om hieraan te werken dan werken we met vrijwilligers en dan is het geen beleid dat je voert. Ik vind persoonlijk dat de Vlaamse regering te vroeg is afgestapt van de specifieke diversiteitsdoelstelling. Men had dit beter behouden tot de doelstelling effectief een onderdeel was geworden van de beheersovereenkomsten (het systeem waarmee men vanaf BBB ( Beter Bestuurlijk Beleid, de grote reorganisatie van de Vlaamse Overheid) de leidend ambtenaar zou aansturen. Indien het geen specifieke doelstelling is, is het moeilijk om te evalueren wat beleid was en wat toevalstreffers. We hebben dit ook aan de minister gesignaleerd en men zou in de bevraging van de leidend ambtenaren zorgen dat men hen hier specifiek over bevraagd. Vraag: Gelijke kansen realiseren voor mensen met een handicap betekent ook dat er aandacht gaat naar doorstroming van deze kansengroep naar hogere beleidsfuncties. Welke acties worden hiertoe ondernomen? Totnogtoe worden enkel een aantal randvoorwaarden verzekerd zodat kandidaten met een handicap effectief over gelijke kansen beschikken bij doorstroom (aanpassing bevorderingsexamen). We werken hiervoor samen met de afdeling wervingen en personeelsbewegingen en de afdeling vorming. Vraag: Hoe ziet u de toekomst van de dienst emancipatie zaken? Het team van de dienst is beter gewapend dan vijf jaar geleden. We groeiden van 4 naar 8 medewerkers. Doordat we bijna geen verloop kennen van vaste medewerkers is er veel expertise opgebouwd. Ik voorspel echter moeilijke tijden. De verrechtsing die zich afspeelt in de maatschappij heeft effecten op de politieke koers die wordt gevaren. Ik merk dat men veel voorzichtiger wordt als het gaat over het voeren van een beleid ten aanzien van personen van allochtone afkomst. Men voelt de adem van een bepaalde politieke formatie. Ik denk dat het kortzichtig is van te denken dat we die de wind uit de zeilen nemen door minder beleid te voeren. Er is juist meer en een krachtdadig beleid nodig. Mensen kansen geven op werk is ontzettend belangrijk en kan een boel maatschappelijke problemen vermijden. Vraag: GRIP is ongerust dat, gezien de aangekondigde wervingsstop in het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap, er geen nieuwe onafhankelijke emancipatieambtenaar zou komen. Het is natuurlijk de minister die over zoiets beslist maar… kan u ons geruststellen ? Ja, het was even spannend maar de oproep tot kandidaatstelling is op 18 december 2004 gepubliceerd. Ook de onafhankelijke positie werd door het uitvoeringsbesluit gegarandeerd. Vraag: Mocht u minister van ambtenarenzaken zijn, wat zou volgens u dé cruciale sleutel zijn die u prioritair aanvat om de instroom en doorstroom van personen met een handicap in het personeelsbestand van de Vlaamse overheid ? De subsidie voor rendementsverlies is heel belangrijk. Met goede bedoelingen alleen komen we er niet. Ik heb steeds gevonden dat diversiteit in het personeelsbestand en een goede dienstverlening complementair zijn en niet tegenstrijdig. Maar het is een feit dat bepaalde mensen met een handicap een rendementsverlies met zich brengen en dat moet je compenseren anders belast je het team. Vraag: Zijn er zaken die u graag gerealiseerd had gezien en waarvan u hoopt dat uw opvolger deze zal opnemen of zal verder zetten? Er is nog veel werk aan de winkel. Het registratiesysteem moet geïmplementeerd worden, we plannen voor 2005 ook initiatieven om te werken aan de beeldvorming (zodat als de wervingsstop minder rigide is de geesten al klaar zijn voor het aanwerven van de kansengroepen), een systeem van compensatie van rendementsverlies, ... Ik zou zo terug een plan voor de volgende vijf jaar kunnen maken: maar dit is voor de