hoofdinglogo

n° 3: mei - juni 2004

Nieuwsbrief GRIP - printbare versie
Inhoud :
decoratie

logo inhoudstafel

Inleiding :
decoratie

Foto Viviane Sorée

  • Voorwoord

  • De vorige nieuwsbrief eindigde met de aankondiging van de Open-GRIP-Dag op 15 mei, nu begin ik ermee. De inschrijvingen lopen vlotjes binnen. Het belooft een boeiende dag te worden. GRIP heeft in de aanloop van de verkiezingen van 13 juni een verkiezingsmanifest opgemaakt. Tijdens het Politiek Salon zullen de diverse aanwezige politieke partijen hun standpunten kunnen weergeven over de onderwerpen die behandeld worden in ons manifest. Hopelijk leidt dit tot een geanimeerd debat tussen de verschillende partijen en met het aanwezige publiek. De kans zit er dik in dat onze moderator, Dhr. Guy Teghenbos, een gerenommeerd journalist, hierin zal slagen. Allen er naar toe!

    In deze nieuwsbrief worden een aantal onderwerpen behandeld die zeker aan bod zullen komen tijdens het Politiek Salon, zoals beleidsparticipatie, inclusief onderwijs, tewerkstelling en PGB.

    Onderwijs is cruciaal en gelijke kansen op onderwijsgebied des te crucialer. Niettegenstaande het Gelijkekansendecreet de bedoeling heeft gelijke onderwijskansen te garanderen voor iedereen, blijkt dit een lege doos te zijn voor leerlingen met een handicap. Ouders vervullen een bepalende rol bij de slaagkansen van hun kind. Dit wordt mooi beschreven door een tekst over de rol en positie van ouders in het inclusief onderwijs, in functie van de discussietekst ‘Maatwerk in samenspraak’ uitgewerkt in opdracht van het kabinet van Onderwijs. Kinderen met een handicap uit kansarme milieus mogen inclusief onderwijs daarom zeker vergeten. Dit illustreert hoe belangrijk het is dat er werk gemaakt wordt van de concrete uitwerking van gelijke kansen in het onderwijs. Dat inclusief onderwijs mogelijk is, wordt prachtig weergegeven door het verhaal van de ouders over de gezamenlijke strijd met hun zesjarige dochter Yani voor inclusief onderwijs.

    In dit nummer wordt beleidsparticipatie enerzijds in het beleidsdomein Welzijn en Volksgezondheid besproken en anderzijds in het beleidsdomein Economie, Werkgelegenheid en Toerisme aan de hand van interviews, respectievelijk met Dhr. Jan Van Rensbergen, veranderingsmanager en Dhr. Johan Vermeiren, lid van de Commissie Diversiteit en voorzitter van het Gebruikersoverleg Handicap & Arbeid en van de Werkgroep Werkgelegenheid van GRIP. Beleidsparticipatie is cruciaal, maar mag geen schaamlapje worden. Een degelijke ondersteuning van de personen met een handicap die namens de doelgroep participeren en een gelijke vertegenwoordiging zijn twee belangrijke voorwaarden. Zonder deze betekent deelnemen aan het beleid nog niet het werkelijk invloed hebben op de concrete participatiekansen in alle levensdomeinen.

    Wat het PGB-verhaal betreft zijn er twee zaken. Enerzijds zal de PGB-denkcel, in het leven geroepen door het Kabinet Welzijn, weldra een rapport afleveren die de concretisering van het PGB-decreet uitwerkt in de meest ruime zin. Hierover meer in de volgende nieuwsbrief. Anderzijds is er de onlangs uitgebrachte vergelijkende studie door Dhr. Jos Huys, jurist. In deze studie wordt de Nederlandse uitwerking van het PGB belicht. Op basis hiervan worden een 13-tal adviezen geformuleerd voor de praktische uitwerking van het PGB in Vlaanderen, waarbij bijzondere aandacht gaat naar de wijze van inschaling, het verschil tussen directe financiering en zorg in natura, de noodzakelijke voorwaarden voor het garanderen van de keuzevrijheid en de cruciale ondersteuning van de budgethouders.

    Als afsluiter van deze nieuwsbrief hebben we opnieuw de anti-Kafka column. Deze keer wordt op een afwisselende komische en bijtende wijze het onderscheid in al zijn facetten belicht tussen het traditionele welzijnswerk en de individuele aanpak door een facilitator. De schrijver poogt hierbij puntsgewijs de verschillen tussen beide op een overzichtelijke en schematische wijze weer te geven. Hopelijk vindt iedereen zijn gading. Veel leesgenot!

    Viviane Sorée
    Voorzitster GRIP


    Terug naar boven
Activiteiten :
decoratie

logo activiteiten 
  • Open-GRIP-dag en Politiek Salon


  • Op zaterdag 15 mei organiseert GRIP voor de tweede keer haar Open-GRIP-dag in CC De Werf in Aalst. Daarnaast worden politici, in de aanloop naar de verkiezingen op de rooster gelegd in ons Politiek Salon.

    Bekijk op onze website de aankondiging
    .

    Terug naar boven
Vers van de pers:
decoratie

logo vers van de pers
  • De zoektocht naar een lagere school voor Yani en de strijd voor Inclusief Onderwijs

  • ‘Wees bewust van het heden dat je bouwt; het zou de toekomst moeten zijn die je wilt hebben.’ (Louise Derman-Sparks)

    Onze dochter Yani werd geboren onder het westerse teken van de Stier op 5 mei 1998. Op de derde levensdag vertoont zij convulsies (stuipen). Yani wordt overgebracht naar het Universitair Ziekenhuis van Antwerpen, afdeling Neonatologie. Er wordt een ernstige centraal motorische stoornis, type quadriplegie met choreoathetose en dystonie vastgesteld. Daarnaast is de spraakontwikkeling verstoord door dysarthrie. De adem-stemkoppeling en het vormen van klanken worden hierdoor belemmerd. Als ouders wisten wij heel duidelijk dat Yani anders was dan de doorsnee kleuter vanwege haar handicap. Er zijn echter geen geldige redenen om kinderen met een motorische handicap voor hun onderwijs apart te zetten. Kinderen horen samen, met alle daaraan verbonden voordelen. Bovendien wensen wij de geslaagde integratie na de kleuterschool verder te zetten. Deze realiteit kan ons evenwel niet het recht ontnemen om te kiezen voor kwaliteitsvol onderwijs. Wij hopen op de positieve motivatie, die uitgaat van klasgenoten met een normale begaafdheid. Wij willen voor Yani een zo gewoon mogelijk leven met een zo gewoon mogelijk schoolleven als startbasis. Inclusie sluit perfect aan bij onze visie: “inclusie betekent insluiting, het tegengestelde van uitsluiting: iemand in de groep opnemen in plaats van hem of haar aan de kant te laten staan”. Yani is inmiddels bijna 6 jaar. Ze heeft communicatie-, voedings-, en motorische problemen ten gevolge van de hersenbeschadiging. Ondanks deze beperkingen zit zij momenteel in de derde kleuterklas van een stedelijke kleuterschool.
    portret Yani

    Yani is een zeer alert meisje dat voortdurend observeert wat er rondom haar gebeurt. Ze is een sociaal en blij kind. Ze geniet volop van de aandacht die ze krijgt van de andere kinderen. Ze wil meedoen. Ondanks het feit dat ze niet praat, laat ze duidelijk merken wat ze wil. Zich uitdrukken doet ze voornamelijk via aankijkgedrag, lachen en wijzen. Op basis van het softwareprogramma Mind Express werd een communicatieboek gemaakt. Sinds kort beschikt Yani eveneens over een Tellus. Deze hulpmiddelen laten haar toe om te communiceren met haar omgeving. Haar taalbegripsniveau is vrijwel leeftijdsadequaat. Verder beschikt Yani in de klas over een tafel met buikuitsparing. Tevens is er een sta-orthese. Yani beweegt zich in de school voort in een rolstoel waarop een aangepaste zitorthese is geplaatst. Verder wordt Yani omringd door een team van deskundigen (een kinesiste, twee logopedisten en een ergotherapeute). Wij willen met Yani een aantal doelstellingen bereiken (uitbreiden van de ervaringsmogelijkheden op sociaal, cognitief en emotioneel vlak, WEL blijven evalueren vanuit het standpunt van Yani (ontwikkeling, welbevinden,…). Wij vinden het belangrijk dat Yani aan alle activiteiten kan deelnemen. Hiertoe werd een handelingsplan in het leven geroepen waarin een aantal doelstellingen vervat zijn. Prioritair is dat Yani de gelegenheid krijgt om een leven te leiden in een alledaagse omgeving waar ze zichzelf mag zijn, eigen keuzes en gevoelens mag uiten, waarbij ze zoveel mogelijk grenzen probeert te verleggen en daarbij de nodige ondersteuning krijgt (dit ‘levend document’ heeft eveneens tot doel om te komen tot onderwijs-op-maat v.w.b. Yani’s schoolse vaardigheden). Via dit handelingsplan proberen we alle betrokken partijen zoveel mogelijk op elkaar te laten inspelen. Sinds oktober 2003 heeft Yani een persoonlijk assistentiebudget (PAB).

    foto Yani in de klas Zoektocht naar een lagere school…

    Ons verhaal start op 14 januari 2003. Tijdens een voorlichtingsavond in Yani’s kleuterschool maken we kennis met de directeur van de lagere school X. We hebben een lang en aangenaam gesprek. Op 23 januari krijgen we de kans om de school in kwestie eens te verkennen. Naar goede gewoonte nemen we Yani mee op dit plaatsbezoek. We krijgen een rondleiding in de school en aansluitend hebben we een kort onderhoud met de directeur. Tijdens dit werkbezoek wordt afgesproken dat de directeur onze vraag zou voorleggen aan het schoolteam. Bij het lerarenkorps zijn er blijkbaar nogal wat vragen met betrekking tot de haalbaarheid van onze vraag.

    Wij willen hier begrip voor opbrengen, maar wij stellen duidelijk dat de school er niet alleen voor staat.

