
| n°
6: november - december 2004 |
Nieuwsbrief
GRIP - printbare
versie |
||||
Inhoud |
De tijd raast voorbij en met enige fierheid stellen we vast dat we al aan onze zesde nieuwsbrief toe zijn. Tijd dus om na een jaar de balans op te maken en eens te kijken wat onze lezer ervan vond. Het kost je niet meer dan vijf minuten en het helpt ons weer een heel eind vooruit! Alvast bedankt. Dit najaar lanceerde GRIP haar nieuwe beeldvormingscampagne: "Mensen met een handicap, kun je nog iets van leren". In verschillende fasen gaan we in op kwaliteiten en mogelijkheden van mensen met een handicap. De nieuwe ministers van de Vlaamse Regering hebben hun huiswerk gemaakt en ingediend. In hun beleidsnota sommen ze op wat ze de volgende jaren allemaal willen doen. GRIP nam de nota's onder de loep en zette een aantal bedenkingen op een rijtje. Lees hier de reactie op de beleidsnota’s. GRIP reageert op het voorstel van de begroting van het Vlaams Fonds voor 2005 want vreest dat mensen met een handicap de dupe zullen zijn doordat de keuzemogelijkheid tussen gelijkwaardige alternatieven wordt beperkt en wachtlijsten blijven bestaan. Er wordt 4.000.000 euro bespaard bij het Vlaams Fonds voor Sociale Integratie van Personen met een Handicap. Er is al veel geschreven over inclusief onderwijs. De stem van de leerling zelf komt echter niet zo vaak aan bod. Matthias is 17 en volgt les aan het VISO in Mariakerke. In dit interview vertelt hij over zijn ervaring met het geïntegreerd onderwijs. Vertegenwoordigers van leerlingenraden in het secundair onderwijs willen er alles aan doen om school voor iedereen aangenaam te maken. Geldt dat ook voor leerlingen met een handicap? GRIP ging haar licht opsteken op een startdag voor leerlingenraden. We hebben een Kindeffectrapport, een Milieueffectrapport, een Emancipatie-effectrapport. Maar wat is een Inclusie-effectrapport en wat doet het? Hieronder vind je een overzicht van interessante weetjes en initiatieven van gebruikersorganisaties, overheden en andere instanties. Anti-Kafka boog zich voor deze column over de nieuwe studie van Professor Breda over het Persoonlijk Assistentie Budget (PAB) en een aantal uitspraken die daarin gedaan worden. | ||||
| Inleiding |
Zoals ik in de vorige nieuwsbrief al zei, zijn de kaarten in het politieke landschap inderdaad serieus door elkaar geschud. De vraag is natuurlijk: op welke wijze? GRIP is dan ook druk bezig met het uitpluizen hoe de vork in de steel zit wat de verschillende beleidsdomeinen betreft. Maar natuurlijk is en blijft een cruciale opdracht het beïnvloeden van zowel het beleid als het brede publiek. We willen niet achter de feiten aan huppelen, integendeel, voorkomen is beter dan genezen. En…, dit is zeker niet zo evident. We zijn daarom druk bezig met het leggen van contacten met de diverse kabinetten. Ten gepaste tijde rapporteren we hierover. Inclusie, gelijke kansen en rechten, keuzevrijheid, beleidsparticipatie, zelfbeschikkingsrecht, inclusie-effectenrapportering, meetindicatoren, … zijn begrippen die met elkaar samenhangen en in feite middelen zijn en geen doel op zich. Is er dan een doel? De kwaliteit van iemands leven, zich goed voelen, zich gewaardeerd voelen, deel uitmaken van, grip hebben op het eigen leven, … Dit is essentieel voor iedereen en dus ook voor personen met een handicap. Mensen met een handicap dreigen hier echter meer dan anderen van uitgesloten te worden omwille van hun beperking. Welke maatschappijvisie wij hanteren is heel cruciaal. Staan we voor een maatschappij die stelselmatig mensen uitsluit op basis van hun beperking, etniciteit, leeftijd, seksuele geaardheid, gender, … of willen we een samenleving die mensen uitnodigt om erbij te horen, door hen hierbij te ondersteunen? Toegankelijkheid in de meest ruime zin en individuele ondersteuningsmogelijkheden zijn daarom zeer belangrijk. Hierdoor worden mensen werkelijk in staat gesteld keuzen te maken en hun eigen leven te bepalen. We vrezen evenwel – en we denken dat onze vrees niet ongegrond is – dat de ingezette politieke keuze van de voorbije legislatuur naar zorg, of liever gezegd ondersteuning op maat, serieus op de helling wordt gezet. GRIP pleit daarom voor een open dialoog tussen het kabinet Welzijn en de gehandicaptenorganisaties. Een dialoog waarbij kwaliteit van leven centraal staat en die daarenboven ingevuld wordt door de persoon met een handicap en niet door wetenschappers, politici, ambtenaren, … GRIP bestaat binnenkort 4 jaar en zal moeten bewijzen dat ze haar kinderenschoenen is uitgegroeid. Onze boodschap van, en inzet voor, kwaliteit van leven blijft onverminderd doorgaan naar de ‘jonge’ kabinetten. We doen dit niet enkel door het maken van beleidsvoorstellen over de verschillende domeinen en het organiseren van diverse sensibilisatiecampagnes, maar ook door te participeren aan diverse initiatieven, zelf diverse activiteiten en initiatieven te organiseren en onze werking verder uit te bouwen. Dit gebeurt onder andere met het oog op het aanbieden van themagerichte gebruikersplatformen. Ik wil heel even ingaan op de gebruikersplatformen. Het ligt in onze bedoeling in de nabije toekomst te starten met themagerichte gebruikersplatformen. Op deze wijze willen we individuen en organisaties de mogelijkheid geven rond de tafel te zitten om na te denken en beleidsvisies te ontwikkelen over diverse beleidsdomeinen en daarop acties te ondernemen. Hoe we dit zullen organiseren, zullen we later uitgebreid uit de doeken doen. Tot slot wil ik iedereen warm aanbevelen onze vragenlijst over onze nieuwsbrief in te vullen. Onze nieuwsbrief bestaat 1 jaar en we vinden het belangrijk jullie mening hierover te horen. Doen! Viviane Sorée, voorzitster GRIP Terug naar boven |
