
| n°12
: januari – februari 2006 |
Nieuwsbrief
GRIP - printbare
versie |
||
Inhoud |
Kansengroepen, zoals mensen met een arbeidshandicap, moeten veel meer aan het werk. De VDAB kreeg daarom door de Vlaamse overheid zeer ambitieuze doelstellingen opgelegd. Daarnaast wordt de VDAB binnenkort bevoegd voor de ondersteuning van werkzoekenden en werkenden met een arbeidshandicap. Hoog tijd dus om eens een bezoekje te brengen aan Fons Leroy. Net zoals met het Europees Jaar van de Persoon met een Handicap in 2003 wil de Europese Commissie met het themajaar voor Gelijke Kansen in 2007 bijdragen aan de juiste beeldvorming over personen met een handicap en andere kansengroepen. Daarnaast wil ze sensibiliseren over de rijkdom van diversiteit in onze samenleving. Wat is men van plan en wat kunnen we in Vlaanderen doen? | ||
| Voorwoord |
De Nieuwsbrief die nu op uw beeldscherm prijkt geeft eigenlijk direct een mooi beeld van de verschillende wijzen waarop GRIP haar doel nastreeft. Dat maatschappelijk doel is nogal vaag (en ambitieus, zoals het een goed doel betaamt) namelijk: ‘de realisatie van gelijke kansen en rechten van personen met een handicap door de beïnvloeding van het beleid en de samenleving’. Waar leggen we onze prioriteiten, zoals die ook terug te vinden zijn in onze planning 2006? We willen de beeldvorming en mentaliteit over personen met een handicap in onze samenleving (en bij onze beleidsmakers die er een niet onbelangrijk stukje van vormen) veranderen. Daarom wordt onder andere jaarlijks een multimediacampagne gelanceerd. De voorbije jaren koppelden we die midden februari aan de (intussen van opzet gewijzigde) Week van de Diversiteit in het onderwijs, dit jaar was Valentijnsdag de ‘trigger’. Het opzet van een dergelijke campagne is natuurlijk mensen te doen nadenken. En beter nog… om het er met andere mensen over te hebben. Bij de vorige editie (de Humorcampagne Ha Ha handicap) was dat alleszins het geval. Daarom gaan we elke campagne vanaf nu laten vergezellen van een online-forum op onze site waar mensen hun opmerkingen kwijt kunnen en in discussie kunnen gaan. Je mening is er van harte welkom, doen! Meer uitleg over de nieuwe campagne vind je in een eerste artikel, maar sensibilisatie is ook een doelstelling van de Europese Commissie die daarvoor in 2007 een Europees Jaar voor Gelijke Kansen lanceert. Het is voor GRIP een kans om met andere organisaties van personen met een handicap of chronische ziekte samen naar buiten te treden, daarvoor beginnen de voorbereidingen in het najaar. We hopen ook dat de overheid en gelijke kansenorganisaties dit themajaar zullen aangrijpen om over de, begrijpelijke maar toch wel verdelende, grenzen van de eigen werking en specifieke kansengroep heen de handen in elkaar te slaan. Doel: gelijke kansen voor iedereen! De beïnvloeding van het beleid is een andere doelstelling voor GRIP. Dit kan op verschillende manieren. De meest ideale vorm is deze waarin de overheid ervaringsdeskundigen en hun organisaties als partners aanziet voor het maken van beleid. Dit vergt van de overheid naast vooral goede wil misschien wat aanpassing, maar leidt wel tot regelgeving met meer kwaliteit en draagvlak. In het interview met de administrateur-generaal van de VDAB worden heel wat voorbeelden (commissie Diversiteit, stakeholdersforum, enz.) aangegeven waarop dit kan. Een andere vorm voor de beïnvloeding van beleid, wanneer andere instrumenten hebben gefaald, is het voeren van politieke actie. GRIP vindt het Persoonsgebonden Budget een belangrijk instrument voor zelfbeschikking en autonomie van personen met een handicap. De enige vandaag bestaande vorm ervan is het Persoonlijk Assistentiebudget. We roepen dan ook op om deel te nemen aan de volgende actie van de budgethoudersverenigingen: Voer samen met GRIP actie!
Kom naar de actie van PAB+. Voor de afbouw van de wachtlijsten, voor een vrije keuze en voor een uitbreiding van het PAB.
Op vrijdag 24 maart spreken we om 15u30 af op het Martelaarsplein te Brussel. Meer info? info@gripvzw.be
Je kunt ook online de petitie ondertekenen op de website van de actievoerders.
Naast de werkzaamheden op vlak van beeldvorming en mentaliteit over mensen met een handicap, het streven naar mogelijkheden voor de verbetering van hun autonomie is ons laatste actiedomein dat van de mensenrechten. Het is daarbij uitkijken naar de ontwikkeling, stemming en uitvoering van de nieuwe Conventie voor Gelijke Kansen van personen met een handicap van de Verenigde Naties. We tonen in artikel 4 aan dat dit afdwingbaar Verdrag een mijlpaal wordt voor de mensenrechten van onze kansengroep. |
||
Sensibilisatie![]() |
In de Valentijnsweek lanceerde GRIP haar gloednieuwe beeldvormingscampagne. In de sfeer van mode, schoonheid en sensualiteit kaarten we de positie van mensen met een handicap in onze samenleving aan. In de tv-spot en advertentie brengen we mensen met een handicap in beeld in een situatie waar het hoogst ongewoon is dat we ze daar tegenkomen: de reclame. De wereld van glamour en glitter, de wereld van perfectie waar weinig mensen aan kunnen tippen. Door net daar iemand met een handicap te laten opduiken is het verrassingseffect des te groter en wordt de kijker aangezet tot nadenken. We zijn vertrokken van een typische reclame voor ondergoed. Door volledig mee te gaan in de stijl van de grote merken, wordt de kijker op het verkeerde been gezet. Hij verwacht een typische reclamespot totdat er op het einde onopvallend toch iets opvalt: de handicap van één van de modellen. GRIP wordt in de spot en de advertentie het merk van het ondergoed. GRIP staat op haar beurt voor Gelijke Rechten voor Iedere Persoon met een handicap, kortweg onze kerntaak. We streven naar de