    In februari hebben wij een ontmoeting met een aantal leerkrachten. Deze vergadering wordt eveneens bijgewoond door Yani’s logopediste en de directrice van de kleuterschool. Onbekend is onbemind, is een gezegde dat ook op vlak van inclusief onderwijs geldt. Tijdens de vergadering heerst er een gespannen sfeertje en er worden vooral tegenargumenten opgeworpen: de angst dat het peil zou zakken, het is een gok, wat met de eindtermen, de ontoegankelijkheid van de school, … Meestal vertaalt men het peil met veel leerstof, strenge evaluaties, klaarstomen voor verder onderwijs. Wij argumenteren dat de praktijk heeft aangewezen dat het peil niet hoeft te zakken, wanneer inclusie goed begrepen wordt. Bovendien is er meer kans op slagen als men de mogelijkheden en interesses van Yani ziet, eerder dan (alleen) haar beperkingen. De school is inderdaad moeilijk toegankelijk, maar dit hoeft geen onoverkomelijk probleem te zijn. De factor tijd vormt immers geen hinderpaal. Aanpassingswerken om het schoolgebouw toegankelijk te maken zoals het installeren van een lift, of het (eventueel) aanleggen van een hellingsbaan kunnen voor 70% gesubsidieerd worden door de Dienst voor Infrastructuurwerken van het Gesubsidieerd Onderwijs (DIGO).

    Het merendeel van de aanwezige leerkrachten neemt niet deel aan de discussie. Conclusie: de beschikbare tijd was te beperkt en tot een diepgaande discussie zijn we nooit gekomen. Wij stellen ons de vraag of de angst voor het onbekende een beslissende factor mag worden om een kind uit te sluiten? Moeten wij onze dochter bijgevolg afzonderen op basis van haar handicap? Wij zijn niet verplicht om Yani naar het buitengewoon onderwijs te sturen. Het zou niet mogen dat ouders moeten smeken en pleiten om hun kind op een gewone school te krijgen.

    Na deze vergadering blijft het een hele tijd oorverdovend stil … Intussen nemen wij contact op met het Toegankelijkheidsbureau .

    Begin april vernemen we ‘via derden’ dat men geen gunstig gevolg wenst te geven aan onze vraag tot inschrijving. Men ‘vergeet’ ons echter te informeren. Wij beseffen dat de inschrijving in de school moeilijk is en met een aangetekend schrijven vragen wij een duidelijk antwoord. Wij wijzen op het gebrek aan communicatie tussen de school en de ouders. In zijn antwoord stelt de directeur dat een definitief antwoord wordt uitgesteld omdat het schoolteam zich verder wenst te informeren. We schrijven 30 april 2003.

    Een bloemlezing van de aangehaalde redenen waarom men nog geen definitief antwoord kan geven:

  • de samenstelling van het schoolteam voor schooljaar 2004-2005 is niet helemaal zeker;
  • men wenst de evolutie van Yani in haar huidig klasje nog even te volgen;
  • er werd advies gevraagd aan de bevoegde diensten voor wat betreft brandveiligheid en veiligheid in de school;
  • er werd een advies gevraagd aan de gemeenschapsinspectie naar het behalen van de eindtermen toe;
  • er wordt verzekeringstechnisch advies gevraagd, specifiek aan de school;
  • er wordt advies gevraagd aan de bevoegde dienst voor wat betreft de DIGO-norm (Dienst voor infrastructuurwerken gesubsidieerd onderwijs).


  • Op 30 september is er een advies van de Lokale Participatieraad (LPR) van de school, dat duidelijk afwijzend is, maar dat wederom niet aan ons wordt meegedeeld. Wij stellen voor dat de school eens contact neemt met een aantal scholen waar succesvolle inclusieprojecten lopen.

    Medio november ontvangen wij een brief van de school X.



    De school stelt: “Rekening houdend met diverse bezoeken die leden van het schoolteam hebben gebracht om zich terdege te informeren en te documenteren, rekening houdend met noodzakelijke aanpassingen inzake pedagogische omgeving en rekening houdend met de huidige infrastructurele en organisatorische beperkingen van onze school, is het schoolteam van mening dat de inschrijving van Yani de draagkracht van de school op pedagogisch, infrastructureel en organisatorisch gebied te boven gaat.



    Dit betekent niet dat wij Yani a priori weigeren in te schrijven; dit betekent wel dat bij een effectieve aanmelding in de school tot inschrijving wij een doorverwijzing naar het Lokaal overlegplatform (LOP) zullen doen conform de vastgelegde procedure”.

    Vermits Yani op dat ogenblik nog geen zes jaar is zijn we verplicht om eventjes te wachten alvorens haar officieel in te schrijven. Begin januari 2004, kunnen we de draad van het verhaal opnieuw opnemen. Yani voldoet dan immers aan de voorwaarde qua leeftijd om ingeschreven te worden in een school voor gewoon lager onderwijs (inschrijven kan vanaf het jaar waarin de leerling zes jaar wordt).

    Eind december contacteren wij telefonisch een deskundige – ondersteuner van het Lokaal Overlegplatform (LOP) met de vraag om te bemiddelen. Een bemiddeling door het LOP kan echter pas, na inschrijving van Yani in de bewuste school. Ter voorbereiding van Yani’s inschrijving besluiten we om het decreet gelijke onderwijskansen eens onder de loep te nemen. Vooral het recht op inschrijving interesseert ons (hoofdstuk III – afdelingen 1 t.e.m. 5). Wanneer we Yani op 7 januari 2004 laten inschrijven krijgen we een VIP-behandeling: de directeur besluit om Yani hoogst persoonlijk in te schrijven. Wij realiseren ons dat wij op dat moment bijna 1 jaar onderhandelen met de school. Met een aangetekend schrijven meldt de school aan het Lokaal Overlegplatform dat zij Yani willen doorverwijzen, maar nog niet over de noodzakelijke adviezen beschikken. De officiële documenten voor de doorverwijzing worden op een later tijdstip aan ons overgemaakt. Het dossier bevat uiteindelijk het document voor doorverwijzing van een leerling met speciale onderwijsbehoeften en de data waarop advies werd ingewonnen van het Centrum voor Leerlingenbegeleiding (CLB) en de Lokale Participatieraad (LPR). De school geeft aan dat zij een alternatief hebben gezocht in het buitengewoon onderwijs (type 4 = school voor kinderen met een fysieke handicap).

    Ter voorbereiding van de eigenlijke bemiddeling komt de bemiddelingscel van het LOP een eerste maal samen op 27 januari 2004. Doel: het opnemen in de bemiddelingscel van een aantal externe deskundigen die vertrouwd zijn met de situatie van kinderen met een handicap in een school voor gewoon onderwijs. Vanuit de Stuurgroep van Ouders voor Inclusie zal Mevr. R zetelen in deze bemiddelingscel. Wij verzoeken de bemiddelingscel eveneens om Mevr. V als vertegenwoordiger van Gezin & Handicap, en begeleidster van enkele inclusieprojecten, te aanvaarden als externe deskundige. Tevens doen we beroep op de ervaring van de directeur van een andere basisschool met ervaring in inclusie. Wij laten ons ook bijstaan door Mevr. I van de vakgroep Orthopedagogie (Universiteit Gent).

    Op 3 februari 2004 komt de bemiddelingscel een eerste maal samen. Alle relevante documenten worden overlopen. Bij de start van de vergadering laten wij een aantal foto’s van Yani circuleren. Wij wijzen erop dat de toekomst van een kind op het spel staat. Wij herhalen dat wij totnogtoe van de school geen enkel initiatief tot communicatie hebben ervaren. Daarenboven stellen wij bij herhaling vast dat er geen aandacht is voor de redenen van de ouders om te kiezen voor deze school en dat niet in beeld werd gebracht wat wij zelf aan ondersteuningsaanbod inbrengen (een kinesiste, een logopediste, een ergotherapeute, permanente ondersteuning en een degelijk uitgewerkt doelenplan). Met onze toestemming wordt een mondelinge toelichting gegeven van het CLB-advies door een CLB-medewerker. Het CLB respecteert de keuze van de ouders, maar respecteert evenzeer het standpunt van de school. Wij herhalen dat wij kiezen voor deze school, omdat praktisch alle kinderen waar Yani momenteel mee in de kleuterklas zit naar deze lagere school gaan.

    De directeur zet nog eens kort uiteen wat de elementen zijn die tot het besluit van de Lokale Participatieraad geleid hebben: het gaat om tekorten van het gebouw vastgesteld door de bedrijfsarts; materiële problemen gelinkt aan de actuele leerlingenaantallen van 25 kinderen per klas en geen uitzicht op uitbreidingsmogelijkheden om budgettaire redenen; veiligheidsregels en een ontoereikende noodtrap. De school meent dat de aanpassingen, die zij omwille van de huidige materiële beperkingen zou moeten doen voor de opname van Yani, de andere kinderen rechtstreeks negatief zouden treffen.

    Verder ziet de directeur pedagogische tegenargumenten: een zinvolle deelname aan het klasgebeuren lijkt niet te verwachten door de beperkte communicatiemogelijkheden van Yani; vermoedelijk zal er leerachterstand optreden … daarom besluit de school dat er niet kan voldaan worden aan de voorwaarden die nodig zijn voor inclusie. Daarenboven geeft hij aan dat motivatie en engagement van het schoolteam niet juridisch afdwingbaar zijn en vraagt hij voor een rationele en realistische benadering.

    Wij geven aan dat opnieuw alleen de beperkingen worden gezien en de mogelijkheden geheel vergeten worden en zien hierin een gebrek aan openheid, zoals ook al blijkt uit het al eerder aangegeven gebrek aan contact. Wij voelen ons totaal niet au sérieux genomen.

    Vervolgens komt de directeur van de andere basisschool met ervaring in inclusie aan het woord. Hij stelt dat de lokaalproblematiek au sérieux moet genomen worden in al zijn facetten, het pedagogisch voordeel van de ingebrachte hulp - ook ten aanzien van andere kinderen én leraar - mag je niet onderschatten; evenmin het groepsdynamisch surplus voor de klas, die de evolutie naar communicatie een stevige impuls kan geven - leereffecten moeten een aandachtspunt zijn (voor betrokken kind en andere kinderen) en kunnen meetbaar gemaakt en gemeten worden - leereffecten op andere dan cognitieve domeinen zijn een niet te verwaarlozen pluspunt gebleken - de bereidheid van een heel team verwerven, vooraleer aan inclusie te beginnen is vermoedelijk niet haalbaar - de houdingen bij leraren die oorspronkelijk tegen zijn blijken ook snel en onverwacht te kunnen omslaan - er moet een permanente open communicatie zijn over ondersteuning die leraars nodig vinden en die openheid is er ook steeds gebleken, bij de ouders en de assistenten in de 4 inclusieprojecten in zijn school - met de ouders moet en kan voortdurend gesproken worden over doelen, resultaten, praktische zaken; een inschatting op voorhand van de potentiële leerresultaten op alle relevante domeinen is niet te maken - extra middelen zijn nodig - daarover moet bij elke inschrijving onderhandeld worden, want elk project met inclusief onderwijs is anders; aan de zinvolheid moet niet getwijfeld worden, als ervaringen permanent bespreekbaar zijn.