||||
Vers van
de pers![]() |
De elektronische nieuwsbrief van GRIP bestaat bijna een jaar. Wij zijn benieuwd naar jouw mening en polsen daarnaar via deze vragenlijst. Met vijf minuten van jouw tijd, kunnen wij de nieuwsbrief weer een stukje aantrekkelijker maken. Alvast bedankt voor de moeite! Terug naar boven |
||||
Sensibilisatie![]() |
Met de nieuwe beeldvormingscampagne: "Mensen met een handicap, kun je nog iets van leren", wil GRIP onze samenleving een andere boodschap brengen dan die van zorg, medelijden en paternalisme. We willen constructief zijn en meewerken aan een positieve beeldvorming over mensen met een handicap. Dit doen we door in verschillende fasen in te gaan op kwaliteiten en mogelijkheden van mensen met een handicap. Humor In de eerste fase zetten we het gevoel voor humor en zelfrelativering van mensen met een handicap in de verf. Humor is tenslotte een middel dat spanningen overwint, drempels verlaagt en het leven heel wat aangenamer maakt. Opmerkelijk is hoe mensen met een handicap om hun eigen beperkingen of om de reacties van de samenleving daarop kunnen lachen. In de omgang met elkaar is humor een krachtig instrument. Mocht iedereen wat meer lachen om zijn gebreken was de wereld heel wat mooier en het samenleven een stuk aangenamer. Mensen zonder handicap, zouden op dit vlak nog wat kunnen leren van mensen met een handicap. Het spreekt voor zich dat humor subjectief is en door iedereen anders wordt ervaren en gebruikt. Met deze campagne willen we niet zeggen dat er vanaf nu maar eens hartelijk moet gelachen worden om mensen met een handicap. Wel zeggen we dat iedereen beperkingen en mogelijkheden heeft en dat dat onze wereld juist boeiend maakt. Het is alleen een kwestie van hoe je ernaar kijkt. De fase over humor bestaat uit een advertentie, cartoons en drie radiospots. Lees ook het artikel over de campagne dat op 30 oktober in De Morgen verscheen. Doorzetting De tweede fase belicht het doorzettingsvermogen van mensen met een handicap. Aangezien de triatleet Marc Herremans daar een mooi voorbeeld van is, grepen we de dag van de Iron Man aan om deze nieuwe fase te lanceren. Daarbij wensten we Marc meteen veel succes in Hawaï. Dit luik van de campagne laat zien dat mensen met een handicap, ondanks hun handicap, heel wat kracht uitstralen, zich inzetten, engageren en actief bezig zijn. Een handicap is maar een deel van je persoon en een handicap hebben impliceert daarom niet automatisch dat je niks meer kan of bij de pakken blijft zitten. Integendeel, er zijn heel wat mensen met een handicap met een hoge dosis aan doorzettingsvermogen. Opnieuw een eigenschap waar mensen zonder handicap nog iets van kunnen leren. De fase over doorzetting bestaat uit een advertentie. Hou ons in de gaten, want in februari lanceren we een derde fase! Waarom vindt GRIP beeldvorming zo belangrijk?1 op 10 mensen heeft een handicap. Dat is beslist niet weinig. Hoe komt het dan dat we op straat, op school of op het werk die verhouding zelden terug vinden? Komt dat omdat een handicap niet altijd zichtbaar is? Ten dele wel, maar die wanverhouding heeft ook te maken met het feit dat mensen net omwille van hun handicap achter gesteld worden, dat ze gezien worden als mensen die zorg nodig hebben en daardoor vaak in aparte voorzieningen leven, wonen en werken. Maar bovenal zijn mensen met een handicap minder aanwezig in het straatbeeld door de ontoegankelijkheid van onze samenleving. Dat maakt dat ze niet volwaardig kunnen deelnemen aan het 'gewone' maatschappelijke leven. Net omdat mensen zonder handicap maar weinig in contact komen met mensen met een handicap, baseren ze zich in dat contact vooral op vooroordelen en stereotiepen. Ook de media gaan die stereotiepen (ongewild) bevestigen. Dit alles maakt dat de samenleving een verkeerd, vaak overdreven positief of negatief beeld krijgt over mensen met een handicap. Een verkeerde beeldvorming heeft op zijn beurt invloed op hoe men zich tegenover mensen met een handicap gaat gedragen. Gewild of ongewild blijft dat gedrag gelijke kansen voor mensen met een handicap in de weg staan. Een juist beeld over mensen met een handicap is dus fundamenteel
voor gelijkwaardigheid. Pas als er meer gekeken
wordt naar de persoon achter de handicap en de mogelijkheden en
kwaliteiten van die persoon, komen we tot een samenleving waar diversiteit
ervaren wordt als een rijkdom. Pas dan krijgen mensen met een handicap
gelijke kansen. |
||||
Vers van
de pers![]() |