evenwaardige participatie van mensen met een handicap in onze samenleving. Onze campagne is een betoog voor inclusie. Het onvoorwaardelijk opnemen van deze mensen in onze samenleving zoals ze zijn, met hun mogelijkheden en beperkingen. Met de campagne kaarten we aan dat het helemaal niet zo logisch is dat mensen met een handicap zelden te zien zijn in de media, op de werkvloer, in het gewoon onderwijs, in de politiek, … 1 op 10 mensen heeft immers een handicap, dan is het toch merkwaardig dat we die verhoudingen niet terugvinden in ons dagelijks leven? Ook de radiospot gaat hier verder op in. We horen een bevreemdende, onverstaanbare stem. Hij probeert de juiste woorden te vinden om ons iets te vertellen. Het is moeilijk. Het vraagt tijd en geduld. De luisteraar probeert te verstaan wat er gezegd wordt, maar het lijkt wel of de radio verkeerd is afgesteld. Beide partijen spannen zich in om een frequentie te vinden waarop ze elkaar kunnen begrijpen. Beetje bij beetje wordt de boodschap duidelijker: gelijke rechten voor iedere persoon met een handicap. De juiste golflengte om elkaar te verstaan is gevonden maar het is maar de vraag of de luisteraar ook echt op dezelfde golflengte zit? Krijgen mensen met een handicap dezelfde kansen in onze maatschappij? De radiospot werd ingesproken door Thomas Serreyn. Hij heeft een verstandelijke handicap. Hiermee trachten we onze boodschap extra kracht bij te zetten. Wanneer mensen denken aan gelijke rechten en kansen is dat meestal goed en wel voor mensen met een sensoriële of fysieke handicap maar veel minder voor mensen met een verstandelijke beperking. Er bestaat nog altijd een zeer negatief beeld over deze groep mensen en ook daar willen wij verandering in brengen. We willen gelijke rechten en kansen voor ìedere persoon, ook voor mensen met een verstandelijke handicap! |
||
Dossiers![]() |
Er zijn héél wat veranderingen op til in het tewerkstellingsbeleid voor mensen met een arbeidshandicap. Enerzijds komt dit doordat de ministers van Werk en Sociale Economie dat beleid overnemen van de minister van Welzijn. Wat betekent dat concreet? De VDAB neemt de taken met betrekking tot tewerkstelling van mensen met een handicap over van het Vlaams Fonds en de beschutte werkplaatsen worden een deeltje van de sociale economie. Anderzijds versterkt de Vlaamse overheid haar beleid gericht naar de kansengroepen ouderen, jongeren, allochtonen en mensen met een arbeidshandicap. Wat zich vertaalt in ambitieuze doelstellingen voor de VDAB. Hoog tijd dus voor een babbel met VDAB-baas Fons Leroy. Fons volgt Yvan Bostyn op die vorige zomer met pensioen ging. Daarvoor was hij kabinetschef van Vlaams minister van Werk Frank Vandenbroucke.
Je hebt een uitgesproken visie op de werking van de VDAB. Je neemt zelfs de woorden “nieuwe VDAB” in de mond. Wat moeten we ons daar bij voorstellen? En wat betekent dit voor de dienstverlening naar mensen met een arbeidshandicap? Mijn visie is dat er nood is aan meer maatwerk omwille van de diverse samenstelling van de werkzoekendenpopulatie. We hebben de opdracht om ons beleid naar de kansengroepen te versterken door binnen de VDAB een beleid van “oververtegenwoordiging” te voeren. Dat betekent dat we in verhouding meer trajecten van werkzoekenden uit de kansengroepen gaan uitvoeren. De overheid wil zo meer mensen uit de kansengroepen aan het werk krijgen, zodat de werkvloer een betere afspiegeling van de maatschappij wordt. Binnen de nieuwe VDAB wordt diversiteit dus als invalshoek veel belangrijker dan in het verleden. Onze consulenten moeten met de diversiteit van de mensen kunnen omgaan. Ze moeten de kansengroepen op de meest passende manier kunnen toeleiden naar de arbeidsmarkt. Daarom kiezen we enerzijds om veel meer dan vroeger te gaan samenwerken met partners. Dit omdat de VDAB niet altijd de nodige expertise heeft om al de verschillende kansengroepen op de juiste manier een traject te laten volgen. Anderzijds is de achterstelling op de arbeidsmarkt ook een vertaling van een achterstelling van deze groepen in de samenleving. Het is dus eigenlijk een maatschappelijk probleem. De VDAB moet dan ook een maatschappelijke betrokkenheid tonen. Dat doen we via een ‘stakeholdersforum’ waar we toch proberen de voeling met wat er van onderuit leeft bij die groepen in de organisatie te brengen. De ondersteunende maatregelen op vlak van werk voor mensen met een handicap verhuizen van het Vlaams Fonds naar de VDAB. Welke gevolgen heeft dit voor de werkzoekende of werkende met een handicap of chronische ziekte? De overheveling is op 1 april gepland. Dat betekent dat heel het tewerkstellingsluik van het Vlaams Fonds overkomt naar de VDAB met uitzondering van de beschermde werkplaatsen. Deze worden samen met de sociale werkplaatsen in de sociale economie ondergebracht. De VDAB heeft ook daar een taak omdat ze zowel naar de beschermde als naar de sociale werkplaatsen als naar arbeidszorg mensen moet toeleiden. De overheveling bekijken we in twee fases. De eerste fase die héél 2006 zal bestrijken is dat we alles overnemen zoals het nu loopt. We gaan dus geen revolutie veroorzaken. We respecteren daarmee wat politiek is afgesproken tussen de ministers van Werk en van Welzijn. In dat politieke afsprakenkader staat ook de garantie dat de oorspronkelijke doelgroep van het Vlaams fonds niet verdrongen zal worden binnen de VDAB. Deze vrees leeft doordat de doelgroep in het kader van VESOC-afspraken (dit zijn afspraken tussen de Vlaamse overheid en sociale partners) uitgebreid is tot de groep van “personen met een arbeidshandicap”. Het is onze ambitie om te zorgen dat we na een aantal jaren een verbeterde manier van trajectwerking hebben door de expertise van de VDAB en de expertise