    Deze interventie klinkt voor ons als muziek in de oren. Nochtans hebben we weinig redenen tot juichen. Tot slot geeft de directeur, op vraag van de voorzitter, aan dat hij een open gesprek zal organiseren met zijn team om nieuwe argumenten in de besluitvorming een kans te geven bij het team. De eerste bemiddelingsronde wordt afgesloten zonder succes. Er wordt beslist om een nieuw gesprek te hebben met de bemiddelingscel op 19 februari 2004 (deelnemers: alle experts en externe deskundigen die aanwezig wensen te zijn – ongeveer 17 personen).

    Het voornoemde ‘open gesprek’ gaat door op 10 februari 2004. Doel van de vergadering is na te gaan of de bemiddeling kan verder gezet worden. Wij zijn op dat ogenblik met verlof in het buitenland. Mevr. V begeleidt als orthopedagoge kinderen met een handicap in het gewoon onderwijs. Ook ondersteunt zij andere assistenten in die begeleiding. Zij neemt als afgevaardigde van de ouders deel aan deze vergadering. Die avond informeert de deskundige-ondersteuner ons, per e-mail, over het verloop van de vergadering.

    De inbreng van de leerkrachten en de lokale participatieraad

    Een leerkracht stelt dat er weinig rekening wordt gehouden met het aandeel van de leerkracht in deze situatie. Er moet permanent rekening gehouden worden met iemand die in de klas extra aandacht en zorg nodig heeft. Een leerkracht moet dit engagement zien zitten. Wat met speeltijden; kinderen zijn niet altijd even voorzichtig.

    Een leerkracht stelt dat ze zich als groep tegen de muur voelen gedrukt, dat het overkomt of er alleen maar toelating kan worden gegeven, terwijl het opnemen van dit kind in de klas en in de school eigenlijk niet verantwoord is.

    Een lid van de Lokale Participatieraad zegt via Kind & Gezin over informatie te beschikken, die getoetst is bij het Vertrouwenartsen Centrum en bij het Commissariaat voor de Leerlingenrechten. Uit deze informatie zou blijken dat Yani onmogelijk in een gewone school thuishoort en dat door het ontbreken van de communicatiemodi het voor Yani emotioneel gevaarlijk kan zijn om in het gewoon onderwijs te worden geplaatst.

    Los van deze bemiddeling zal achteraf een schriftelijke klacht tegen deze persoon ingediend worden wegens schending van het medisch geheim en lasterlijke uitlatingen.

    Alles blijft dus bij het oude. De directeur besluit dat het advies tot doorverwijzing behouden blijft. Drie kwartier na de start van de vergadering wordt het overleg zonder enige vooruitgang, afgesloten. Wij zijn ontgoocheld over het opzet en het verloop van de vergadering.

    16 februari 2004, daags na onze terugkeer uit Oostenrijk worden wij in de namiddag verwacht bij de bestuursdirecteur (inrichtende macht – onderwijsnet). Doel: de heer F wil een bemiddelingspoging tussen ons en de school organiseren. De directeur en een afvaardiging van het personeel en de Lokale Participatieraad zijn aanwezig. Iedereen krijgt opnieuw de kans om zijn verhaal te doen. Vermits iedereen bij zijn standpunt blijft wordt de vergadering beëindigd zonder enig resultaat. Wij ervaren dit gesprek als vruchteloos over en weer argumenteren. Na de officiële vergadering wordt ons het advies gegeven om misschien toch naar een andere school uit te kijken binnen dit net. De bestuursdirecteur wil hierbij helpen.
    foto Yani in de klas

    19 februari 2004 Tweede bijeenkomst van de bemiddelingscel. Er blijkt geen openheid bij het team dat de facto de draagkracht zou moeten bieden voor de inschrijving van Yani. Er kan enkel besloten worden dat de school bij haar stelling blijft. De bemiddeling wordt als niet-gerealiseerd afgesloten. Deel 2 van de vergadering verloopt zonder de aanwezigheid van de school. Wij informeren de bemiddelingscel dat we zelf gesprekken gaan voeren met scholen, samen met Mevr. V. De bemiddeling mag tot nader opgeschort worden.

    Aangezien de bemiddeling als niet-gerealiseerd wordt beschouwd komt de volgende stap snel dichterbij: de Commissie inzake Leerlingenrechten (CLR).

    Op 11 maart 2004 worden wij uitgenodigd op de zitting van de Commissie Leerlingenrechten voor de behandeling van de doorverwijzing van Yani door de school. Wij krijgen de mogelijkheid om mondeling ter zitting van de commissie onze zaak toe te lichten. Mevr. V zal ons wederom bijstaan.

    De Commissie inzake leerlingenrechten werkt volledig onafhankelijk. Naast een voorzitter-jurist, bestaat de Commissie uit zes leden die vertrouwd zijn met het onderwijs in het algemeen, de kinderrechten of het grondwettelijk en administratief recht.

    De zitting van de CLR vindt plaats in een vergaderzaal van het departement Onderwijs. De zeven leden van deze commissie zullen oordelen of deze doorverwijzing gegrond is. De sfeer is koel en zonder veel poeha gaat men onmiddellijk over tot de orde van de dag.

    De directeur krijgt het woord en stelt opnieuw dat: de trappen te smal zijn, de klassen ontoegankelijk zijn voor rolstoelgebruikers, er problemen zijn met de nooduitgang, de school niet beschikt over een verzorgingslokaal, er geen gehandicaptentoilet is, er geen ruimte beschikbaar is waar een gehandicapte kan gewassen worden (?), de school niet beschikt over een ruimte waar kinesitherapie, logopedie of enige andere vorm van extra hulp kan gegeven worden, er nu reeds 6 toiletten tekort zijn, de huidige schoolpopulatie bestaat uit 294 leerlingen (een overschrijding van de DIGO-norm met 75 leerlingen), de deuren op een verkeerde manier draaien, de aanwezigheid van een persoonlijk assistent de groepsdynamiek grondig zal verstoren, de erge beperking van Yani qua communicatiemogelijkheden, het gebrek aan het stellen van bepaalde fysieke handelingen ongetwijfeld een leerachterstand zullen veroorzaken, wat met schoolrijpheid?, de beperkingen maken het moeilijk om zinvol aan het klasgebeuren deel te nemen, … (deze uitermate negatieve uiteenzetting duurt ongeveer 15 min).

    Een lid van de commissie stelt zich de vraag, het voorgaande in acht genomen, hoe het mogelijk is dat deze school het principe van inclusief onderwijs onderschrijft (cfr. visie van de school). Een ander lid vraagt zich af hoeveel ‘projecten inclusief onderwijs of andere’ projecten er momenteel lopen in de school (antwoord: geen). Een ander lid van de commissie vraagt zich dan weer af of deze resem infrastructurele problemen nu pas, naar aanleiding van deze inschrijving, naar boven komen. Men merkt bovendien op dat lesgeven aan een kind met een motorische handicap niet noodzakelijk op de eerste – of tweede verdieping hoeft te gebeuren. Zeker niet wanneer er klassen op het gelijkvloers beschikbaar zijn.

    De zitting neemt ongeveer een uur in beslag. Voor we het beseffen wordt de volgende zaak al aangekondigd. We zijn alledrie moe, vooral mentaal. We hopen dat we geslaagd zijn in ons opzet om de boodschap klaar en duidelijk over te brengen. Alhoewel, echt zeker zijn we niet.

    Een opmerking laat mij echter niet los : Yani is o.a. niet welkom in deze school omdat er geen wasplaats voor gehandicapten is. Wanneer ik hier in de wandelgangen, na de vergadering, tekst en uitleg over vraag antwoordt de coordinerende directeur voor de sector waartoe de lagere school X behoort mij: “mijnheer, uw dochter moet toch gewassen worden!”. Onthutst verlaten wij na een kleine woordenwisseling het gebouw. Boos. Machteloos om zoveel onwil en onnozelheid. De weg is nog lang … Vermits dit de eerste klacht in zijn soort is wil de CLR zijn woorden zorgvuldig wikken en wegen. Uitspraak: 1 april 2004.

    Lees hier de volledige uitspraak door de CLR met betrekking tot dit dossier.

    De Commissie Leerlingenrechten oordeelt, met eenparigheid van stemmen, dat de doorverwijzing van Yani door de school X ongegrond is.

    Volgend jaar gaat Yani naar het eerste leerjaar, weer een nieuwe ervaring en uitdaging. Na een lange zoektocht hebben wij een school gevonden die bereid is om Yani een kans te geven op regulier lager onderwijs. Haar beperkingen blijven. De eindtermen zal ze waarschijnlijk niet halen. Dat hoeft ook niet. We hopen op een zo groot mogelijke leerwinst …

    foto Yani met klasgenootjes

    Rudi Ressauw - Linda Horemans


    Terug naar boven
Dossiers :
decoratie

logo dossiers
  • De rol van de ouders in het Inclusief Onderwijs

  • ‘Maatwerk in samenspraak’, dat was de titel van een discussietekst die minister Vanderpoorten in 2002 voorstelde aan het brede publiek. Die tekst ging over onderwijs op maat. In het najaar van 2003 riep het kabinet onderwijs werkgroepen bijeen over dit thema. Doel was om een gevolg te geven aan het initiatief van de minister.

    Eén van de onderwerpen was de rol van de ouders in het inclusief onderwijs. Zoals blijkt uit het verhaal van Yani hierboven is de rol van de ouders zeer groot en belangrijk. Patrick Van de Lanotte (Ouders voor Inclusie) en Inge Ranschaert (GRIP) schreven hierover de tekst "De rol en positie van ouders binnen inclusief onderwijs
    ".

    Terug naar boven
Vers van de pers :
decoratie

logo vers van de pers
  • GRIP niet vies van politiek: verkiezingsprogramma’s onder de loep

  • Dat GRIP niet vies is van politiek schreven we de vorige keer al. GRIP heeft er een gesprekkenronde over haar politiek manifest met de politieke partijen op zitten. De volgende stap is de analyse van de verkiezingsprogramma’s.

    Op de websites van de politieke partijen kun je de programma’s terugvinden. Let wel: nog niet alle programma’s zijn beschikbaar. Sommige partijen zijn nog bezig met de opmaak.