De nieuwe ministers van de Vlaamse Regering hebben hun huiswerk gemaakt en ingediend. In hun beleidsnota sommen ze op wat ze de volgende jaren allemaal willen doen. GRIP nam dit onder de loep. Lees hier de reactie op de beleidsnota's: Beleidsnota Welzijn |
||||
Vers van
de pers![]() |
|
||||
Vers van
de pers![]() |
Vraag: Dag Matthias, kun je jezelf eens kort voorstellen? Matthias: Ik ben 17 en woon in Gent. Mijn hobby's zijn muziek en computer. Wat heb ik nog te zeggen? Ik volg de beroepsafdeling drukvoorbereidingstechnieken. Ik wil later graag bij de krant gaan werken om pagina's op te maken en te lay-out'en. Vraag: Vind je naar school gaan plezant? Matthias: Ja, omdat ik er interessante dingen leer. Vroeger ging ik minder graag naar school omdat ik vaak gepest werd. Vraag: Waarom volg je hier les? Matthias: Ik heb zelf de school gekozen omdat ik die opleiding wou volgen en ik het een goede school vond. We zijn hier met het 6de studiejaar op bezoek gekomen. De leraar zei toen dat ik open bloeide tijdens dat klasbezoek. Ik zit nu in het 6de middelbaar en zal volgend jaar een specialisatiejaar volgen. Vraag: Dacht men er nooit aan jou naar het buitengewoon onderwijs te laten gaan? Matthias: Ik ben altijd naar het gewoon onderwijs geweest. Het is niet altijd van een leien dakje gelopen maar er is nooit sprake geweest van mij toch nog door te verwijzen naar een andere school. Er is daarover nagedacht toen ik nog in het technische zat maar ze zagen dat ik eigenlijk te slim was. Daarmee … Ik denk dat een buitengewone school iets te gemakkelijk zou geweest zijn. Hier kan ik goed mee. Vraag: Krijg jij extra hulp? Matthias: Algemeen kreeg ik de vorige jaren wel hulp van GON-begeleiding. Roger helpt bij mijn studies, voor de Geïntegreerde Proef bijvoorbeeld dit jaar. Ook op sociaal vlak helpt hij mij. Als ik problemen heb met andere leerlingen. Het helpt om daar met Roger over te praten. Ik kreeg de vorige jaren 2 uur in de week GON-begeleiding. Dit jaar is dat 4 uur geworden. Vraag: Mis je daardoor geen lessen? Matthias: Ja, maar ik heb daar geen last van. Het is meestal tijdens de praktijk. Dat is niet zo erg want de leerkrachten zeggen dat ik toch snel werk. Het gemakkelijke van de praktijk is dat ik thuis ook kan werken. De vorige jaren was het anders. Dan ging ik naar Roger tijdens de LO lessen. Vraag: Hoe reageren de klasgenoten erop als je uit de klas gehaald worden. Begrijpen ze dat? Matthias: Meestal begrijpen ze het. Soms hoor ik ze wel vragen 'ah, die mijnheer wie is dat?' Vraag: Weten ze dan niet wie Roger is? Matthias: Toch wel eigenlijk. Door de klasgesprekken. Dat wordt elk jaar georganiseerd als het nodig is. Roger: Dan laat ik de leerlingen vertellen over hoe zij het ervaren. Matthias kiest ervoor om hierbij niet aanwezig te zijn. Sommige leerlingen zijn niet altijd tactvol, ze kunnen wel hard zijn voor elkaar. Ik probeer er met hen over te praten. Daarna brief ik Matthias. Onlangs zijn we ook samen naar een goed toneelstuk geweest. 'Niets' heette het en het ging over autisme en pesten. Ik zag toch dat bij sommigen dit een indruk naliet. Het is traag werken maar er blijft toch iets hangen. Vraag: Heb je het gevoel dat dit iets verandert? Matthias: Ja toch wel. Vraag: Praten ze er dan met jou over? Matthias: Neen, maar dat toneelstuk ging over autisme en ik kon mezelf wel erg herkennen in bepaalde fragmenten. Vraag: Weten je klasgenoten eigenlijk wat autisme is? Matthias: Dat zou ik niet weten. Roger: In het klasgesprek is het woord al gevallen, ze weten er iets van maar niet alles. Het is ook zo complex. Matthias: Ze weten nu ook wat geïntegreerd onderwijs is. Een paar weken geleden hadden we daar een les over. Het ging over het thema gehandicapten, in de les maatschappelijke vorming. En ja, we discussieerden over de vraag of die leerlingen naar een speciale school moeten gaan of niet. Sommigen waren daar niet akkoord mee. Ik had gezegd tegen iemand van mijn klas 'vind je het dan erg dat ik hier zit?' Mijn leerkracht en Roger waren daar toch van geschrokken. Toen heb ik een pluim van hen gekregen. Symbolisch hé. Omdat ik opkwam voor mezelf. Vraag: Wat antwoordde de leerling toen? Matthias: Ik weet het niet meer Roger: Toch wel hé, je zei dat hij 'ja' antwoordde. Matthias: Maar daarachter heeft hij wel zijn excuses aangeboden. Een vriend van hem was er wel nog mee aan het lachen en daarmee heeft de klasleraar nog een gesprek gehad… Vraag: Het is sterk dat je dan zo voor jezelf opkomt. Dat is waarschijnlijk niet vanzelfsprekend om te doen. Hoe reageer je meestal? Matthias: Vroeger ging ik dikwijls naar leerkrachten toe. Maar hier op school gaat het beter met pesten dan in mijn vorige school. De leerkrachten treden meer op. Dat moeten ze doen. Maar ergens komt dan wel de reactie: 'hij gaat het altijd gaan zeggen'. Vraag: Zijn je klasgenoten jaloers omdat je niet alle lessen moet volgen en extra aandacht krijgt? Matthias: Neen, ik denk het niet. Roger: Dat gebeurt bij Matthias niet maar bij andere leerlingen met GON-begeleiding soms wel. Het zijn vaak leerlingen die zelf ook problemen hebben en nood hebben aan ondersteuning, die jaloers reageren. Vraag: