Tussen nu en 2011 wordt er 1,1 miljard euro geïnvesteerd in de bouw van scholen. Dat maakte de Vlaamse regering op 10 november bekend. GRIP vraagt dat toegankelijkheid een criterium vormt bij het toekennen van investeringen.
Op donderdag 10 november maakten de Vlaamse Regering en Vlaams Minister van Werk, Onderwijs en Vorming Frank Vandenbroucke bekend dat er van nu tot 2011 1,1 miljard euro via PPS geïnvesteerd wordt in scholenbouw. Een goede zaak vindt GRIP, een burgerrechtenorganisatie van mensen met een handicap. Maar GRIP dringt erop aan dat bij de bouw- en renovatiedossiers toegankelijkheid een criterium vormt bij de selectie van projecten.
Zonder toegankelijke schoolgebouwen is het voor leerlingen met een beperkte mobiliteit vaak onmogelijk om aan het gewone onderwijs deel te nemen. Dit geldt zowel voor leerlingen met een handicap als chronisch zieke leerlingen en ook leerlingen die voor enkele maanden in het gips belanden.
De schoolinfrastructuur in Vlaanderen voldoet niet aan de wetgeving op toegankelijkheid. Dit ondanks herhaaldelijke interventies in het parlement. Uit onderzoek in 2002 is gebleken dat bijvoorbeeld in de provincie Antwerpen van de 55 onderzochte scholen geen enkele toegankelijk is voor wie zonder extra assistentie met een rolstoel binnen wil.
Indien reeds bij de planning van nieuwbouwprojecten rekening gehouden wordt met toegankelijkheid, hoeft dit geen meerkost te betekenen. Ook renovatiewerken vormen hier vaak een opportuniteit.
De toekenning van de nieuwe investeringen zal gebeuren door een commissie waarin de onderwijsnetten vertegenwoordigd zijn. Bij de selectie wordt een prioriteitenlijst gehanteerd met aandacht voor onder meer rationeel energiegebruik, architectuurkwaliteit en de rol van de school in haar omgeving. GRIP dringt erop aan dat toegankelijkheid ook meegenomen wordt als prioriteit.
Van nu tot 2011 wordt 1,1 miljard geïnvesteerd in scholenbouw via publiek-private samenwerking (PPS).
De Vlaamse Regering heeft vandaag de concrete plannen van minister van Onderwijs Frank VANDENBROUCKE daarvoor goedgekeurd. De inhaaloperatie voor scholenbouw is de eerste grote PPS-constructie die door deze Vlaamse Regering wordt opgestart. De minister wijst erop dat deze investering, in economisch moeilijke tijden, een belangrijke impuls zal geven aan de bouwsector. In het budget is ook 100 miljoen euro voorzien voor energiebesparende investeringen in scholen waar geen grote verbouwingen gepland zijn
Vlaanderen heeft de voorbije decennia te weinig geïnvesteerd in schoolinfrastructuur. Volgens de laatste ramingen bedraagt de investeringsnood 1,9 miljard euro, waarvan ongeveer 1,4 miljard euro via subsidies van de Vlaamse overheid moeten komen. In 2005 bedroeg het budget voor scholenbouw 140 miljoen euro: met de reguliere budgetten alleen kan de achterstand dus niet teruggedrongen worden.
Van bij haar aantreden heeft de Vlaamse Regering gezegd een investeringsregering te willen zijn. Ze maakt dat nu voor het eerst concreet via scholenbouw. In de meerjarenbegroting zijn voor de scholenbouw fors extra middelen uitgetrokken: 50 miljoen in 2006 en in 2007, 75 miljoen in 2008 en in 2009. Deze middelen zullen grotendeels gebruikt worden voor het optrekken van de reguliere investeringen. Op die manier wordt verhinderd dat de investeringsachterstand verder oploopt.
Daarnaast komt er een inhaaloperatie via alternatieve financiering. De Vlaamse overheid zal daarvoor een vennootschap met financiële aandeelhouders selecteren waarin ze voor 25% zal participeren. Deze vennootschap krijgt de verantwoordelijkheid voor het ontwerp, de bouw, de financiering en het instandhouden van de bouwprojecten (design, build, finance and maintain, DBFM). Ze wordt geen eigenaar van de gebouwen, maar krijgt gedurende een langere tijd (bv. 30 jaar) een zogenaamde prestatiegebonden 'beschikbaarheids- vergoeding' van de schoolbesturen.
De projecten worden opgestart via afzonderlijke aanbestedingen, zodat de markt kan spelen. De selectie van de projecten gebeurt door een commissie, waarin de onderwijsnetten vertegenwoordigd zijn. Deze commissie moet ook de volgorde van uitvoering bepalen. Ze moet hiervoor een prioriteitenbeleid ontwikkelen, met onder meer aandacht voor rationeel energiegebruik, architectuurkwaliteit en de rol van de school in haar omgeving. Om over de architecturale kwaliteit van projecten te waken wordt samengewerkt met de Vlaamse Bouwmeester.
Deze formule is een nieuwe variant op het DBFM- concept. Ze laat de overheid toe om op korte termijn een belangrijke inhaalbeweging te realiseren en de kost van de investering te spreiden, zonder de Europese begrotingsregels (het zgn. ESR95) te overtreden. Dit is overigens formeel bevestigd door het Instituut van de Nationale Rekeningen. De minister van Onderwijs ziet echter nog verschillende andere voordelen: door de bundeling van investeringen kan de prijs gedrukt worden, de overheid staat veel sterker om een snelle uitvoering te realiseren, de schoolbesturen worden niet belast met coördinatie en opvolging van het bouwproject en kunnen zich dus op onderwijs toeleggen, .
Frank Vandenbroucke verwacht dat vanaf 2008 elk jaar voor 250 miljoen euro projecten opgeleverd worden.
De overheid heeft eerst nog heel wat voorbereidend werk voor de boeg (decreet, bestek, selectie vennootschap, werkzaamheden selectiecommissie, .) en ook voor het uitwerken van de individuele bouwprojecten heeft de vennootschap tijd nodig. Bovendien wordt over de uitwerking nog heel intensief overlegd met de koepels.
Zoals gezegd wordt bij de selectie van de projecten rekening gehouden met de meerwaarde inzake rationeel energiegebruik (REG). De PPS-constructie wordt echter ook gebruikt om REG te stimuleren in scholen die niet op de achterstandslijsten staan. De vennootschap zal hiervoor beschikken over 100 miljoen euro die tussen 2007 en 2011 geïnvesteerd wordt.