Mensen hebben heel wat gemeenschappelijk, maar toch is iedereen anders. Mensen verschillen van geslacht, uiterlijk, etnische achtergrond of leeftijd. Deze verschillen kunnen zichtbaar zijn. Er zijn echter ook minder of niet zichtbare kenmerken waardoor mensen zich van elkaar onderscheiden, zoals hun seksuele geaardheid, hun manier van communiceren, hun levenservaring, hun leefgewoonten, hun karaktereigenschappen, hun kwaliteiten, hun wensen en behoeften, hun dromen en fantasieën. Toch hebben heel wat individuen een aantal van deze eigenschappen gemeen. Daardoor kunnen ze zich met elkaar verbonden voelen en een groep vormen.

Individuen en bevolkingsgroepen die afwijken van de norm, de idealen of de gangbare denkbeelden worden nog steeds ongelijkwaardig behandeld in onze samenleving. Er wordt vooral de nadruk gelegd op wat hen onderscheidt van de norm. Mensen met een beperking worden bovendien nog steeds beoordeeld op wat ze niet kunnen. GRIP vindt dat er beter gekeken wordt naar wat mensen, met of zonder beperking, en groepen gemeen hebben. Bovendien zijn niet de beperkingen van mensen belangrijk, wel hun kwaliteiten. De verschillen die er, vanwege hun unieke eigenschappen en ervaringen, tussen individuen zijn, versterken een samenleving. Ze maken het samen-leven rijker. Diversiteit is een meerwaarde.

De visie van GRIP

GRIP streeft naar gelijke rechten en kansen voor iedereen, in de eerste plaats voor personen met een handicap. We kiezen hier bewust voor de term ‘personen met een handicap’ omdat ‘handicap’ verwijst naar een welbepaalde sociale groep en sociale uitsluiting binnen een samenleving. Niet het individu met de beperking is bepalend voor zijn handicap, maar wel de samenleving. Een handicap of een groep mensen met een handicap ontstaat pas wanneer mensen met een beperking geconfronteerd worden met obstakels in de buitenwereld en met de gangbare manier van denken. Deze obstakels verhinderen inclusie en de evenwaardige deelname van mensen met een beperking aan de samenleving.

Dé persoon of dé groep personen met een beperking bestaat niet. Mensen die doof of slechtziend zijn, mensen met een fysieke of verstandelijke beperking, mensen met autisme, mensen met een onzichtbare beperking enz. beleven hun beperking elk op hun eigen manier. Zowel de individuele personen met een beperking als hun sociaal netwerk hebben hun eigen behoeften en ervaringen. Ieder van hen beschikt over zijn eigen deskundigheid. Voor heel wat mensen volstaat het om een beroep te kunnen doen op de nodige ondersteuning waarmee ze ‘grip’ hebben of krijgen op hun eigen leven. Er zijn echter ook mensen die ervoor kiezen om zich te outen als persoon met een handicap. Anderen beschouwen zichzelf als een lid van een culturele minderheid. Het is aan het individu zelf om hier een keuze in te maken.

Het denken over handicap is steeds in beweging. Er vindt een evolutie plaats van een medische naar een culturele visie2 op handicap. GRIP wil deze evolutie versterken en voeden met nieuwe visies en denkbeelden. We willen bijdragen aan een andere mentaliteit en beeldvorming in onze samenleving. De rechten, de deskundigheid, de eigenheid, de identiteit, de wensen en de behoeften van het individu zijn daarbij ons vertrekpunt. Wij, personen met een beperking, doen als gevolg van onze handicap en de wijze waarop we de samenleving beleven unieke ervaringen op. Daar kan men voor de organisatie van onze samenleving nog heel wat van leren. Daarom mogen onze beperkingen niet gezien worden als een aanwijzing voor een minderwaardige persoonlijkheid. Integendeel, ze zijn een volwaardig deel van onze identiteit, een identiteit die we in elke levenssituatie willen beleven en aanvaard willen zien.