Passen de leerkrachten hun lessen of hun examens aan voor jou? Matthias: Neen en dat is ook niet nodig. Roger: En daar zijn we trots op! Er is soms aandacht nodig voor organisatie en taalgebruik. Maar dit verbetert echt met de jaren. Matthias maakt grote vordering. Vraag: Zeg je het ook als ze te vlug gaan of het niet duidelijk is? Matthias: Ja, als ik het niet goed begrepen heb komt de leerkracht me helpen bij de computer. Ik durf het te vragen maar wacht wel tot het echt niet meer gaat. Ik probeer het eerst zelf uit te zoeken. Vraag: Doe je na school nog dingen met klasgenoten of mensen die je kent van school? Matthias: Nee Vraag: Heb je al vrienden op school? Matthias: Toch een paar. Ik heb ze hier leren kennen. Zij durven ook voor mij opkomen. Vraag: Heb je na de schooluren nog hobby's? Matthias: Ik zit in één van de grootste blaasorkesten van Vlaanderen. Ik speel er keyboard. We treden vaak op met bekende artiesten. Dit jaar met Koen Crucke en Jo Lemaire. Het heeft wel iets om voor publiek op te treden. Ik ben er niet bang voor. Gentse Feesten 6000 mensen, Sidmar 2000. Wat ik ook nog doe is ICT, netwerkbeheer. Ik help mensen met computerproblemen. Dat weten ze hier op school ook. Ik help zelfs leerkrachten. Vraag: Als ik je zo hoor vertellen, lijk je me een tevreden leerling. Matthias: Ja, maar mag ik nog iets zeggen? Ik maak ook nog websites. O.a. Voor Ivan Heylen www.ivanheylen.be. Ik zorgde ervoor dat hij naar het vrijpodium van de school zal komen. Ik heb een journalist, Dirk Musschoot, leren kennen. Ik maak ook zijn website www.dirkmusschoot.be . Dankzij hem ben ik bij Ivan Heylen terecht gekomen. Ik maak sites voor verschillende verenigingen. Er zijn er wel die zeggen dat ik niet met teveel bezig mag zijn. Dat is een beetje moeilijk. Ik ben ook nog secretaris van de leerlingenraad. Sinds het 3de middelbaar. Ik stelde mezelf kandidaat als klasverantwoordelijke. Dit jaar verliep de verkiezing al wat vlotter omdat de klas me kent. Ik neem vooral verslag, soms zeg ik ook iets. Vraag: Je gaf vorig jaar een pluim aan je school, kan je daar wat meer over vertellen? Waarom gaf je die pluim? Wat gebeurde er met de pluim? Wat heb je erbij verteld, toen je hem gaf? Matthias: Mama leerde me dat iemand een pluim geven hetzelfde is als iemand een compliment geven. Mama wou dat de school wist dat we thuis appreciëren wat de school allemaal doet voor mij. We hadden ook al vaak van Roger De Vooght gehoord dat hij graag op VISO komt en er veel steun krijgt. Dus werd het tijd dat wij onze dank toonden. De school heeft de pluim in de inkomhal gehangen en voor mama en mij betekent dat 2 dingen: 1. dat ze mijn pluim appreciëren en 2. dat ze aan de andere mensen kunnen tonen dat er nog andere jongens en meisjes, zoals ik, welkom zijn. En dan klinkt de schoolbel voor de tweede keer. Ik neem vlug afscheid
van Matthias die zich naar de les Nederlands moet haasten. |
||||
Vers van
de pers![]() |
Voelt iedereen zich wel goed op school en wat kunnen wij hier als leerlingenraad aan doen? Dat was de centrale vraag op de startdag van leerlingenraden in Vlaanderen. Deze startdag werd op poten gezet door de VSK. Die afkorting staat voor Vlaamse Scholieren Koepel en verenigt de leerlingenraden in Vlaanderen. De VSK is de spreekbuis van scholieren over onderwijs en thema's die scholieren aanbelangen. Op het programma van de startdag stond een workshop over Inclusief Onderwijs. De workshop wordt als volgt ingeleid: 'Stel: je bent een jongen of meisje met een handicap en je wil net zoals je vrienden naar de school in je buurt. Da 's toch logisch, denk je. Of niet? In de praktijk is het voor jongeren met een handicap niet altijd zo éénvoudig om naar een gewone school te gaan.' Na uitleg over wat inclusief onderwijs eigenlijk is, hoeveel leerlingen met een handicap gewoon onderwijs volgen en hoeveel er naar het buitengewoon onderwijs gaan, gaat de aandacht naar scholieren zelf. Hoe reageren zij op een klasgenoot met een handicap? Rita Stevens is actief bij Ouders voor Inclusie en vertelt tijdens de workshop over de ervaringen van haar dochter Sofie die naar een gewone basisschool gaat. Stefanie vult aan met haar eigen ervaringen. Zij is vrije student in het KTA in Willebroek. Zij heeft ondersteuning nodig omdat het haar meer tijd kost om de lessen te begrijpen. Eline is haar assistent. Ze vertellen welke aanpassingen in het lesprogramma er nodig zijn om les te kunnen volgen. Professor Geert Van Hove (UGENT) geeft een voorzet en somt enkele reacties van klasgenoten op tegenover leerlingen met een handicap. Een vaak voorkomende reactie is die van bezorgdheid. Op zich is dit geen slechte zaak maar dit mag ook niet teveel zijn. Niemand wordt graag overdreven bemoederd. Wat soms ook voorkomt is jaloezie. Een leerling met een handicap kan beroep doen op een assistent. Maar iedereen kan wel eens niet goed mee in de klas en dan is zo'n assistent wel handig. Klasgenoten durven wel eens jaloers zijn op die leerling met een handicap die geholpen wordt door een persoonlijke assistent. Ook aangepaste toetsen kunnen aanleiding geven tot jaloerse reacties.