die binnen het ATB-netwerk zit samen te brengen en te komen tot een logisch trajectbegeleidingsmodel. Dit model moet mensen met een arbeidshandicap zoveel mogelijk toeleiden naar de gewone bedrijven. Daarnaast moeten er veel meer linken gelegd worden tussen de nu nog categoriale voorzieningen en de reguliere voorzieningen. Bijvoorbeeld dat iemand in een traject bij de VDAB een beroepsopleiding volgt bij een CBO, of omgekeerd iemand in een ATB-traject een opleiding volgt in een competentiecentrum van de VDAB. We gaan in 2006 dus niet veel veranderen. Wel gaan we een systeem opzetten om te kijken hoe de trajectbegeleiding van mensen met een arbeidshandicap verloopt binnen de klassieke VDAB–aanpak en hoe die verloopt bij ATB. De bedoeling is om te kijken waar er nog problemen zitten. Wijzen de ATB-netwerkpartners te snel naar elkaar door? Of zitten er te veel drempels ingebouwd in de VDAB werking om iedereen met een arbeidshandicap te gaan begeleiden? Het doel is om hieruit conclusies te trekken zodat we een beter trajectbegeleidingsmodel kunnen uitwerken. We gaan het ATB-netwerk anders bekijken dan vandaag het geval is. Het ATB–netwerk doet vandaag zowel de screening en de trajectbepaling als de uitvoering (bvb. het geven van een beroepsopleiding). Binnen de VDAB-structuur is dit sterk opgesplitst. Dat moeten we consequent doortrekken naar het ATB-netwerk. De ATB-dienst is eigenlijk een dienst die samen met de VDAB in de werkwinkels moet zorgen voor de trajectbepaling. Dat gebeurt op basis van een goede screening (door de CGVB’s of andere instanties). Op basis van de trajectbepaling gaan we steeds bekijken of iemand bij een reguliere trajectuitvoerder terecht kan of beter bij een gespecialiseerde instantie. We gaan dus het automatisme van het naar elkaar doorverwijzen in het ATB- netwerk doorbreken. Ik beschouw ATB als VDAB, in mijn hoofd is ATB de VDAB. ATB heeft niet de mogelijkheden om alle dagen in de werkwinkels te zitten. De VDAB kan dat wel. We moeten in de loop van de komende jaren de kennis van ATB verspreiden in de VDAB. Zodanig dat in welke werkwinkel de persoon met een arbeidshandicap zich ook aanbiedt, hij direct geholpen wordt. Nu moeten mensen soms wachten tot er iemand van ATB aanwezig is in de werkwinkel of worden ze doorgestuurd naar de vestiging van ATB. Dat kan niet de bedoeling zijn. De kennis om met die kansengroep te werken moet gewoon in de werkwinkel aanwezig zijn. Dat betekent dat we die kennis met elkaar moeten delen. Op lange termijn zal er geen onderscheid meer zijn tussen ATB en VDAB. Het uitgangspunt is dat je als persoon met een arbeidshandicap altijd onmiddellijk kan worden opgevangen en dat de knowhow aanwezig is om je te begeleiden in het opstellen van een traject. Dat je niet automatisch in een apart netwerk zit. De cliënt moet heel het gamma kunnen krijgen, van zowel de reguliere als categoriale mogelijkheden. We hadden afgesproken dat we daar in 2007 zouden staan. We zijn nu wel wat geremd doordat de overheveling met drie maanden is uitgesteld. 2006 was als overgangsjaar gerekend: 6 maanden het systeem laten lopen zoals het is en dat grondig bestuderen en dan nog 6 maanden de tijd om daaruit een nieuw trajectbegeleidingsmodel op poten te zetten. Dat wordt wat moeilijker nu. Maar we gaan het toch proberen. Héél die uitwerking zullen we doen samen met het ATB-netwerk en met betrokkenheid van de sociale partners en de gebruikers. Wat gebeurt er met de ondersteunende maatregelen voor werkenden (arbeidspostaanpassingen, de loonkostsubsidies, …)? Het pakket van ondersteunende maatregelen komt mee over naar de VDAB. De mogelijkheden die vandaag bestaan nemen zeker niet af. We hebben ook het groeibudget voor 2006 meegekregen van het Vlaams Fonds. Maar ondertussen hebben we ook gevraagd om de loonkostsubsidies voor mensen met een handicap, de VIP en de CAO26, eens toekomstgericht te bekijken. Daar zal binnenkort een aanbeveling van de commissie Diversiteit van de SERV over komen. Hoe moeten we daar in de toekomst mee omgaan? De twee verschillende systemen behouden of er één systeem van maken? We moeten in ieder geval een systeem behouden dat héél aantrekkelijk is voor werkgevers en dat we eigenlijk ook voor meer mensen kunnen inzetten dan vandaag. We hebben enerzijds de garantie ten aanzien van Welzijn dat we de oorspronkelijke doelgroep niet gaan laten verdringen. Maar de doelgroep van personen met een arbeidshandicap is groter dan de groep personen met een handicap en die instrumenten zijn ook nuttig voor die bredere doelgroep, daarom niet onder dezelfde vorm. Misschien moet dat aangepast zijn in functie van de zwaarte van de arbeidshandicap. Dat is de denkoefening die we gevraagd hebben aan de sociale partners in de SERV. We gaan daar ook in de loop van dit jaar samen met de gebruikers en het ATB-netwerk over nadenken. Daarna kunnen we beide visies samen leggen en de discussie aangaan. De VDAB zal in de toekomst ook de ondersteunende maatregelen toekennen. De kennis om dat te doen hebben we niet in huis. Vandaar dat er nu al iemand van de VDAB in de provinciale evaluatiecommissie zit om die kennis op te doen. Het belangrijkste is dat we de doelstelling van ons beheerscontract, de 40% oververtegenwoordiging in ons dienstenaanbod, realiseren. We kunnen dat enkel realiseren door te maken dat die integratie goed verloopt door heel veel contact te houden met het werkveld en gebruikersorganisaties en onze instrumenten te actualiseren. Anders gaan we die oververtegenwoordiging moeilijk behalen. Zeker omdat de doelgroep gaat vergroten als we morgen ook de ouderen en langdurig werklozen gaan bereiken. Daarin zitten veel mensen met fysieke of psychische beperkingen of met sociaal–psychische