Hoe verlagen we de drempels naar inclusief wonen?

Wonen Hoe verlagen we de drempels naar inclusief wonen?

Welke oplossingen zien Joy Verstichele (Vlaams Huurdersplatform) en Hugo Beersmans (De Woonzaak) voor de wooncrisis die ook mensen met een handicap treft?

Het recht op zelfstandig wonen zit verankerd in de mensenrechten. Ook wanneer je leeft met een handicap zou je in een ideale wereld toegang moeten hebben tot een eigen thuis, een plek waar je graag woont, je veilig en wel voelt en waarbinnen je, met de juiste omkadering, zelf kan bepalen hoe je zou willen leven. Om in kaart te brengen waar vandaag de knelpunten in het woonbeleid zitten, voert GRIP een reeks gesprekken met experten, ervaringsdeskundigen en beleidsmakers.

Deze keer zaten we rond de tafel met twee van onze mensenrechtenpartners: Joy Verstichele van het Vlaams Huurdersplatform en Hugo Beersmans, woordvoerder van de Woonzaak. Ze engageren zich net als GRIP voor het verdedigen en versterken van het recht op wonen.

Hugo Beersmans en Joy Verstichele aan het Aromagebouw in Schaarbeek

Een goede thuis als basis

Hugo Beersmans en Joy Verstichele aan het Aromagebouw in Schaarbeek

Laat ons beginnen met een kennismakingsrondje.

Joy: Ik ben Joy Verstichele, coördinator van het Vlaams Huurderplatform. We hebben drie opdrachten te vervullen: .

  1. Het ondersteunen van de huurdersbonden. Huurders die een huurprobleem hebben, kunnen voor juridisch huuradvies bij hun huurdersbond langsgaan. Wij bieden ondersteuning aan de bonden.
  2. De ondersteuning van een netwerk van geëngageerde sociale huurders over heel Vlaanderen die ook hun stem willen laten horen. We brengen ze samen en organiseren jaarlijks ook een congres.
  3. Belangenvertegenwoordiging van huurders en kandidaat-huurders, zowel op de sociale als de private huurmarkt. We leggen hun rechten op tafel om ervoor te zorgen dat er ook effectief beleid komt dat een antwoord biedt op de problematieken waarover wij dagdagelijks signalen krijgen.

Hugo: Ik ben Hugo Beersmans, ere-administrateur-generaal van het Agentschap Wonen-Vlaanderen, met een historiek in de huisvesting. Zo schreef ik onder meer aan de Vlaamse Wooncode, die toch wel een baken was in het Vlaamse beleid. Ik ben nu acht jaar op pensioen en heb me een aantal jaar geleden ingeschakeld als vrijwilliger op vraag van het Vlaams Huurdersplatform. Ik ben bijna twee jaar geleden gevraagd of ik wilde optreden als woordvoerder van de Woonzaak, en dat ben ik dus nu. De Woonzaak is een feitelijke vereniging, de samenbundeling van, op dit ogenblik, veertig organisaties die collectief naar het Europees Comité voor Sociale Rechten stappen om een klacht in te dienen over het Vlaams Woonbeleid. Omdat er te weinig aandacht is voor de reële woonproblematiek in Vlaanderen.

Wat zijn in een notendop de doelstellingen die jullie willen bereiken?

Hugo: De doelstellingen zijn dat we komen tot:

  1. Een veel grote sociale huurmarkt
  2. Een evenwichtige eigendomsmarkt
  3. Een ondersteunde private huurmarkt

Wie liever het volledige gespek beluistert in plaats van de ingekorte versie leest:

Hier staat mogelijk content uit een social media netwerk dat cookies kan gebruiken. U heeft hiervoor nog geen toestemming gegeven. Klik hier om dit toe te laten.

 

Ik ga een stelling op tafel leggen. Het zou fijn zijn dat jullie daar vanuit je buik even over reflecteren: Een goede thuis is de basis om te kunnen leven. En in het verlengde, om te kunnen samenleven.

Joy: Ja, dat klopt. Zelf verwoord ik het altijd als de hoofdschakelaar op een elektriciteitskast. Je hebt diverse zekeringen, en die zou je elk kunnen koppelen aan een thematiek: welzijn, zorg, werk, vrijetijdsbesteding, noem maar op. De hoofdschakelaar is voor mij de woonst. Het is essentieel om ervoor te zorgen dat iemand degelijk, kwaliteitsvol en betaalbaar woont, zodat hij ook zijn andere rechten kan opnemen op al die andere beleidsdomeinen.

