Slechte cijfers zetten domper op 10 jaar VN-Verdrag

Gelijke kansenbeleid VN-Verdrag Slechte cijfers zetten domper op 10 jaar VN-Verdrag

Het VN-Verdrag inzake de Rechten van Personen met een Handicap blaast op 13 december 2016 10 kaarsjes uit. Maar op die 10 jaar zijn de rechten van personen met een handicap er niet op vooruit gegaan, integendeel. GRIP ontdekte deze slechte evolutie door cijfers op te vragen bij de Vlaamse overheid.

Tien jaar geleden bracht GRIP een aantal cruciale cijfers bij elkaar in de Inclusiespiegel 2006. We zijn die oefening nu opnieuw aan het doen, omdat we willen kijken of er verbetering is. Publicatie is voor begin volgend jaar, maar een aantal vaststellingen willen we nu al naar buiten brengen. Want de situatie is dramatisch: personen met een handicap zijn op alle vlakken nog altijd heel erg achtergesteld ten opzichte van de algemene bevolking. En de kloof is de laatste jaren zelfs nog vergroot.

Feiten

Het aantal personen met een handicap zonder middelbare schooldiploma is nog altijd dubbel zo groot. En het percentage mensen met een handicap met een hogeschool of universiteitsdiploma nog altijd dubbel zo laag. Ze zijn nog altijd enorm veel minder vaak aan het werk. Hun inkomenssituatie is nog steeds veel precairder dan die van personen zonder handicap. Ze komen zelfs nog minder goed rond dan vroeger. En zijn nu zelfs nog minder eigenaar van de woning waarin ze wonen dan mensen zonder handicap.

Opvallend blijft de zeer kwetsbare inkomenssituatie van veel personen met een handicap. Doordat mensen met een handicap meer van een uitkering leven, minder werken, minder eigenaar zijn van een woning, meer alleenstaand zijn, en daar bovenop nog extra kosten hebben door hun handicap of gezondheidstoestand hebben zij het veel moeilijker om rond te komen.

Natuurlijk beantwoordt niet elke persoon met een handicap aan dit slechte beeld. Er zijn zeker mensen met een handicap die hogere studies deden, die een gewone job hebben, een eigen huis, en goed rondkomen. Maar het algemene beeld is duidelijk nog altijd veel slechter dan dat van de algemene bevolking. En is er zelfs nog op verslechterd tegenover vroeger.

Wat vindt GRIP?

We betreuren het dat we vandaag zo’n slecht nieuws moeten brengen. Dit is een verjaardag in mineur. Maar de cijfers verwonderen ons niet. Want het Vlaamse beleid zet veel te weinig in op het systematisch ondersteunen van inclusie. Vlaanderen heeft decennialang altijd maar meer geld gestoken in aparte voorzieningen, een aparte samenleving waar personen met een handicap samen hun leven doorbrengen. Tehuizen, internaten, dagcentra, beschutte werkplaatsen, buitengewoon onderwijs, enz. Dit moet echt anders. Want heel veel overheidsgeld verdwijnt in die segregerende voorzieningen. Voor inclusie is er dan geen geld meer over.

Hoe kan het dan anders?

De uitdaging is om die zwaar gesubsidieerde segregerende structuren stilaan af te bouwen en de overheidsbudgetten te gaan inzetten voor aanpassingen en ondersteuning in de gewone samenleving. Zo investeer je in burgers die gestimuleerd worden hun talenten te ontwikkelen en te gebruiken. Denk aan individuele ondersteuning om tewerkstelling in een gewoon bedrijf mogelijk te maken, of een inclusief schooltraject, of een leven in een gewone thuis. Denk ook aan steun voor bedrijven en scholen om drempels weg te werken en personen met een handicap te verwelkomen. Denk aan meer betaalbare en toegankelijke woningen.

Dààr moeten de overheidsbudgetten naartoe. Die radicale ommezwaai moet het beleid durven maken. Zoniet zullen wij bij de 20ste verjaardag van het VN-Verdrag weer hetzelfde treurige beeld moeten geven. De plaats van een persoon met een handicap is IN de samenleving, niet in de marge ervan.

Uit eigen zak

Een grote blinde vlek zijn cijfers over hoeveel geld personen met een handicap uit eigen zak moeten betalen voor hulpmiddelen, zorg en ondersteuning. Neem bijvoorbeeld twee personen, met en zonder handicap met beiden een inkomen van 1100 euro. Bij de persoon met een handicap schiet van diezelfde 1100 euro vaak veel minder over om van te leven. Dat komt bijvoorbeeld doordat de hulpmiddelen die zij nodig hebben niet altijd of maar voor een deel worden terugbetaald door instanties zoals RIZIV of VAPH.

Ook moeten ze de kosten voor ondersteuning in het gezin en buitenshuis voor een deel of helemaal zelf betalen. Ofwel staan ze jaren op de wachtlijst voor een Persoonlijke AssistentieBudget (PAB), ofwel hebben ze er wel een maar is het te laag.

Personen met een handicap en ouders die systematisch elk jaar duizenden euro’s elk jaar uit eigen zak moeten bijleggen, zijn geen uitzondering.

Verschillende ministers en overheden schieten hier schromelijk tekort, zowel voor personen met lichtere als personen met zwaardere ondersteuningsnood. Hier is onderzoek en beleidsaandacht dringend nodig. Personen met een handicap en hun familie moeten niet zelf voor de kosten opdraaien van hun handicap. Hiervoor overheidsgeld vrijmaken is een kwestie van andere prioriteiten leggen.

Gerelateerde artikels

Verberg submenu