    GRIP kijkt wat in de (ontwerp)programmateksten geschreven staat over directe financiering (hulpmiddelen en ondersteuning), tewerkstelling, inspraak van gebruikers in de voorzieningen en in het beleid als ervaringsdeskundigen, inclusief onderwijs, netwerk opbouw en de vereenvoudiging van procedures en administratie.

    Een pluspunt in enkele programma’s is dat er op verschillende beleidsdomeinen aandacht is voor gelijke kansen voor personen met een handicap. Inclusieve programma’s dus.

    Het resultaat van onze analyse verschijnt midden mei op onze website.

    Links:
    http://www.cdenv.be
    http://www.vld.be
    http://www.s-p-a.be
    http://www.groen.be
    http://www.nv-a.be
    http://www.meerspirit.be


    Terug naar boven
Dossiers:
decoratie

logo dossiers
 
  • In gesprek met Johan Vermeiren over het project werkgelegenheid van GRIP


  • GRIP werkte vorig jaar in het kader van het project “Werk in perspectief, perspectief op werk?” rond het thema tewerkstelling van personen met een handicap. Zo formuleerde de Werkgroep Werkgelegenheid naar aanleiding van de Rondetafelconferentie rond tewerkstelling van personen met een arbeidshandicap van 2 december 2003 beleidsvoorstellen om de arbeidspositie van personen met een handicap te verbeteren. Een andere werkgroep van GRIP, de werkgroep redelijke aanpassing, werkte rond het cruciale begrip ‘redelijke aanpassing’ uit de antidiscriminatiewet en legde hierbij de link met tewerkstelling. Dit jaar start GRIP met een nieuw project rond werkgelegenheid. De heer Johan Vermeiren legt uit wat de bedoeling is.

    Johan Vermeiren zetelt namens GRIP in de Commissie Diversiteit van de SERV en de Werkgroep Personen met een arbeidshandicap. Hij is ook de voorzitter van het Gebruikersoverleg Handicap & Arbeid en van de Werkgroep Werkgelegenheid van GRIP.


    Johan, wat wil GRIP bereiken met dit nieuwe project?

    Wanneer gebruikersorganisaties op een degelijke manier willen deelnemen aan het tewerkstellingsbeleid dan vraagt dat veel tijd en inspanning. Het is niet voldoende om aan vergaderingen deel te nemen, je moet ook goed geïnformeerd zijn en heel het sociaal-economische beleid op de voet volgen. Het project wil organisaties daarin ondersteunen. We denken dan vooral aan de organisaties die deelnemen aan formele organen zoals de Commissie Diversiteit van de SERV. Anderzijds willen we ook de organisaties die niet in deze organen zitten, zo veel mogelijk betrekken bij het tewerkstellingsbeleid.

    Je haalde de Commissie Diversiteit aan, kan je ons even uitleggen wat deze doet?

    Eind vorig jaar werd er in de schoot van de Sociaal Economische Raad van Vlaanderen (SERV) een Commissie Diversiteit opgericht. Deze Commissie kan op vraag van de SERV of op eigen initiatief informatie verzamelen, studies verrichten en advies geven over de Vlaamse bevoegdheden met een sociaal-economische dimensie die van belang zijn voor groepen die nu niet evenredig vertegenwoordigd zijn in het sociaal-economische leven. In deze Commissie zitten werknemers –en werkgeversorganisaties en organisaties van kansengroepen. Tot nu toe zijn deze kansengroepen beperkt tot personen met een arbeidshandicap en allochtonen. Voor de personen met een handicap zijn dit de Katholieke Vereniging voor Gehandicapten (KVG), Gelijke Rechten voor Iedere Persoon met een handicap (GRIP) en de Vlaamse Federatie van Gehandicapten (VFG).

    Onder de Commissie Diversiteit zijn er twee werkgroepen actief, één voor personen met een arbeidshandicap en één voor allochtonen. De Werkgroep personen met een Arbeidshandicap bestaat uit werknemers - en werkgeversorganisaties en zes organisaties van personen met een handicap of chronische ziekte (de Katholieke Vereniging voor Gehandicapten (KVG), Gelijke Rechten voor Iedere Persoon met een handicap (GRIP), de Vlaamse Federatie van Gehandicapten (VFG), blindenzorg Licht en Liefde, de Vzw Belgische Multiple Sclerose Liga Vlaamse Gemeenschap (Ms-liga) en het Vlaams Patiëntenplatform (VPP).

    Welke thema’s werden al behandeld in de Werkgroep personen met een Arbeidshandicap?

    De Vlaamse overheid ging samen met de sociale partners en gebruikersorganisaties het engagement aan om de situatie van personen met een handicap op de arbeidsmarkt aanzienlijk te verbeteren tegen 2010. Het opstellen van een actieplan, dat dit engagement omzet in concrete acties, is dan ook één van de eerste grote opdrachten van de Werkgroep personen met een Arbeidshandicap. Hierbij zijn op initiatief van de gebruikersorganisaties, de sector van de beschutte en sociale werkplaatsen en het ATB-netwerk tijdelijk betrokken. De werkgroep boog zich ook al over het probleem van activiteitsvallen. Dit is wanneer personen door bepaalde regels en procedures ontmoedigd of beperkt worden om de stap naar de arbeidsmarkt te zetten. Veel personen met een handicap en mensen met een chronische ziekte stoten op activiteitsvallen wanneer ze willen gaan werken.

    De gebruikersorganisaties zijn vragende partij om via de Commissie Diversiteit betrokken te zijn bij de verdere plannen van de overheid (bv. rond toegankelijkheid, diversiteitsbeleid,…), bij wetenschappelijk onderzoek en bij arbeid gerelateerde thema’s zoals mobiliteit, onderwijs…

    In het kader van het project werd er het Gebruikersoverleg Handicap & Arbeid opgericht, dat door GRIP ondersteund zal worden. Kan je ons meer uitleg geven over deze overleggroep?

    Het Gebruikersoverleg Handicap & Arbeid is een gebruikersplatform dat bestaat uit de verschillende organisaties die in de Werkgroep Personen met een Arbeidshandicap van de Commissie Diversiteit van de SERV zitten en andere geïnteresseerde organisaties (o.a. Inclusie Vlaanderen, de Federatie van Vlaamse DovenOrganisaties vzw (FEVLADO), SIMILES…). Gebruikersorganisaties die zich hierbij willen aansluiten zijn welkom.

    In het gebruikersoverleg kunnen organisaties met elkaar in discussie gaan en afstemmen rond thema’s die verband houden met tewerkstelling. Er kunnen ook nieuwe ideeën verkend en uitgewerkt worden.
    Het is ook een soort van reflectiegroep, waar organisaties hun mening kunnen geven over zaken die in de Commissie Diversiteit of de Werkgroep Personen met een Arbeidshandicap besproken zijn of nog gaan besproken worden.

    Deze werkwijze heeft volgens mij een grote meerwaarde. Eerst en vooral omdat het aantal organisaties in de Commissie Diversiteit en de Werkgroep personen met een Arbeidshandicap beperkt is. Langs deze weg kunnen de bekommernissen van de andere organisaties toch meegenomen worden.
    Bovendien zie je dat de verschillende organisaties andere accenten leggen, wat een positieve dynamiek creëert. Je krijgt zo een doorstroming van ervaring vanuit de praktijk van de verschillende deelgroepen: blinden, slechtzienden, personen met een verstandelijke of fysieke handicap, mensen met een chronische ziekte, mensen met een psychische problematiek,…
    En dan is er ook nog een activerend effect. Traditioneel staat zorg bij veel organisaties meer voorop dan werk, het betrekken van organisaties bij het tewerkstellingsbeleid via het gebruikersoverleg kan de aandacht voor werkgelegenheid bij organisaties activeren.

    Kan het gebruikersoverleg Handicap & Arbeid ook met gezamenlijke standpunten naar buiten komen?

    Ja, wanneer dit nodig is. Zo heeft het gebruikersoverleg aan de Vlaamse parlementairen van de Commissie voor Economie, Landbouw, Werkgelegenheid en Toerisme gevraagd om in het oprichtingsdecreet van de VDAB een commissie op te richten met een gelijkaardige werking als de Commissie Diversiteit van de SERV. Via deze commissie zouden gebruikersorganisaties van personen met een handicap kunnen betrokken worden bij het beleid van de VDAB. Het parlement heeft gekozen om niet op deze vraag in te gaan en dus geen commissie te verankeren in het decreet. De mogelijkheid is wel gelaten aan de Raad van Bestuur van de VDAB om er zelf één op te richten. De motivatie hiervoor is dat wanneer de Raad van Bestuur beslist tot oprichting van een dergelijke commissie, ze mee gedragen is door de sociale partners (die deel uitmaken van de Raad van Bestuur) en de werking van de commissie zo meer slaagkans heeft.

    Waarom is het zo belangrijk om ook betrokken te worden op het niveau van de VDAB?

    Het al dan niet goed functioneren van het toeleidingsbeleid van personen met een handicap naar de arbeidsmarkt zit vaak in details op uitvoerend niveau. Wanneer werkwinkels of opleidingscentra niet toegankelijk zijn kan dit personen met een handicap ongewild uitsluiten, maar bijvoorbeeld ook de centrale positie van ATB en de hieruit voortvloeiende wachtlijsten zijn een probleem.

    Gebruikers kunnen naar mijn gevoel in het beleid van de VDAB veel concrete betekenis inbrengen. Het zoeken naar werk betekent zeer sterk stoten op je handicap. Dit wordt vaak uit het oog verloren. Het levensdomein werk staat daarenboven niet los van andere levensdomeinen waarin mensen met een handicap ook met beperkingen worden geconfronteerd en gebruik maken van ondersteunende maatregelen. De wisselwerking tussen deze domeinen is zeer belangrijk om onder de aandacht te brengen van beleidsmakers, en dit zowel op het strategisch als uitvoerend niveau.
    Het is niet voldoende om alleen op het beleidsbepalende niveau onze expertise en ervaringsdeskundigheid in te brengen. Er is een kloof tussen beleidsintenties en uitvoering. Als we de beleidsintenties adviseren via de Commissie Diversiteit is het daarom goed om tegelijkertijd onze feedback rond de praktijk rechtstreeks bij de VDAB in te brengen.

    De werkzaamheden van de Werkgroep Werkgelegenheid worden in het kader van het project hernomen. Wat wordt de taak van deze werkgroep?