Het is zeer moeilijk als je geen vaste thuis hebt, om een structuur aan te brengen in je leven en elke dag op tijd op je werk te zijn. Het is zeer moeilijk om mensen uit te nodigen als je woning beschimmeld is en je jezelf eigenlijk schaamt voor waar je woont. Het is zeer moeilijk om gezond te blijven in een woning die eigenlijk vanzelf leidt tot ongezondheid. Er hangt dus zeer veel af van een woning, en in die zin is de waardering van het belang van huisvesting vandaag ondermaats. De impact hiervan op zowat alles wordt onvoldoende ingeschat.

Hugo: Ik kan daar niet zo heel veel aan toevoegen. Een goede huisvesting is de basis van alles. In heel de armoedeproblematiek, maar ook in de problematiek van mensen met een handicap, is een aangepaste huisvesting eigenlijk de basis om zich in te maatschappij in te voegen.

Sneller uit de boot

Toegespitst op personen met een handicap: waar liggen de grootste drempels op de woonmarkt vandaag?

Joy: Ik denk dat we dat zeer breed moeten zien. Het is klaar en duidelijk dat we in Vlaanderen met een zeer grote wooncrisis kampen, waar ook, maar niet alleen, mensen met een handicap het slachtoffer van zijn. Zeer veel zaken waar zij op botsen, worden ook algemeen aangevoeld door andere mensen die op zoek zijn naar een degelijke woning. Dat betekent natuurlijk niet dat er geen extra drempels zijn.

Vooral in toegankelijkheid zien we een aantal elementen: zowel de fysieke toegankelijkheid, als alles rond discriminatie en selectie. Het profiel van mensen met een handicap zorgt ervoor dat ze soms nog sneller uit de boot vallen. Misschien moeten er toch een aantal zaken specifiek bedacht worden om daar een oplossing aan te bieden.

Kan je dat nog verfijnen, Hugo? Zijn er eventueel elementen die in de Woonzaak al naar boven zijn gekomen?

Hugo: In de Woonzaak rechtstreeks niet, omdat we nogal op een hoog platform zitten met al die verschillende organisaties. We proberen wel aandacht te hebben voor specifieke thematieken die we ook in de klacht uitfilteren. Ik werd er zelf wel mee geconfronteerd omdat ik destijds betrokken was bij het begin van de ADL-reglementering (Activiteiten Dagelijks Leven, red.) in de sociale woningbouw. Daar heb ik dus ook wel zicht gekregen op de specifieke problemen waarmee mensen met een handicap geconfronteerd worden. Ik begrijp dat dit veel meer aan bod moet komen, en dat inclusiviteit een streefdoel of zelfs een principe zou moeten zijn. Zeker in de sociale huisvesting, maar ook zo veel mogelijk in de private huisvesting.

Hugo Beersmans, woordvoerder van De Woonzaak

Kritische kijk

Hugo Beersmans, woordvoerder van De Woonzaak

Ik sprak binnen deze interviewreeks recent met Vlaams minister van Wonen Matthias Diependaele. Jullie hebben het gesprek kunnen lezen, dus ben ik benieuwd naar jullie eerste gedachten. Zijn er bepaalde uitspraken die zijn blijven hangen en waar jullie graag op zouden reageren?

Hugo: Er zijn twee dingen mij enorm opgevallen. Ten eerste, de nadruk die werd gelegd op lokale binding als groot principe in de nieuwe regelgeving voor minimaal 80 procent van de woningen. Het staat in schril contrast met alle andere dingen waar tegemoet gekomen kan worden aan bepaalde zorgen: daar gelden maxima. Dat vind ik persoonlijk een verkeerd principe.

Wat extra opviel, was dat hij in de tweede zin al onmiddellijk oversprong op de chronologie in de toewijzingen. Hij wilde duidelijk niet ingaan op de problemen die precies die lokale binding voor heel veel mensen in kwetsbare woonsituaties creëert. Waaronder ook mensen met een handicap, precies omdat ze hard moeten zoeken naar aangepaste huisvesting en niet altijd op de dezelfde plaats kunnen blijven.