problemen. De groep van personen met een arbeidshandicap gaat dus enkel maar toenemen. Dat betekent dat we in de toekomst nog meer trajecten, opleidingen, … voor deze groep moeten voorzien. Er wordt naar mijn gevoel te defensief gereageerd vanuit de categoriale voorzieningen. Ze zijn bang dat ze gaan weggeconcurreerd worden door de VDAB, dat ze verdrongen zullen worden. Dat het kleine ATB gaat opgegeten worden door de grote VDAB. Maar het verhaal van de eerste 10 jaar is dat er meer middelen geïnvesteerd worden in de kansengroepen. We gaan alle handen en hoofden nodig hebben om voor hen een goede trajectbegeleiding te voorzien. Het is een verhaal van samenwerking. Vaak worden mensen met een handicap door toegankelijkheidsproblemen onbedoeld uitgesloten. Bij toegankelijkheid denken we niet alleen aan toegankelijkheid van gebouwen, maar ook bijvoorbeeld aan het hanteren van eenvoudige taal, het voorzien van redelijke aanpassingen, … Hoe scoort de VDAB op dit vlak? We hebben nog een redelijk lange weg te gaan vooraleer we een toegankelijke VDAB hebben. We hebben er over gewaakt bij het oprichten van de werkwinkels dat ze allemaal toegankelijk zijn. Maar we stellen vast dat er nog veel toegankelijkheidsproblemen zijn bij onze oude opleidingsinfrastructuur, dat zijn gebouwen van 20 à 30 jaar oud. In ons investeringsprogramma’s zit ‘toegankelijkheid’ nu als een automatisme in. Het is een criterium voor investeringen. En wat het gebruik van eenvoudige taal betreft. We hebben nu een aantal partnerschappen met organisaties, zoals Wablieft, die gespecialiseerd zijn in het gebruiken van eenvoudige taal. We gaan ons taalgebruik ook testen bij gebruikers. Vroeger werd er te moeilijke en te ‘juridische’ taal gebruikt naar werkzoekenden. Bijvoorbeeld: “als je dat doet dan heb je mogelijk problemen met die uitkering in functie van artikel zoveel van KB zoveel”. Dat is amper verstaanbaar voor werkzoekenden. We deden een bevraging over het imago van de VDAB. We zitten goed qua naambekendheid en vertrouwen in de VDAB. Het vertrouwen in de VDAB is zeer hoog, het hoogste van alle overheidsinstellingen. Maar langs de andere kant zegt één op vier werkzoekenden dat we op een slechte manier met hen communiceren. Daarom gaan we samen met gebruikersverenigingen bekijken hoe we die communicatie kunnen verbeteren. Onze website is ook toegankelijk gemaakt voor mensen met een visuele beperking. We krijgen binnenkort ook het blindsurferlabel. De VDAB heeft meegewerkt aan een charter rond redelijke aanpassingen in selectieprocedures. We hebben nu ook een ‘expert redelijke aanpassingen’ in huis gehaald. We zijn bezig om een visie en strategie te ontwikkelen, dit zowel naar redelijke aanpassingen voor werkzoekenden als voor het VDAB-personeel met een arbeidshandicap. Al onze experten op het vlak van diversiteit hebben eigenlijk een dubbele functie. De cel diversiteit doet aanbevelingen voor het eigen personeelsbeleid maar ook voor de diensten naar werkzoekenden en werkgevers, de buitenwereld dus. Dat zijn zo van die kleine, piepjonge cellen die nu met het nieuwe beheerscontract en de integratie van het ondersteuningsbeleid personen met een handicap veel meer belang krijgen. We hebben het voorbije jaar onze doelstelling voor het aanwerven van mensen met een arbeidshandicap gehaald en hebben beslist om zelf alle aanpassingen te betalen. De procedure van het Vlaams Fonds duurde zo lang dat het ons belemmerde om mensen met een arbeidshandicap vlot aan te werven. Dat zegt wel iets over de procedure. Inderdaad, we hopen dat we die in de toekomst kunnen verbeteren. Maar vandaag zijn we daar nog niet voor bevoegd. Nu loopt het traject dat mensen met een handicap afleggen op weg naar werk niet altijd van een leien dakje. Mensen die een traject volgen binnen het ATB-netwerk worden soms geconfronteerd met heel lange wachttijden voor een trajectbegeleiding (bij ATB), een beroepsopleiding (binnen een CBO) of een inschatting van de beroepsmogelijkheden (bij een CGVB). Kan hier iets aan gedaan worden? De middelen die de overheid vrijmaakt, bepalen hoeveel mensen ATB in een traject kan nemen. Dat is ook bij de VDAB zo. Dat maakt dat ook bij ons werkzoekenden moeten wachten. Daarnaast moeten we ook op dit vlak het systeem evalueren en bijsturen. Mensen blijven nu in een ATB-traject tot men werk heeft of tot men bij wijze van spreken sterft. Daardoor hebben die trajecten een hoge uitstroom uit de werkloosheid maar ook veel wachtenden. We hebben de indruk dat die wachtenden ook niet geïnformeerd worden. Er wordt geen contact mee gehouden. De VDAB heeft een model van trajectbegeleiding met veel opvolgingsmomenten, waar op een bepaald moment, wanneer de VDAB geen meerwaarde meer heeft, een traject in overleg met de werkzoekende wordt beëindigd. Het systeem om mensen in wachttijden te houden is geen gezond systeem. We willen daar iets aan doen. Er zijn bijkomende mogelijkheden om de wachtlijsten in de opleidingscentra weg te werken in 2006-2007. Daar gaan personen met een arbeidshandicap ook van profiteren. Een ander vaak gehoord knelpunt is dat ATB enkel het traject naar werk uitstippelt maar zelf geen arbeidsbemiddeling doet. Mensen komen zo terecht in een beroepsopleiding wanneer ze soms enkel hulp bij het solliciteren nodig hadden. Kan ook dit herbekeken worden? Door de manier van werken van het ATB-netwerk komen mensen in een bepaald type van trajectbegeleiding. Dit gaan we proberen te verbreken door het nieuwe trajectbegeleidingsmodel. Het is niet nuttig om mensen een verkeerd, te lang of te gespecialiseerd traject te laten volgen. Als de trajectbepaling zegt dat de persoon enkel een kort traject of ondersteuning op de werkvloer nodig heeft, dan moeten we