17 mei 2017 - De huidige bespreking in verband met het ondersteuningsmodel komt terecht in het woelig watertje van de belangen van de Vlaamse onderwijskoepels. Maar wat weten we eigenlijk over financieringsmodellen ? En wat is het voorstel van GRIP ?

Gerelateerde afbeelding

Modellen voor financiering

Aan de hand van een literatuurstudie werden verschillende modellen voor financiering in kaart gebracht. Dit leverde de volgende indeling op:

1. Leerlinggebonden model van financiering (label based)

Financiering op basis van aantal leerlingen met specifieke behoefte, op basis van medische diagnose of analyse van de onderwijsbehoeften. Daarbij nog onderscheid:

  1. Middelen gaan naar het buitengewoon onderwijs dat ambulante dienst verleent

  2. Middelen gaan naar de gewonen school

  3. Middelen gaan naar de ouders (direct-payment)

 

2. Schoolgebonden model van financiering (resource based)

Financiering op basis van totale opdracht van school om kwalitatief onderwijs te bieden. Middelen worden toegekend aan de school als systeem voor de diensten en de ondersteuning die geboden wordt.

 

3. Prestatiegebonden model van financiering (output based)

Financiering op basis van de output, dus de zichtbare resultaten.

Niet zo recente studie (Meijers, 1999) wijst erop dat landen die leerlinggebonden financieren (bvb. België, Oostenrijk, Nederland, Frankrijk, Ierland, Duitsland) vooral doorverwijzen naar buitengewoon onderwijs, terwijl landen die schoolgebonden financieren (bvb. Ijsland, Noorwegen, Zweden…) betere resultaten boeken qua inclusief onderwijs.

70 % / 30 %

Het voorstel dat nu besproken wordt stelt dat de ondersteuningsteams voor 70 procent gefinancierd worden op basis van het leerlingenaantal op de scholen waar ze werken en voor 30 procent volgens het aantal kinderen met een zorgnood. GRIP heeft geen inzage in de concrete effecten van deze financiering voor de verschillende onderwijskoepels, maar deze mix van schoolgebonden (70%) en leerlinggebonden (30%) lijkt ons wel een goede insteek. Maar daarbij is het dan wel de vraag op welk niveau (van handelingsgericht werken) deze bijkomende middelen kunnen ingezet worden.

Voorstel van GRIP: een drietrapsfinanciering

In het advies dat GRIP uitwerkte over het ondersteuningsmodel schuiven we een drietrapsfinanciering naar voor (advies 6). In trap 1 worden er voldoende middelen voorzien voor alle scholen om een zorgbreed beleid te voeren. Bij trap 2 - uitbreiding van zorg - verloopt de financiering best op basis van geïdentificeerde leerlingen per school. Bij trap 3- zorg op maat - wordt gewerkt met leerlinggebonden financiering in medebeheer door de ouders.

GRIP pleit er ook voor om middelen voor ondersteuning vooral in handen te geven van de school voor gewoon onderwijs én de ouders (trap 3). In het huidige voorstel gaan de middelen voor ondersteuning naar het buitengewoon onderwijs dat dan ambulante dienst verleent. Dit houdt het gevaar in dat ze leerlingen met grote ondersteuningsnoden naar het buitengewoon onderwijs zullen toeleiden, vanuit hun visie op onderwijs of vanuit eigenbelang.

Meer info: adviesnota GRIP ondersteuning

gelijke kansen