Misschien kan jij die lokale binding nog een beetje kaderen voor de lezer?

Hugo: Die lokale binding is een probleem, in die zin dat men vijf jaar aaneensluitend in eenzelfde gemeente of gebied moet wonen om in aanmerking te komen voor een sociale woning. Mensen die niet de mogelijkheid hebben om in diezelfde gemeente te blijven wonen, bijvoorbeeld omdat ze van werk veranderen, of omdat ze uit een instelling komen, … worden uitgesloten.

De vermaatschappelijking van de zorg brengt met zich mee dat mensen iets anders moeten zoeken. Ze vinden dan iets, maar verdwijnen zo niet zelden uit de gemeente, waardoor hun inschrijving voor een sociale woning totaal vervalt. Ik hoor vanuit het beleid niets dat daaraan tegemoetkomt. Men zegt dan wel “Er zijn ook andere systemen”, maar die zijn minimaal en complexer, én dat gaat over maximaal 20 procent van de toewijzingen.

De echte doelgroep van mensen die zeker in sociale woningen moeten kunnen terechtkomen, wordt aan zijn lot overgelaten.

Lokale binding was het eerste wat je opviel. Wat was het tweede?

Hugo: Het tweede dat me opgevallen is, ging over de praktijktesten. De minister zegt dat hij niet gelooft in praktijktesten, en sterker: dat hij ertegen is! Als enige argument haalt hij aan dat men het gemakkelijk kan omzeilen. Dat lijkt me toch wel een hele rare redenering om te onderbouwen waarom hij weigert in te zetten op praktijktesten om discriminatie tegen te gaan. Het moet allemaal maar komen van sensibilisering. Heeft hij nu echt niets meer te zeggen daarover? Ik vind dat je die praktijktesten wel moet doen, zodat je minstens kan zien hoe ver het gaat. De omzeilingen zullen er wel zijn, maar daar krijgt men dan ook wel zicht op. Doe er dan iets aan.

Pik je daar verder op in, Joy?

Joy: Ik denk dat het een beetje de algemene draad is doorheen het interview: Ik heb vooral gelezen wat de minister niet zal doen. Het is bijzonder zuur om elke dag signalen te krijgen van wat er gebeurt met mensen die wanhopig op zoek zijn naar een betaalbare, kwaliteitsvolle woning en om dan een minister van Wonen te moeten lezen die eigenlijk op elke suggestie voor een mogelijk deel van de oplossing aanhaalt waarom hij dat niet doet.

Dat zou nog te begrijpen vallen als hij daarna ook zegt wat hij dan wel zal doen. Maar: hij is tegen de uitbreiding van huursubsidies, hij is tegen praktijktesten, hij is tegen van alles, ... Daar zit voor mij de sleutel: Wat zal deze minister van Wonen doen voor die mensen die te lijden hebben onder de wooncrisis? Ik heb dat helaas niet kunnen lezen.

Minister Diependaele gaf mee: “Er is nog nooit een Vlaamse regering geweest die zo veel geld heeft uitgetrokken voor sociale woningbouw: 4,5 miljard op een legislatuur.” Niet lang na het interview las ik in een krantenartikel in De Morgen dat dit jaar amper een kwart van het jaarbudget effectief werd uitgegeven. Dat is toch moeilijk te vatten?

Hugo: Het is inderdaad zo dat men de budgetten absoluut niet op krijgt. Men lanceert die budgetten altijd in absolute getallen, maar men zegt niet hoeveel men echt investeert op het terrein. Bovendien zegt men er niet bij dat het grootste deel daarvan wordt besteed aan renoveren omdat men achterloopt in de renovatie van sociale woningen. Dat moet ook gebeuren, maar het aantal nieuwe sociale woningen is daardoor wel peanuts.

Als redenen worden moeilijkheden in vergunningenbeleid aangehaald, en de beperkte open ruimte en de stijgende bouwkosten, …

Hugo: De reorganisatie tot ‘De Woonmaatschappij’ haalt de minister nu ook aan als reden voor de vertragingen. Hij is nochtans zélf vragende partij dat de woonmaatschappijen daar nu heel veel energie in steken.