dat bieden. De zeer goede inschakelingsformules die we hebben voor werkzoekenden, zoals de individuele beroepsopleiding (IBO), kunnen ook veel meer worden toegepast bij de groep van personen met een arbeidshandicap dan nu het geval is. Wanneer iemand via een IBO aan de slag kan, dan moet hij geen beroepsopleiding gaan volgen in een CBO of in een VDAB-opleidingscentrum. Vandaar dat heel het gewicht gaat liggen op een goede screening en trajectbepaling. In het meerbanenplan, dat de Vlaamse overheid onlangs lanceerde, worden een aantal acties ondernomen naar groepen die nu te weinig aan het werk zijn. Personen met een arbeidshandicap worden, naast ouderen, jongeren en allochtonen, meegenomen in deze algemene maatregelen. Een van de maatregelen is dat er binnen Jobkanaal een aantal vacatures drie weken lang enkel verspreid worden naar mensen uit de kansengroepen. Is dat geen druppel op de hete plaat? Neen voor mij niet. In het meerbanenplan worden er 5000 effectieve aanwervingen vooropgesteld. Dat is een noemenswaardige inspanning. Vacatures verzamelen is niet zo moeilijk. Maar de werkgeversorganisaties gaan nu een stap verder. Ze verbinden zich om 5000 aanwervingen te doen via dat gesloten kanaal. Jobkanaal staat ook niet los van de rest van het beleid dat zich verder gaat ontwikkelen. Het versterkt het beleid naar kansengroepen. Jobkanaal en al die nieuwe maatregelen hangen ook af van het feit of we die integratie volwaardig maken door de sterktes van alle spelers samen te voegen. Ik denk bijvoorbeeld aan de Vlaamse diversiteitsconsulenten. Vandaag hebben ze misschien vooral kennis rond de tewerkstelling van mensen van allochtone afkomst en weinig kennis rond arbeidshandicap. Maar dat is daarvoor geen gegevenheid voor morgen. We hebben goede methodieken zoals “jobcoaching” en “jobhunting”, er zijn specifieke vacaturekanalen, … Als door de samenvoeging van de expertises van alle partners de instrumenten echt openstaan voor mensen met een arbeidshandicap dan is de uitkomst veel beter dan vandaag het geval is. We moeten dan ook van 2006 het jaar maken dat de expertise gedeeld wordt. Dat onze jobcoaches en de diversiteitsconsulenten zich deze kennis eigen maken. Dat wordt de hoofdopdracht van Beter Bestuurlijk Beleid. BBB staat voor mij voor Bekwaamheden Beter Benutten. We zijn in Vlaanderen rijk aan expertise en eigentijdse methodieken maar dat zit vandaag te veel in hokjes. Nu leven er nog veel vooroordelen bij werkgevers over het tewerkstellen van mensen met een handicap. Een onderzoek naar loonkostensubsidies maakte ook duidelijk dat werkgevers de ondersteunende maatregelen te weinig kennen. Is het een taak van de VDAB om hier iets aan te doen? Uiteraard. Dat is een van de positieve punten van de integratie. De VDAB heeft een heel bedrijfsnetwerk uitgebouwd dat ook gebruikt zal worden voor de doelgroep personen met een arbeidshandicap. Dat betekent dat we werkgevers op een goede manier kunnen informeren over de maatregelen die vasthangen aan die doelgroep. Dat is een opdracht voor ons. We hebben account managers die niks anders doen dan bedrijven bezoeken op zoek naar vacatures om werkzoekenden geplaatst te krijgen en om tewerkstellingsmaatregelen bekend te maken. De werkgeversbenadering is de laatste jaren binnen de VDAB sterk gegroeid. Jobkanaal en het Servicepunt KMO & Diversiteit zijn ook zoiets. Dat zijn echt actoren in het arbeidsmarktbeleid. Die worden nu ook meer in de verf gezet in het meerbanenplan. Het zijn echte werkgeverskanalen en dus goede invalshoeken om direct naar de werkgevers te gaan. Waar loopt het volgens u mis of gaat het nog niet goed genoeg om mensen met een arbeidshandicap aan het werk te krijgen en te houden? En wat kan hieraan gedaan worden, door de VDAB maar ook door andere partners? Mensen met een arbeidshandicap aan het werk krijgen én houden zal maar lukken als werkgevers echt weten om te gaan met diversiteit. Werkgevers moeten diversiteit echt als een troef zien van een onderneming. Anders gaan we er nooit in slagen om kansengroepen aan het werk te krijgen of te voorkomen dat ze bij de eerste de beste herstructurering terug in een afdankingscenario terecht komen. Er moet gewerkt worden aan een mentaliteitswijziging. Werkgevers moeten overtuigd worden dat er witte raven zijn, dat er gekleurde zijn en raven waar de vleugels geknipt zijn. Maar dat het allemaal dieren zijn met competenties voor het bedrijf. Als Vlaanderen zwak scoort op vlak van vernieuwing en creativiteit is dat ook op vlak van het personeelsbeleid. We hebben nog een lange weg te gaan om werkgevers ervan te overtuigen dat een juist personeelsbeleid gebaseerd is op competenties en niet op vooroordelen. Onze economie is een diensten- en kenniseconomie. Daar is de werknemer het kapitaal. Men moet investeren in de werknemer, de voornaamste productiefactor. Als de werkgevers de overstap kunnen maken naar een competentiebeleid dan erkent men impliciet diversiteit en dan zijn verschillen troeven. Statistisch is ons aanwervingsbeleid nog steeds gericht op de jonge blanke man tussen 20 en 45 jaar. Er is nog een weg te gaan om dit te doorbreken. Hoe kan de stem van mensen met een arbeidshandicap meegenomen worden bij het uitstippelen van het beleid van de VDAB? Op 2 manieren. Structureel doorheen de VDAB via het stakeholdersforum. Dat forum wil ik echt hanteren als een soort alternatief beheerscomité. Het is een groeiproces voor de VDAB als organisatie en ook een stuk voor de stakeholders zelf. Feitelijk moeten ze een stuk het beleid van de VDAB mee gaan sturen. Op korte termijn worden gebruikersorganisaties in de overhevelingsfase mee betrokken zodat het nieuwe trajectbegeleidingsmodel een meerwaarde wordt voor de gebruikers.