    Het doel van de werkgroep is vanuit het eigen gedachtegoed (burgerrechten, antidiscriminatie, inclusie, persoonsgebonden budget…) het tewerkstellingsbeleid op te volgen, beleidsvoorstellen te formuleren en nieuwe zaken naar voren te brengen. Hierbij zullen we zeker ook verder bouwen op en teruggrijpen naar de eerdere werkzaamheden van de werkgroep.

    Johan, hartelijk dank voor het interview!

    Graag gedaan.

    Van de werkgroep werkgelegenheid van GRIP maken ervaringsdeskundigen en andere experten deel uit. Ze hebben ervaring met het thema tewerkstelling van personen met een handicap. Mensen die bekend zijn met dit thema en geïnteresseerd zijn om mee te werken in deze werkgroep, kunnen mailen naar stafmedewerker GRIP Severine Appelmans.

    Terug naar boven
 
Dossiers:
decoratie

logo dossiers
 
  • Het PGB-systeem in Nederland: knelpunten en aanbevelingen voor Vlaanderen

  • In de vorige nieuwsbrief gaven we een overzicht van de stand van zaken rond de uitvoering van het decreet Persoonsgebonden Budget (PGB). Binnenkort worden binnen het Vlaams Fonds de werkzaamheden afgerond. Het expertenteam en de ad hoc commissie leverden op korte termijn knap werk, alhoewel GRIP de zeer beperkte betrokkenheid van gebruikers en hun organisaties in dit proces betreurt.

    Deze legislatuur worden geen uitvoeringsbesluiten van het decreet meer verwacht. Gezien de moeilijkheid van het thema, en de blijvende vragen rond de praktische invoering van een groot aantal onderdelen, kan het PGB onmogelijk begin 2005 van start gaan. We hopen dan ook dat de volgende Vlaamse Regering verder in de stappen treedt van het proces dat jaren geleden in het Vlaams Parlement startte met een consensus over partijgrenzen heen.

    In de vorige nieuwsbrief vond u als resultaat van een debat-lunch begin februari het verslag terug van een vergelijking van Vlaanderen met de Nederlandse PGB-praktijk.

    Jurist Jos Huys, een door de wol geverfde voorvechter van PAB en PGB sinds het eerste uur, verrichtte in de afgelopen maanden een diepgaande studie over dit onderwerp. Het resultaat hiervan is het document ‘Het Nederlandse Persoonsgebonden Budget: een bron van inspiratie voor de hervorming van de Vlaamse gehandicaptenzorg’ [Bekijk PDF] [Bekijk tekst]

    Het werd een pittige en zeer leesbare discussietekst met een visie op cruciale aspecten als vouchers, trekkingsrechten, inschaling, omvang van budgetten, ondersteuning van gebruikers,…

    Deze wetenschapper formuleert dertien aanbevelingen voor de invoering van het PGB-systeem in Vlaanderen. Ze vormen meteen checklist waartegen de uiteindelijke resultaten op vlak van PGB kunnen worden afgetoetst.

  • De assistentiebehoeften, waarvoor budgetfinanciering wordt opengesteld, worden op een brede wijze omschreven en niet als een optelsom van zorgmodules uit het bestaande zorgaanbod.
  • Bij de indicatiestelling is de keuze van de persoon met een handicap voor zorg in natura of zelf georganiseerde zorg irrelevant en bijgevolg niet gekend.
  • De indicatiestelling van de assistentienoden gebeurt door een instantie die de objectieve inschaling van de assistentiebehoeften van de persoon met een handicap als exclusieve opdracht heeft, en die met de zorgverstrekkende instanties geen enkele financiële, organisatorische of ideologische band heeft.
  • Inschaling van assistentiebehoeften gebeurt in tijdseenheden.
  • Bij de inschaling van de assistentiebehoeften worden feitelijke omgevingsfactoren in rekening gebracht op basis van objectieve standaarden.
  • Bij de indicering worden de werkelijke assistentiebehoeften ingeschaald, zonder referentie naar het maximumbudget of naar de keuze van de persoon met een handicap voor natura- of budgetzorg.
  • Het PGB wordt als geld op de rekening van de budgethouder uitbetaald.
  • Het PGB wordt bij wijze van voorschotten aan de budgethouder toegekend, mits een transparante a posteriori controle door de financierende overheid.
  • De budgethouder heeft volledig vrije keuze van assistentieverleners. De overheid waarborgt deze vrije keuze door een actief mededingingsbeleid.
  • Het PGB kan worden aangewend voor alle handicapspecifieke assistentienoden, voor zover die niet reeds op toereikende wijze worden gefinancierd door andere bronnen.
  • Overheadkosten worden tegen de werkelijke kostprijzen mee in het PGB verrekend, zodat voor budgethouders geen enkele subsidie voor overheadkosten meer is verschuldigd buiten het budget.
  • Er wordt uitvoering verleend aan de bepalingen van het PGB-decreet ter financiering van de budgethoudersverenigingen.
  • De overheid kent daarenboven aan de budgethoudersverenigingen de nodige financiële middelen toe om de belangenverdediging op zich te nemen van personen met een handicap die overwegen een PGB aan te vragen.

    Terug naar boven
Dossiers:
decoratie

 logo dossiers
  • In gesprek met veranderingsmanager Jan Van Rensbergen over de reorganisatie van de Vlaamse overheid op het vlak van het gehandicaptenbeleid


  • De bedoeling van deze hervorming is om de effectiviteit van de Vlaamse overheid te verhogen. Er komen 13 beleidsdomeinen, de beleidsuitvoering wordt afgesplitst van de beleidsvoorbereiding, de tewerkstelling van personen met een handicap zal niet langer onder het Vlaams Fonds zitten, de Raad van Bestuur van het Vlaams Fonds verdwijnt en het aantal adviesorganen wordt beperkter.

    GRIP polste onlangs naar een stand van zaken. Op 26 januari nodigde GRIP Dhr. Jan Van Rensbergen uit voor een gesprek. Hij werd in 2002 aangesteld als veranderingsmanager in het kader van het Beter Bestuurlijk Beleid (BBB) voor het beleidsdomein Welzijn en volksgezondheid.

    Hieronder vindt u in vraag-en-antwoord-stijl een korte stand van zaken. Dit is geen letterlijke weergave van het gesprek. In het grijs worden steeds de bedenkingen van GRIP aangegeven.


    Men praat al sinds het jaar 2000 over BBB. Hoe ver staat dit nu?

    Op 18 juli 2003 werd er het kaderdecreet goedgekeurd. Zoals de naam zegt staat hierin het ruime kader voor deze hervorming beschreven. Voor elk beleidsdomein werd een veranderingsmanager aangesteld om dit uit te werken. Hun eindopdracht was om vóór januari 2004 aanbevelingen te formuleren aan de Vlaamse Regering inzake de nieuwe organisatiestructuur van het beleidsdomein. Dit beleidsdomein zal in de toekomst opgedeeld worden in een departement voor alle beleidsvoorbereiding en -opvolging en in agentschappen voor de beleidsuitvoering.

    Voor het beleidsdomein Welzijn en Volksgezondheid worden er zes agentschappen opgericht, waaronder het Vlaams agentschap voor Personen met een Handicap [Bekijk PDF] [Bekijk tekst]. De Vlaamse regering heeft de oprichting van elk van deze agentschappen goedgekeurd. Voor de drie agentschappen met een eigen rechtspersoonlijkheid zal ook het Vlaams parlement zich eerstdaags uitspreken.

    We verwachten dat tegen midden mei 2004 de nieuwe organisatiestructuur van het beleidsdomein integraal en definitief is goedgekeurd.

    Dus, er zijn geen veranderingsmanagers meer?

    Ja en neen, hun opdracht liep origineel ten einde in december 2003 maar werd verlengd tot einde mei 2004 om hen in staat te stellen alle decreten en oprichtingsbesluiten volledig af te werken.

    Zal men klaar zijn met BBB vóór de verkiezingen?

    Neen, enkel de basis is gelegd. De volgende legislatuur zal de eigenlijke uitvoering moeten organiseren met inbegrip van het benoemen van de hoofden van elk agentschap. De Vlaamse regering heeft ervoor gekozen om in deze pre-electorale tijden géén benoemingen van topambtenaren te doen.

    Een tweede luik dat verder uitgewerkt moet worden is de strategische adviesraad. Ook het benoemen van de leden van alle adviesraden is dan aan de orde: de overkoepelende strategische adviesraad en de raadgevende comité’s bij elk van de agentschappen.

    Is er geen kans dat de volgende Vlaamse Regering BBB begraaft net zoals nu met de Copernicus- hervorming gebeurt?

    Er is veel kans dat de volgende regering BBB zal uitvoeren. Na vijf jaar van “hervormen” wil de Vlaamse regering waarschijnlijk met andere thema’s bezig zijn. Thema’s zoals de klantvriendelijkheid en toegankelijkheid van de overheidsdiensten, vereenvoudiging van procedures, wetmatiging, performantie en doelmatigheid, verleggen de focus van een interne hervorming naar een externe gerichtheid. Een snelle uitvoering in het najaar van 2004 is bijgevolg goed mogelijk.

    Ik denk niet dat de BBB hervorming volledig begraven wordt. Ook Copernicus loopt door, zij het onder gewijzigde vorm en met enige vertraging.

    Opmerking van GRIP

    De veranderingsmanagers (nu ‘transitiemanagers’) deden de theoretische voorbereidingen tegen april/mei 2004. Er blijven heel wat knelpunten, in het persbericht 23 april deelde de Vlaamse regering de goedkeuring van de nota 'over de globale consolidatie over Beter Bestuurlijk Beleid (BBB)’ mee [Bekijk PDF] [Bekijk tekst]. Een resem documenten stemt tientallen eerdere beslissingen in verband met het toekomstige organisatiemodel van de Vlaamse overheid op elkaar af en somt de resterende knelpunten op.

    Ook de voorlopige organisatiestructuren van onder andere het beleidsdomein Welzijn en Volksgezondheid, Economie, Werkgelegenheid en Toerisme en de diensten van de Minister-President (met dus gelijke kansen) worden reeds weergegeven.

    De praktische uitwerking, met onder andere de benoeming van de leden van adviesraden, de mogelijke verschuiving van ambtenaren,… volgt in de tweede helft van 2004. Voor GRIP is vooral het aspect coördinatie van belang: hoe zal het gehandicaptenbeleid dat wordt verspreid over verschillende beleidsdomeinen worden afgestemd zodat er één duidelijk en flexibel beleid wordt gevoerd?


    Wordt het Vlaams Fonds nu een IVA? Wat betekent dit in de praktijk?