Joy: Het is inderdaad een keuze geweest van de minister om het landschap van de sociale huur volledig te herkavelen. Dat brengt natuurlijk de nodige onzekerheid in die sector met zich mee, waardoor er weinig wordt geïnvesteerd op dit moment, precies omwille van die onzekerheid. Dat is één van de belangrijkste redenen waarom het budget niet opgeraakt, samen met inderdaad complexe procedures om woningen te bouwen.

En dan zien we dat ook het lokale draagvlak voor meer sociale woningen een stuk afneemt en dat deze minister er zelfs voor opteert om te zeggen dat daar waar 15 procent sociale huisvesting is – maar voor de goede orde nog altijd gigantische wachtlijsten zijn – geen financiering meer gegeven wordt voor wie daarboven wil gaan. Dat betekent dat er een maximale drempel van sociale huisvesting wordt ingevoerd, terwijl andere gemeentes die hun deel van het werk niet doen eigenlijk volledig langs de kant gelaten worden, amper gemotiveerd worden en zeker niet - met een stok achter de deur - aangespoord worden om hun deel te doen. We zien dat in plaats van overal een ambitieus minimum in te voeren, op andere plaatsen net een maximum wordt ingevoerd.

Hugo: Wat voorzien is als minimale norm, de 9 procent, wordt nu zo’n beetje bekeken vanuit “als we daar zitten, aan die 9 procent, dan is het zeker meer dan genoeg, hé.”

Joy: Misschien nog één belangrijke noot over die investeringen: het mechanisme om te investeren in de sociale huur is via een leningensysteem. Het is dus effectief een investerings waarover we spreken en geen kost an sich. Met de huurgelden van de bewoners van die sociale huurwoningen worden die leningen op de duur afbetaald, waardoor de effectieve kost aan de Vlaamse overheid bijzonder beperkt is. Zeker wanneer er geïnvesteerd wordt wanneer de rente laag staat, zoals nu het geval is.

Met dat allemaal in het achterhoofd is het een betere parameter om na te gaan hoeveel woningen er elk jaar zijn bijgekomen en welk aandeel sociale huisvesting heeft op het totaal aantal woningen in Vlaanderen. Laten we daar naar kijken om na te gaan of we een stap vooruit aan het zetten zijn. Als we die parameter nemen, zien we dat er in de jaren zeventig veel meer woningen zijn bijgekomen dan waar we nu mee bezig zijn.

Er zijn minder woningen bijgebouwd, maar ondertussen zien we de wachtlijsten alleen maar stijgen. We zien dat het aantal beschikbare sociale woningen ongeveer hetzelfde is als de lengte van de wachtlijsten. Eigenlijk hebben we een verdubbeling van het aantal sociale woningen nodig om een antwoord te bieden op de wachtlijsten.

Hugo, ik las in een artikel op Sociaal.net dat “de sterren nog nooit zo goed stonden om te investeren in sociale huisvesting”. Kan je dat nog een beetje kaderen?

Hugo: Dat heeft te maken met wat Joy net gezegd heeft: het feit dat men op dit ogenblik zeer goedkoop kan lenen om de huisvesting te realiseren. Alleen moet men dan zorgen dat de procedures zo verlopen dat er inderdaad geïnvesteerd wordt. We zitten nu aan iets meer dan 6 procent sociale woningen, dat is belachelijk eigenlijk voor een welvarend land als België. De private huursector bedraagt ongeveer 20 procent.

Er wordt altijd verwezen naar het hoge aantal eigenaars, zeker in Vlaanderen. Wat zien we? Het aantal eigenaars in de hoogste inkomenscategorieën blijft stijgen, maar in de laagste categorieën daalt het fameus. We zitten daar nog maar aan 50 procent, terwijl dat 10 à 15 jaar geleden nog 65 procent was. Dat daalt met rasse schreden, en het zijn precies die laagste groepen die in de private huurmarkt toestromen omdat ze in de sociale huurmarkt niet binnen geraken.

En dan zit je in de private huurmarkt nog eens met een enorme kwaliteitsproblematiek?

Hugo: Ja!

Joy Verstichele, coördinator van het Vlaams Huurdersplatform

Kwaliteit koppelen

Joy Verstichele, coördinator van het Vlaams Huurdersplatform

Er zijn heel wat elementen in de standpuntnota van GRIP rond inclusief wonen die vanuit het beleid niet ondersteund worden, of zelfs ronduit afgekeurd – zoals jullie zelf ook al aanhaalden. Zo wordt er niet geloofd in praktijktesten, niet in huursubsidies, maar ook niet in geconventioneerd verhuren. Wat is jullie kijk hierop?