Meer informatie: |
||
Dossiers![]() |
De Europese Unie is, zoals we weten, vooral sterk op economische vlak. Dat werd helaas nog eens bewezen door het falen bij de invoering van de Europese Grondwet. Jaren geleden stelde de Europese Raad een aantal heel ambitieuze doelstellingen voorop. Die noemde men de Lissabon-agenda. In tussentijd probeerde men binnen de verschillende beleidsdomeinen (werkgelegenheid, economie, onderwijs, …) die doelen te halen. Vlaanderen deed haar eigen vertaling van de doelstellingen in het kader van het ‘Pact van Vilvoorde’. Maar heel wat van die doelstellingen (bvb. met betrekking tot tewerkstelling) zullen niet tegen 2010 worden gehaald wanneer grote bevolkingsgroepen uitgesloten worden van (gelijke behandeling op vlak van) werk, opleiding, promotie, ... De Europese Unie probeert dan ook iets te doen tegen de bestaande discriminatie. Daarvoor dienen de Europese Richtlijnen voor antidiscriminatie waarvan onze eigen federale antidiscriminatiewet en het Vlaams decreet Evenredige Arbeidsparticipatie de afstammelingen zijn. De EU wil met een ‘sociale agenda’ gelijke kansen voor iedereen bevorderen om zo tot een hechtere samenleving te komen en tegelijk een meer dynamische economie te bekomen. Er kan worden gewerkt via richtlijnen, wetten en juridische processen tegen discriminatie en racisme, initiatieven voor positieve actie. De Europese Commissie denkt dan ook aan een nieuwe raamstrategie voor non-discriminatie en gelijke kansen voor iedereen die alle inspanningen moet coördineren en lanceerde als discussietekst een Groenboek over de "Gelijkheid en non-discriminatie in een uitgebreide Europese Unie”. Maar één van de belangrijkste werkpunten om te komen tot gelijke kansen en een samenleving die diversiteit een meerwaarde vindt, is werken aan de juiste mentaliteit en beeldvorming over kansengroepen. Het zijn immers vooral het gebrek aan kennis en bestaande vooroordelen die mensen in de praktijk (bvb. bij het zoeken naar werk, wanneer men wil eten in een restaurant of uitgaan in een discotheek) uitsluiten. Daarom lanceert de Europese Commissie in 2007 ‘het Europees Jaar van gelijke kansen voor iedereen’. Het is een themajaar dat net zoals het Europees Jaar van de Persoon met een Handicap (2003) zal mikken op bewustmaking. Welke doelen wil men realiseren? Er zal weer heel wat op Europees niveau gebeuren maar ook op plaatselijk, regionaal of nationaal niveau kan het op vlak van bewustmakingsacties gaan om: In de verschillende lidstaten zal (zoals in het vorige Europees Jaar) een nationaal coördinatieorgaan worden opgericht waarin vertegenwoordigers van de regering, sociale partners, doelgroepen en andere segmenten van het maatschappelijk middenveld zitting hebben. Dit orgaan zal verantwoordelijk zijn voor de coördinatie, overkoepelende initiatieven, verdeling subsidies, …
Meer informatie: Op de themabank van de GRIP-site: Bijkomende links: |
||
Dossiers![]() |
Op wereldniveau streven organisaties van personen met een handicap naar een specifieke conventie over de rechten van personen met een handicap. Ze verwijzen daarbij naar de conventies van de Verenigde Naties die bestaan rond vrouwenrechten, kinderrechten, ... Deze doelstelling is vergelijkbaar met de vraag van het European Disability Forum op EU-niveau die aandringt op een specifieke richtlijn met betrekking tot personen met een handicap. Het debat binnen de Verenigde Naties over een thematische conventie over de rechten van personen met een handicap is niet nieuw. Mensenrechten worden nu vooral gegarandeerd door algemene VN-conventies. Personen met een handicap zijn burgers net als iedereen en aangezien alle mensenrechten en fundamentele vrijheden universeel zijn gelden ze ook voor hen. In de geschiedenis van de VN zijn de rechten van personen met een handicap daarnaast al herhaaldelijk aan bod gekomen in verdragen en conventies die zich specifiek op deze doelgroep(en) richten. Een link naar een uitgebreid overzicht van allerlei verdragen vind je op het einde van dit artikel. Deze specifieke instrumenten hebben geleid tot een beter begrip van de algemene mensenrechtenconventies wat de rechten van mensen met een handicap betreft. Maar geen van hen is bindend voor de lidstaten van de VN. Ze zijn dus niet afdwingbaar. Landen zijn niet verplicht er gevolg aan te geven. Er is niet voorzien in toezicht op het genot van rechten van personen met een handicap in de praktijk. Maar zijn die algemene verdragen dan niet voldoende? Aangezien mensen met een handicap als wereldburgers toch genieten van alle mensenrechten? Ja, principieel wel maar de rechtsbescherming kan veel beter. Het is immers niet voldoende voor een staat om directe discriminatie (bvb. iemand met een handicap wordt omwille van haar/zijn beperking de toegang tot een restaurant of discotheek geweigerd) te bestrijden. Want in onze West-Europese landen is het vooral de indirecte discriminatie (bvb. onvoorziene negatieve gevolgen van wetgeving) die mensen met een handicap achterstelt. In zijn verslag "Human Rights and Disabled Persons" vermeldt de speciale rapporteur van de hoge VN-commissie voor de mensenrechten: In de meeste landen nemen de schendingen van de mensenrechten van personen met een handicap de vorm aan van onbewuste discriminatie, met inbegrip van het opwerpen en onderhouden van door de mens gemaakte hinderpalen die personen met een handicap verhinderen volledig te participeren in het sociale, economische en politieke leven van hun gemeenschap. De meeste regeringen hebben blijkbaar een eng concept van de mensenrechten van personen met een handicap en gaan ervan uit dat het volstaat geen maatregelen te nemen die voor die mensen negatieve gevolgen hebben. Bijgevolg worden personen met een handicap verwaarloosd wat het mensenrechtenbeleid en de mensenrechtenwetgeving betreft. Het gaat in het geval van mensen met een functiebeperking veel minder om de bestrijding van ongelijke behandeling in een gelijke situatie (bvb. twee sollicitanten scoren even goed maar de persoon met de handicap wordt om die reden geweigerd) maar om de nadelen van de GELIJKE behandeling in een ONGELIJKE situatie. Mensen met een handicap hebben om ‘evenwaardig te kunnen participeren’ aan alle domeinen van het leven nood aan voldoende ondersteuning (bvb. assistentie en hulpmiddelen), redelijke aanpassingen (bvb. een toegankelijke omgeving, aangepast openbaar vervoer, flexibele werkuren) en aan de juiste ingesteldheid (in plaats van vooroordelen, betuttelende mentaliteit). Wanneer het hier aan ontbreekt (en dat is nog heel veel het geval, denk alleen al aan de ontoegankelijkheid van onze openbare weg en