Zowel wijzelf als onze familieleden maken gebruik van ondersteuning. De geboden ondersteuning moet bijdragen tot een kwaliteitsvol leven. Ze mag geen invloed hebben op de houding die de samenleving tegenover ons als persoon inneemt. We streven naar een zo hoog mogelijke kwaliteit van bestaan door de realisatie van zelfbeschikking. We moeten zelf kunnen bepalen wie we zijn en wat we met ons leven willen doen. Om autonomie voor ons als gebruikers mogelijk te maken, dienen we zelf over de nodige ondersteuning te kunnen beschikken. Op die manier vermindert onze afhankelijkheid van anderen. We kunnen ons leven vorm geven en zelfbeschikking realiseren. Essentieel is dat er niet over ons wordt gesproken maar mét ons. Interactie en dialoog dienen te gebeuren met de persoon zelf. Ons referentiekader is daarbij het vertrekpunt.

Het einddoel van GRIP is een inclusieve en diverse samenleving waarbinnen iedereen evenwaardig en evenredig deelneemt aan alle maatschappelijke domeinen. En, waarbij een beperking wordt gezien als een volwaardig deel van de identiteit. Dit doel willen we realiseren als koploper én aanjager. Vanuit ervaringsdeskundigheid kijken we naar mensenrechten en kwaliteit van bestaan.

Ervaringsdeskundigheid

Het denken over en vanuit handicap evolueert. Internationaal komt er langzaam een verschuiving van een medische naar een sociale invalshoek. Ook in Vlaanderen zien we deze verschuiving. De medische visie benadrukt het verzorgen, herstellen, revalideren en integreren. Binnen de sociale visie worden mensen met een handicap gezien als een minderheidsgroep die sociaal wordt achtergesteld, die opkomt voor zijn rechten en voor een inclusief beleid en die discriminatie met juridische middelen bestrijdt. GRIP kan zich vinden in dit langzaam groeiende sociale denken maar wil een stap verder gaan.

De verschillende manieren om te kijken naar handicap bieden elk op hun terrein een nuttige kijk en een nuttig antwoord op handicap. Hoewel deze visies sterk van elkaar verschillen, vullen ze elkaar ook aan. In plaats van afstand te nemen van bepaalde visies omwille van hun tekortkomingen is het beter hun kwaliteiten te erkennen en ze met elkaar te verbinden in een cultureel model.

De specifieke ervaring en de specifieke sociale realiteit die we opdoen vanuit ons leven met een beperking zorgen voor een eigen wereldbeeld. We kijken op een eigen manier naar de wereld en het leven. We zien het leven en de wereld vanuit een bijzonder perspectief. We zijn ook trots op wie we zijn. We vragen om onze unieke ervaringsdeskundigheid, en deze van onze familieleden, te erkennen en ze een plaats te geven binnen het beleid, het onderwijs en het wetenschappelijk onderzoek.

We ervaren in de samenleving een houding en beeldvorming tegenover mensen met een beperking die uitgaan van stereotypes, medelijden en zorg. Wij gaan er echter van uit dat we onze beperking vooral moeten kunnen beleven als een onlosmakelijk deel van onszelf dat niet genezen, behandeld of bedekt mag/moet worden. Een beperking is een deel van onze identiteit, het maakt deel uit van ons referentiekader. Ze oefent een belangrijke invloed uit op onze individuele waarden en normen.

We vinden dan ook dat we niet langer moeten beantwoorden aan de onhaalbare verwachtingen van de ‘standaardmens’. Daarom nemen we afstand van de stereotiepe beelden die overheersen in onze samenleving over wie sterk, mooi, goed, slim of waardevol is. Afwijkingen van de norm moeten niet worden rechtgezet, integendeel. We vragen aan iedereen om aandacht en respect te hebben voor de individuele mens in zijn eigen situatie, met zijn eigen verhaal en eigenheid.