    Ja, die beslissing is al twee keer bevestigd door de Vlaamse Regering en het Vlaams parlement. Een IVA is een Intern Verzelfstandigd Agentschap en is verantwoordelijk voor de beleidsuitvoering. Het verschil met vroeger is o.a. dat het agentschap geen Raad van Bestuur meer heeft, maar rechtstreeks onder de minister valt, waardoor de zeggingskracht van de minister van Welzijn en Volksgezondheid zal toenemen. Ten opzichte van de huidige situatie verhuist de afdeling Inspectie naar het nieuwe agentschap Inspectie. Er zijn tevens enkele verschuivingen met andere beleidsdomeinen. Het departement zal alle beleidsvoorbereiding coördineren, daar waar het Vlaams Fonds dit voor de eigen materies nu zelf doet in samenwerking met het kabinet. Er komt voor het domein Welzijn en Volksgezondheid een beleidsraad waarin de vertegenwoordiger van de minister en de leidende ambtenaren het dagelijkse en strategisch beleid coördineren.

    Opmerking van GRIP

    Het deel professionele integratie (CAO-26, Vlaamse Inschakelingspremie, arbeidspostaanpassingen,…) wordt in de toekomst uit het Vlaams Fonds gelicht en ondergebracht onder de VDAB. ATB werkt nu in de Lokale Werkwinkels reeds nauw samen met de VDAB. De beschutte werkplaatsen worden ondergebracht onder een subsidieagentschap op vlak van werkgelegenheid. In de volgende GRIP-nieuwsbrief wordt dieper ingegaan op de mogelijke praktische gevolgen van deze hervorming voor werkzoekende personen met een handicap.


    Worden de gebruikers betrokken bij het beleid?

    Ja, waar een raadgevend comité als klankbord een meerwaarde geeft wordt dit geïnstalleerd. Dit is zo voor de agentschappen Zorg en Gezondheid, Kind en Gezin, Jongerenwelzijn en Personen met een handicap. De gebruikers zullen hierin vertegenwoordigd zijn.

    De gebruikers zijn ook vertegenwoordigd in de Strategische Adviesraad (SAR) dat op een beleidsvoorbereidend niveau werkt.

    In vergelijking met de huidige situatie verruimt de inbreng van het middenveld in het algemeen en de gebruikers in het bijzonder en krijgen zij een ruimere en structurele plaats in het adviesstelsel. Daartegenover staat dat zij niet meer mee besturen, zoals dit in de Raden van Bestuur bij Kind en Gezin en het Vlaams Fonds het geval is.

    Bedenking van GRIP

    Naast het nieuwe Vlaams Agentschap Personen met een Handicap (het nieuwe Vlaams Fonds) komt er dus een raadgevend comité. Het is van belang dat organisaties van personen met een handicap hier goed in vertegenwoordigd zijn en worden gehoord. Het comité buigt zich over de uitvoering van het gehandicaptenbeleid.

    Op beleidsontwikkelend vlak komt er inderdaad een Strategische Adviesraad. Maar die Raad zal zich moeten buigen over het volledige welzijns-en gezondheidsbeleid voor groepen als ouderen, kinderen, allochtonen, mensen met een handicap. Een zeer breed werkveld dus. Veel hangt dus af of deze Adviesraad goed wordt samengesteld, geleid en ondersteund. Namens al deze gebruikersgroepen samen zullen maar 6 vertegenwoordigers zetelen. Wellicht dus maar 1 of 2 mensen namens de groep personen met een handicap.

    Beide organen geven enkel advies, en dit is niet bindend. Hun échte impact valt dus af te wachten. Gebruikers zullen over categoriale verschillen en belangen heen moeten samenwerken.


    Wijzigt de opdracht van het Vlaams Fonds?

    Neen, de kerntaken van het Vlaams Fonds blijven. Een inhoudelijke wijziging is niet de opzet van BBB. Dit ging vooral om een hervorming voor het verhogen van de effectiviteit van de Vlaamse Overheid.

    Wordt er tegemoet gekomen aan de roep naar een onafhankelijke ombudsdienst?

    De verschillende diensten inspectie van alle afzonderlijke instellingen zoals het Vlaams Fonds, Kind en Gezin e.a. worden nu samengebracht in één afzonderlijk agentschap Inspectie. Eerste lijnsklachten zullen wel nog altijd binnen het Vlaams Fonds behandeld worden maar bij tweede lijnsklachten kan er gerekend worden op het aparte agentschap Inspectie dat steviger zal staan tegenover grote voorzieningen en onafhankelijk werkt.

    Bedenking van GRIP

    Op dit moment maakt de Inspectie deel uit van de administratie van het Vlaams Fonds, in een aparte IVA zal deze dienst onafhankelijker werk kunnen leveren en dit is dus een goede zaak. Maar ook de ombudsdienst maakt nu nog deel uit van de VFSIPH-structuur… er is nog geen duidelijkheid over de toekomst. GRIP dringt aan op een autonome en neutrale ombudsdienst die niet enkel naar de letter van de procedures en praktijken toetst maar ook naar de geest en de daadwerkelijke kwaliteit zoals die door de gebruikers ervaren wordt (van bijvoorbeeld de dienstverlening van het Vlaams Fonds en instellingen,…).


    GRIP is grote voorstander van een ‘transversaal’ (dit betekent over alle domeinen heen) Gelijke Kansen beleid met een centrale coördinatie onder de Vlaamse Minister President. Komt dit er?

    Er is een voorstel waarin er per beleidsdomein een Gelijke Kansen Cel zou zijn voor alle doelgroepen. Wij stellen hierbij voor dat de coördinatie van dit Gelijke Kansen beleid zou gebeuren onder de Minister President. De uitvoering kan dan in elk beleidsdomein opgenomen worden. Een evolutie dus naar een meer inclusief beleid.

    Bedenking van GRIP

    GRIP drong in het verleden al aan op:

    • Een gelijke kansenbeleid voor álle kansengroepen (vrouwen, allochtonen, holebi’s, mensen met een handicap, ouderen) op transversaal vlak. Het gevaar blijft dat het gelijke kansenbeleid voor de groepen mensen met een handicap, ouderen en allochtonen onder het domein Welzijn wordt ondergebracht.

    • Een vinnig centraal gelijke kansenbeleid met een zweepfunctie dat door het statuut van de minister-president meer impact krijgt. Een geïntegreerd beleid voor alle achtergestelde groepen, met aandacht voor diversiteit en specificiteit.
    Een Gelijke Kansen Cel per beleidsdomein kan inderdaad inclusief beleid ten goede komen. Er zal echter wel nood zijn aan een gemeenschappelijke visie en vooral goede coördinatie… en dit laatste punt is mogelijk een zwakkere schakel van het BBB- gebeuren.


    Terug naar boven

Dossiers:
decoratie

logo dossiers
 
  • De Wetenschapswinkel: maatschappelijke vragen verdienen wetenschappelijke antwoorden


  • Elke organisatie, waaronder waarschijnlijk ook de uwe, loopt ongetwijfeld wel eens tegen een probleem aan dat niet meteen op te lossen is en nader onderzoek vraagt. Wetenschappelijk onderzoek kan vaak een uitkomst bieden, maar is voor veel non-profit organisaties onbetaalbaar. De Wetenschapswinkel zoekt nu samen met u naar een oplossing.

    Via de Wetenschapswinkel wordt uw vraag of probleem aan een deskundige voorgelegd. Vragen die onderzoek vereisen worden uitgewerkt door een student, onder begeleiding van een promotor. Op deze manier kan u tegen een geringe kost een objectief onderzoek laten uitvoeren. Beide partijen hebben zo voordeel: u krijgt een wetenschappelijk onderbouwd antwoord op uw vraag en de student kan zijn of haar kennis toepassen op een maatschappelijk relevant vraagstuk.

    Momenteel zijn er 123 onderzoeksvragen in behandeling bij de wetenschapswinkel. Ook vzw GRIP diende reeds enkele vragen in. Zo werkt een studente Psychologie momenteel een onderzoek uit naar de werkwaarden van studenten met en studenten zonder handicap. En volgend jaar gaat een student Agogiek de macht van de media op de beeldvorming over personen met een handicap bestuderen.

    Niet alleen sociale thema’s komen in aanmerking. Elk onderwerp dat aansluit bij een wetenschappelijke discipline van de universiteit kan aan bod komen. Op deze manier doen reeds 32 verenigingen beroep op de expertise van de Vrije Universiteit Brussel en de Universiteit Antwerpen.

    De Wetenschapswinkel voert zelf geen onderzoek uit maar helpt bij de omvorming van een gewone vraag naar een wetenschappelijke onderzoeksvraag of thesisonderwerp. Sommige vragen zijn snel en bondig te beantwoorden. Dit kan via een adviesgesprek zonder dat een uitgebreid onderzoek volgt. Vragen die zich lenen voor een langer onderzoeksproject worden voorgelegd aan licentiestudenten. Kiest een student één van deze onderwerpen, dat wordt hem/haar een starterpakket met relevante informatie over het onderwerp en de vereniging aangeboden. Tijdens het onderzoek zelf wordt de student begeleid door de vereniging, de promotor en een bemiddelaar van de Wetenschapswinkel. De onderzoeksresultaten worden neergepend in de eindverhandeling van de student. Via een persbericht en via de website van de Wetenschapswinkel zijn de resultaten toegankelijk voor het publiek. In samenwerking met de Wetenschapswinkel kunnen de resultaten ook verder verwerkt worden tot toegankelijke publicaties zoals een brochure, een website, een populair rapport of een infodag.

    Wilt u met uw organisatie samenwerken met de Wetenschapswinkel? Heeft uw vereniging een vraag waarbij wetenschappelijk onderzoek een uitkomst kan bieden? Aarzel dan niet langer en dien uw aanvraag in via het on-line invulformulier, of neem contact op met de Wetenschapswinkel!

    Meer informatie: Vrije Universiteit Brussel – Wetenschapswinkel:
    Edith Donders tel.: 02/629 18 34 of Sofie Van Den Bossche tel.:02/629 22 24,
    e-mail: info@wetenschapswinkel.be
    Een overzicht van de onderwerpen vind je terug op: www.wetenschapswinkel.be


    Terug naar boven

Vers van de pers :
decoratie

logo vers van de pers
  • Rechtzetten wat al recht is, een reactie op de nieuwsbrief van Opvang Tekort vzw


  • Dankzij de vele organisaties en individuen die steeds weer onze informatie verspreiden, campagnemateriaal doorgeven, oproepen voor onze acties, kan GRIP veel meer mensen met een handicap en hun familieleden bereiken. GRIP is immers geen ledenorganisatie. We maakten de afgelopen weken heel wat reclame voor onze Open GRIP-dag en hopen, doordat we die laagdrempelig houden en openstaan voor iedereen, op een talrijke opkomst.