gebouwen) hebben ze wel het formele ‘recht’ maar zeker geen gelijke kansen. Wat ook als een knelpunt wordt ervaren is het gebrek aan zichtbaarheid en herkenbaarheid van mensen met een handicap. Heel wat beperkingen zijn niet op het eerste zicht herkenbaar. Wat de ene persoon als een beperking aanvaardt is ook verschillend aan de andere en niet iedereen wil zich bijvoorbeeld profileren als een persoon met een functiebeperking. Op een hoger niveau is er het overheidsbeleid dat voor mensen met een handicap nog steeds een verzorgende in plaats van een inclusieve invalshoek heeft. Er zijn wel veel cijfers op vlak van welzijns -en categoriaal beleid (bvb. gebruik van hulpmiddelen, beroep doen op zorginstellingen, leerlingencijfers in het buitengewoon onderwijs, aantal werknemers van beschutte werkplaatsen) maar amper gegevens over de participatie van personen met een handicap aan de reguliere samenleving. Gelijke kansen en sociale inclusie kunnen dus amper worden gemeten, waardoor een ganse bevolkingsgroep onzichtbaar wordt. Een laatste argument is het gevaar voor verdringing. Een aandachtspunt bij het streven naar inclusief beleid, waarbij overheidsbeleid op alle domeinen automatisch rekening houdt met de noden en situatie van kansengroepen, is dat het overzichtsplaatje daardoor grijzer wordt. Er blijven immers specifieke verschillen tussen verschillende kansengroepen en redenen voor achterstelling. Die zijn bijvoorbeeld volledig anders tussen allochtonen en personen met een handicap. De oplossingen zijn dus ook in grote mate anders. Er is bovendien het gevaar dat we gaan veralgemenen. We kunnen het slechts beperkt hebben over ‘de persoon met een handicap’, want deze kansengroep zelf is al zo verscheiden. Het was daarom dat de Mexicaanse regering in december 2001 in de Verenigde Naties opriep om een conventie over de mensenrechten van personen met een handicap te overwegen en onmiddellijk een ad hoc comité in te stellen. Dat orgaan zou dan voorstellen overwegen voor een allesomvattende en integrale internationale conventie ter bescherming en bevordering van de rechten en de waardigheid van personen met een handicap. Men vond de politieke wil hiervoor en het ‘Ad Hoc Committee on a Comprehensive and Integral International Convention on the Protection and Promotion of the Rights and Dignity of Persons with Disabilities’ kon aan de slag. Ondertussen is er veel werk geleverd. Van 16 januari tot 3 februari 2006 had opnieuw een werksessie binnen de VN plaats. De Verenigde Naties, haar lidstaten, organisaties van mensen met een handicap, de Europese Commissie, … bediscussieerden en schaafden er artikel per artikel bij. Waarom zijn deze werkzaamheden zo belangrijk? Hebben ze ook gevolgen voor Vlaanderen? Het gaat hierbij deze keer wél om een bindende en afdwingbare conventie. De verschillende lidstaten zullen verplicht zijn de nodige stappen te zetten om ze uit te voeren. Binnen België zal ook Vlaanderen dat moeten doen, en zal het Vlaams Parlement over deze Conventie moeten stemmen. Voorbeelden van concrete gevolgen van een dergelijke Conventie vinden we bij de Wereldvrouwenconferentie van de Verenigde Naties in Beijing, en de Kinderrechtenconventie. Jaarlijks dient door Vlaanderen over de situatie van kinder-en vrouwenrechten te worden gerapporteerd aan de Verenigde Naties. In uitvoering van deze Verdragen kwam het in 1995 tot een Emancipatie-Effecten-Rapport (EER) en in 1997 tot een Kind-Effecten-Rapport (KER). Regelmatige lezers van de GRIP-Nieuwsbrief herinneren zich onze werkzaamheden aan een effectrapport voor personen met een handicap maar ook aan een set sleutelindicatoren voor het meten van inclusie (om zo onze groep terug ‘zichtbaar’ te kunnen maken). Het voorbeeld van het Armoederapport tenslotte, en het gecoördineerde beleid over verschillende bevoegdheden heen ter bestrijding van kansarmoede, zijn goede praktijken en voorbeelden van hoe inclusief beleid voor personen met een handicap vorm kan en moet krijgen.
Meer informatie: Op de GRIP-site: Bijkomende informatie: |
||
Vers van de pers ![]() |
Planning 2006 van GRIP De jaarlijkse planning van GRIP en het jaarverslag worden steeds formeel goedgekeurd door de Algemene Vergadering van de organisatie in maart. We geven je nu al een avant-prémière van de planning 2006. Begin april vind je de planning en het jaarverslag op de GRIP-site. Geef je mening over de nieuwe campagne op ons forum! GRIP voert jaarlijks een mediacampagne. Doel van die campagnes is om de aandacht van de mensen te krijgen voor een thema dat maar weinig of verkeerde aandacht krijgt. Namelijk de beeldvorming, inclusie en sociale positie van mensen met een handicap. Ook jouw mening over de campagne is belangrijk. Wat vind jij van onze boodschap? En zit jij op onze golflengte? Laat het weten op ons campagneforum! Schrijf je in voor een televisieprogramma! In het kader van de campagne willen we programmamakers sensibiliseren en meer mensen met een beperking op het scherm krijgen. Daarom roepen we mensen met een handicap of chronische ziekte op om zich in te schrijven voor televisieprogramma’s als kandidaat, figurant of gewoon om een opname bij te wonen. Doe mee, samen staan we sterker! Gespreksnamiddag “Omgaan met verlies” Op zaterdag 25 februari organiseert Persephone vzw een gespreksnamiddag over omgaan met verlies. Hoe ga je om met een handicap of chronische ziekte? Kan je ooit tot aanvaarding komen en hoe doe je dat? Een doorwerkdag over hetzelfde onderwerp heeft plaats op zaterdag 25 maart. Studiedag: Iedereen aan boord, ook als je minder mobiel bent Zo vanzelfsprekend treinreizen is voor de meesten onder ons, zo moeilijk kan het zijn voor mensen die minder mobiel zijn. Nog veel te vaak worden zij geconfronteerd met ontoegankelijke informatie, fysieke barrières en onbereikbare stations. Volksvertegenwoordigers Greet van Gool ( sp.a) en Jean-Marc Delizée (PS) nemen het initiatief om deze problematiek samen met jou en alle betrokken actoren te bespreken op een studiemiddag op maandag 13 maart [Bekijk de uitnodiging in tekst] “Over grenzen”: studiedag over preventie van misbruik Op 16 maart 2006 organiseert het Vlaams Fonds voor Sociale integratie van Personen met een Handicap een studiedag over de preventie van misbruik. De studiedag is het resultaat van een jaar projectwerking rond de preventie van grensoverschrijdend gedrag ten aanzien van personen met een handicap. Autonomies: beurs voor en door personen met een handicap Autonomies is een beurs die van 16 tot en met 18 maart georganiseerd wordt voor en door mensen met een beperking. Commerciële producten en diensten wisselen af met het dynamisme en de rijkdom