Vaak voelen klasgenoten zich medeleraar. Zij volgen de leerling met een handicap op alsof zij zelf hun privé leraar zijn. Het is tof als ze hun klasgenoot helpen. Stefanie vormt in de kookles samen met een andere leerling een duo. Ze helpen elkaar in de les. Maar teveel kan ook vervelend zijn. Wie vindt het nu plezant om in klas te zitten met 18 leraars in plaats van klasgenoten? Het is leuker met 18 vrienden in de klas. Die klasgenoten steken zelf ook iets op van hun ervaring. Zij leren bijvoorbeeld omgaan met crisissituaties. Hoe reageer je als iemand een epilepsie aanval krijgt? Loop je dan weg of probeer je te helpen? Klasgenoten zien soms ook voordelen in hun medeleerling met een handicap. Zo mogen ze al eens in het warme klaslokaal blijven met een zieke klasgenoot om die tijdens de pauze te vergezellen. De reactie van een klas is verschillend. Maar vaak zien we dat een klas het na een tijd opneemt voor de klasgenoot met een handicap. Een voorbeeld hiervan is de klas van Sofie die alles in de weer stelde om ervoor te zorgen dat Sofie mee kon gaan zwemmen. Ze pikten het niet dat de ouders en de leerkrachten dit eerst niet zagen zitten. Wat kunnen leerlingenraden nu zélf doen? Zij kunnen de schoolvisie onder de loep nemen. Dit is een onderdeel van het schoolreglement. Staat hierin dat iedereen welkom is op school? Dit zou toch zo moeten zijn. Je kunt voorstellen dit te veranderen als het er niet instaat. Indien dat wel het geval is, bedenk dan even of dit ook in de praktijk zo is. Hiervoor bestaan twee makkelijke testen:
Terug naar boven |
||||
Dossiers![]() |
Heel wat wetten en regelgeving hebben een effect op de inclusie van personen met een handicap. Logisch, mensen met een handicap zijn burgers als iedereen en vallen dus ook onder de verkeerswetgeving, betalen belastingen, gaan op reis, werken,… Maar soms mist een nieuwe algemene of zelfs specifieke wet of decreet haar nagestreefde positieve effect voor deze doelgroep, simpelweg omdat bepaalde gevolgen niet voorspelbaar waren of er niet aan was gedacht. Wanneer ongetwijfeld goedbedoelde, en schijnbaar neutrale, regelgeving een negatief effect heeft op de inclusie of rechten van personen met een handicap kan het zelfs gaan om indirecte discriminatie. Ook een maatschappelijke evolutie kan een achterstelling nog versterken. Denk bijvoorbeeld aan de keuze voor meer 'e-government', 'e-loketten', onlinebankieren, het reduceren van loketten in banken, postkantoren en gemeentehuizen, enz. Deze tendens sluit heel wat mensen zonder een internetaansluiting, met minder computervaardigheid, een verstandelijke handicap, ... van noodzakelijke dienstverlening uit. Wanneer deze digitale loketten dan nog eens ontoegankelijk zijn zwelt de uitgesloten groep snel aan. Een Effectrapport is een instrument dat toelaat om voor elke nieuwe beleidsmaatregel (op voorhand en/of nadien) in te schatten wat het effect van die beoogde maatregel is voor de inclusie van personen met een handicap in de samenleving. Het instrument is niet nieuw. Een Vlaams Decreet introduceerde in 1997 het principe van de kindeffectrapportage in Vlaanderen. Voor elk ontwerp van decreet dat kennelijk het belang van minderjarigen rechtstreeks raakt moet een kindeffectrapport worden opgesteld. Dit rapport vergezelt dan het ontwerp van decreet bij de indiening bij het Vlaams Parlement. Hiermee 'scoorde' Vlaanderen op het internationale vlak: het werd de eerste kindeffectrapport-wetgeving ter wereld. In 2001 werd het toepassingsgebied van het 'kindeffectrapport (KER)' toepasselijk verklaard op alle bevoegdheidsdomeinen. We kennen ook het 'Milieueffectrapport (MER)'. Dat is een openbaar document, waarin van een voorgenomen activiteit de te verwachten gevolgen voor het milieu in hun onderlinge samenhang, op een systematische en zo objectief mogelijke wijze beschreven worden. Op vlak van gelijke kansen is er in Vlaanderen verder het Emancipatie-Effecten-Rapport (EER): daarmee kunnen beleidsvoornemens op het federale of regionale niveau op hun gendervriendelijkheid gescreend worden. De LEER is een instrument waarmee het lokale beleid kan doorgelicht worden. Op vlak van de rechten van personen met een handicap missen we een 'handicaprapport' of een 'inclusie-effectrapport'. De Nederlandse denktank, het Sociaal en Cultureel Planbureau, biedt echter een heel bruikbaar voorbeeld. De 'Rapportage gehandicapten 2002' geeft, reeds voor de vijfde keer, een overzicht van de maatschappelijke positie van mensen met lichamelijke beperkingen of verstandelijke handicaps. Aan de orde komen bijvoorbeeld onderwijs, betaalde en onbetaalde arbeid, de financiële positie, vrijetijdsbesteding, het gebruik van zorgvoorzieningen en de woonsituatie.
|
||||
Dossiers![]() |
Wanneer we praten over evenredige participatie van mensen met een handicap op verschillende domeinen van het leven is het natuurlijk van belang om dit te kunnen meten. Daarvoor heb je cijfergegevens nodig en een set van meetindicatoren. Aan de hand van een dergelijke set zou er bijvoorbeeld jaarlijks kunnen worden gekeken wat de stand van zaken is van de deelname van personen met een handicap op vlak van onderwijs, cultuur, werk, … en of de situatie er op vooruit gaat of achteruit. Het beleid kan dan vervolgens worden geëvalueerd en eventueel worden bijgestuurd.
|
||||
Dossiers![]() |
Deze Nieuwsbrief gaf al verschillende malen een kritische stand van zaken van de reorganisatie van de Vlaamse overheid, de operatie Beter Bestuurlijk Beleid ('BBB'). In januari was er het artikel 'De gevolgen van de reorganisatie van de Vlaamse overheid' en in mei werd één van de verantwoordelijke Veranderingsmanagers geïnterviewd. Meer informatie, bijvoorbeeld over de stand van zaken van de oprichting van de verschillende agentschappen en adviesraden, vind je op de BBB-website van de Vlaamse Gemeenschap. Voor de decreten die aan de basis liggen van deze agentschappen en adviesraden kan je terecht op de site van het Vlaams Parlement. Op de valreep werd op het einde van de vorige legislatuur met deze decreten een formele basis gelegd. Eind 2004 zou het aan de nieuwe regeringsploeg zijn om deze in besluiten te gieten en uit te voeren. Het gaat dan concreet over verschuivingen van ambtenaren, de overheveling van bevoegdheden, personeelsstatuten maar ook over benoemingen in de nieuwe adviesraden. Het Regeerakkoord 2004 stelt in hoofdstuk 9 het 'behoorlijk regelgeven, besturen en handhaven met een professionele en stabiele administratie' voorop en dat dan 'in een breed partnerschap met burgers, ondernemingen, verenigingen, instellingen en organisaties'. De beleidsdomeinen die in al hun onderdelen operationeel zijn (en dat geldt voor het welzijnsbeleid, onderwijs, werkgelegenheid, gelijke kansen, …) zullen in werking treden op 1 januari 2005. Vooraan in het regeerakkoord wordt onder de subtitel 'Meedoen' gesteld dat 'Meedoen gaat over mensen die we betrekken bij het bestuur'. Daarbij streeft de regering: 'naar een zo breed mogelijk maatschappelijk draagvlak voor het beleid door een sterke betrokkenheid van het middenveld: de vele socio-economische organisaties, verenigingen, instellingen en comités, waarvan we de rol met betrekking tot de beleidsvoorbereiding en desgevallend -uitvoering, omschrijven in een duidelijk charter'. Het wordt dan ook uitkijken naar dat charter. Participatie van de burger, de waarde en expertise van het middenveld, betrokkenheid van kansengroepen bij de beleidsontwikkeling, … zijn principes die regelmatig worden beleden maar waar in de praktijk nog veel aan schort. In het najaar volgt normaal de proef op de som: dan worden de nieuwe adviesorganen op beleidsontwikkelend niveau (de strategische adviesraden) en op beleidsuitvoerend vlak (de raadgevende comités) samengesteld. De minister voor Bestuurszaken (zie ook elders in deze nieuwsbrief) neemt zich alvast voor tijdens deze regeerperiode er naar te streven om de werking en organisatie van het adviesstelsel en het overlegstelsel verder uit te bouwen en te verfijnen… maar ook te rationaliseren waar nodig. Nog dreigender is de passus in zijn beleidsnota (p. 18): ‘In het licht van de budgettaire neutraliteit zal de beslissing om aan de intern verzelfstandigde agentschappen rechtspersoonlijkheid te geven herbekeken en herafgewogen worden’.