opvolger die daar zelf prioriteiten en eigen stempels moet op kunnen drukken. Vraag: Tot slot, wat wenst u uw opvolger toe? Deze job is niet altijd makkelijk: je moet omkunnen met weerstand, met het feit dat niet iedereen overtuigd is van het belang van diversiteit. Ik vond dit een fantastische job en mijn werkplezier heeft zeker veel te maken gehad met de medewerkers van de dienst Emancipatiezaken. Ik denk dat het erg belangrijk is dat je zelf doet wat je predikt. De dienst Emancipatiezaken is een divers team. We hebben een goede reputatie opgebouwd qua dienstverlening. Volgens mij bewijst dit wat we overal vertellen: werken aan het verkrijgen van diversiteit in een team/organisatie is niet tegengesteld aan het leveren van een goede dienstverlening. Integendeel, ik denk dat het een succesfactor is. Ik wens mijn opvolger en alle medewerkers van de dienst Emancipatiezaken dan ook heel veel successen toe in de komende jaren en ook tijd om deze te vieren. Bedankt voor het interview. Wij wensen u nog veel succes in uw verdere loopbaan. |
|||
Sensibilisatie![]() |
GRIP vindt het rechtstreeks contact, de ontmoeting tussen mensen met en mensen zonder handicap heel belangrijk. Deze ontmoeting stimuleren, is dan ook één van onze prioriteiten op het vlak van sensibilisatie. We gaan er immers vanuit dat zulke contacten veel meer impact hebben dan een onrechtstreekse vorm van sensibilisatie via de media. Omwille van die drijfveer besloot GRIP een “getuigennetwerk” [Bekijk PDF] [Bekijk tekst] op te zetten over heel Vlaanderen. Dit netwerk bestaat uit mensen met een handicap en hun directe vertegenwoordigers die getuigen over hun persoonlijke ervaringen in het leven met een handicap. Omdat we niet van de ene dag op de andere overal in heel Vlaanderen kunnen aanwezig zijn, besloten we om ons de twee eerste jaren te focussen op het onderwijs . GRIP ziet de school immers als ideale voedingsbodem voor een respectvolle samenleving waar diversiteit gezien wordt als een rijkdom. Op langere termijn zullen we ons ook tot andere entiteiten van de samenleving richten. GRIP sprak andere organisaties aan om in dit project mee te stappen. Dit betekent dat wanneer we een vraag van een school naar een getuige krijgen, dat we die scholen dan ook naar andere organisaties kunnen doorverwijzen. Gebruikersorganisaties die hier nog graag aan willen meewerken , kunnen altijd contact opnemen met GRIP. GRIP heeft momenteel een 40-tal getuigen die naar scholen trekken. Het is natuurlijk de bedoeling dat dit aantal nog stijgt en dat we tot een mooie spreiding komen over heel Vlaanderen. Alle GRIP-getuigen worden jaarlijks uitgenodigd op een ontmoetingsdag voor getuigen. De bedoeling van die dag is vooral het uitwisselen van ervaringen, het beantwoorden van vragen, het meegeven van tips en mogelijk ook een stukje vorming als daar nood aan blijkt te zijn. Elk jaar mogen de getuigen andere potentiële getuigen uitnodigen en meebrengen. Op die manier hopen we een stevig netwerk uit te bouwen. Op 11 december 2004 had onze eerste ontmoetingsdag plaats. Herman Hillen was erbij, hij blikt terug op die dag met een kort verslag. Naast de uitbouw van een netwerk, is de promotie van het netwerk in scholen ook belangrijk. We willen leerkrachten stimuleren om in hun klas aan de slag te gaan rond het thema “inclusie van mensen met een handicap in de samenleving”. Het werken met een getuige, kan daar één aspect in zijn. Daarom plannen we dit jaar ook promotie- en sensibiliseringscampagnes in het onderwijs, waarbij we leerkrachten warm maken om die uitdaging aan te gaan. Onze nieuwe webpagina voor leerkrachten moet hen daarbij helpen. |
|||
Sensibilisatie![]() |
