GRIP wil dat men de ervaringsdeskundigheid van mensen met een handicap erkent, op alle domeinen van het leven. Maar wat betekent dat concept in de praktijk? We sommen enkele knelpunten op op vlak van onderwijs, werk en ondersteuning.

Ervaringsdeskundigheid in het onderwijs

In het onderwijs is er zowel op beleidsniveau als op het niveau van de school slechts weinig respect voor de eigen deskundigheid van personen met een handicap en/of hun ouders. Bij de beslissingen op beleidsniveau met betrekking tot het leerzorgkader neemt men vooral de kritische opmerkingen van de vakbonden en de onderwijsinstellingen mee. De stem van ouders en van leerlingen met een handicap weegt amper door.

Ook op het niveau van de school luistert men weinig naar de stem van de leerling/student en de ouders. Als een school vindt dat haar draagkracht overschreden wordt, kan ze weigeren een leerling in te schrijven, ongeacht de motivatie van de ouders en de ondersteuning die ouders en begeleiders kunnen aanbieden. Ook binnen het hoger onderwijs gebeurt het heel vaak dat de school eenzijdig beslist dat een student een studierichting niet kan volgen omwille van zijn/haar handicap.

Er wordt nog te weinig gedacht aan redelijke aanpassingen en ondersteunende maatregelen wanneer studenten de stap naar de arbeidsmarkt zullen zetten. Leerlingen en studenten kunnen dus niet vrij kiezen naar welke school ze gaan en welke studierichting ze volgen. Pedagogische kennis is nog steeds belangrijker dan de ervaringsdeskundigheid van de leerling en de student met een handicap.

Ervaringsdeskundigheid op de werkvloer

Er zijn heel wat ondersteunende maatregelen voor werknemers met een handicap. Ook redelijke aanpassingen zijn vaak noodzakelijk. Het is niet zo dat alle personen met een handicap dezelfde ondersteuning nodig hebben. Elke persoon, elke handicap is anders. Het is dan ook noodzakelijk dat de werkgever met de individuele werknemer met een handicap rond de tafel gaat zitten en bekijkt wat de specifieke ondersteuningsvragen zijn. Daarin zijn zowel de organisatie van de werkvloer als de kwaliteiten en behoeften van de individuele persoon met een handicap belangrijk. Er is dus (meer of minder) overleg nodig tussen de persoon met een handicap en de werkgever. De werkgever een ondersteuningspremie toekennen, is niet voldoende. De ondersteuning moet ingezet worden op maat van de persoon. Je kan dit niet zonder beroep te doen op de eigen ervaringsdeskundigheid van de persoon met een handicap.

Ervaringsdeskundigheid en ondersteuning

Als je als persoon met een handicap ondersteuning of een hulpmiddel nodig hebt, is de medische diagnose nog steeds de belangrijkste factor om te bepalen hoeveel en welke ondersteuning je precies nodig hebt. Hoe je als individuele persoon je handicap ervaart wordt nauwelijks in rekening gebracht. We kennen allemaal het voorbeeld van de persoon die nog wel 100m kan stappen volgens de adviserend geneesheer. Maar, dat die 100m stappen ongelooflijk veel inspanningen kosten of verschrikkelijk pijn doen, wordt niet in rekening gebracht.

gelijke kansen