Vanuit ons eigen wereldbeeld, onze identiteit en de normen en waarden die we delen met andere personen met een beperking, kunnen we ons herkennen in een groep of cultuur.

Mensenrechten

Het Verdrag inzake de Rechten van Personen met een Handicap van de Verenigde Naties is het vertrekpunt voor ons denken over mensenrechten. Werken aan gelijke rechten betekent dat de behoeften van iedereen even belangrijk zijn. Deze behoeften zijn het uitgangspunt voor de manier waarop er vorm gegeven wordt aan onze samenleving. Alle middelen dienen zo ingezet te worden dat iedereen gelijke kansen tot deelname heeft. Wij, mensen met een beperking, moeten net als iedereen kunnen genieten van politieke, economische, sociale en culturele rechten. We hebben bijvoorbeeld recht op inclusieve vrijetijdsbesteding, inclusief werk en onderwijs. Ook het recht op deelname aan de besluiten die over ons genomen worden, het recht op respectvolle behandeling en het recht op privacy dienen gegarandeerd te worden. We hebben tot slot het recht op ondersteuning en het recht op vrijheid wat betreft deze ondersteuning, ons eigen leven, (samen)wonen en werken.

Of iemand nu een psychische beperking heeft, ziek is, het enkel kan uitleggen via ondersteuning door vertrouwenspersonen, een rolstoel gebruikt, blind of doof is of door autisme de dingen op een andere manier ervaart, het is in de eerste plaats een mens. Mensen zijn niet gelijk maar wel gelijkwaardig. Mensen mogen niet anders behandeld worden omwille van verschillen die er niet toe doen. Discriminatie of ongelijke behandeling moet met juridische middelen bestreden worden.

Maar, ook door een gelijke behandeling in een ongelijke situatie ondervinden we een achterstelling. Om evenwaardig te kunnen deelnemen aan alle domeinen van het leven hebben we nood aan voldoende ondersteuning en redelijke aanpassing. Bovendien is het noodzakelijk dat de samenleving ons benadert vanuit een juiste ingesteldheid in plaats van vooroordelen en een betuttelende houding. De leefomgeving en alle voorzieningen om te wonen, te werken en te leven moeten integraal toegankelijk zijn. Dit betekent dat ze goed bereikbaar, betreedbaar, betaalbaar en bruikbaar zijn voor iedereen. Zolang dit niet gerealiseerd wordt, hebben wij enkel een formeel ‘recht’ maar geen gelijke kansen in het leven van alledag.

Inclusie en gelijke kansen zijn pas een feit als diensten, activiteiten en informatie beschikbaar zijn voor iedereen. Wanneer de samenleving en het beleid zich aanpassen aan de verschillen tussen mensen kunnen ook wij erbij horen. Naarmate we meer kansen krijgen, kan de samenleving meer van ons verwachten. Als we over gelijke kansen beschikken, kunnen we onze volle verantwoordelijkheid als leden van de samenleving opnemen.

In het verleden kregen mensen met een handicap geen gelijke kansen. Doorheen de geschiedenis groeide er een beleid en een mentaliteit die een evenwaardige en evenredige deelname op één of meerdere levensdomeinen bemoeilijkt of onmogelijk maakt voor personen met een handicap. Om deze sociale achterstelling weg te werken zijn er extra inspanningen nodig. Er is nood aan positieve actie om een inhaalbeweging te maken.

Kwaliteit van bestaan

We vinden dat we net als iedereen recht hebben op een kwaliteitsvol bestaan.

Kwaliteit van bestaan houdt volgens ons in dat we ons goed voelen op de verschillende terreinen van ons leven. Dit betekent dat:

  • we ons goed voelen op emotioneel, lichamelijk en materieel vlak
  • we tevreden zijn met de mogelijkheden tot persoonlijke ontwikkeling en het aanknopen van relaties
  • we gerespecteerd worden
  • we gelijke rechten en kansen krijgen
  • sociale inclusie gerealiseerd is.