Hugo: Ik wil daar onmiddellijk iets over zeggen omdat ook de minister daarover spreekt. Hij stelt dat zijn voorganger dat onderzocht heeft en ze dat niet zullen doen. Een van de elementen die hij aanbrengt, is dat de private huurmarkt in hoofdzaak bij kleine eigenaars zit.

Er is op dit ogenblik wel een evolutie aan de gang dat die kleine eigenaars uitgekocht worden door grotere spelers. Dat is juist het moment dat men zo’n systeem van geconventioneerd verhuren zou moeten toepassen, precies om die kleine eigenaars te ondersteunen, op voorwaarde dat ze dan verhuren aan huurprijzen die gekoppeld zijn aan de kwaliteit. Hij wil dat niet.

Ik krijg dan de indruk dat hij er bijna voor zorgt dat kleine eigenaars hun eigendommen in de portefeuilles steken van die grotere groepen. Dat laat hij gewoon aan de markt over. Hij weigert kwaliteit te koppelen aan huurprijzen. Hij zegt zelfs niet dat er een instrument is, namelijk de Huurschatter, die dat mogelijk zou maken. Met alle reserves van dien, want dat is ook geen ideaal instrument.

Het hoofdargument om niet aan geconventioneerd verhuren te doen was vooral dat het “zeer zeer zeer duur” zou zijn.

Joy: Er is een advies geweest van de Vlaamse Woonraad over het geconventioneerd verhuren. Voor een goed begrip: De Vlaamse Woonraad bestaat uit huurders-, makelaars- en eigenaarsorganisaties, externe experten, lokale besturen, noem maar op. Ondertussen is dit orgaan helaas afgeschaft, waarschijnlijk omdat er kritische voorstellen kwamen. We stellen vast dat dit een vernieuwend concept is dat gedragen is door eigenlijk iedereen die in de sector actief is.

Wat is belangrijk om daarin mee te geven: geconventioneerd verhuren is een vrijblijvend systeem. Een verhuurder zou er voor kunnen kiezen om een kwalitatieve woning, met voldoende woonzekerheid, op een betaalbare manier (met respect voor het rendement van die verhuurder) in de markt te zetten.

Wat zou dat kosten? Eigenlijk niet zo heel veel, omdat er een koppeling gemaakt wordt met de huurtoelages. Het is een systeem waarbij de woning wordt aangeboden aan iemand uit de doelgroep die eigenlijk ook in aanmerking zou komen voor sociale huur, en die dus op basis van zijn inkomen recht zou hebben op een tussenkomst, op een huurondersteuning. Je zou er dan voor kunnen kiezen omvia die huurtussenkomst ook een stuk zekerheid te creëren voor de verhuurder.

Dat is natuurlijk de sterke, want die kleinere verhuurders zijn niet alleen op zoek naar het maximale rendement, maar ook een stuk naar zekerheid. We zien dat vooral bij grotere organisaties, die vele panden in eigendom hebben, het rendementsdenken de overhand gaat nemen, dus die gaan sneller risico’s gaan nemen.

Als je weet dat er onvoldoende sociale huurwoningen zijn én je weet dat die mensen de huurprijzen niet kunnen betalen en dus te duur moeten gaan inhuren voor vaak zeer slechte woningen, betekent dit dat je als overheid iets zal moeten doen. Geconventioneerd verhuren is een vrijblijvende manier om aan iemand die effectief tot de doelgroep behoort een woonoplossing te bieden en dan valt het financiële best wel mee. Natuurlijk, als de minister van Wonen ervoor kiest om absoluut niet te willen inzetten op enige vorm van huurtoelage, dan zal elk systeem te duur zijn. Als je de mening bent toegedaan dat het vanzelf wel opgelost raakt – terwijl de historiek uitwijst dat dit totaal niet het geval is – dan zal alles veel geld kosten.

Als we kijken naar het buitenland, dan wordt er overal gespeeld met huurprijsreguleringen die door de overheid worden opgelegd. Dit geconventioneerd systeem zit nog absoluut niet in die fase. Eigenlijk zien we dit als een eerste stap om de huurprijs en de kwaliteit toch een stuk aan elkaar te koppelen. Het is bijzonder jammer dat die eerste horde niet wordt genomen, omdat die volledig vrijblijvend is. Daarna kan gezien worden of het voldoende werkt, of er voldoende verhuurders op intekenen en of het de woonnood voldoende verhelpt.