|
||||
Vers van
de pers![]() |
Petitie Op 10 oktober overhandigde VLOC (Vlaamse Ouder Comités voor dove en spraakgestoorde kinderen) 23.300 petities voor meer ondertiteling op TV aan de Vlaamse minister voor media, Geert Bourgeois. Deze petitie, maar ook de jarenlange inspanningen van heel wat dovenorganisaties zorgden ervoor dat tegen 2006 75% van de programma's op de VRT ondertiteld worden. De minister beloofde, bij de overhandiging van de petities, zijn beste beentje voor te zetten en inspanningen te leveren om deze 75% op te trekken naar 100% … Of die belofte ook waar wordt gemaakt? Daarvoor is het nog even afwachten. Wij vroegen aan Kris Van Dijck (Vlaams Volksvertegenwoordiger en die dag aanwezig namens de minister) of we zijn toespraak van die dag mochten overnemen in onze nieuwsbrief. Isabelle Heyerick van Fevlado (Federatie van Vlaamse Dovenorganisaties) reageerde positief op de uitspraken die daarin werden gedaan en zei hierover het volgende:
Beleidsnota media 2004-2009 In de beleidsnota media 2004-2009 lezen we: "De openbare omroep heeft een specifieke opdracht naar doven en slechthorenden toe. Ik wil daarenboven nagaan in hoeverre de verplichtingen van de openbare omroep m.b.t. doelgroepenbereik en ondertiteling kunnen worden uitgebreid en gaandeweg ook decretaal kunnen worden opgelegd aan de particuliere televisieomroepen."
Op de website van Fevlado vind je een mooi overzicht van de stappen die de laatste jaren gezet werden en de vooruitgang die geboekt werd in het kader van meer ondertiteling op TV. Fevlado is overigens heel tevreden over de evolutie die er gekomen is in de samenwerking met de VRT. Hoorzitting Vlaams Parlement Op 5 februari 2004 nam de Werkgroep SOAP-TV (een werkgroep die bestaat uit 5 organisaties: Fevlado vzw, Opdoss vzw, VLOK-CI vzw, VLOC vzw en Odok vzw) deel aan een hoorzitting in het Vlaams Parlement. Volgende power-point presentatie geeft duidelijk weer wat de eisenbundel van deze werkgroep is en zet ook een aantal cijfers mooi op een rijtje. Gebarentaal Naast ondertiteling blijft gebarentaal op TV natuurlijk ook een heikel punt. Hierover is echter niets terug te vinden in de beleidsnota media … Isabelle Heyerick van Fevlado wilde hierover nog het volgende kwijt:
|
||||
Vers van
de pers![]() |
Van 15 tot 17 oktober vond in Londen het derde Europees Sociaal Forum plaats. Tijdens dit weekend vol seminaries en workshops ontmoetten vertegenwoordigers van niet gouvernementele organisaties (ngo's) uit heel Europa elkaar. Ook het European Disability Forum (EDF) is lid van het Europees Sociaal Forum. Tijdens het derde sociaal forum werden er twee seminaries over de rechten van personen met een handicap georganiseerd. Deze drukbezochte seminaries kaartten thema's aan zoals het recht om geboren te worden, directe financiering in Europa en de toegankelijkheid van het openbaar vervoer en publieke gebouwen.