Praktisch: Datum: vrijdag 13 mei 2005 Uur: 14u - 17u Plaats: Holliday Inn Hotel - Zaal Le bouquet fleuri Inkom gratis Inschrijven kan via 02/214.27.60 of bij voorkeur via onze website onder de rubriek activiteiten. Inhoud van de workshop: Het wordt een workshop over de huidige beeldvorming over mensen met een handicap in de media. Over initiatieven en de rol van belangenorganisaties, overheden en media om die beeldvorming positief te beïnvloeden. En over de nood en de zin van een communicatiebeleid en samenwerking hieromtrent. Het eerste deel van de workshop bestaat uit een uiteenzetting over beeldvorming en goede praktijkvoorbeelden, het tweede deel krijgt vorm door een debat met de verschillende betrokken partijen. Geschikt voor belangenorganisaties, instellingen, overheden, pers, studenten en andere geïnteresseerden. |
|||
Vers van de pers![]() |
De elektronische nieuwsbrief van GRIP bestaat ondertussen een jaar. Wij zijn benieuwd naar jouw mening en polsen daarnaar via deze vragenlijst. Met vijf minuten van jouw tijd, kunnen wij de nieuwsbrief weer een stukje aantrekkelijker maken. Alvast bedankt voor de moeite! |
|||
Vers van de pers![]() |
Infodagen PAB voor starters BOL vzw organiseert in januari en februari 2005 een aantal infodagen voor PAB-gebruikers. Lees er meer over in de uitnodiging. De website van BOL kreeg ondertussen ook een nieuw kleedje. Ga zeker eens een kijkje nemen. Infoavonden inclusief onderwijs Ouders voor Inclusie trekt voor de tweede keer Vlaanderen rond met een reeks infoavonden over inclusief onderwijs. Net als vorig jaar doen ze dit in samenwerking met Gezin en Handicap. Deze keer staat de ronde van Vlaanderen in het teken van de uitgave van het “starterspakket inclusief onderwijs”. Studiedag: 'Studeren en werken met dyslexie: kansen op slagen!?' De Stichting Leerproblemen Vlaanderen organiseert in samenwerking met DysKus op 12 maart 2005 een studiedag over studeren en werken met dyslexie. Voor meer informatie over de studiedag kan je terecht op de website van de Stichting Leerproblemen Vlaanderen. Vormingsaanbod PLAN vzw voorjaar 2005 In het voorjaar van 2005 organiseert PLAN vzw een aantal themadagen, cursussen en trainingen. Bekijk hier het vormingsaanbod. In onze nieuwsbrief van maart-april 2004 verscheen reeds een artikel over wat we precies onder PLAN kunnen verstaan. 10 jaar Persephone Dit jaar bestaat Persephone vzw 10 jaar. Dat wordt gevierd op 21 mei met allerlei activiteiten. Het thema van die dag is: "Ik ben blij dat ik leef". Onder deze titel geeft Persephone ook een boek uit met verhalen van vrouwen met een handicap. We houden je op de hoogte van de verdere details. Bevraging bij jongeren met CVS De CVS-Contactgroep verspreidt een bevraging in verband met CVS bij jongeren en de problemen die ze ondervinden om te kunnen en vooral te mogen studeren met hun handicap. Indien je zelf betrokken partij bent, of indien je iemand kent die met deze problematiek geconfronteerd wordt, willen we je aanmoedigen om de vragenlijst in te vullen. Je kan hem terugsturen per mail of per post naar: CVS Contactgroep Gids “Verder studeren … met een functiebeperking” Op woensdag 22 december 2004 stelde minister van Onderwijs, Frank Vandenbroucke de gids “Verder studeren … met een functiebeperking” voor. Deze gids helpt studenten met motorische of zintuiglijke functiebeperkingen, chronische ziekte, psychische klachten en dyslexie bij de keuze van een instelling voor hoger onderwijs. De gids is een realisatie van het pas opgerichte Vlaams Expertisecentrum voor Handicap en Hoger Onderwijs (VEHHO). |
|||
Column:![]() |