Het betaalbaarheidsargument lijkt me totaal afwezig, behalve als je zegt dat je elke investering in de private huurmarkt per definitie te veel vindt. Uiteraard moet er bij elke investering goed nagedacht worden of dat niet louter ten goede zou komen aan de verhuurders, maar net binnen dit systeem zou je er kunnen voor zorgen dat er een redelijk, niet buitensporig rendement voor de verhuurder is en toch een betaalbaarheid voor de huurder wordt gecreëerd.

In de vorige legislatuur, met eenzelfde regering, met een minister van Wonen van dezelfde partij, stond dit concept wel in het regeerakkoord. Het is bijzonder jammer dat dit niet opnieuw het geval is.

Structurele oplossingen

Laat ons wat meer out of the box denken en meer toekomstgericht kijken naar huisvesting. Wat zouden jullie anders aanpakken?

Hugo: Veel meer investeren in de sociale woningbouw en prijsregulering op de private huurmarkt met een koppeling aan kwaliteit. Dat zijn de eerste dingen waar ik aan denk.

Joy: Ik denk dat Hugo een zeer terecht argument heeft: sociale huur is misschien niet het meest out of the box, maar het is wel de beste oplossing die ook in andere landen, waar een veel grotere sociale huur is, zijn nut bewezen heeft.

De eerste vraag die moet gesteld worden: hebben we de oplossing al of moeten we ze nog verzinnen? De facto hebben we ze al. Het is alleen een kwestie van ze ten volle te gaan benutten. Natuurlijk betekent dat niet dat we daarnaast niet innovatief en creatief moeten nadenken over woonoplossingen, altijd rekening houdend met de vraag of we dit ooit met een zekere schaalgrootte kunnen uitrollen. Het kan niet de bedoeling zijn om te blijven steken in individuele oplossingen. De wooncrisis is structureel, dus hebben we ook structurele oplossingen nodig.

Een mooi voorbeeld is het Pandschap, dat woningen renoveert en dan in huur geeft aan een sociaal verhuurkantoor, waarbij de eigenaar van de woning zich eigenlijk niets moet aantrekken van de renovatie, of van de latere verhuur. Dat zijn manieren om beweging te krijgen in de renovatie en in de kwaliteit van de woningen die op de huurmarkt worden aangeboden. Tegelijkertijd verhuur je die woningen dan ook met een sociaal doel.

Daarnaast hebben we een herwerking gezien van het sociaal beheersrecht, wat eigenlijk een eindstuk moet kunnen zijn van een leegstandsbeleid. Woningen die leegstaan worden belast, enzovoort, maar soms zien we dat er nog altijd behoorlijk wat blijven leegstaan. Daar komt dan het systeem van sociaal beheersrecht in werking, waarbij je als lokaal bestuur woningen tijdelijk in beheer neemt, terwijl de eigenaar gewoon de eigenaar blijft. De nodige werken worden gedaan om de panden opnieuw verhuurbaar te maken en de kosten van de renovatie komen terug via huurgelden. Op die manier spoor je verhuurders enerzijds aan om het zelf te doen, zodat ze niet afhankelijk worden van het lokaal bestuur. Tegelijkertijd, als dan toch blijkt dat eigenaars er niet toe in staat zijn of het niet wensen te doen, zorg je er voor dat je zelf als lokaal bestuur het heft in handen neemt.

De oplossing die ik nog voorzie, is het housing first-principe voor mensen in dak- en thuisloosheid. We zien daar een stapvoetse beweging richting de afbouw van opvang en het creëren van een echte woonoplossing. 

Onvoorwaardelijk wonen

Voor GRIP is het een van de speerpunten om het recht op wonen en het recht op ondersteuning van elkaar los te koppelen, omdat dit nu vaak een soort koppelverkoop blijft. Wanneer je in een woning van een voorziening wil verblijven, maar je wil je ondersteuning via persoonlijke assistentie laten verlopen en medische zorgen zelf regelen, kan dat niet. Ook bij aangepaste sociale woningen wordt gemakkelijkheidshalve nog de koppeling gemaakt met een VAPH-zorgaanbieder. Mensen hebben daarin weinig of geen keuzevrijheid. Dit staat uiteraard loodrecht op de doelen van het VRPH om mensen met een handicap in de samenleving te laten leven en hen met hun budget zelf te laten beslissen.