Bovendien is het belangrijk dat we tevreden zijn over ons eigen bestaan en dat we het gevoel hebben er zelf inhoud en sturing aan te kunnen geven.

Om kwaliteit van bestaan te meten kijken we naar objectieve en subjectieve criteria. Verschillende auteurs hebben criteria bepaald volgens dewelke kwaliteit van bestaan gemeten kan worden. Onderzoeker Schalock onderscheidt 8 levensdomeinen waarnaar gekeken moet worden. Deze domeinen zijn: het emotioneel welbevinden, persoonlijke relaties, het materieel welbevinden, de persoonlijke ontwikkeling, het lichamelijk welbevinden, zelfbeschikking, sociale inclusie en recht. Voor Ad Van Gennep is het, om te kunnen spreken van een kwaliteitsvol bestaan, belangrijk dat mensen zelf inhoud kunnen geven aan hun bestaan vanuit gewone en speciale basisbehoeften. Mensen met een handicap moeten onder dezelfde omstandigheden en volgens dezelfde patronen kunnen leven zoals deze toegankelijk zijn voor mensen zonder handicap. Pas als mensen tevreden zijn met hun bestaan is er sprake van kwaliteit van bestaan. John O’Brien onderstreept het belang van keuze, deelname, bekwaamheid, respect en relaties.

We verkiezen de term ‘kwaliteit van bestaan’ boven ‘kwaliteit van leven’ omdat ‘kwaliteit van leven’ wordt gebruikt om te oordelen over de waarde van het leven vanuit een medisch denken en vanuit de norm en dus niet vanuit de persoon met een handicap zelf. GRIP wil de verkeerde veronderstelling niet voeden dat het hebben van een beperking automatisch zou samengaan met een lagere kwaliteit van leven.

Wat kwaliteit van bestaan voor iemand betekent, verschilt van persoon tot persoon. Dit wordt bovendien beïnvloed door de sociale omgeving of de culturele context. Een belangrijke vaststelling is wel dat de verschillende elementen die de kwaliteit van bestaan bepalen zowel voor personen met en zonder beperking gelijk zijn.

De overgang van een denken in termen van ‘zorg voor’ naar ‘ondersteuning van’ personen met een beperking vinden we essentieel. Een kwaliteitsvol bestaan en zelfbeschikking kunnen enkel uitgebouwd worden op voorwaarde dat mensen met een beperking over de nodige, kwaliteitsvolle ondersteuning beschikken.

We moeten kunnen kiezen uit evenwaardige alternatieven op vlak van dienstverlening, assistentie, aanpassingen en hulpmiddelen. Vertrouwenspersonen en een goed sociaal netwerk zijn daarbij onmisbaar. De ondersteuning moet gestuurd worden door ons als individuele persoon en moet uitgaan van onze ambities, onze sociale situatie, onze huidige en toekomstige behoeften. Daarom is een goede inschatting nodig die vertrekt van onze individuele mogelijkheden en niet van onze beperkingen. Een flexibel beleid voor vraaggestuurde en persoonsgebonden ondersteuning op alle domeinen van het leven zijn noodzakelijk.