    Ook Opvang Tekort vzw riep haar achterban actief op om deel te nemen aan het politiek salon. We danken hen, en de vele andere organisaties van harte, we kijken immers uit naar een verscheiden maar constructieve deelname.

    GRIP heeft niets te verbergen. Wie interesse heeft in de organisatie kan terecht op een website, in een Nieuwsbrief, in een jaarverslag, deelnemen aan discussieavonden of werkgroepen, genieten van de Open-GRIP-dag,…

    In de nieuwsbrief van Opvang Tekort wordt rond een aantal aspecten echter de bal stevig mis geslagen of op zijn zachtst gezegd eenzijdig geïnterpreteerd. We lichten ze nader toe om verwarring te vermijden en omdat dit enkel maar eerlijk is naar tientallen van onze vrijwilligers.

    Wat is Gelijke Rechten voor Iedere Persoon met een handicap vzw ? Een gebruikersorganisatie die opkomt voor gelijke rechten en kansen van iedereen, maar in eerste instantie van mensen met een handicap. Er wordt geen onderscheid gemaakt tussen verschillende beperkingen. Een mensenrecht is immers ondeelbaar, dat heb je of dat heb je niet. Het gaat om een recht op leven, op werken, op onderwijs, op deelnemen aan de samenleving, je eigen leven leiden zoals je zelf kan en wil. Een recht op keuze, bijvoorbeeld uit verschillende vormen van ondersteuning. Deze visie staat duidelijk in onze basistekst.

    Natuurlijk is er in de praktijk een verschil. De nood aan ondersteuning verschilt van mens tot mens. De groep mensen met een (zware) verstandelijke handicap is niet alleen groot, maar ook kwetsbaar en GRIP vindt het dan ook belangrijk om hun belangen en specifieke behoeften mee te nemen. We merken elke dag dat deze noden en voorkeuren, en deze van hun directe vertegenwoordigers, veel veelzijdiger zijn dan enkel opname in een (semi)residentiële voorziening.

    Iemand die zegt dat GRIP zich beperkt tot de wensen en de noden van mensen met hoofdzakelijk een fysieke beperking kent de organisatie niet en is fout. In alle organen sturen en werken ouders en andere directe vertegenwoordigers mee. In sommige stuur-en werkgroepen maken ze bijna de helft van het aantal leden uit. De deelname van mensen met een verstandelijke handicap zelf, en dus onder andere de nood aan meer toegankelijkheid van GRIP, is een prioriteit voor de volgende werkingsjaren. Inclusief onderwijs, voorlopige bewindvoering, PGB en PAB (ja, ook voor de mensen met een verstandelijke handicap en hun ouders die daarvoor kiezen), sociale netwerken, … zijn thema's die deel uitmaken van de planning 2004. Er wordt nauw samengewerkt met verenigingen van mensen met een verstandelijke handicap en ouderverenigingen.

    De gebruikers die deelnemen aan het panel van het politiek salon zijn op Vlaams niveau actief in verschillende democratische politieke partijen en door hen afgevaardigd. We vinden het belangrijk om hén, ervaringdeskundige politici, eens aan het woord te laten. Het was niet de bedoeling om een representatief panel op vlak van handicap samen te stellen.

    Het is altijd gemakkelijk om in hokjes op te delen, te werken met wit of zwart, de 'goede en de slechte', de ene handicap tegenover de andere, de zwakke en de toch nog net iets zwakkere en de rekening te maken van iemand anders. Hier doet GRIP niet aan mee.


    Terug naar boven

   Activiteiten:
decoratie

logo activiteiten
  • Interessante weetjes en initiatieven


  • Hieronder vind je een overzicht van interessante weetjes, initiatieven van gebruikersorganisaties, overheden en andere instanties. Enkel de initiatieven die GRIP werden toegezonden en gericht zijn naar een breed publiek, worden opgenomen. GRIP is niet verantwoordelijk voor de inhoud van de initiatieven.

    Tentoonstelling van technische hulpmiddelen

    De Informatiedienst voor Technische Aanpassingen van de Brailleliga vzw nodigt u graag uit op haar ‘tentoonstelling van technische hulpmiddelen’ van woensdag 12 mei tot en met zaterdag 15 mei. Meer informatie vind je op www.brailleliga.be.

    Open-GRIP-dag en Politiek Salon

    Op zaterdag 15 mei organiseert GRIP voor de tweede keer haar open-GRIP-dag, met kinderanimatie, een infostand, workshops en een gezellige babbel. Daaraan gekoppeld worden politici op de rooster gelegd over hun kijk op het toekomstig gehandicaptenbeleid in ons Politiek Salon. Meer informatie en inschrijven op onze website.

    Adviesgroep seksuele hulpmiddelen voor personen met een handicap

    Sensoa vzw werkt dit jaar aan een project rond ‘seksualiteit en handicap’. De rode draad doorheen dit project is het ‘erotisch koffertje’ met seksuele hulpmiddelen. Om dit project te ondersteunen wordt een adviesgroep van gebruikers opgericht. Alle geïnteresseerden zijn welkom op maandag 24 mei, van 9u30-12u30u in Sensoa. De uitnodiging.

    Infoavond “Leerstoornissen, medicatie en alternatieven, voor en tegen”

    Sprankel Brabant organiseert op maandag 24 om 20u een infoavond over leerstoornissen, medicatie en alternatieven. [Bekijk PDF] [Bekijk tekst].

    Symposium John O’Brien

    PLAN vzw en VMG organiseren vrijdag 11 en zaterdag 12 juni het Symposium Kwaliteit van Leven voor mensen met een ondersteuningsnood [Bekijk PDF] [Bekijk tekst]. Gastspreker van de dag is Professor John O’Brien, grondlegger van de nieuwe kijk op zorg.

    Wereld ALS Dag

    Op maandag 21 juni is het Wereld ALS Dag. De ALS Liga België organiseert in het kader van die dag een aantal activiteiten. Op zondag 6 juni wordt de theatervoorstelling “Salon Brigitte” opgevoerd door Annemarie Picard en Marleen Merckx in de Mark Liebrecht Schouwburg van Mortsel. De opbrengst van deze voorstelling gaat naar de ALS-Liga.

    Onderzoek over etnocommunicatie, of liever communiceren met allochtonen

    Via een bevraging onderzoekt Verbal Vision of vzw's en overheidsdiensten al dan niet communiceren met allochtonen en hoe ze dat doen. Ook wil Verbal Vision de vragen en de mening van organisaties over dit thema in kaart brengen. Meer informatie en de vragenlijst vind je op www.verbalvision.be

    www.toegankelijkvlaanderen.be on line

    Op maandag 26 april ging de website www.toegankelijkvlaanderen.be on line. De website biedt een schat aan betrouwbare informatie over de toegankelijkheid van gemeentehuizen, hotels, musea, culturele centra en andere toeristische voorzieningen. De website is een belangrijk resultaat van het Europese project ‘Libretto’.

    Staten-generaal van het middenveld

    De staten-generaal van het middenveld, 70 organisaties gaande van vakbonden over gehandicaptenverenigingen, NGO’s, ziekenfondsen en milieuverenigingen, lanceerden net als voor de federale verkiezingen een memorandum. Daarin dringen ze aan op de erkenning van hun deskundigheid bij de voorbereiding en uitvoering van het beleid. Ze stellen ook dat de overheid moet letten op de effecten van haar beslissingen op het organisatievermogen van verenigingen en de inzet van vrijwilligers.

    De Vlaamse Ombudsdienst en het Persoonlijk Assistentie Budget

    Op woensdag 28 april 2004 presenteerde Vlaams ombudsman Bernard Hubeau zijn Jaarverslag 2003. In 2003 kwamen er in totaal 3.771 klachten en vragen bij de Vlaamse Ombudsdienst terecht. 1.236 dossiers werden beoordeeld. Het aantal klachten rond Welzijn, en het Persoonlijk Assistentiebudget, valt op maar verbaast niet. Het Radioprogramma Voor De Dag interviewde PAB-budgethouder en voorzitter van de Budgethoudersvereniging BOL Jan-Jan Sabbe. Beluister hier het interview.

    De opmerkingen van Vlaanderen en België op de conventie ter bescherming en bevordering van de rechten en de waardigheid van personen met een handicap

    Binnen de Verenigde Naties wordt reeds enkele jaren hard gewerkt aan een nieuwe ‘allesomvattende en integrale internationale conventie ter bescherming en bevordering van de rechten en de waardigheid van personen met een handicap’. Begin 2003 betuigde de Europese Commissie in een mededeling [Bekijk PDF] [Bekijk tekst] haar steun aan dit initiatief. Vandaag, anderhalf jaar later, formuleren ook Vlaanderen en België hun opmerkingen op de tekstvoorstellen. Op de site van het ad-hoccomité van de Verenigde Naties, dat deze belangrijke Conventie uitwerkt, vind je een stand van zaken en de verschillende documenten. We moedigen de overheden van Vlaanderen en België, op wereldvlak toch enkele van de rijkste regio’s, aan om een vooruitstrevend en breed standpunt in te nemen en deze principes dan in een volgende stap verder in de praktijk om te zetten binnen hun eigen bevoegdheden.


    Terug naar boven

Column:
decoratie

logo column
  • Column: De professionele welzijnswerker en welzijnsambtenaar versus de facilitator. De gereguleerde markt versus geleide zorgplanning.


  • De schrijver van deze column is een kritische vrijbuiter. Zijn column is te onderscheiden van de formele standpunten van GRIP en de andere delen van de nieuwsbrief.

    Reeds jaren observeer ik de wereld van personen met een handicap. “Pardon ?” … ja, inderdaad die wereld bestaat. “Maar gehandicapte personen leven toch niet in een aparte wereld?”: kan men bezwaarlijk opwerpen. Daar ben ik het niet mee eens, voor personen met een handicap bestaan heel wat werkers die specifieke reglementeringen en systemen toepassen die veel gemeen hebben met vroegere Oostblokpraktijken.