 

  • Lees ook: Het verhaal van Ans over haar woelige weg naar zelfstandig wonen
  • Lees ook: De getuigenis van Tim over de moeizame zoektocht naar een betaalbare, toegankelijke woonst

 

Ik heb in deze interviewreeks ook gesproken met een aantal ervaringsdeskundigen die zelfstandig wonen. De knelpunten zijn enorm: van nachtondersteuning die ontbreekt waardoor ze zich moeten beredderen met vrijwilligers tot letterlijk de deur niet uitkunnen zonder een persoonlijk assistent omdat de woning onvoldoende aangepast is en de omgeving niet toegankelijk. Ze moeten door al die tekorten vaak steunen op hun netwerk, maar als dat netwerk in een andere stad zit, kunnen ze soms nergens terecht. Zelfs niet na jaren zoeken op de private huurmarkt naar een betaalbare, toegankelijke woning. Door die lokale binding die gekoppeld is aan de sociale huisvesting kunnen ze ook via die weg niet zomaar gaan wonen waar ze zouden willen.

De drempels zijn enorm, terwijl juist de verhuisbewegingen van personen met een handicap over het algemeen groter zijn omdat ze moeten proberen te wonen in de buurt van hun netwerk, in de buurt van goede ondersteuning, in een buurt die bereikbaar en enigszins toegankelijk is, …

Joy: Het is klaar en duidelijk: er worden een aantal drempels ingebouwd die ingaan tegen het doel van het systeem. Eigenlijk zou sociale huur de oplossing bij uitstek moeten zijn voor de mensen waar jij het nu over hebt, voor al die situaties. Die extra drempels zijn dus problematisch, omdat je eigenlijk zo het hele systeem gaat ondergraven.

De sociale huur moet voor die mensen die met een extra kwetsbaarheid zitten in het bijzonder een oplossing kunnen bieden. Als je natuurlijk door allerhande regeltjes die mensen in feite weigert, omdat ze bijna niet meer kunnen instromen, zal het sociaal huren op de duur door die mensen niet meer als een oplossing aanzien worden. Dat is bijzonder gevaarlijk, dat de grootste voorstanders van de sociale huur zouden afhaken omdat het slecht wordt uitgevoerd.

Dat is een zeer grote vrees van mij, dat mensen niet meer gaan geloven in de sociale huur, omdat deze aan zo’n specifieke voorwaarden wordt gekoppeld. En dat terwijl ik nog altijd denk dat we allemaal samen moeten ijveren voor een grote sociale huur. Je kan een zeer goed idee ook zeer slecht uitvoeren. De richting waarin we aan het evolueren zijn met die sociale huur komt niet ten goede aan het systeem op zich.

Dat kadert in verschillende zaken: de sociale huurprijzen zijn vorig jaar gewijzigd en gemiddeld gezien moeten mensen meer betalen dan voorheen. De woonzekerheid is afgebouwd door contracten van 9 jaar, waarbij dan elke 3 jaar zal worden gecontroleerd of mensen niet te veel verdienen om daar te mogen blijven wonen. We zien dat de sociale huur een minder volwaardige oplossing wordt dan dat ze eigenlijk is. Dat is een grote bezorgdheid naar de toekomst toe. 

We moeten proberen om zo veel mogelijk het wonen als het uitgangspunt te zien en daar zo weinig mogelijk voorwaarden aan te koppelen.