Wat bedoelen we met deze woorden

Attitude
is een aangeleerde vooringenomenheid om op een consistent gunstige of ongunstige wijze te reageren op een persoon, object of idee en bestaat uit overtuigingen, gevoelens en emoties en een gedragsmatige component waarbij deze aspecten elkaar steeds beïnvloeden.
Autonomie
wil zeggen dat een persoon met een handicap, net als elke andere burger, zelf over de middelen kan beschikken om haar/zijn leven vorm te geven en zelfbeschikking te realiseren.
Cultuur
is het min of meer samenhangende geheel van voorstellingen, opvattingen, waarden en normen die mensen zich als lid van hun maatschappij door middel van leerprocessen hebben verworven. Cultuur ligt vervat in voorstellingen van typerende personen, objecten en uitspraken. Cultuur zal in hoge mate het gedrag beïnvloeden, waardoor mensen van eenzelfde cultuur zich onderscheiden van de leden van andere maatschappijen. De afbakening van culturen kan gebeuren door binnen-, maar ook door buitenstaanders van die cultuur.
Discriminatie
is een verschil in behandeling die niet gerechtvaardigd kan worden, jegens een persoon of een groep op grond van een van de (vermeende) kenmerken van die groep. Het vormt een inbreuk op het fundamenteel recht op gelijke behandeling.
Diversiteit (of verscheidenheid):
Alle aspecten waarop mensen van elkaar verschillen. Het gaat zowel om de zichtbare en relatief aantoonbare persoonskenmerken zoals geslacht, uiterlijk, etnische achtergrond of leeftijd als om de minder zichtbare persoonskenmerken zoals competenties, wensen en behoeften, seksuele geaardheid, werkstijlen, levenservaring en karaktereigenschappen.
Ervaringsdeskundigheid:
Deskundigheid verworven uit ervaring (in het leven met een beperking of handicap).
Evenredige participatie
of deelname van personen met een beperking aan de samenleving houdt in dat de deelname aan de verschillende levensdomeinen in die samenleving in verhouding staat tot het aandeel van personen met een beperking in de bevolking. Het betekent dat zij in dezelfde mate dezelfde rollen opnemen als de gemiddelde burger en dat het hebben van een beperking niet samengaat met een sociale positie die verschilt van de gemiddelde sociale positie van burgers zonder beperkingen.
Evenwaardige participatie
van personen met een beperking aan maatschappelijke levensdomeinen betekent dat zij op dezelfde wijze gewaardeerd worden wanneer zij dezelfde rollen en posities binnen die levensdomeinen innemen als mensen zonder beperking.
Gebruiker:
Wie gebruik maakt van een dienstverlenende organisatie. In de medische- en in de zorgsector worden de gebruikers van de aangeboden diensten ook wel de patiënten of de cliënten genoemd. De term gebruiker is neutraler want verengt de persoon niet tot een medisch probleem of tot een klant
Identiteit:
Behalve aan de opvatting van anderen over hoe iemand zich behoort te gedragen, ontleent iemand zijn gevoel van sociale identiteit in belangrijke mate aan de beelden die over hem in de samenleving bestaan en anderzijds aan de opvatting van anderen hoe iemand zich behoort te gedragen. Onder identiteit of geïnstitutionaliseerd zelfbeeld wordt het antwoord op de vraag “wie ben ik?” verstaan. Deze identiteit ontstaat in interactie met anderen.
Inclusie
is het maatschappelijke proces dat vertrekt vanuit gelijkwaardigheid, antidiscriminatie en meerwaarde van diversiteit. In dit proces past men de opvattingen en structuren aan de verschillen tussen mensen aan, zodat alle burgers erbij kunnen horen en rechten en kansen hebben om evenwaardig te participeren in de samenleving.
Inclusief onderwijs
betekent dat ‘scholen alle kinderen van dienst moeten zijn, ongeacht hun fysieke, intellectuele, sociale, emotionele, linguïstische of andere eigenschappen. Dit zou moeten inhouden: kinderen met een handicap, hoogbegaafde kinderen, straat- en werkende kinderen, kinderen van afgelegen of nomadische bevolkingen, kinderen van linguïstische, etnische of culturele minderheden en kinderen van andere achtergestelde of gemarginaliseerde regio’s of groepen’ .
Integrale toegankelijkheid
betekent dat alle voorzieningen (zowel gebouwen als open ruimten en diensten) voor wonen, leven en werken effectief bereikbaar, betreedbaar, betaalbaar en bruikbaar zijn voor iedereen. Of met andere woorden dat iedereen onafhankelijk en op gelijkwaardige wijze gebruik kan maken van alle voorzieningen
Kwaliteit van bestaan
een mix van objectief meetbare en subjectieve factoren die bepaalt of je tevreden bent over je leven. Wat speelt er allemaal een rol bij kwaliteit van bestaan?