    Ik heb een neus gekregen voor onproductieve ondersteuning in de gehandicaptenzorg. Ik ruik ze, de welzijnsambtenaren en welzijnswerkers. Ik ondervind dagelijks de last van het ‘logge’ en het ‘geleide’ in de zorg. Het is jammer dat het zo loopt, want ik ontmoet er ook dagelijks veel mensen die met grote inzet, heel erg hard werken in de zorgsector… tot ze opgebrand zijn door het systeem.

    Voor de duidelijkheid heb ik een poging gedaan om de bestaande zorg in tabellen te plaatsen tegenover vernieuwende ideeën omtrent ondersteuning van personen met een handicap.

  • De gereguleerde marktwerking ten opzichte van de geleide zorgplanning
  • De facilitator ten opzichte van de welzijnswerker
  • De oplossingsambtenaar ten opzichte van de welzijnsambtenaar


  • 1. De gereguleerde marktwerking versus geleide zorgplanning

    Natuurlijk bestaat die andere wereld niet echt, de wereld van personen met een handicap. Maar je kan wel vaststellen dat men op heel wat domeinen in de maatschappij enkel voor gehandicapte personen ‘aparte’ oplossingen zoekt.

    Met het invoeren van PersoonsGebonden Budgetten worden nu wel vernieuwende stappen gezet, maar in het algemeen is er nood aan meer ‘transparantie’, meer ‘efficiëntie’ en ‘responsabilisering’. Voor dit laatste moeten duidelijke resultaatscriteria worden gesteld. We moeten meer efficiënte processen invoeren waarbij ieder zich nauwer toelegt op de verschillende kerntaken in de zorg, dit zijn bijvoorbeeld: ontwerp – bouw – financiering - werking en onderhoud.

    Meer transparantie in regelgeving, en een gelijke regelgeving voor alle betrokken actoren. Dit betekent dat onduidelijke regelgeving en verschillen moeten worden weggewerkt. Bijvoorbeeld: personen die niet (bvb. PAB) of juist wel gebruik maken van een voorziening moeten dezelfde financiële basisondersteuning krijgen. Een gelijke subsidiëring is dan het logische gevolg van gelijke regelgeving en (kwaliteits)vereisten.


    Gereguleerde marktwerking
    (dit is een omgeving waarin de vrager naar zorg onderhandelt met de door hem gekozen aanbieder van zorg. Er zijn minder regels maar de overheid houdt wel een oogje in het zeil en zorgt dat de zwakste groepen niet door de mazen van het net vallen, er kwaliteit wordt geleverd,…)
    Geleide zorgplanning
    1. Directe financiering 1. Gesubsidieerde zorg
    2. Inclusief beleid 2. Aparte huisvesting, dienstverlening, onderwijs, enz.
    3. De consument bepaalt 3. Inspraak
    4. Burger - Consument 4. Cliënt
    5. Men vertrekt van de (nood aan) ondersteuning van een individu 5. Zorg
    6. Samenwerkingsmodel 6. ‘De leek en het expert'-model
    7. Kwaliteit van leven 7. Kwaliteit van ‘zorg'
    8. Ervaringsdeskundigheid 8. Academische kennis (van wetenschappelijke studies, professoren,…)
    9. Sociaal en cultureel model 9. Isolering van de problematiek en benadering vanuit defect denken (uitgaan van beperkingen).
    10. Een basisdossier met alle nodige individuele gegevens 10. Een organisatie die alles regelt, werkt met typologieën en medische gegevens
    11. Sturing van het aanbod door de vraag 11. Het aanbod bepaalt het beleid
    12. Innovatie en nieuwe ideeën en formules in dienstverlening 12. Een vastgelegde werkstructuur met vernieuwingen die eerst door de gehele sector moeten worden geëvalueerd


    2. De facilitator versus welzijnswerker.

    De welzijnswerker

    Een welzijnswerker zegt altijd te spreken in naam van de niet mondige mensen en hen te vertegenwoordigen. Deze weet ook altijd zeker dat de mensen met een handicap die mee aan het beleid werken hun eigen handicap niet kunnen overstijgen en niet namens een groep, maar enkel namens zichzelf spreken.

    Een welzijnswerker heeft de gehandicapte persoon niet nodig om problemen aan te pakken en biedt oplossingen aan, zonder zich bloot te stellen aan het sturende gedrag van de personen met een handicap als consument. Heeft geen zicht in emancipatieprocessen die ieder van ons meemaakt. Een gehandicapte persoon mag niet falen.

    De facilitator

    Een facilitator daarentegen ondersteunt personen met een handicap in hun emancipatieproces. Hij/zij kent de dynamiek van het emancipatieproces binnen een markteconomie. De persoon met een handicap wordt in dit proces versterkt in de interactie met de vele spelers.

    Facilitator Welzijnswerker
    1. Stimuleert zelfontwikkeling, emancipeert 1. Zoekt oplossingen in de plaats van de persoon met een handicap
    2. Richt zich op de individuele ondersteuning en versterking 2. Richt zich tot het politieke en maatschappelijke niveau
    3. Ontwikkeling van de capaciteiten en de potenties van mensen 3. Onderhoudt wat bestaat en probeert te bevorderen door therapie
    4. Gaat uit van de sterktes en mogelijkheden 4. Gaat uit van beperkingen
    5. Op basis van ervaringsdeskundigheid 5. Op basis van wetenschappelijke kennis
    6. Benadering als burgers 6. Benadering als klanten
    7. Ondersteunt de niet-mondige persoon 7. Spreekt in naam van de niet-mondige persoon
    8. Stimuleert ervaringsoverdracht onder de personen met handicap 8. Leert andere welzijnswerkers
    9. Doet niet aan politiek tenzij onder het bestuurlijke gezag van personen met een handicap 9. Werpt zich op als verdediger van de zwakke, zetelt in adviesraden en raden van bestuur in naam van de persoon met een handicap
    10. Spreekt in naam van de gehandicapte persoon op uitdrukkelijke toestemming 10. Spreekt in naam van de persoon met een handicap op basis van ledenaantal, machtspositie.
    11. Werkt voor een facilitator-organisatie, die andere organisaties aanmoedigt om gebruik te maken van de inzichten, capaciteiten van de leden van hun organisatie 11. Werkt voor een ledenorganisatie waar het aantal werknemers belangrijk is
    12. Heeft respect voor de keuzes van anderen ook als hieruit falen kan voortvloeien. 12. Corrigeert onjuiste keuzes en probeert falen te verhinderen
    13. Heeft de capaciteit om te luisteren en reflecties te geven 13. Is therapeut en leert aan
    14. Schuift eigen ego aan de kant 14. Is opgeleid en deskundig
    15. Heeft de vaardigheid om mogelijkheden en zwakheden van anderen te zien 15. Corrigeert zwakheden en volgt gestudeerde ontwikkelingslijnen


    3. De oplossingsambtenaar versus de welzijnsambtenaar

    Een welzijnsambtenaar is een communist of minstens toch een aanhanger van een geleide planeconomie. Voert een geleide planeconomie scrupuleus uit, neemt geen eigen initiatief want wordt hiervoor door zijn oversten trouwens niet beloond, het omgekeerde juist wel.

    Die welzijnsambtenaar is ervan overtuigd dat personen met een handicap fraudeurs en dieven zijn. Hij gaat ervan uit dat personen men een handicap commerciële handel drijven met afgedankte hulpmiddelen of meer hulpmiddelen aanschaffen dan nodig.

    Een welzijnsambtenaar gelooft in mirakels. Als men bijvoorbeeld de vrijstelling wenst van de milieubelasting dan moet men dit ieder jaar opnieuw bewijzen. Zo voorkomt men dat iemand die het verhaal van: “Lamme, neem je bed op en wandel” in de praktijk brengt en zo ten onrechte te weinig belastingen betaalt.

    Een oplossingsambtenaar volgt het dossier van de persoon met een handicap op en helpt mee zoeken naar een oplossing.

    Oplossingsambtenaar Welzijnsambtenaar
    1. Gaat akkoord met omgekeerde bewijsvoering, het is aan de ambtenaar om aan te tonen wanneer iets wel of niet noodzakelijk is 1. Het is aan de gebruiker om aan te tonen wanneer iets nodig is
    2. Werkt met één basisdossier waarin de nodige gegevens éénmalig zijn opgevraagd 2. Iedere aanvraag wordt als een nieuw dossier beschouwd en telkens weer is bewijsvoering broodnodig
    3. Komt aan huis en stelt het verslag op van de bevonden situatie 3. Zit op een kantoor en verwacht een verslag met alle noodzakelijke bewijzen
    4. Men gebruikt klare taal 4. Heeft een eigen terminologie
    5. Werkt met individuele dossiers 5. Werkt met gestandaardiseerde lijsten en een nomenclatuursysteem
    6. De beste oplossingen worden benaderd vanuit de gebruiker; bijvoorbeeld de kans om thuis te wonen in plaats van gestandaardiseerd collectief wonen. Niet de standaard oplossing maar de individuele specifieke noden worden aangeboden 6. Er wordt eerst gekeken naar de collectieve noden: til materiaal voor begeleider, bescherming van de werksituatie van werknemers, daarna wordt gekeken naar de individuele nood. Bvb. De administratie beschikt over een uitgebreid computerpark, maar de bewoners kunnen niet op internet
    7. De oplossingsambtenaar is gekend bij de gebruiker en is altijd het aanspreekpunt 7. De ambtenaar is niet gekend en er zijn vele verschillende ambtenaren met het dossier bezig zonder aanwijsbare verantwoordelijke
    8. De oplossingsambtenaar moet zich verantwoorden voor de inhoud van een dossier 8. De ambtenaar is onzichtbaar en moet zich niet verantwoorden


    4. Checklijst

    Natuurlijk is de praktijk niet zo zwart-wit of in tabellen onder te brengen. Maar de hierboven aangeven tabellen kunnen als checklijst gebruikt worden om zichzelf te situeren. Het is vrij aan de lezer om zichzelf een plaatst te geven en de tabellen als een spiegel voor zich te houden: ‘Wie het schoentje past, trekke het hem aan.’

    Terug naar boven
Sluit aan bij GRIP:
decoratie

logo sluit aan bij GRIP
  • Nu doen !

    Heb je voeling met onze werking en sta je achter onze standpunten, word dan sympathisant van GRIP. Het zal onze organisatie meer draagkracht geven bij het beïnvloeden van het beleid. Op deze link vind je een invulformulier.

  • Terug naar boven
Vorige nieuwsbrief:
decoratie

logo pers
logo gelijke kansen
    GRIP werkt met de steun van de Vlaamse Minister van Welzijn, Gezondheid en Gelijke kansen en de cel van Gelijke Kansen in Vlaanderen.