M-decreet: wijzigingen aan bestaande regelgeving

Onderwijs M-decreet: wijzigingen aan bestaande regelgeving

Vlaams minister van Onderwijs Hilde Crevits (CD&V) legde op 7 juni 2018 het ontwerp van een wijzingsdecreet voor aan de commissie onderwijs van het Vlaams Parlement.

De opstart van een nieuw ondersteuningsmodel in het kleuter-, lager en secundair onderwijs vanaf 1 september 2017 maakte een wijzigingsdecreet noodzakelijk. Op basis van een op 20 april 2018 door de Vlaamse Regering goedgekeurde conceptnota, formuleerde Vlaamse Regering nog een aantal extra wijzigingen, die werden ingediend onder de vorm van regeringsamendementen. De leden van de commissie onderwijs keurden dit ontwerp van decreet goed. Het wijzigingsdecreet zal op 27 juni in de plenaire zitting worden gestemd.

Je kan deze vergadering herbekijken via het you-tube kanaal van het Vlaams Parlement.

Welke wijzigingen?

De reeks voorgestelde wijzigingen betreffen verschillende aspecten van het M-decreet. We lichten er een paar uit:

  • Veel aandacht gaat naar de ondersteuning van leerlingen met gedrags- en emotionele stoornissen. Door een betere spreiding van de scholen voor buitengewoon onderwijs type drie. Maar ook door betere, meer intensieve ondersteuning in het gewoon onderwijs.
  • Voor toegang tot type 2 (leerlingen met een verstandelijke beperking) wordt de decretale IQ-grens (IQ 60) geschrapt. Men behoudt de voorwaarde van significante beperkingen in het intellectueel functioneren.
  • Er wordt benadrukt dat scholen voor gewoon onderwijs voor ondersteuningsvragen met betrekking tot type 2, 4, 6 of 7 (auditieve beperking) een beroep kunnen blijven doen op de school of scholen voor buitengewoon onderwijs die ze samen met ouders kiezen.
  • Men zoekt naar wegen om te sleutelen aan het financieringssysteem voor de ondersteuningsnetwerken. Zo schuift men voorzichtig het principe van een open-end financiëring naar voor, niet alleen voor het buitengewoon onderwijs maar ook voor de ondersteuning vanuit type 2, 4, 6 of 7 (auditieve beperking). En men legt voorlopig ook ondergrens voor de waarborgregeling vast, mocht er zich een nieuwe stijging van leerlingen in het buitengewoon onderwijs voordoen.
  • Er wordt geknipt in de werking van de competentiebegeleiders, die mee moeten helpen om zowel qua visie als qua methodieken inclusief onderwijs waar te maken.
  • Men wil naar ouders toe meerdere kanalen voorzien die ze kunnen gebruiken wanneer ze vragen of zorgen hebben rond het voorziene ondersteuningsaanbod. Dit moet de komende jaren evenwel nog verder uitgewerkt worden.
  • Er wordt een kleine stap gezet op het vlak van beleidsparticipatie. In de stuurgroep ondersteuningsmodel kan een vertegenwoordiging van ouders uitgenodigd worden.

De wijzigingen gaan verschillende richtingen uit en het is op dit moment niet eenvoudig om uit te maken welke de effecten juist zullen zijn. We vrezen wel dat deze maatregelen nog onvoldoende in de richting gaan van de verwachtingen die het VN-Verdrag inzake de Rechten van Personen met een handicap stelt. Sommige maatregelen, zoals het inkrimpen van de competentiebegeleiders, zullen zeker wel een rem zetten op de evolutie naar inclusief onderwijs. Wel zien we voor het eerst, voorzichtig nog, wat meer aandacht voor de positie van de ouders en leerlingen, waar we vanuit GRIP al jarenlang op aandringen.

Onze voornaamste bezorgdheden op dit moment

  1. Nog steeds stellen we vast dat er een tekort aan ondersteuning is binnen het gewoon onderwijs. Deze vaststelling staat in schril contrast met het feit dat voor dezelfde leerlingen wel meer middelen beschikbaar worden gesteld wanneer men kiest voor buitengewoon onderwijs.
  2. We betreuren dat voor heel wat ouders (en betrokken scholen gewoon onderwijs) nog niet duidelijk is op welke ondersteuning hun kind volgend schooljaar kan rekenen.
  3. We stellen vast dat PAB voor minderjarigen er niet komt en dat er dus geen perspectief is binnen deze legislatuur voor die kinderen die nood hebben aan een PAB om hun inclusief schoollopen te ondersteunen.
  4. We betreuren de zoveelste politieke discussieronde over zin en onzin van inclusief onderwijs. Moeten we nu verder gaan of gas terug nemen? Het M-decreet vraagt om een veranderingsproces, bijsturingen zijn dan inderdaad soms aangewezen, maar moet dit iedere keer gepaard gaan met hoog oplopende discussies over de waarde van inclusief onderwijs?
  5. Dit houdt natuurlijk verband met het gegeven dat er geen strategisch plan is op langere termijn. Er is geen compas… dus kan men iedere keer opnieuw de richting in vraag gaan stellen.
  6. En een reeks aandachtspunten die we reeds lange tijd naar voor schuiven vanuit onze gerichtheid op kwalitatief inclusief onderwijs blijven onbehandeld: regeling voor therapieën, certificering, vrijstelling leerplicht, … Wat moeten we hiervan nog verwachten binnen deze legislatuur?
  7. Specifiek rond de positie van ouders en het tekort aan rechtszekerheid binnen het inschrijvingsrecht komt de minister er eindelijk toe dit als probleem te onderkennen. Maar kunnen we hier op korte termijn nog maatregelen rond verwachten?
Verberg submenu