Vanaf 1 september 2017 treedt een nieuw ondersteuningsmodel in werking.

Leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften en de scholen voor gewoon onderwijs zullen op een nieuwe wijze ondersteund worden.Het nieuwe ondersteuningsmodel komt in de plaats van wat we vandaag kennen als GON, ION en waarborgregeling. De scholen gewoon en buitengewoon onderwijs zorgen er gezamenlijk voor dat er regionaal ondersteuningsnetwerken gevormd worden, waarop alle scholen (gewoon en buitengewoon) voor deze leerlingen beroep kunnen doen. Het is de bedoeling dat alle ondersteuningsvragen een antwoord krijgen.

Dit nieuwe ondersteuningsmodel wil meer inclusief onderwijs mogelijk maken. Maar men kiest ervoor om de gespecialiseerde setting van het buitengewoon onderwijs evenwel, ook op lange termijn, te blijven aanbieden.

Voor het hoger onderwijs komt er ook een nieuw model voor ondersteuning (daar gaan we in dit artikel niet verder op in).

Hier bieden we een korte toelichting bij het nieuwe ondersteuningsmodel voor het kleuter, lager en secundair onderwijs.

We verwijzen voor meer tekst en uitleg naar:

 

De grote lijnen van het nieuwe ondersteuningsmodel

Garantie op ondersteuning in de gewone school: elke ondersteuningsvraag die wordt gesteld moet opgenomen worden.

Ondersteuning komt op de klasvloer: de gewone school bepaalt in samenwerking met ouders en school wat de ondersteuningsnoden zijn. De geboden ondersteuning kan naargelang de vraag leerkracht-, team- of leerlinggericht zijn maar moet steeds voelbaar zijn op de klasvloer.

Flexibel en op maat: in plaats van een vast aantal uur begeleiding per week (en dit soms beperkt in de tijd) zal flexibel ingespeeld worden op de ondersteuningsnoden van de leerlingen en van de leerkrachten en teams. Ondersteuningsvragen kunnen ook in de loop van het schooljaar opgenomen worden.

Het ondersteuningsmodel vervangt de GON en ION werking: in plaats van GON- en ION-begeleiders zullen nu “ondersteuners” worden ingezet om scholen voor gewoon onderwijs te ondersteunen in het begeleiden van leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften. Deze ondersteuners worden aangesteld in en dus uitgestuurd door het buitengewoon onderwijs.

Aparte budgetten worden samengevoegd in één ondersteuningsmodel: de vroegere budgetten GON, ION en het budget van de waarborgregeling worden samengevoegd. Met de toevoeging van een extra 15,2 miljoen wordt een totaal budget van 103 miljoen ingezet voor het ondersteuningsmodel (hoger onderwijs inbegrepen).

 

De ondersteuning zal geboden worden op basis van twee organisatievormen.

Samenwerking tussen school voor gewoon onderwijs en school voor buitengewoon onderwijs

Ondersteuning voor: leerlingen met een gemotiveerd verslag of (inschrijvings)verslag voor type 2 (verstandelijke beperking), type 4 (motorische beperking), type 6 (visuele beperking) of type 7 (auditieve beperking).

Op basis van een gemotiveerd verslag of (inschrijvings)verslag zal de school voor buitengewoon onderwijs ondersteuning kunnen bieden in de gewone school. Dit zal evenwel niet meer een standaardpakket zijn, maar flexibel en op maat. Daartoe zal de school voor buitengewoon onderwijs over en totaalpakket aan middelen beschikken, overeenkomstig de aangemelde leerlingen. Hierbij zijn overgangsmaatregelen getroffen.

De school voor gewoon onderwijs beslist samen met de ouders en CLB aan welke school voor buitengewoon onderwijs ze de ondersteuning vraagt en dus naar welke school ook het leerlinggebonden budget zal gaan.

Ondersteuningsnetwerken

Ondersteuning voor: leerlingen met een gemotiveerd verslag of (inschrijvings)verslag voor type basisaanbod of voormalige types 1 en 8 (licht verstandelijke beperking of leerstoornis), type 3 (emotionele of gedragsstoornis), type 7 (spraak- of taalstoornis), type 9 (autismespectrumstoornis).

Scholen voor gewoon onderwijs en scholen voor buitengewoon onderwijs met expertise in de desbetreffende types vormen samen regionale ondersteuningsnetwerken. De scholen voor buitengewoon onderwijs krijgen een pakket middelen (in de vorm van lesuren/lestijden en uren) toegekend om ondersteuning te bieden aan de scholen voor gewoon onderwijs binnen het netwerk. Ook hier niet meer een vast aantal uur begeleiding per week, maar volgens de ondersteuningsnoden die er zijn.

De middelen voor het ondersteuningsnetwerk worden bepaald op basis van leerlingenaantal (70%) en op basis van het gemiddeld aantal leerlingen met een (inschrijvings)verslag of gemotiveerd verslag gedurende de zes laatste schooljaren (30%).

 

Waar kunnen ouders terecht ?

De gewone school en het CLB zijn de eerste aanspreekpunten voor de ouders met specifieke vragen rond de ondersteuning. Wanneer samengewerkt wordt met één school voor buitengewoon onderwijs, dan kan die natuurlijk ook aangesproken worden. En binnen ieder ondersteunigsnetwerk is er een aanspreekpunt voor ouders.

 logo steunpunt voor inclusie

We willen hierbij ook meegeven dat GRIP partner is van het Steunpunt voor Inclusie. Wie met vragen blijft zitten of knelpunten ervaart bij de ondersteuning raden wij aan om contact te nemen met de medewerkers van het Steunpunt voor Inclusie.

 

Meer info:

* Wat vindt GRIP van het nieuwe ondersteuningsmodel ?

* Kent het ondersteuningsmodel een valste start ?

 

 

gelijke kansen