|
||||
Vers van
de pers![]() |
Dag van de Handdruk Op donderdag 18 november 2004 organiseert het Vlaams Fonds de dag van de Handdruk. Vanaf 10u gaan de deuren van de Brabanthal in Leuven open en kunnen mensen met en zonder handicap elkaar ontmoeten tijdens workshops, in het praatcafé, aan informatiestands, … Kom zeker eens langs bij de stand van GRIP als je er bent! Studiedag Personen met een handicap geïnterneerd in de gevangenis Op vrijdag 26 november 2004 organiseert de Nationale Vereniging voor Hulp aan Verstandelijke Gehandicapten vzw een studiedag over geïnterneerde personen met een handicap: een uitzichtloze situatie? Een poging tot oplossing! Meer info? 02/247.28.20 of secretariaat@nvhvg.be Budgethoudersvereniging Onafhankelijk Leven: infodag voor starters Op vrijdag 10 december 2004 organiseert BOL een infodag voor nieuwe PAB-gebruikers. De infodag heeft plaats in Buurthuis Sluizeken in Gent van 11u tot 17u30. Petitie voor de Erkenning van de Vlaamse Gebarentaal Het Doof Actie Front (DAF) lanceert een petitie om de Vlaamse Gebarentaal te erkennen als officiële taal. In Vlaanderen gebruiken ongeveer zesduizend doven die taal. GRIP wil iedereen oproepen om deze petitie mee te ondertekenen. Dit kan nog tot 31 december 2004. Op 21 oktober verscheen er een artikel over de petitie in De Standaard. Sensibiliseringsactie BCBS: Wij komen niet van Mars! De Belgische Confederatie van Blinden en Slechtzienden lanceerde in het kader van de Internationale Dag van de Witte Stok, een sensibilisatie over de herkenbaarheid van blinde en slechtziende mensen. De campagne draagt de titel: Wij komen niet van Mars! Er werden 4400 affiches verspreid over heel Vlaanderen. Netwerkforum VFG Sinds kort heeft de Vlaamse Federatie Gehandicapten (VFG) een forum. Via dit forum wil VFG mensen met een handicap met elkaar in contact brengen. Zo kunnen ze samen zoeken naar oplossingen rond alledaagse 'problemen' en/of ervaringen uitwisselen. Hier zijn niet de professionelen aan het woord, maar ondersteunen mensen met een handicap elkaar. Je vindt het forum op www.netwerkforum.be. Het forum omvat discussies over allerhande onderwerpen in verband met handicap: PAB, vrije tijd, ondersteuning, hulpmiddelen,… Met al je vragen, voor meer uitleg, enz. ivm dit forum kan je terecht bij VFG, t.a.v. Nathalie Vandenbroucke 02/515 06 74 of nathalie.vandenbroucke@vfg.be . VVA-Werkboek: Leven als (g)een ander In de GRIP Nieuwsbrief van maart stelden we in het artikel Eigenhandig Ervaringsdeskundig Plan (EEP) en Persoonlijk Levenslang Actief Netwerk (PLAN) een aantal vooruitstrevende instrumenten voor. Verschillende Vlaamse organisaties gebruiken methodieken als Persoonlijke Toekomstplanning, EEP en PLAN, persoonlijk dossier, enz. We kondigden toen aan dat de Vlaamse Vereniging Autisme een werkboek opmaakt met getuigenissen en instrumenten over natuurlijke Sociale Netwerking. Dat werkboek is er nu. Het boek: "Leven als (g)een ander" bevat 27 verhalen van bondgenoten en 180 pagina's handleidingen, vragenlijsten en draaiboeken om creatief te werken aan netwerken. Meer info? vva@autismevlaanderen.be of 078/15.22.52. Het Belgian Design for All Netwerk Het Belgian Design for All Network is verantwoordelijk voor de uitwisseling van informatie en promotie met betrekking tot Design for All en e-Accessibility in België. Dit netwerk maakt deel uit van EDeAN, het European Design for all and e-Accessibility Network. BDfAN vormt één van de 15 contactcentra in Europa. Meer informatie over design for all en toegankelijkheid vind je op de infobank van GRIP bij 'Toegankelijkheid'. Contactpagina van de Federale Overheidsdienst Sociale Zekerheid Op de contactpagina www.handicap.fgov.be vind je de contactgegevens van alle diensten van de Directie-Generaal Personen met een Handicap. Je vindt er eveneens verschillende formulieren voor personen met een handicap terug. |
||||
Column:![]() |
Anti-Kafka 21 oktober 2004 Professor Breda heeft in 2004 een studie gemaakt over het Persoonlijk Assistentie Budget: ‘Drie jaar later: evaluatie van het PAB-gebruik’. Dit is zijn tweede studie over dit onderwerp. In 1999 deed hij dit ook in opdracht van toenmalig minister van Welzijn Wivina De Meester (CVP). De eerste studie van professor Breda en de wijze waarop die tot stand kwam, vertellen veel over de huidige studie die door professor Breda en zijn team werd gemaakt. Na heel wat commotie en druk van mensen met een handicap zegde Wivina De Meester toe om een experiment rond PAB op te starten. Twaalf mensen konden met een PAB aan de slag. De contouren die de politieke overheid vastlegde, waren zo minimaal gesteld dat dit wel op een mislukking moest uitdraaien. Tegelijk werd ook opdracht gegeven aan professor Breda om dit experiment te onderzoeken. De toenmalige politieke verantwoordelijken keken echter raar op dat het PAB-experiment na één jaar, voor de twaalf personen met een handicap, een denderend succes werd. De studie van professor Breda kon toen niet veel anders, hetzij wat moeizaam, beamen dat het budget om persoonlijke assistenten aan te werven en een goede ondersteuningsrelatie op te bouwen, geslaagd was. Er werden wat randbemerkingen gemaakt in de trend van: “Dat het ging om een eerste groep gemotiveerde enthousiastelingen die maar een klein deel van de totale ondersteuningsvraag in Vlaanderen vormden.” De studie ging echter niet in op cruciale vragen als: “Hoeveel mensen vragen hierom? Is het PAB ook bruikbaar voor personen met een verstandelijke handicap? Welke instrumenten zijn er nodig om de nood aan assistentie te meten? Hoe zit het met voogdijschap en budgetbeheer bij personen met een verstandelijke handicap? Enzovoort.” De studie bewees wat we al wisten. De ‘studie 1999 PAB’ is achteraf onbruikbaar gebleken omdat er geen enkel beleidsinstrument of beleidsgegeven werd aangebracht dat sturing kon geven. De statistieken waren op zo weinig gegevens gebaseerd dat ze niet relevant waren. Professor Breda liet toen verstaan in commentaren op zijn eigen studie dat alleen ‘elite’ gehandicapten hier gebruik konden van maken en dat dit budget zeker niet weggelegd was voor personen met een verstandelijke handicap. Grappig detail: er was tussen de 12 personen met een fysieke handicap stiekem een verstandelijk gehandicapte persoon geslopen en die bleek zeer succesvol te scoren. In 2004 zijn intussen 670 ‘elite’ personen met een handicap aan de slag met het PAB. Er wordt geen onderscheid