Op de website van het Vlaams Fonds vindt men een mooie tekst over ‘Inclusief gehandicaptenbeleid' . Op basis van deze tekst zou ik willen voorstellen dat een jury jaarlijks een prijs zou uitreiken voor het meest en het minst inclusieve project in Vlaanderen. De winnaar van het meest inclusieve project van het afgelopen jaar waren voor mij de organisatoren Ron Reuman en Nadia Hoeterickx, de bezielers achter de rockgroep ‘The fundamentals' . De absolute winnaar van het minst inclusieve project waren in 2004 en dit voor het tweede jaar op rij, het Vlaams Fonds zelf. De tekst op de Vlaams Fonds website zegt:
Wel de organisatoren achter ‘the Fundamentals' hebben een professionele muzikale omgeving gecreëerd voor vier zangers met een verstandelijke handicap. Waardoor ze avond na avond een meer dan behoorlijk artistieke prestatie neergezet hebben, heel dikwijls voor bomvolle zalen. Duizenden fans op de ‘Nekka-Nacht waren het er over eens dat the Fundamentals ‘de artiesten' waren onder de artiesten. Zodus krijgen ‘the Fundamentals' de gouden beker van mij. Verder staat in de tekst over een inclusief gehandicaptenbeleid:
Uit gesprekken met de Vlaamse Ombudsdienst en tv-programmamakers over ‘Kafkaiaanse toestanden', blijkt dat het Vlaams Fonds een buitengewoon ontoegankelijke organisatie is voor de gewone man of vrouw met een handicap. Researchers die, naar aanleiding van de website www.kafka.be , op zoek waren naar zo'n administratieve anomalieën, stonden paf van wat ze bij het Vlaams Fonds vonden i.v.m de terugbetalingen van hulpmiddelen. Een straffer voorbeeld van Kafkaiaanse toestanden hadden de televisiemakers nog niet gezien. Ik ben persoonlijk hard aangepakt door Kafka van het Vlaams Fonds. Op 5 januari 2002 startte ik als elektrische rolwagengebruiker met een aanvraag tot terugbetaling van deuropeners. Mijn drie elektrische deuropeners in mijn huis, moesten na respectievelijk 14 en 17 jaar dienst vervangen worden. Deze meerkost van mijn handicap is vroeger reeds betaald geworden door de voorloper van het Vlaams Fonds. Mijn dossier VF/21177 is daar goed gekend. In december 2004, bijna twee jaar later, heb ik eindelijk de bevestiging gekregen dat één van de deuropeners betaald zal worden, maar pas op ik ga voor drie. Toen ik het overzicht maakte van de administratieve inspanningen die ik hier tot nog toe voor heb moeten leveren, stond ik zelf versteld. De offerte voor de drie deuropeners met infrarood handenvrije bediening is 7100 euro BTW in, de minimale berekende administratieve kosten hiervoor tot nu, is 4307 euro. Op dit moment hebben 38 verschillende mensen zich reeds met deze zaak bezig gehouden. Er zijn twee professoren, een psycholoog, een ergotherapeut, een revalidatie arts, een sociaal werker, een directie diensthoofd, twee advocaten, een juridische dienst, een verzekeringsmaatschappij, een griffier, een rechter, een heroverwegingscommissie, een arbeidsrechtbank, een bijzondere bijstandscommissie, een provinciaal evaluatiecommissie, een multidisciplinair team, ... die zich over mijn deuropeners hebben gebogen. Er zijn reeds 27 gewone en 12 aangetekende brieven verstuurd. Ik twijfel er niet meer aan, mijn deuropeners worden een staatszaak. Mijn verhaal is er één dat opgaat voor honderden andere personen met een handicap. Om deze redenen gaat de loden beker voor 2004 naar het Vlaams Fonds. In het bijzonder naar de ambtenaar die me ernstig adviseerde: ‘Om mijn deuren te laten openstaan' als oplossing voor mijn twee resterende deuropeners en mijn toegankelijkheidsprobleem. Oh ja, binnenkort dien ik dan ook mijn extra verwarmingskosten in als oplossing voor de meerkosten van mijn handicap. |
|||
Sluit aan
bij GRIP:![]() |
Op deze link vind je
een invulformulier.
Dank ! |
|||
Vorige nieuwsbrief:
|
|
|||
![]() |
|