Gerelateerde artikels

Wonen Sofie's zoektocht: "Hoe wordt mijn woondroom werkelijkheid?" Sofie's zoektocht: "Hoe wordt mijn woondroom werkelijkheid?" Sofie De Schryver onderzoekt, als jonge dertiger met een hoge ondersteuningsnood, hoe ze haar woondroom kan verwezenlijken. 03 dec 2021 / Lynn Formesyn Wonen In gesprek met minister Matthias Diependaele over een inclusief woonbeleid In gesprek met minister Matthias Diependaele over een inclusief woonbeleid Hoe kijkt onze Vlaamse minister van Wonen naar de situatie van personen met een handicap op de woonmarkt? 10 nov 2021 / Lynn Formesyn Wonen "Bergen wilskracht nodig om zelfstandig te wonen" "Bergen wilskracht nodig om zelfstandig te wonen" In deze interviewreeks brengen we de knelpunten in kaart van het woonbeleid voor personen met een handicap. Dat het recht op wonen niet zomaar verworven blijkt, ervaart ook Tim Agterbos. 16 sep 2021 / Lynn Formesyn Toegankelijkheid Wonen Over drempels op de woonmarkt voor personen met een handicap Over drempels op de woonmarkt voor personen met een handicap Waar zitten de handicaps in ons huidig woonbeleid? GRIP sprak erover met Koen Hermans. 04 mei 2021 / Lynn Formesyn Wonen De woelige weg naar zelfstandig wonen De woelige weg naar zelfstandig wonen GRIP-collega Ans Janssens (27) getuigt over hoe woelig de weg naar een eigen woonst verloopt, ook al vindt ze zichzelf nog behoren tot de gelukzakken. 07 apr 2021 / Lynn Formesyn Recht op wonen in 't kort Recht op wonen in 't kort Wat is het recht op wonen? Hoe is het gesteld in ons land? Hoe kan het beter? Lees erover in onze korte tekst in eenvoudigere taal! 17 jan 2021 / Katrijn Ruts Daarom steunt GRIP de Woonzaak Daarom steunt GRIP de Woonzaak Met de Woonzaak werken diverse organisaties samen om de wooncrisis te stoppen. Ook GRIP heeft zich aangesloten. 16 jan 2021 / Katrijn Ruts Mensenrechten Discriminatie huurmarkt Discriminatie huurmarkt Bij zoeken naar huurwoning wordt 36% van de rolstoelgebruikers in Antwerpen gediscrimineerd, wijst nieuw onderzoek met praktijktesten uit. "Kan toch niet dat dit onbestraft blijft?" 10 dec 2020 / Katrijn Ruts Ministers laten veertigers, vijftigers en zestigers jaren in rusthuizen zitten. Ministers laten veertigers, vijftigers en zestigers jaren in rusthuizen zitten. Joke (40) en Herman (62) wonen in een woonzorgcentrum omdat ze op de wachtlijst staan voor een PVB. GRIP sprak met hen. 25 nov 2020 / Katrijn Ruts Zullen personen met een handicap na corona zelf kunnen kiezen waar ze wonen? Zullen personen met een handicap na corona zelf kunnen kiezen waar ze wonen? Dit opiniestuk op knack.be pleit voor een beleid dat een leven in de maatschappij ten volle ondersteunt. Het kwam tot stand in samenwerking  met mensen uit het Netwerk Ondersteuningsbeleid van GRIP. 15 jun 2020 / Katrijn Ruts Wonen Word vrijwilliger in het Netwerk Wonen Word vrijwilliger in het Netwerk Wonen 05 mrt 2020 / Marie Aeles Standpuntnota 'Een inclusief woonbeleid' Standpuntnota 'Een inclusief woonbeleid' In Vlaanderen wordt niet aan het recht op wonen voldaan. Lees de visie en voorstellen van GRIP voor beleidsmakers. 31 jan 2020 / Katrijn Ruts Wonen Wonen: dromen, drempels en hefbomen Wonen: dromen, drempels en hefbomen Iedereen heeft recht op een eigen woonplek midden in de maatschappij. Jan en Léticia, Guny, Dominiek, Geert, Thomas en Katy vertellen hun ervaring met het realiseren van hun woondroom. Inspirerende ge ... 06 mrt 2018 / Katrijn Ruts Wonen Een huis, een thuis, maar geen tehuis Een huis, een thuis, maar geen tehuis In onze nieuwste publicatie #inclusie#wonen laten we 5 mensen aan het woord. Zij vertellen hoe ze inclusief wonen waarmaken in de praktijk. 11 dec 2017 / Katrijn Ruts Wonen Nog veel werk voor het woonbeleid Nog veel werk voor het woonbeleid Dat is de algemene conclusie van het debat over Wonen van GRIP op 22 april. Dit was een activiteit op de REVA-beurs in Flanders Expo. Beleidsmakers, experten en ervaringsdeskundigen bespraken hoe pers ... 30 apr 2017 / Katrijn Ruts
Verberg submenu