meer gemaakt in de toekenning tussen een fysieke of verstandelijke handicap. En er zijn nog eens 3100 personen wachtende, die ook tot die ‘elite’ willen behoren. De gebruikers van het PAB zijn erg tevreden, maar ook hun werknemers! Vijf jaar na de eerste PAB studie blijkt hiermee ongeveer niets uit te komen van de prognoses en commentaren die professor Breda eertijds maakte. In de ‘studie 2004 PAB’ ontbreekt het opnieuw aan elementen om er beleidsmatig iets mee te kunnen aanvangen. De te verwachten conclusies, zoals gekend uit buitenlandse ervaringen, worden erin bevestigd en herhaald: “personen met een handicap zijn tevreden, er is een grotere autonomie, de werknemers zijn tevreden, de integratie is bevorderd, … enzovoort”. Een schitterend verhaal dus en zo zou men dus logischer wijze moeten concluderen dat de oorspronkelijke opzet van het PAB meer dan geslaagd is. De commentaren en interviews met professor Breda over zijn eigen studie zijn echter heel anders. Professor Breda verlaat daar het academische pad en neemt stelling, erger hij maakt zelfs verkeerde berekeningen. Een sociologische studie die niet is geplaatst in het groter kader van inclusie, participatie, integratie en zonder economische onderbouw is gevaarlijke materie die maar al te makkelijk tendentieus wordt. Een academicus die met deze materie bezig is moet niet alleen slim zijn in de studie, maar hij moet vooral ook ‘wijs’ zijn in zijn commentaar. Zijn stellingname dat het PAB duurder is dan voorzieningen is gewoon fout, politiek beïnvloed en zet onnodig mensen tegen elkaar op. Laat ons die stelling nu eens nader bekijken: In Noorwegen komt professor Kristjana Kristiansen na 10 jaar studie over directe financiering tot de conclusie dat dit systeem 21% goedkoper is dan gesubsidieerde ondersteuning via voorzieningen. In Wales is directe financiering (=PAB) onder meer om politieke redenen ingevoerd, omdat het goedkoper is dan voorzieningen. In Nederland hebben dezelfde financiële politieke motieven meegespeeld bij de invoering van het PGB. In de Verenigde staten heeft de toen overwegend republikeinse senaat, onder vader Bush, berekend wat de meerkost was voor de staat wanneer mensen meer zouden integreren door grotere uitgaven te doen voor toegankelijkheid en directe financiering. Zo steeg het budget voor de zogenaamde Independent Living centers. De conclusie was niet een meerkost maar een ‘terugverdieneffect’. Mensen worden economisch actiever en hebben minder globale ondersteuning nodig, bleek uit de studie. In de studie van Breda is nergens sprake van het terugverdieneffect en uit ervaring weet ik dat dit aanzienlijk is. Maar zelfs als we op de cijfers van Prof. Breda zelf ingaan, dan nog blijkt hij fout te zijn in zijn berekening. Gemiddeld 35u/week aan assistentie wordt gebruikt bij het PAB, dit aan een gemiddelde kostprijs van 25.000 euro/ jaar, zegt de studie. Welnu een project zelfstandig wonen (=Fokus Wonen) waar pleeghulp, gezinswerkers enzovoort over de vloer komen, heeft een kostprijs van 33.000 euro/jaar met slechts een gemiddeld van 22u ADL-assistentie als ondersteuning. Hier is de voorziening zo maar even 53 % duurder. Daarbij is nog geen rekening gehouden met de ernst van de handicap. Volgens de studie gaat het om veelal zeer ernstig gehandicapte personen in het PAB. Als we daar bovenop nog de kwaliteit in rekening brengen, dan is de winst helemaal aan de zijde van het PAB. Ik hoor mijn collega’s in projecten ‘zelfstandig wonen’ steen en been klagen dat zij geen assistentie hebben buiten de woning, iets waar men in het PAB dus geen last van heeft volgens de studie. Deze cijfers zijn eenvoudig op te vragen bij het Vlaams Fonds, ik ben dan ook stomverbaasd dat deze eenvoudige calculaties niet zijn gemaakt in de studie. Maar de berekening van de ondersteuning maken zonder het emancipatorische
effect in rekening te brengen, dat is pas echt voorbij gaan aan de
uitgangspunten van het PAB. Als men mij vraagt waar de grote winst zit van het PAB voor mezelf, dan vind ik dat ongetwijfeld in de goede werkrelatie en de privacy. Het me kunnen ‘thuis’ voelen ondanks een grote assistentienood. Het betekent een versterking van mijn sociaal netwerk. De mogelijkheid tot een warme partnerrelatie, omdat de druk van de assistentie niet bij mijn partner komt te liggen. Dat het werken met PAB ondersteuning vergt, is nogal wiedes. Hiervoor zijn de broodnodige budgethoudersverenigingen in het leven geroepen en zien we dat deze stilaan op volle sterkte komen met een reële en essentiële ondersteuning voor de budgethouders. Het was voorspeld en gewild. Door de grote bestedingsvrijheid van de PAB-middelen zouden er zich langzaam nieuwe ondersteuningsvormen ontwikkelen die inspelen op de vraag voor meer administratieve ondersteuning bij het PAB. In Herentals, in Limburg en in Gent zijn nu reeds verschillende zelfstandige initiatieven die op deze nood inspelen en schitterend werk leveren, zodat deze ‘elite’ gehandicapten zelfs geen administratieve lasten meer kennen. Dat is pas luxe. En natuurlijk is het zo dat de budgethouder niet altijd de directe werkgever is, zeker bij personen met een verstandelijke handicap. Daar is niets verkeerd mee. Het uitgangspunt is niet het werkgeverschap geweest, maar de impact of grip hebben op het leven en dat is ook in de studie duidelijk gebleken. Een betere sturing op het leven dankzij het PAB, blijkt overweldigend waar. Kijk eens wat het PAB allemaal teweegbrengt: inclusief onderwijs, ondersteuning op reis, ondersteuning op het werk … gewoon kunnen leven is geen elitaire zaak meer maar een evidentie. Men kan proberen en tijdelijk ook erin slagen omwille van politieke of andere beweegredenen het PAB of de directe financiering te vertragen. Maar uiteindelijk is deze ontwikkeling niet meer te stuiten. Je hoeft maar te luisteren naar de jonge ouders van gehandicapte kinderen, de huidige revalidatiepatiënten, of de directeurs van zoveel voorzieningen. Allen wensen ze een grotere autonomie voor zichzelf, hun kinderen of hun cliënten. Directe financiering in de vorm van PAB of PGB is hier een uitstekend antwoord op.
|
||||
Sluit aan
bij GRIP:![]() |
Heb je voeling met onze werking en sta je achter onze standpunten, word dan sympathisant van GRIP. Het zal onze organisatie meer draagkracht geven bij het beïnvloeden van het beleid. Op deze link vind je een invulformulier. Dank ! Terug naar boven |
||||
Vorige nieuwsbrief:
|
|
||||
![]() |
|