Het emotioneel welbevinden (hoe voelt iemand zich?), persoonlijke relaties (heb je vrienden, kennissen en een gezin?), materieel welbevinden (kom je rond met je inkomen?), persoonlijke ontwikkeling (krijg je kansen om te groeien in je kennis, vaardigheden en ervaringen?), lichamelijk welbevinden (heb je hinder door je gezondheidssituatie), zelfbeschikking (kun je zelf beslissen over je eigen leven?), sociale integratie (maak je deel uit van de samenleving of wordt je buitengesloten?) en rechten (toegankelijkheid, antidiscriminatie…)

Mensenrechten
zijn die rechten die voor elke mens van fundamenteel belang zijn om een waardig (veilig en vrij) leven uit te bouwen. Omdat ze zo belangrijk zijn, hebben wereldwijd verschillende overheden en internationale organisaties mensenrechten opgetekend in allerlei verklaringen, verdragen en wetteksten.
Persoon met een (functie)beperking
of functioneringsprobleem zijn mensen die last hebben van één of meerdere langdurige ziekten, langdurige aandoeningen of stoornissen die oorzaak kunnen zijn voor beperkingen in het dagelijks functioneren.

De term ‘beperking’ is een verzamelnaam voor een groot aantal verschillende functiebeperkingen die onder de bevolking van elk land ter wereld voorkomen. Mensen kunnen beperkingen hebben vanwege een lichamelijke, verstandelijke of zintuiglijke stoornis, medische omstandigheden of een psychische aandoening. Deze stoornissen, omstandigheden of aandoeningen kunnen blijvend of tijdelijk zijn.

Persoon met een handicap
Een handicap wordt gedefinieerd als elk langdurig en belangrijk participatieprobleem van een persoon dat te wijten is aan het samenspel tussen functiestoornissen van mentale, psychische, lichamelijke of zintuiglijke aard, beperkingen bij het uitvoeren van activiteiten, persoonlijke en externe factoren.

Onder ‘handicap’ wordt verstaan het verlies of de beperking van mogelijkheden om op voet van gelijkheid deel te nemen aan het maatschappelijk verkeer. De term duidt op het contact tussen de persoon met een functiebeperking en zijn omgeving. Met de term wordt beoogd de nadruk te leggen op de tekortkomingen van de omgeving en van vele georganiseerde activiteiten in de samenleving, zoals informatievoorziening, communicatie en onderwijs, die personen met een functiebeperking beletten daaraan gelijkwaardig deel te nemen.

Positieve actie:
Maatregelen die gericht zijn op een specifieke groep in de samenleving met het doel discriminatie uit te bannen en te voorkomen of de nadelen die uit bestaande attitudes, gedragingen en structuren voortvloeien, te ondervangen.
Redelijke aanpassing:
een concrete maatregel, van materiële of immateriële aard, die de beperkende invloed van een onaangepaste omgeving op de participatie van een persoon met een handicap neutraliseert; als een redelijke aanpassing wordt beschouwd de aanpassing die geen onevenredige belasting betekent, of waarvan de belasting in voldoende mate gecompenseerd wordt door bestaande maatregelen.
Sociaal netwerk:
de informele verzameling van mensen betrokken op een persoon. Een sociaal netwerk bestaat uit verschillende lagen want niet iedereen staat even dicht bij de centrale persoon. Het gezin staat vaakst in de kerncirckel, vrienden en familie komen daarna.
Wereldbeeld:
Iedereen heeft bewust of onbewust een bepaald wereldbeeld. We hebben vooronderstellingen die onze kijk op het leven beïnvloeden. Een wereldbeeld kan vergeleken worden met een lens die de manier verandert waarop we het kleven bekijken en hoe we de wereld waarin we leven ervaren.
Zelfbeschikking
betekent dat personen met een handicap zelf kunnen bepalen wie ze zijn en wat ze met hun leven willen doen.

gelijke kansen