van het verenigingsleven. Maar autonomies draait ook rond informatie (lezingen, ronde tafels, …) en animatie (spektakels, demonstraties, …). Er is voor ieder wat wils. De cartoontentoonstelling van GRIP krijgt er ook een plekje. Open-GRIP-dag 2006 De datum voor de Open-GRIP-dag van 2006 is 23 april. De activiteit zal plaatsvinden in de gebouwen van "Vormingplus" in de Reigerstaat in Gent (vlakbij het station). Noteer de datum alvast in je agenda, een meer uitgebreide aankondiging met programma volgt in de volgende nieuwsbrief. What do you think? Participatie en inspraak voor jongeren met een handicap Unicef is een organisatie die zich bezig houdt met de rechten van kinderen en jongeren. Om het recht op participatie en inspraak ook in de praktijk om te zetten, richt Unicef jongerengroepen op. In de jongerengroepen wordt gewerkt aan een rapport voor beleidsmakers. Ook voor jongeren met een handicap werd een groep opgericht. De eerste bijeenkomst had plaats op 28 september 2005. Maar inschrijven kan je nog altijd! Onderzoek naar de beleving van jonge verkeersslachtoffersOnderzoekscentrum Kind & Samenleving en de Universiteit Gent starten met een groot onderzoek naar de beleving van jonge verkeersslachtoffers. Een 50-tal kinderen en jongeren tussen 10 en 18 jaar zullen geïnterviewd worden. Omdat de verhalen van de kinderen en de jongeren centraal staan in dit onderzoek, zijn de onderzoekers nog op zoek naar kinderen en jongeren die hun verhaal willen doen. Nomineer een leerkracht van het jaar Het onderwijsmagazine Klasse is op zoek naar de leerkracht van het jaar. Die leerkracht geeft les aan leerlingen ouder dan 12 jaar. Dit is een symbolische wedstrijd om de Vlaamse leerkrachten in de bloemetjes te zetten. Ouders, leerlingen en collega-leerkrachten kunnen een leerkracht waarvan zij vinden dat hij/zij hét verschil maakt op school nomineren. Nominaties bevatten de naam van de genomineerde en de school waar hij/zij les geeft, samen met de naam, het adres en het telefoonnummer van de inzender. In een persoonlijke brief leggen de inzenders uit waarom de betrokken leerkracht in aanmerking komt voor de eretitel. Inzenden voor 1 maart naar: Klasse (leerkracht van het jaar) - Koning Albert II-laan 15 - 1210 Brussel. Meer info vind je op de website van Klasse. Website diagnostiek en indicatiestelling Als je ingeschreven wil worden bij het Vlaams Fonds moet je onderzocht worden. Een MDT (multidisciplinair team) stelt de diagnose vast. Je krijgt ook een advies mee over bijvoorbeeld hulpmiddelen of opvang waar je recht op hebt. Daarna komt de beslissing. Minister Vervotte wil deze procedure hervormen. Mensen moeten te lang wachten op het onderzoek en op het resultaat ervan. Bovendien laat de kwaliteit van adviezen die het MDT geeft soms te wensen over. Op 14 december organiseerde het Vlaams Fonds hierover een studiedag. De teksten die toen werden voorgesteld zijn nu te vinden op hun website. Je kan er ook jouw reactie kwijt. Jammer genoeg kwam het beloofde forum waar je in discussie kunt gaan met andere gebruikers of met professionelen uit de sector er niet. 5 jaar PAB: verslag In een vorige nieuwsbrief kondigden we de viering voor 5 jaar Persoonlijk Assistentiebudget aan. Een gezamenlijk initiatief van de vier budgethoudersverenigingen. Lees het verslag van het evenement dat plaats had op 11 december 2005 in Wilrijk. De organisatoren waren zelf aangenaam verrast door de ruime belangstelling. Wat doet de Europese Commissie in 2006 in het kader van haar Actieplan ter bestrijding van discriminatie? De Europese Commissie verspreidde haar planning 2006 (in het Engels) voor het laatste jaar van het Community Action Plan 2001 – 2006 ter bestrijding van discriminatie. Journalisten en fotografen kunnen vanaf februari 2006 meedingen naar de "Voor Diversiteit. Tegen Discriminatie"-journalistenprijs 2006. Veel succes en houd ons op de hoogte! Wervend Werven van kansengroepen De Vlaamse overheid wil meer mensen uit de kansengroepen mannen/vrouwen, personen met een handicap en allochtonen aanwerven. Om de instroomkansen van deze groepen te verhogen doet de dienst emancipatiezaken een aantal aanbevelingen. Deze staan in de brochure “wervend werven van kansengroepen”. Wil je hier meer over lezen? Neem dan zeker de brochure in pdf-formaat en de brochure in rtf-formaat door. Gelijke Kansen en Diversiteitplan 2006 De dienst emancipatiezaken maakt elk jaar een Gelijke Kansen en Diversiteitplan op voor het personeel van de Vlaamse Overheid. Dit plan werd op 10 februari 2006 door de Vlaamse Regering goedgekeurd. Je kan hier de samenvatting (nota aan de Vlaamse Regering) en het integrale rapport (Word-versie) terugvinden. Vlaamse Gebarentaal een belangrijke stap dichter bij erkenning! In het najaar van 2004 lanceerde het Doof Actie Front (DAF) een petitie om de Vlaamse Gebarentaal te erkennen als officiële taal. In Vlaanderen gebruiken ongeveer zesduizend dove mensen deze taal. Met meer dan 71.000 handtekeningen werd dit verzoekschrift uiteindelijk het meest succesvolle ooit bij het Vlaams Parlement. Vlaams Parlementslid Helga Stevens, die als ervaringsdeskundige dit streven mee ondersteunt, en de Vlaamse meerderheidspartijen, lieten begin februari in een persmededeling weten dat er tussen de meerderheidspartijen een akkoord is om de Vlaamse Gebarentaal te erkennen als volwaardige taal. Over enkele maanden zou het decreet voor de erkenning van de Vlaamse Gebarentaal officieel worden goedgekeurd. Patiënt wil geen publiciteit, wel informatie Het Vlaams Patiëntenplatform eist onafhankelijke informatie over medicijnen en verwerpt publiciteit daarover. Publieksgerichte reclame voor geneesmiddelen die alleen met voorschrift te krijgen zijn, is verboden. Voor medicijnen die verkrijgbaar zijn zonder voorschrift, is reclame nog toegelaten. Maar dat hoeft voor het Vlaams Patiëntenplatform niet langer. Meer zelfs, het eist een algemeen verbod van publiciteit op geneesmiddelen. Lees het volledige standpunt hierover van het VPP. |
||
Cartoon![]() |
GRIP organiseerde in het voorjaar van 2005 een cartoonwedstrijd. Wij selecteerden voor jou de beste inzendingen. De cartoon van de maand is er één van cartoonist Jef Vanthillo en draagt de titel “Speeltuin”. |
||
Sluit aan ![]() |
Heb je voeling met onze werking en sta je achter onze standpunten, word dan sympathisant van GRIP (gratis). Het zal onze organisatie meer draagkracht geven bij het beïnvloeden van het beleid. Op deze link vind je
een invulformulier.
Dank ! |
||
Archief![]() |
Nieuwsbrief November - December 2005 De nieuwsbrieven van voor 2005 kun je bekijken op de archiefpagina van onze website |
||
![]() |
|